Skip to main content

Overwegingen

Op deze pagina vind je overwegingen van pastor Herwi Rikhof. Hier kun je de inspirerende woorden uit de mis rustig nalezen en laten bezinken.

Overweging voor de vierde zondag van de veertigdagen tijd 2026

Inleiding

Vandaag beginnen we niet zoals gewoonlijk met onze schuldbelijdenis te zingen, maar beginnen
we direct met het openingsgebed. Vandaag is de overweging ook niet na het evangelie, maar na
de eerste lezing, als een toeleiding op het evangelie. Want het is een mooie traditie in onze kerk
op zondag Laetare een vorm van boeteviering in te passen in de dienst van het woord. Toon
Rabou, die hier me begonnen is, vond dat Laetare, ‘verheug u’ de goede context was om over
falen en fouten na te denken, omdat daardoor die fouten en tekortkomingen in het licht komen te
staan van Gods onuitputtelijke barmhartigheid.

Vandaag horen we in het evangelie het tweede lange verhaal uit het Johannes evangelie dat we
deze veertigdagen-tijd lezen. De vorige week hebben we het verhaal gehoord van het gesprek van
Jezus met de Samaritaanse vrouw, bij de put, die ook een bron wordt genoemd, een gesprek over
levend water dat een gesprek over een godsdienst, bleek te zijn, over geloof dat niet aan de
randen van het leven functioneert, maar de kern ervan vormt, een gesprek over geloof op zoek
naar God in geest en waarheid. Vandaag een verhaal over een man, nu in Jerusalem, maar weer
gaat het over water, nu niet over water dat leven geeft, maar over water dat wegwast. Het verhaal
over een man die genezen wordt van zijn blindheid. Een lezing die goed past bij een boete viering

Preek

Waar gebruik je water voor? Deze week was ik aan het praten met Benjamin, de jongste van de
drie volwassenen die in onze Paaswake gedoopt zullen worden. En ik stelde hem de vraag die ik
meestal stel wanneer ik doop, dan niet aan de dopeling - die kan vaak nog niet antwoorden, -
maar aan de andere kinderen die aanwezig zijn. Een vraag naar iets gewoons, omdat dat gewone
in de kerk altijd de basis is voor het ongewone van een sacrament. ‘Om te drinken’ antwoordde
Benjamin. ‘’Heel goed zei ik, ‘want zonder water kun je niet leven’. ‘Maar waar nog meer voor’
vroeg ik door. ‘Om te douchen’ zei hij. ‘Uitstekend’ antwoordde ik. Want het mooie van onze
sacramenten is dat ze niet voor een uitleg vatbaar zijn.

En ik heb toen met Benjamin gepraat over dat wassen, dat afwassen, dat schoon maken. Dat we
met water dopen ook om het oude en dan vooral het verkeerde uit heden en het verleden weg te
doen. Hij is wel hier geboren, en niet in Iran, Gaza, Oekraïne of Soedan, maar toch ook onze
maatschappij kent zaken die minder mooi zijn, ook in onze families en gezinnen, ook op onze
scholen en instellingen gebeuren dingen die niet door de beugel kunnen. Of het nu gaat om
kinderen die in sektarische omgevingen opgroeien, of om kinderen die gepest worden om hun
rode haren om maar twee voorbeelden uit het recente nieuws te noemen : ook wij worden
geboren in omstandigheden die niet perfect zijn, ook wij groeien op in een omgeving met donkere
kanten en als we eerlijk zijn moeten we ook erkennen dat die donkere kanten niet alleen buiten
ons liggen, maar ook in ons, dat die donkere kanten niet alleen bij anderen te zien zijn, maar dat
we die ook zien als we echt in de spiegel kijken.

Het verhaal dat we gaan horen gehoord hebben, het verhaal over de man die blindgeborene is en blind is opgegroeid, is een verhaal over water en wel over water dat weg wast, dat reinigt. Door dat wegwassen kan hij zien, maar ook doorzien. Hij ziet dat Jezus meer is dan zo maar iemand. Hij noemt Jezus eerst een profeet en aan het eind doet hij een geloofsbelijdenis en noemt Jezus Heer. Hij doorziet ook het gedraai van de schriftgeleerden, spot met hun kennis van zaken: het is toch wel gek dat jullie niet weten waar hij vandaan is: het is toch duidelijk dat zo iemand met God van doen moet hebben.

Maar het verhaal is niet alleen het verhaal over een blinde die in meer dan een zin ziende wordt,
het verhaal gaat ook over mensen die wel zien en ook denken geestelijk te zien en te doorzien,
maar die in feite verblind zijn. Het zijn de mensen die God keurig in de regels hebben verpakt, die
precies weten wie God is, wat God doet, die ook precies weten wie bij God hoort en wie niet. Het
zijn de mensen die zeggen dat een genezing op sabbat niet van God kan komen, want dat is niet
volgens de regels. Het zijn de mensen die zeggen dat die blindheid straf is voor zonde, want het
moet toch ergens vandaan komen. Het zijn de mensen die die blindgeborene buiten hun
gemeenschap gooien, omdat hij ziende niet past in hun systeem.

In het verhaal staan twee manieren van zien tegenover elkaar: de manier van de blindgeborene, die
in feite ziet en de manier van de ziende Farizeeën, die in feite blind zijn. Maar zoals altijd bij dit soort
gelaagde verhalen, bij dit soort verhalen met dubbele bodems, zit er ook iets ongemakkelijks in.
Anders was die dubbele bodem niet nodig. Het ongemakkelijke is natuurlijk dat het om geloven gaat,
om twee manieren van met God omgaan. Maar het echte ongemakkelijke zit ‘m in het gegeven dat
de Farizeeën geen onverstandige en ongevoelige mensen zijn, geen gelovigen die het ene zeggen en
het andere doen, geen malafide leiders die zich beroepen op godsdienst om stemmers te trekken of
ten oorlog te trekken, maar mensen die nadenkend in het leven staan, die worstelen met grote en
kleine vragen van het leven, mensen die nauwgezet en bewust als gelovigen willen leven. Mensen als
wij dus. Het echte ongemakkelijke zit ‘m in het gegeven dat de mensen die die eerste vraag stellen
waarmee alles begint, die vraag over wie gezondigd heeft, hijzelf of zijn ouders, dat die mensen
leerlingen zijn. Het verhaal gaat niet over geloof en ongeloof, maar over twee manieren van geloven.

Niet voor niets zegt Jezus aan het eind van het verhaal dat hij gekomen is tot oordeel, gekomen is om
een keuze duidelijk te maken, om ons tot een keuze te dwingen. Het verhaal is een verhaal over ons
geloven, over hoe wij God zien, wat wij verstaan: hem in geest en waarheid te dienen, wat wij deze
veertigdagen tijd telkens gezongen hebben. Open mijn oren , mijn ogen mijn hart. Hebben wij God
ingepakt in regels, moet God zich houden aan onze regels, weten wij precies wie God is en wat hij
doet? Of durven we toe te laten dat God anders is, verrassend is, telkens onze zekerheden
doorbreekt. Keer mij om, geef uw leven, hebben we telkens gezongen

Zien we onze donker kanten en laten we het daarbij ?
Of durven we ze onder ogen te zien
en willen we ze ook voor God brengen de barmhartige

Zien we de donkere kanten in mensen om ons heen en laten we het daarbij?
Of durven we ze ook ter sprake te brengen,
niet om te veroordelen, maar om te helpen.

Zien we de donkere kanten in onze maatschappij en laten we het daarbij?
Of durven we als christenen ons te verzetten tegen polarisatie en geweld

Open onze oren opdat wij met ons hart kunnen luisteren, open onze ogen opdat wij met ons hart
kunnen zien. Help ons de redenen van ons hart te volgen.

Overwegingen