Skip to main content

Overwegingen

Op deze pagina vind je overwegingen van pastor Herwi Rikhof. Hier kun je de inspirerende woorden uit de mis rustig nalezen en laten bezinken.

Overweging voor het feest van Maria Moeder van God, 1 jan 2026

Inleiding.

In de kersttijd zijn we vandaag aangekomen bij het octaaf. We horen dat terug in het slot
van het evangelie: het kind krijgt een naam en wordt besneden. Dat is om zo te zeggen de
eerste laag. De menswording Gods is heel concreet, het kind krijgt een naam en wordt
opgenomen in het volk, wordt onderdeel van een traditie. En we kunnen, net als afgelopen
zondag bij het feest van de heilige familie ook kijken naar de anderen in het verhaal.
Doordat de kerk deze octaafdag de titel ‘Maria moeder van God’ heeft gegeven, komt zij
centraal te staan. Maar zowel in het evangelie als in de lezing uit de Galatenbrief wordt ze
eerder in het voorbijgaan genoemd dan dat ze centraal staat. In dat fragment uit de brief
van Paulus gaat het eerder over ons. En omdat het ook de eerste dag is van het nieuwe
jaar is het misschien goed straks even stil te staan bij wat Paulus over ons zegt. Dan
kunnen we een idee krijgen van een diepere laag van de menswording, een laag die met
ons van doen heeft.

Preek

Of ik al mijn goede voornemens voor dit nieuwe jaar gemaakt had. Ik mompelde wat over
elke dag meer bewegen dan in huis een paar keer de trap op lopen en elke dag wat
schrijven en straks elke dag een uurtje in de tuin werken. Maar de blik van degene die de
vraag had gesteld, sprak boekdoelen: dat hebben we vaker gehoord, het zal wel weer bij
goede voornemens blijven van minder eten en drinken, minder tijd achter beeldschermen,
goede voornemens die geen werkelijkheid worden.

Paulus heeft het vandaag ook over voornemens, maar over hele andere. Het fragment dat
we net gehoord hebben is een van de mooiste en diepzinnigste uit die brief aan de
Galaten. Het is een van de tragische en ook onbegrijpelijke kanten van onze traditie dat
deze tekst wordt afgedaan als maar een manier van spreken. Deze tekst over ons
kindschap, over de Geest die in ons hart gezonden is, over de Geest van zijn Zoon die in
ons bidt zoals Jezus bidt, Abba Vader. Een tekst die een andere tekst oproept die we op het
feest van de H. Familie gehoord hebben over God die bij, die in ons woont en wij die bij
God, die in God wonen. Een tekst die de tekst van kerstmorgen oproept, de tekst die we
ook gisterenavond hebben gehoord: over zij die geloven in het Woord van God dat vlees
geworden is, kinderen van God kunnen worden. Maar een manier van spreken. Zo in de
trant van hij bedoelt het niet zo, je kent hem toch, hij is altijd wat uitgesproken, de soep
wordt niet zo heet gegeten als hij wordt opgediend. Maar een manier van praten.
Daarmee wordt het ongehoorde van wat Paulus zegt teruggeschroefd tot iets gewoons,
wordt het verrassende tot iets overdrevens gemaakt.

Paulus is heel uitgesproken, hij vertelt niet gewoon, hij argumenteert en wel met een tegenstelling, met een tegenstelling die in zijn tijd stevig was en nog steeds stevig is: slaaf – zoon. Die tegenstelling roept niet alleen een tegenstelling tussen werknemer en kind, niet- familie en familie op, maar de term ‘slaaf’ roept ook onvrijheid op en daarmee wordt de term ‘zoon’ gekleurd door vrijheid. Paulus argumenteert fors: blijkbaar moet hij tegenstand overwinnen. En dat dat geen verkeerde veronderstelling is, wordt duidelijk, wanneer je die brief aan de Galaten in z’n geheel leest.

Paulus begint die Galaten uit te schelden, domme Galaten. Degenen die hij gedoopt en
onderricht heeft, zijn het belangrijkste van zijn boodschap en van hun doopsel vergeten.
Die nieuwe gelovigen moeten nog steeds overtuigd worden van de nieuwheid van hun
geloof, van de breuk die het inhoudt vergeleken met hun vorige leven, hun vorig geloof. En
wat we net gehoord hebben, is dan ook een onderdeel van een betoog, is erop gericht om
te overtuigen. Dat is ook nodig, omdat dat belangrijkste, dat nieuwe, ook niet gewoon is.
Wat namelijk gebeurt, wat de kern is van wat Paulus gepreekt heeft, is dat God in ons
woont en wij in God wonen, dat wij kinderen van God zijn, dat wij vrijmoedig met hem om
kunnen gaan en alles wat ons bezig houdt aan hem kunnen voorleggen, dat wij intiem met
hem kunnen zijn.

Dat past niet in de denk- en verwachtingspatronen van die tijd en, als we eerlijk zijn, is nog
steeds iets verrassends en ongehoords, iets dat ook niet in onze omgeving past. Als er al bij
ons over God gepraat wordt, dan toch vaak in termen van ver weg, van hoog en breed van
ons vandaan, een god als een bestuurder op afstand, een god als een afstandelijk iets – ‘er
moet wel iets wezen, pastor’ - maar niet voluit als God Vader die om ons geeft, niet voluit
als God Broeder die met ons lief en leed deelt, niet voluit als God Vriend die ons helpt en
troost. ‘In onze stoutste dromen was God nooit hier en nu’ staat terecht in een modern
kerstlied. De menswording God is en blijft ongehoord en verrassend.

Dat is niet ‘maar een manier van praten’. Als je zo over God praat, als je zo met God praat,
maakt dat wat uit, maakt dat alles uit. En dat heeft te maken met onze goede voornemens,
of zou er mee te maken moeten hebben. Als we de menswording Gods serieus nemen, zijn
wij kinderen van God, erfgenamen, die nu al kunnen profiteren van die erfenis. Uitdragen
Het synodale proces waarin onze kerk verwikkeld is, is niet opgehouden met de dood van
paus Franciscus, maar gaat door onder paus Leo. Het ligt aan ons of dat echt doorgaat, of
we ons doopsel serieus nemen: dat we kinderen van God zijn in wat we doen en laten

Overwegingen