Skip to main content

Overwegingen

Op deze pagina vind je overwegingen van pastor Herwi Rikhof. Hier kun je de inspirerende woorden uit de mis rustig nalezen en laten bezinken.

Overweging voor de 2de zondag door het jaar 2026

Zo nu en dan krijg ik een mail waarin staat dat iemand een paper van mij gedownload of gelezen
heeft. Meestal gaat het dan om mijn proefschrift dat ik zo’n 45 jaar geleden geschreven heb over
de kerk. Als ik zo’n mail krijg, vind ik dat natuurlijk aardig, dat iemand na zoveel jaren dat boek nog
eens gelezen heeft. Maar ik heb ook de neiging om die persoon dan te zeggen dat ik niet meer
alles zo zou schrijven en dat ik op bepaalde punten van mening veranderd ben. Ik ben toen
geëindigd met te praten over de kerk als ‘gemeenschap van gelovigen’, nu zou ik zeggen
‘gemeenschap van gedoopten’.

Veranderen van gedachten, je mening herzien is een gewoon proces dat hoort bij het leven en bij
de wetenschap. Zo ben ik ook van gedachten veranderd over een kwestie die speelt tussen de
kerken van het Oosten en het Westen. In het Westen is aan de geloofsbelijdenis van Nicea
Constantinopel tegen alle afspraken in iets toegevoegd: namelijk dat de Geest voortkomt van de
Vader én van de Zoon. Het filioque. Als student was ik die kwestie wel tegen gekomen bij
kerkgeschiedenis als een van de breukpunten tussen Oost en West, maar er waren meer
breekpunten, en dan ook de toevoeging van een woordje kwam toen bij mij eerder over als
overbodige theologische scherpslijperij terwijl er heel andere belangen op het spel stonden: de
opkomst van de islam, de kruistochten. Maar toen ik als docent bezig ging met de
geloofsbelijdenis en toen ik ook een keer in het kader van de week van eenheid gevraagd werd
een lezing te geven over dat Filioque, ben ik van mening veranderd. Het ging en gaat niet om
theologische scherpslijperij, maar een kwestie met vergaande praktische en concrete
consequenties. En, die verandering van mening over deze kwestie hangt samen met die andere
verandering waar ik het net over had : in plaats van ‘gemeenschap van gelovigen’, is de kerk voor
mij nu vooral een ‘gemeenschap van gedoopten’.

Aan die kwestie van het filioque zitten verschillende kanten. Een preek is niet het moment om alle
die kanten uitvoerig te belichten en om duidelijk te maken dat die kwestie vergaande en
praktische consequenties heeft, ook voor ons, hoef ik alleen maar te wijzen op het gegeven dat die
toevoeging door het Westen het antwoord was op een serieus probleem. Die toevoeging
gebeurde eenzijdig en dat was niet correct, maar die toevoeging was wel nodig. Waarom? Om
dezelfde reden waarom ik op Pinksteren altijd iets toevoeg aan de lezing over die vurige tongen en
dat spreken in talen. In de tekst zoals die staat afgedrukt in het lectionarium eindigt dat verhaal
met de reactie van de aanwezigen waarin zijn vol bewondering spreken over de grote daden van
God. Maar in de tekst zoals die in de Schrift staat, wordt toegevoegd dat anderen een heel ander
oordeel hebben en zich afvragen of die leerlingen nu al dronken zijn. In plaats van een eenduidig
verhaal een meerduidig, zelfs een ambivalent verhaal. Waarom voeg ik dat laatste toe? Niet alleen
omdat het bij het verhaal hoort en je zo’n verhaal uit de Schrift niet moet couperen, maar ook en
vooral omdat daardoor wat daar verteld wordt, werkelijkheid wordt.

Die ambivalentie past namelijk bij alles wat in onze werkelijkheid gebeurt. Wat we dag in dag uit
mee maken, kent geen eenduidigheid. Wat de een als een positieve ontwikkeling ziet, wordt door
de ander negatief beoordeeld. Wat voor de een een uitdaging is, is voor de ander een ramp. Wat
de een ziet als briljante politiek, letterlijk en figuurlijk prijzenswaardig, ziet de ander als
megalomane afbraak van rechtsstructuren en zelfverrijking. De meningen over wat een jaar
geleden in de VS begonnen is, lopen ver uit een. De meningen over wat over een paar weken bij
ons gaat gebeuren, lopen ook uit een. Dat is lastig, dat is het zeker wanneer het om belangrijkezaken gaat - het gaat hier niet om zoiets als verschil in smaak over een kleur van kleding. Dat is
meer dan lastig, wanneer het gaat om zaken van leven en dood, om vrijheid, om gerechtigheid, om oorlog en vrede. Dan werkt die ambivalentie ondermijnend. En dat merken we maar al te
goed.

Omdat die ambivalentie in alle gradaties tot onze geschiedenis behoort en tot ons leven behoort,
behoort het ook tot de geschiedenis van de kerk, behoort het ook tot ons geloofsleven. Wij
kennen in onze katholieke traditie een variëteit op het gebied van spiritualiteit, verschillende
ordes en congregaties. En die verscheidenheid is een groot goed. Die verscheidenheid is het werk
van de H. Geest. In de brief van Paulus waar we net het begin van hebben gehoord, komt Paulus
ook te spreken over de verscheidenheid van gaven van de H. Geest, een verscheidenheid die
Paulus vergelijkt de de verscheidenheid van de ledematen van ons lichaam. Maar we weten ook
dat niet elke groep die zich presenteert als een groep binnen de kerk, erkend wordt als een groep
die in onze kerk thuis hoort, we weten ook dat niet iedereen die zegt dat hij of zij geïnspireerd is
door de H. Geest ook werkelijk door de Geest bewogen wordt. Paus Franciscus had het vaak,
staande in zijn jezuieten traditie over onderscheid der geesten, dat proces waarin je zo goed
mogelijk onderzoekt of er werkelijk sprake is werkzaamheid van de H. Geest of dat je moet
concluderen dat hier een andere geest aan het werk is. Maar voor dat onderscheid tussen een
goede Geest en een kwade geest heb je wel criteria nodig. En nu wordt die toevoeging aan de
geloofsbelijdenis, die kwestie van het filioque van belang.

Door te zeggen dat die Geest niet alleen de Geest van de Vader is, maar ook de Geest van de Zoon,
wordt het leven, lijden en sterven van Jezus de Christus een onderdeel van dat
onderscheidingsproces: een criterium. Als iemand zich als christen presenteert, of zoals Paulus dat
in het gedeelte dat we als eerste lezing hebben gehoord zegt, de naam aanroept van onze heer
Jezus Christus, dan moet op een of andere manier dat leven, lijden en sterven van Jezus uit haar of
zijn gedrag blijken. Daarmee is nog niet alles gezegd, maar wel een eerste stap én een noodzakelijk
stap gezet. Wanneer niet zoiets als die voorkomt van Vader én Zoon wordt gezegd, dan heb je
niets in handen om tot een goed onderscheid te komen, dan ben je overgeleverd aan elke vorm
van enthousiasme, dan hol je van hype naar hype.

En dat brengt me tot die andere gedachteverandering: gemeenschap van gedoopten in plaats van
gemeenschap an gelovigen. In het evangelie van vandaag hebben we het doopverhaal van Jezus
gehoord zoals dat in het evangelie van Johannes staat. Het verhaal waarin het neerdalen en blijven
van de Heilige Geest centraal staat. Jezus wordt daardoor getekend als de Christus, als degene die
doopt met de Heilige Geest, of zo kun je het ook formuleren, die door zijn doen en laten de Heilige
Geest doorgeeft en werkelijkheid laat worden.

Overwegingen