Featured Image

Overweging 27/28 augustus, 22e zondag  2022 C door pastoor Jacques Grubben

De kwetsbaren, wie zijn dat? Zijn het de bedelaars die ik op vakantie in Riga (Letland), voornamelijk bij de orthodoxe kerken, of in Vilnius (Litouwen) in de stad, tegenkom? De eersten gedragen zich netjes en zegenen je zelfs bij een gift, terwijl de anderen door hun drugsverslaving, agressief en onvriendelijk zijn. Is het de oude vrouw die je, laat in de avond, in de onderaardse paden naar het station in de Letse hoofdstad tegenkomt en die haar laatste bosjes rozen probeert te verkopen? Ze zegt, dank je wel met tranen in de ogen als je alle bloemen koopt zodat je ze daarna weer aan vrienden cadeau kunt doen. Of zijn het de kleine kinderen in Riga die onder begeleiding in de schone parken spelen gedurende de vakantietijd? Ze houden zich, onder begeleiding, naar en uit het park veilig aan een touw vast en zijn goed zichtbaar met hun fluorescerende vestjes.

Ja, zij allen zijn kwetsbaar in de ogen van Jezus. Hij heeft een voorliefde voor de kwetsbaren. En of dat nu de armen, de kinderen, de zieken, de stervenden of de zondaars zijn, dat maakt Hem niets uit. Jezus heeft aandacht voor hen vanuit de mindere plaats die zij veelal innemen in de maatschappij. Over de mindere plaats innemen ten opzichte van de ander, gaat het Evangelie. Jezus’ boodschap is vergelijkbaar met die aan de apostelen Johannes en Jacobus als dezen om de beste plaats rechts en links van Hem in hemel vragen. God en de ander behoren in ons leven op de eerste te plaats staan want dan pas stroomt de liefde op vruchtbare wijze door ons hart en zullen wij uiteindelijk de beste plaats van God ontvangen…

  • het boek Jezus Sirach (3, 17-18.20.28-29) spreekt over de meerwaarde van de bescheidenheid;
  • de brief aan de Hebreeën (12,18-19.22-24a) gaat over het verschil van het verbond van de berg Sinaï en de berg Sion;
  • het evangelie volgens Lucas (14, 1.7-14) handelt over de keuze voor de eerste versus de minste plaats.

Het boek Ecclesiasticus of Jezus Sirach blikt terug naar de tijd van de grote ballingschap in het huidige Irak en is geschreven in de tweede eeuw voor Christus. De vermoedelijke auteur is Jezus, de zoon van Sirach. In de gehoorde passage worden ons een aantal levenswijsheden aangereikt. De eerste is die van het rijk zijn maar zich bescheiden gedragen. Daarmee wordt echter niet het zich ongezond wegcijferen voor een ander bedoeld. Het is veeleer een zachtaardig, wijs en moedig zijn. Een dergelijk gedrag wekt de liefde van de ander op die niet te koop is met geschenken omdat die alleen maar een opgelaten gevoel veroorzaken. Door zo te handelen verbinden we ons werkelijk met de ander en indirect met God. Haast intuïtief denk ik dan het gedrag van de kleinzoon van de graaf van het Engelse Dorringcourt in de kerstfilm ‘Little Lord Fauntleroy’. Vanuit het besef dat God groot is, is een pas op de plaats maken of zelfs een stap terug doen, een houding van nederigheid die ons als mens beter past. Het van daaruit meewerken met de genade van God doet haar in ruime mate vruchtbaar zijn. Een hoogmoedige houding daarentegen tegenover God en of de medemens, bewerkt het tegenovergestelde. De woorden van Maria in haar lofzang op God, het Magnificat, bevestigen dit. In onze tijd waarin valse bescheidenheid en hoogmoed hoogtij vieren, zijn de woorden van Jezus Sirach, een richtaanwijzer hoe het anders, beter en naar Gods bedoelingen, kan en moet. Het eerste gezin dat wij, een priestervriend en ik, ontmoetten in Letland in 2009, leeft de genoemde dienstbaarheid en nederigheid in hun armoede en eenvoud. De eerste plaats is niet belangrijk voor hen want die behoort aan God en de ander toe. En de hulp van de ander voorziet steeds in hun noden…

Op de Sabbat, de Joodse dag van gebed, gelovige rust en eerbied voor God gaat Jezus op bezoek bij een belangrijk man, een van de voornaamste Farizeeën. Hij ziet dat de genodigden de voornaamste of de eerste plaatsen aan de tafel uitzoeken. Intussen houdt men Jezus in de gaten om Hem ergens op te kunnen betrappen dat in strijd is met de Wet en de Profeten. Naar aanleiding van het geziene houdt Hij de gasten een tweetal parabels voor. De eerste is algemeen van aard. De tweede is daarentegen persoonlijk gericht aan de gastheer. In de eerste gelijkenis spreekt Jezus over een bruiloft waarbij de gasten hun plaats kiezen. Hij waarschuwt hen en ook ons ervoor om niet de beste of de eerste plaats uit te kiezen omdat het risico bestaat dat er een belangrijkere gast komt waardoor de gekozen plek moet worden afgestaan. Het laatste levert schaamte op. Nee, zegt Jezus, kies eerder de minste plaats want dan is er een gerede kans dat je door de gastheer naar een betere plaats wordt genodigd. Dit zal je aanzien en waardering geven onder de gasten.

Tot de belangrijke Farizeeër spreekt Hij over wie er veelal genodigd worden bij een middag – of avondmaal. Vaak zijn dit de vrienden die ons op hun beurt nodigen voor een soortgelijk gebeuren. Menselijkerwijs is dit gedrag velen van ons niet vreemd. Het is echter beter, aldus Jezus, om de armen, de gebrekkigen, de kreupelen en de blinden uit te nodigen. Zij kunnen het niet ‘terugbetalen’ omdat zij niet in staat zijn om anderen als hun gast te ontvangen laat staan van een goede maaltijd te voorzien. De mensen die deze tweede houding aannemen zullen later en op een andere manier aanzien en waardering ontvangen bij de opstanding van de rechtvaardigen ofwel het eindoordeel. Jezus keurt derhalve het menselijke gedrag van ‘voor wat, hoort wat’ af omdat het dan op de eerste plaats niet gaat om de ander. Het zelf of het eigen belang staat dan immers op de eerste plaats. Dat is ‘de oude wereld’. Als wij daarentegen geloven in Jezus als onze Redder, dan mogen wij nieuwe mensen zijn die een ‘nieuwe wereldorde’ nastreven. Dat is een orde die God de eerste plaats geeft in het leven en Hem herkent in de medemens, wie het ook is, vanuit het verlangen om niet de belangrijkste maar de minste te willen zijn. Door zo te leven maken wij de woorden van Maria’s lofzang, het Magnificat, tot een levend getuigenis niet alleen van Gods grote daden maar ook van onze hoge roeping.  

Sluiten wij af met een gedeelte van een Keltisch zegengebed: ‘Een lied in je hart, een lach op je lippen en een vriendelijk woord voor wie je pad kruist. Kracht in je spreken en zin in al wat je doet. En in dat alles de liefde van Christus die elk hart opent en je naaste verblijdt’. …  AMEN

Featured Image

Overweging 3-4 september 2022 Cenakelkerk

Overweging 3-4 september 2022,                           Margaret de Groot-Vlasveld

Eerste lezing (Wijsh., 9, 13-18b)   Evangelie (Lc.,14. 25-33)

 

Donderdag las ik in de Verdieping van Dagblad Trouw, bij religie en filosofie een verhaal over Iraanse bekeerlingen. Zij voelden zich als sjiitische moslims aangetrokken tot het christendom. Wat een van hen, Hassan daar zo in raakte was dat Jezus mensen ziet als kinderen en niet als slaven. Zijn hele familie bekeerde zich tot het christendom. Een van zijn familieleden werd opgepakt, gevangengenomen en gedood vanwege het uitoefenen van zijn geloof. Hassan vluchtte naar Duitsland, vroeg asiel aan. Dat werd afgewezen. De bekering tot Christen zou een truc zijn om asiel te krijgen. Schimpend wordt er door Duitse autoriteiten gezegd: Wie is er nou zo gek dat om zijn leven te wagen voor zijn geloof. In de rechtbank wilde Hassan uitleggen waarom hij christen geworden was. De rechter zei kortaf: dat interesseert mij niet. Door de eeuwen heen is er weinig veranderd.

Wie kan Gods plan doorgronden, wie ontdekken wat de Heer wil. Woorden uit het boek Wijsheid laat ons zien dat onze weg voortvloeit uit Gods wil. Hij reist met ons mee, geeft ons inzicht en zendt de Heilige Geest Boven ons. Bemoedigend.

De woorden van Jezus in het evangelie klinken radicaler. Als je een volgeling van Hem wil zijn, breek dan met je ouders, je gezin, je familie. Je eigen leven moet je haten. Het is een zin die ik moeilijk kan uitspreken. Hoever moet je gaan?

Haten als tegenstelling van liefhebben. Kijkend naar diverse vertalingen, ook de vertalers hebben het er moeilijk mee. Er staat in de Griekse tekst een woord dat ‘haten’ betekent, in de Willibrordusvertaling wordt het afgezwakt met ‘verfoeien’. Hoewel, iemand verfoeien is ook niet niks. De nieuwe Bijbelvertaling laat Jezus zeggen dat we moeten ‘breken’ met alles wat ons dierbaar is en volgens de Bijbel in Gewone Taal zegt Jezus dat we alles moeten ‘opgeven’.

Haten- verfoeien-breken-opgeven. Welk woord zou u gebruiken?

Wil je meelopen of volgen?  Als je meeloopt met de massa geeft dat een veilig gevoel. Niet je eigen mening of verantwoordelijkheid zijn in het geding. Je loopt makkelijker in de pas. Je bent minder kwetsbaar. Volgeling zijn is een persoonlijke keuze. Je kunt je niet verschuilen achter een ander.  Jij kunt het verschil maken door je uit te spreken, voorbeeld te zijn en misschien tot het uiterste te gaan, je eigen kruis te dragen. Voor mij wil het niet zeggen dat we onze dierbaren letterlijk moeten verlaten. Integendeel. De liefde tot God en de liefde tot de naasten vormen juist de kern van het christen-zijn en van de navolging van Jezus. Consequentie van de liefde is het lijden, het ligt in elkaars verlengde. Als je van iemand houdt die ziek wordt, in een moeilijke situatie zit, dan lijd je mee. Dichtbij en ver weg.

We zijn dus allemaal geroepen om Jezus na te volgen, maar er zijn vele wegen waarlangs we dat kunnen doen. Voor ieder van ons heeft God een bepaalde roeping, een bepaalde bestemming, ons leven heeft een doel. Die bestemming en roeping sluiten aan bij onze kwaliteiten, bij de gaven die God ons heeft gegeven, aan de een dit, aan een ander dat.

Als Jezus vandaag dus die gelijkenissen vertelt dat je eerst een begroting moet maken voordat je gaat bouwen of af moet wegen of je deze oorlog wel kunt winnen, voordat je die begint, gaat het erover dat het goed is af te wegen of een bepaalde roeping of weg wel voor ons is bestemd.  Toch zit er een onzekere factor in. Begin dit jaar konden we niet voorzien welke wereldproblemen er door de oorlog in Oekraïne zijn ontstaan.

Er zijn vele manieren om christen te zijn en Jezus te volgen: is dit iets voor mij? Het gaat hier niet om berekeningen die gemaakt moeten worden alsof er een alternatief zou zijn voor het volgen van de Jezus. Hij sluit af met de woorden: ‘Wie geen afstand doet van al zijn bezittingen, kan mijn leerling niet zijn.’ De enige berekening die gemaakt moet worden is afstand doen van alles wat een belemmering vormt voor Jezus te kiezen en zijn leerlingen te zijn. Waar ter wereld ook, in welke situatie we verkeren, met vallen en opstaan dragen we ons kruis. Als volgeling, als kinderen van God, gaan we onze weg, onze ballast loslatend om tot de kern van ons geloof te komen. Moge het zo zijn.

 

 

 

 

 

Featured Image

Preek voor Maria Tenhemelopneming 14 augustus 2022 Cenakelkerk

Preek voor Maria Tenhemelopneming  14 augustus 2022                    Herwi Rikhof

 

Openbaring 11,19; 12,1-6.10 / Lc. 1,39-56

 

‘Niet meer madonna’s’ zei een dochtertje van vrienden van mij. Ze waren op vakantie en mijn vrienden vonden dat hun kinderen ook iets van de rijke cultuur in het mooie Italië moesten ervaren, niet alleen het strand en de zee. En zo stonden ook een paar musea op het programma. En toen ze dus in een van die musea van zaal naar zaal liepen zei een van hun kinderen. ‘Niet meer madonna’s’.

Maria wordt zeker vaak afgebeeld in de kunst, vaak als moeder met haar kleine kind, of als moeder met haar vermoorde zoon in haar schoot. Grote kunstenaars weten dan in haar lichaamshouding en in haar gezichtsuitdrukking de emoties van tederheid of verdriet te verbeelden. Soms zie je een afbeelding van die gebaseerd is op de lezing uit de Openbaring van Johannes die we net gehoord hebben. Je ziet dan Maria alleen of met het kindje Jezus, omringd door een krans van twaalf sterren en meestal staande op een maansikkel, een enkele keer zittend op een maansikkel.

Als je Maria maansikkel googelt krijg je niet alleen aan aantal afbeeldingen te zien, maar ook verwijzingen naar websites met toelichting, meestal website van musea. Daar vind je vaak een verwijzing naar de tekst uit de Openbaring en soms ook nogal verschillende opmerkingen over die maansikkel: symbool van de kuisheid staat bij de een, in veel culturen is de maan symbool voor de moedergodin staat bij een ander. Maar sinds ik het speechje gelezen heb dat de toenmalige kardinaal Bergoglio gehouden heeft voor het conclaaf dat hem tot paus zou kiezen, roept de maansikkel voor mij het mysterie van de maan op.

De kardinaal noemt het alleen maar, mysterium lunae, mysterie van de maan, maar legt het niet uit. Hij geeft aan dat er binnen de kerk twee fundamenteel verschillende visies op de Kerk bestaan: een visie waarin de Kerk op zichzelf betrokken is en een visie waarin de Kerk naar buiten is gericht. “Wanneer de kerk zelf-betrokken is, gelooft ze  – zonder er zich van bewust te zijn – dat zij zelf het licht is; ze houdt op mysterium lunae te zijn. Toen ik dat speechje voor het eerst las, ben ik gaan zoeken naar wat dat mysterium lunae, dat mysterie van de maan betekent en heb ik ontdekt dat het een thema is dat sommige theologen in de eerste eeuwen van de kerk hebben gebruikt. Ze grepen daarbij terug op een thema uit de Griekse filosofie, over de verhouding tussen de zon en de maan. Het mysterie van de maan is dat ze licht geeft, maar zelf geen licht heeft., geen licht is. De maan geeft het licht door dat ze van de zon krijgt. Die theologen gebruiken die verhouding tussen zon en maan om de verhouding tussen Christus (zon) en de kerk (maan) beeldend ter sprake te brengen.

Wanneer Maria op de maansikkel wordt afgebeeld is zij, om zo te zeggen, ook een verbeelding van dat mysterie van de maan. De kerkvader Ambrosius, de man die zo’n belangrijke rol heeft gespeeld in het leven van een andere kerkvader, Augustinus, noemt Maria in zijn commentaar op het Lucas-evangelie een model voor de kerk. Een echo daarvan klinkt straks aan het begin an de grote lofprijzing wanneer ik zal bidden: “in haar zien we waartoe we bestemd zijn, zij is ons leven, onze gids, onze hoop.”

Maria als model voor de kerk. In dat speechje voor het conclaaf maakt de toekomstige paus Franciscus dus de opmerking dat de kerk in zichzelf gekeerd is geraakt en zo opgehouden is het mysterie van de maan te zijn. Als we naar Maria kijken, goed naar dat lied van haar luisteren dat we net gehoord hebben, dan wordt duidelijk waarom ze een model voor de kerk is: zij is de belichaming van het mysterie van de maan en zij is niet opgehouden dat te zijn. Dat is wat we vandaag vieren: dat ze niet opgehouden is mysterie van de maan te zijn. We horen het begin van haar leven, maar we weten dat zij trouw gebleven is aan dat begin. Tot twee keer toe gebruikt ze voor zichzelf in relatie tot God een term die dat mysterie van de maan karakteriseert, maar die ook gemakkelijk kan leiden tot misverstand. In het Grieks staat er namelijk doule, slavin, in de Nederlandse vertaling dienstmaagd of dienares. De vertaling in de Bijbel in gewone taal laat het probleem duidelijk zien: Maria zegt daarvan zichzelf: maar een gewoon meisje. Slavin, dienstmaagd, dienares roepen blijkbaar zo duidelijk de verkeerde associaties op dat een echt andere vertaling gekozen wordt. Die vertaling ‘maar een gewoon meisje’ is niet verkeerd en pakt zeker de sfeer van dat lied: de verbazing dat God haar gezien heeft, maar pakt niet alles, of misschien ook niet de kern.

Wanneer wij over onze relatie met God en over Gods relatie met ons spreken gebruiken we altijd woorden ontleend aan onze menselijke relaties, maatschappelijke omstandigheden. We kunnen niet anders, maar we moeten dan altijd wel goed opletten om die menselijke relaties, die maatschappelijke omstandigheden niet zonder meer te gebruiken, niet een op een toe te passen. We moeten altijd die menselijke relaties en maatschappelijk omstandigheden aanpassen, omvormen, herdefiniëren. Dat doet Jezus voortdurend in zijn parabels, daarom zetten ze ook altijd aan het denken. Daar moeten theologen ook voor zorgen, maar dan hebben ze niet altijd gedaan, of doen ze niet altijd, moet ik zeggen als ik eerlijk ben. Het is ook niet zo gemakkelijk en het is ook iets dat je telkens opnieuw moet doen. Dat is bijvoorbeeld duidelijk met die term ‘slaaf,’ ‘slavin’. Door de aandacht die er nu is voor ons slavernij verleden, doordat nu een delegatie van ons parlement in Suriname is om over dat slavernij verleden te praten, doordat we nu praten over tot slaaf of slavin gemaakten, krijgt zo’n term een hele lading en moet je als het ware extra voorzichtig, extra omzichtig zijn en heel goed duidelijk maken wat die term betekent en vooral wat die term niet betekent.

Wanneer Maria die term voor het eerste gebruikt is dat aan het eind van haar roeping. De engel Gabriel heeft haar gevraagd of zij de moeder wil worden van Gods zoon en na de gebruikelijke tegenwerpingen die bij elke roepingsverhaal in de Schrift horen, stemt Maria in. Er is geen sprake dwang of geweld: ze wordt gevraagd en ze stemt aarzelend toe. Zij wordt niet tot slavin gemaakt, maar maakt zichzelf tot slavin en daardoor verandert het hele begrip drastisch. En dat gebeurt ook als doule niet met ‘slavin’, maar met ‘dienstmaagd’ of ‘dienares’ vertaald wordt, ook die termen verliezen de maatschappelijke invulling die we gewend zijn daaraan te geven, compleet met het dienstmeidenkamertje ergens op zolder of in de kelder. ‘Slavin’, ‘dienstmaagd’, ‘dienares’ wordt een term voor optimale dienstbaarheid, voor beschikbaarheid bij uitstek, een term voor totale openheid, een term waarin elke vorm van eigenbelang ontbreekt. Wanneer Maria voor de tweede keer die term gebruikt in dat prachtige lied van haar, bevestigt zij daarmee haar roeping en laat ze ook blijken dat zij zich realiseert wat haar ja-woord inhoudt. De omkering van allerlei machtsverhoudingen – trotsen, heersers, rijken – onderstreept die radicale omvorming van de term ‘slaaf’/ ‘slavin’, die omkeringen van machtsverhoudingen maakt de ingrijpende herdefinitie van die karakterisering dienstmaagd, dienares duidelijk.

Als je zo die karakterisering van Maria, van zichzelf, doule, dienstmaagd verstaat, wordt ook duidelijk waarom zij de belichaming is van het mysterie van de maan, waarom zijn wordt afgebeeld staande of zittend op de maansikkel. Zij is niet met zichzelf bezig, plaatst zichzelf niet centraal, maar laat Gods licht weerkaatsen, doorstralen.

Maria als model voor de kerk, als voorbeeld voor de kerk als geheel, maar ook als voorbeeld voor ieder van ons. Dat vieren we vandaag. Het zou mooi zijn als wij als kerkgemeenschap en als individuele gelovigen iets van dat mysterie van de maan kunnen laten zien.

Niet meer madonna’s zei dat dochtertje in dat museum. Meer madonna’s zeggen we hier.

Contact

Centraal Parochiesecretariaat:

Hatertseweg 111

6533 AD Nijmegen

tel: 024 – 355 3630

e-mail:
parochiecentrum@h3eenheid.nl

Bereikbaar op werkdagen tussen 09.00-12.30 uur.