Skip to main content

Overwegingen

Op deze pagina vind je overwegingen van pastor Herwi Rikhof. Hier kun je de inspirerende woorden uit de mis rustig nalezen en laten bezinken.

Overweging Sacramentsdag 2026

Het was niet de eerste keer en zal ook niet de laatste keer zijn: dat iemand mij een doos
boeken wil geven, theologische boeken, soms uit een erfenis. Ik neem ze meestal wel aan,
terwijl ik toch aan het ont-spullen en ont-boeken ben. Waarom? Omdat het onbeleefd is
zo'n cadeau te weigeren? Omdat ik wel nieuwsgierig ben? Omdat er ook boeken bij kunnen
zitten die ik nog kan of wil gebruiken? In deze dozen zaten in elk geval een paar boeken die
ik om verschillende redenen wilde bewaren. Een paar boeken die vroeger bij ons in de
familie in de boekenkast stonden, dagboeken van Pieter van der Meer de Walcheren, die ik
als student als oude monnik in de abdij van Oosterhout had ontmoet en die toen iets tegen
mij zei dat ik altijd onthouden heb. "Geloof is als een goede Bourgogne, waar je een leven
lang een beetje dronken van bent, maar de meeste mensen maken er lauwe cola van'.

Maar ik heb ook een boek bewaard waarvan ik dacht dat al had, maar dat ik niet terug kon
vinden en dus heb ik het voor de zekerheid maar gehouden heb. Een vroeg boek van Edward
Schillebeeckx: Christus sacrament van de Godsontmoeting. Een titel die staat, maar ook een
titel die, zeker in die tijd waarin het uitkwam - eind vijftiger jaren van de vorige eeuw -
bevreemding moet hebben opgewekt. Christus een sacrament? Christus was toch niet een
van de zeven sacramenten, doop ,vormsel eucharistie, biecht (sacrament van boete en
verzoening zeggen we nu), heilig oliesel (sacrament van de zieken zeggen we nu) huwelijk,
wijding? Schillebeeckx weet natuurlijk dat hij die term 'sacrament' anders gebruikt dan de
meeste gelovigen gewend zijn, en hij wijdt dan ook direct een hoofdstuk aan dat andere
gebruik. Hij verbreedt de term 'sacrament', niet door er een heel andere betekenis aan te
geven, maar door de kern van wat sacrament betekent, toe te passen op iets waar die term
gewoonlijk niet voor gebruikt wordt.

'Sacrament' een begrip is 'met vage randen'. We kennen begrippen met scherpe en met
vage randen. Als je zegt dat iemand een oncoloog of een chirurg is, dan weet je dat die
persoon op een ziekenhuis werkt en een specialist is wat kanker betrekt of operaties
uitvoert. Maar als je zegt dat iemand ervaren is, kan die man of vrouw op allerlei gebieden
ervaren zijn en als je zegt dat iemand goed is, is het nog vager: goed waarin? Als vader of
moeder? Als buur? Als burger? In zijn of haar beroep? In klussen of tuinieren?

Ik heb dat boek van Schillebeeckx jaren geleden gelezen en bestudeerd en bij het
doorbladeren en stukjes herlezen, merkte ik dat het mijn denken over sacramenten echt
beïnvloed heeft. Zonder nu dat boek te gaan behandelen, wil ik op deze Sacramentsdag stil
blijven staan bij die verbreding van het begrip 'sacrament' die Schillebeeckx in dat boek
doorvoert en daar ook een eigen draai aan geven.

Wat is de kern van het begrip 'sacrament'dat het mogelijk maakt het te gebruiken voor die
zeven toch heel verschillende gebeurens als doop en ziekenzalving, en het te verbreden,
zoals Schillebeeckx dat doet ? Wat is de kern van dat begrip met vage randen? 'Een
zichtbaar teken van onzichtbare genade' zo wordt in onze traditie vaak de kern van het
sacrament aangegeven. En van Augustinus stamt de uitleg die ik ook heel mooi vind:'je ziet
het ene en je denkt aan het andere'. 

Zichtbaar- onzichtbaar, het ene - het andere. Het gaat bij sacrament altijd om twee zaken
die niet hetzelfde zijn, maar wel tegelijkertijd aanwezig zijn, als zichtbaar én onzichtbaar, als
het ene én het andere. De term 'teken'geeft dat al aan. Als iets een teken is, verwijst het
altijd door naar iets anders. Wanneer je een verkeersbord ziet, weet je dat dat bord verwijst
naar een bepaalde regel of afspraak: voorrang verlenen, niet harder rijden van 30. Als je nu
in bepaalde straten oranje vlaggetjes ziet, weet je dat het om het wereldkampioenschap
voetballen gaat. Op het moment dat je de foto van de koning in het gemeentehuis ziet,
weet je dat het niet om zomaar een versiering gaat, maar om een teken van gezag. En als je
bij iemand thuis een kruisbeeld ziet, weet je dat daar christenen wonen.

Er is een mooie tekst uit de constitutie van het Tweede Vaticaans Concilie over de liturgie
waarin staat dat wanneer iemand doopt Christus doopt - een citaat van Augustinus. En dat
geldt voor alle sacramenten. Hij is om zo te zeggen de eigenlijke bedienaar. Bij de
sacramenten geldt dat je het ene ziet, - water, brood, wijn, zalf, mensen die elkaar de hand
geven, mensen die de hand opleggen - en dat je dan denkt aan de Ander, niet aan het
andere, maar aan de Ander.

Dat geldt dus voor allerlei zaken:,dat ze teken kunnen zijn. Water, brood, wijn, zalf kunnen
doorverwijzen. Zijn zichtbaar en verwijzen naar iemand die onzichtbaar is. Kun je dat
zichtbaar - onzichtbaar ook op mensen toepassen? Ik denk van wel. Het is toch heel gewoon
dat je gaandeweg ontdekt dat je eerste indruk van een persoon niet klopt. Iemand kan op
het eerst gezicht een bepaalde, gunstige of ongunstige indruk op je maken, die je als je haar
of hem beter leert kennen, moet bij stellen. Leek wel aardig maar toch; leek afstandelijk,
maar toch.

Als we met dat in het achterhoofd in de evangelies lezen, herkennen we dat precies keer op
keer. Dat mensen Jezus eerst volgen en dan weer afhaken. In het evangelie dat we net
gehoord hebben is al onenigheid met de toehoorder, maar in het gedeelte dat volgt op wat
we net gehoord hebben, haakt een groot aantal leerlingen af. Jezus stelt dan aan de Twaalf
de vraag of zij ook weg willen gaan (Joh 6, 60.67). Maar in de evangelies gaat het ook nog
om een diepe laag. Jezus stelt zijn leerlingen de vraag wie de mensen zeggen dat hij en wie
zij zeggen dat hij is. Het antwoord van Petrus dat hij de messias is, de zoon van de levende
God (Mt 16, 16), geeft aan dat het om meer gaat dan het min of meer oppervlakkig
bijstellen van eerste indrukken, maar om ontdekken wie hij eigenlijk is.

Wanneer wij straks in de geloofsbelijdenis zingen dat we geloven in Jezus Christus, zeggen
we dat we geloven in de menswording Gods, zeggen we, om met de evangelist Johannes te
spreken, dat niemand ooit God heeft gezien maar dat zijn eniggeboren ons hem heeft doen
kennen (1,18). Hi is het beeld van de onzichtbare God zoals Paulus dat formuleert. Bij het
Laatste Avondmaal zegt Jezus voor alle duudelijkheid: wie mij ziet, ziet de Vader. 'Sprekend
zijn Vader' in alle betekenissen van dat gezegde. Als je de menswording God serieus neemt,
als je dat zichtbaar - onzichtbaar laat meespelen, kun je zeggen dat Jezus de Christus, Jezus
de met de Geest van God gezalfde inderdaad een sacrament is, een doorverwijzing is naar
de Vader en de Geest.

Maar dan kunnen we nog een stap verder gaan, dan kunnen we ook onszelf als sacramenten beschouwen. Omdat we gedoopt zijn in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest, omdat we in het vormsel gezalfd zijn met de Geest en daardoor christenen geworden zijn. Maar misschien is het beter te zeggen dat wij door ons doopsel en vormsel de opdracht hebben gekregen sacramenten te worden, de opdracht telkens waar te maken dat in ons doen en laten wij tekenen zijn van God Vader Zoon Geest. Mooier kan ik het niet maken.

Overwegingen