Skip to main content

Overwegingen

Op deze pagina vind je overwegingen van pastor Herwi Rikhof. Hier kun je de inspirerende woorden uit de mis rustig nalezen en laten bezinken.

Overweging 6de zondag van Pasen 2026

Of het waar is weet ik niet, maar het is een mooi verhaal en ook herkenbaar. Een acteur, bekend
van toneel en film, zat in de kerk en werd opgemerkt door de pastoor. Die dacht: een goede
lector, ik vraag hem of hij de eerste lezing wil lezen. Hij vroeg hem en de acteur antwoordde:
‘graag, maar dan wel de volgende week, want ik heb een week tijd nodig om mij voor te bereiden.’
Ik herken dat, al was het alleen maar omdat ik merk dat wanneer ik op zondag het evangelie
voorlees, ik merk dat de preek die ik ga houden en waar ik meestal de afgelopen week mee bezig
ben geweest dat voorlezen beïnvloedt. En als ik niet over het evangelie preek, merk ik dat de
lector soms andere accenten legt dan ik gedaan zou hebben vanwege mijn preek. We hebben de
teksten dan anders voorbereid.

De teksten die we lezen, zijn vaak teksten die vragen om accenten. Neem nu zo’n zinnetje uit het
evangelie van vandaag als ‘ik zal u niet achterlaten als wezen’. Je kunt het zo lezen, haast zonder
nadruk: ‘ik zal u niet achterlaten als wezen’. Je kunt ook de nadruk leggen op ik: ‘ik zal u niet
achterlaten als wezen’ en dat klinkt dat verhaal van de goede herder erin door, het contrast dat
Jezus maakt tussen hem en de herders die hun schapen wel in de steek laten. Je kunt het accent
leggen op u ‘ik zal u niet achterlaten als wezen' en dan klinkt het verschil tussen de wereld en de
leerlingen er in door. Niet onbelangrijk zo’n accent, niet onbegrijpelijk die week uitstel waar de
acteur om vroeg.

Welk accent leg je bij de belofte die Jezus aan het begin aan zijn leerlingen, aan ons, aan de kerk
doet: ‘En Ik zal de Vader vragen en Hij zal u een andere Helper geven om voor altijd met u te zijn'?
Leg je het accent op ‘voor altijd’? Daar is veel voor te zeggen: in de geloofsbelijdenis noemen we
de kerk ook als we ons geloof in de Heilige Geest belijden en belijden wij dat we geloven dat de
Geest altijd in de kerk werkt. Thomas van Aquino zegt in zijn commentaar op de geloofsbelijdenis
dat het niet correct is te zeggen dat we in de kerk geloven: we geloven alleen maar in God, Vader,
Zoon Geest. Maar als je toch zegt dat je in de kerk gelooft, belijdt je in feite dat je gelooft dat in de
kerk de Geest werkzaam is.

Die belofte geldt niet alleen de kerk, maar is ook als een belofte aan iedere gelovige persoonlijk.
Met die belofte van altijddurende bijstand onderstreept Jezus dat het hier niet gaat om iets
tijdelijks, om hulp die je even nodig hebt omdat je klein bent of ziek of slecht ter been. Het gaat
hier om een hulp die wezenlijk bij het leven, bij het geloofsleven hoort. Dat is een eerste belangrijk
inzicht. Een hulp niet aan de rand van je leven, maar een hulp die je altijd nodig hebt. Maar dat
roept wel de vraag op: wat voor soort hulp?

We hebben grof gezegd twee soorten hulp nodig in ons gewone leven: de experts die we moeten
inhuren voor klussen in huis die we zelf niet kunnen of voor computerproblemen die we zelf niet
kunnen oplossen en de onbekende en onzichtbare helpers die we nodig hebben voor onze kopje
koffie en andere levensbehoeften, onze krant, en andere informatie, ons openbaar vervoer, onze
veiligheid. Dat belang van die onbekende en onzichtbare helpers hebben we tijdens de
coronacrisis gemerkt en merken we nu weer door de oorlog in het Midden Oosten waardoor het
vervoer van allerlei zaken belemmerd wordt die we nodig hebben voor het leven dat we gewend
zijn.

Wat geldt voor ons leven, geldt ook voor ons geloofsleven en het lijkt me dat de Geest lijkt op zo’n onbekende en onzichtbare helper gaat die het gewone leven mogelijk maakt en niet om een
experts die allerlei problemen komt oplossen. Dat denk ik omdat Jezus praat over de Geest als over een andere Helper. En nu gaat weer om een accent. Als je het accent op ‘andere Helper’ legt,dan roept dat de vraag op hoe je andere verstaat. Je kunt er over heen lezen, maar als je het accent erop legt, moet je wel een antwoord geven op wat je precies bedoelt als je ‘andere’ zegt:
bedoel je dan met ‘andere’ een tweede, een volgende, ‘andere’ in de trant van de een, de ander. Of bedoel je ‘andere’ in de zin van anders, verschillend, in de trant van zij is een andere persoon
dan haar zus.

Dit is geen spelletje, al dan niet aardig, met woorden; het maakt nogal wat uit hoe je dat andere
verstaat. Als je dat 'andere'verstaat als 'anders', verschillend, dan ben je geneigd over de heilige
Geest, over de aanwezigheid van de heilige Geest, over de werkzaamheid van de Heilige Geest te
denken in termen van bijzonder en uitzonderlijk, zoals dat in bepaalde kringen en kerken gedaan
wordt, waarin mensen tijdens diensten de Geest krijgen, vreemde talen spreken, profetieën en
openbaringen krijgen, in extase raken. Dan ben je geneigd over de aanwezigheid en werkzaamheid
van de heilige Geest te denken in termen van bijzonder en geheimzinnig: dan wordt, ook in onze
kerk, een beroep op de Geest gedaan om bepaalde praktijken en processen en beslissingen in
onze kerk goed te praten of te verhullen. ‘Werk van de heilige Geest’ wordt dan gezegd, terwijl
het gewoon om macht of misbruik van macht gaat.

Maar als je dat 'andere'; verstaat als 'tweede' als volgende, dan is Jezus de eerste helper. De
Geest, de tweede helper, zal dan niet zo verschillend zijn, want hij is net als Jezus Helper. Net als
Jezus helpt hij ons met lief hebben. En dat betekent bij Jezus altijd iets heel gewoons. Dat
betekent niet vreemde talen spreken, maar het betekent wel met iemand spreken, niet iemand
doodzwijgen. Dat betekent niet de toekomst voorspellen, maar wel toekomst geven. Dat betekent
niet openbaringen, geheimen boodschappen krijgen, maar dat betekent wel de verrassende liefde
van God laten zien in je leven.

Als je andere helper zo verstaat, minder bijzonder, minder uitzonderlijk, minder geheimzinnig, dat
betekent niet dat je dan de werkzaamheid en de aanwezigheid van de heilige Geest bagatelliseert.
Je maakt die werkzaamheid en aanwezigheid eerder belangrijk, omdat die zo gewoon is. Je maakt
die werkzaamheid en aanwezigheid ook nodig, omdat die zo gewoon is. Daarom vragen we in het
grote dankgebed ook om die werkzaamheid en aanwezigheid van de Geest, niet alleen om brood
en wijn te veranderen in lichaam en bloed van Christus, maar ook ons te veranderen, ons te
maken tot het lichaam van Christus. Ik heb het wel vaker gezegd, maar het is goed om dat zo en
dan te herhalen: dat is ook de reden waarom ik u altijd vraag dat gedeelte van het grote
dankgebed na de consecratie mee te bidden. Niet omdat het aardig is, maar omdat het nodig is,
omdat wij ons zó als kerkgemeenschap openstellen voor de Heilige Geest, die andere Helper.

Pinksteren is over twee weken: wij hebben dus twee weken de tijd om erover na te denken waar
we het accent zullen leggen.

Overwegingen