20200105_102215

Preek voor de 26e zondag 2022

Preek voor de 26ste zondag door het jaar  2022                                                        Cenakelkerk

 

Inleiding

 

Teksten en feiten kunnen misverstaan worden, daar heb je geen complotdenken voor nodig. De parabel die we straks gaan horen over de rijke man en de arme Lazarus is een tekst die makkelijk misverstaan kan worden in de trant van dat rijken slecht zijn en armen goed, dat je niets hoeft te doen aan het onrecht op aarde omdat het in de hemel wel goed komt. Maar die interpretaties maken deze parabel te onschuldig, te weinig insnijdend. Allereerst omdat die parabel over nu en straks, over aarde en hemel geen eenvoudige beschrijving is hoe de toekomst eruit zal zien. Zoals zo vaak in de Schrift is het spreken over de toekomst een waarschuwing en een aansporing tot anders handelen. Vervolgens is een belangrijk gegeven dat dit de enige parabel is waarin Jezus iemand een naam geeft. In de andere parabels gaat het over: een herder die een schaap kwijt is, of een vrouw die een deel van haar bruidsschat niet kan vinden, een vader met twee zonen, een reiziger die overvallen wordt of werkelozen die op het eind van de dag nog geen werk gevonden hebben. Maar  niemand wordt bij name genoemd, hier wel,  hier heeft een van de hoofdfiguren een naam: Lazarus. Een naam die ook iets betekent: ‘God redt’. Trouwens, er is nog iemand met een naam: Abraham, die ook nog ‘vader ‘wordt genoemd. Wat bij andere parabels heel gewoon is en ook meestal haast vanzelfsprekend gebeurt als je ze leest of naar ze luistert; namelijk dat je je met een van die figuren identificeert, dat kan vandaag dus niet zo gemakkelijk. Er is maar één figuur met wie we ons kunnen identificeren: de rijke man. En nu wordt het helemaal belangrijk de parabel goed te lezen.

 

Preek

 

De arme man heeft dus een naam, de rijke niet, met de arme kunnen we ons dus niet identificeren, met de rijke wel. Maar dat is te snel, dat is te gemakkelijk. In de parabel wordt de rijke man niet alleen rijk genoemd, maar ook buitengewoon onsympathiek gekarakteriseerd. Hij is rijk en toont dat ongegeneerd. Hij is iemand die ‘in purper en fijn linnen gekleed is en iedere dag uitbundig feest viert’.  Die kleren zijn een echo van wat de hogepriester draagt wanneer hij dienst doet in de tempel, maar de rijke gebruikt ze enkel  voor zichzelf. En dat uitbundig feest vieren is een echo van de opdracht om de grote feesten te vieren. In het boek Deuteronomium zegt Mozes dat het volk elk jaar Pasen moet vieren en ook het weken-feest na de oogst “ter ere van de HEER uw God, met vrijwillige gaven, al naar Hij u gezegend heeft. Op de plaats die de HEER uw God uitkiest om er zijn naam te vestigen, moet gij feest vieren met uw zonen en dochters, met uw slaven en slavinnen, met de levieten binnen uw poorten, met de vreemdelingen, de weduwen en de wezen, die bij u wonen.” (Dtr 16,10b-11). En dus niet alleen en niet elke dag. De rijke man is een karikatuur.

 

In zekere zin is Lazarus dat ook: hij is geen bedelaar die ergens om vraagt, zoals in een ander evangelie Bartimeus wordt voorgesteld, een blinde die bedelt en zit (Mc 10,46). Lazarus zit niet bij de poort, hij ligt, met de suggestie dat hij er is neergelegd door mensen die misschien hoopten dat de rijke achter de poort iets zou doen. Hij is zo arm dat we ons niet met hem kunnen identificeren. Wel kunnen we voor hem sympathie opbrengen, of moeten wel zelfs sympathie voor hem opbrengen en dat komt ook door zijn naam: ‘God redt’.

 

Het is goed even stil te bijven staan bij die naam. Die arme man is dus niet ‘iemand’. Hij heeft een naam. ‘Iemand’ kun je, hoef je niet zien, maar dat niet zien kan niet, wanneer je de naam van die persoon kent. Wanneer je de naam van iemand kent, wordt dat niet zien iets bewusts, wordt dat niet zien negeren. Later in de parabel blijkt de rijke man Lazarus te kennen. Hij vraagt immers aan Abraham dat hij Lazarus de opdracht geeft hem wat water te geven. Die rijke man heeft dus iemand die hij bij name kent, Lazarus, bij zijn poort genegeerd.

 

Dat negeren krijgt een extra lading door de inhoud van de naam: ‘God redt’. Het is een lange traditie in de Schrift dat God redt door mensen. Bij het brandend braambos krijgt Mozes te horen: “Ik heb de ellende van mijn volk in Egypte gezien, de jammerklachten om zijn onderdrukkers gehoord; ja, Ik ken zijn lijden. Ik daal af om mijn volk te bevrijden uit de macht van Egypte, …..Ga er dus heen, Ik zend u naar Farao. Gij moet mijn volk, de Israëlieten, uit Egypte leiden.” (Ex 3, 7-8.10). Ik daal af, ik zend jou. De naam ‘Lazarus’ verwijst dus naar de opdracht aan een gelovige God’s redding concreet te maken, in haar/ zijn doen en laten. De rijke man heeft dat genegeerd.

 

Nu krijgt dat gesprek over die onoverbrugbare kloof scherpte. De rijke spreekt Abraham aan als ‘vader’. Ook bij deze benaming ‘vader’ speelt van alles mee. Abraham is de eerste met wie God een verbond sluit. “De HEER zei tot Abraham: “Trek weg uit uw land, uw stam en uw familie, naar het land dat Ik u aan zal wijzen. Ik zal een groot volk van u maken. … Door u zal zegen komen over alle geslachten op aarde.” (Gen 12,1-2a.3) Abraham als de vader van alle gelovigen en daarmee is vader meer dan een kwestie van fysieke genealogie.

 

Een ‘vader’ is bovendien in de Schrift degene die zorg heeft voor zijn kinderen, die hen geen stenen voor brood geeft. Denk ook maar aan de bede in het Onze Vader om het dagelijkse brood). Abraham is ook degene die gastvrij is., die drie onbekenden uitnodigt in zijn tent. De prachtige icoon van Roeblev van de Triniteit waarin dat bezoek van de drie zo indrukwekkend verbeeld is, wordt terecht ‘de gastvrijheid van Abraham’ genoemd. De rijke man noemt Abraham wel ‘vader’ maar gedraagt zich helemaal niet als een kind van Abraham.

 

En nog iets: na dat bezoek van de drie gasten krijgt Abraham te horen dat God, Sodom en Gomarra wil vernietigen en Abraham pleit dan met God: als er 50, 45, 40, 30 20, 10 rechtvaardigen zijn, vernietig de steden dan niet en God zegt dat elke keer toe. In de parabel doet de rijke man ook een beroep op vader Abraham. Daar begint hij met: ontferm u over mij. Maar Abraham reageert daar niet op. Blijkbaar zijn er grenzen aan dat pleiten. Als iemand geen kind wil zijn, kan Abraham geen vader zijn.

 

Misschien heeft dát ten diepste te maken met het gegeven dat in dat gesprek over die onoverbrugbare kloof de rijke man niet laat blijken dat hij ook maar enig begrip heeft van wat hij verkeerd gedaan heeft. Hij blijft alleen met zichzelf bezig – ik heb dorst – en hij vraagt vader Abraham bovendien nog Lazarus als een soort bediende voor hem te laten werken. En als hij vervolgens iets verder kijkt, kijkt hij alleen naar zijn naaste familie, zijn broers. (eigen volk eerst). Dat is wel heel beperkt, wanneer Abraham vader is van het hele volk, sterker nog van alle gelovigen.  Hij zegt wel ‘vader Abraham’, maar heeft blijkbaar geen idee van wat hij zegt.

 

Dat onbegrip van die rijke man komt terug in de oneliner waarmee Abraham dat gesprek beëindigt: het gaat niet om niet weten of niet geïnformeerd worden, maar om niet luisteren. En niet luisteren heeft niets te maken met wel of geen gehoorapparaat. Die kloof waarover in de parabel sprake is, wordt onoverbrugbaar genoemd vanwege dat niet luisteren.

 

Dat beeld van een kloof heeft mij bezig gehouden. Niet vreemd als je zelfs maar een beetje het nieuws volgt. De kloof tussen de beelden uit Londen en de beelden uit Oekraine, militairen in prachtige uniformen en militairen in gevechtstenue, een kist die ten grave wordt gedragen en doden die opgegraven worden. De kloof in ons parlement, in onze samenleving, de waardering voor regering en politiek op een dieptepunt. De kloof van de parabel heeft een onthutsende actualiteit. Is onze kloof onoverbrugbaar?

 

Misschien moeten we ons toch maar identificeren met Lazarus en zijn naam serieus nemen, en ‘God redt’ concreet maken in ons leven.

20210328_100829

preek voor de 27e zondag 2022

Preek voor de 27ste zondag door het jaar 2022                                                           Cenakelkerk

 

‘Tot nut van het algemeen’ stond er op de school waar ik als kind niet naartoe ging. Die school was namelijk een openbare lagere school en ik ging natuurlijk naar een katholieke, een die vernoemd was naar een heilige, naar Radboud, lang voordat de Katholieke Universiteit Nijmegen die naam koos. In dat opschrift ging het om ‘het algemeen’, en ik weet nu dat een hele schoolstrijd achter dat opschrift schuilging, maar wat bij mij als kind bleef hangen, was dat vreemde woord ‘nut’ en zo heette die school ook in de volksmond: de Nutsschool. Ik zag op de website van schoolbank.nl dat die school daar ook zo aangeduid wordt.

 

Het verband tussen leren en nut gold natuurlijk niet alleen voor die school. Wat wij leerden op onze school was ook nuttig: lezen, schrijven, rekenen, geschiedenis, aardrijkskunde, Nederlands.  Later op de middelbare school kregen we zelfs in mooi latijn te horen, dat we niet voor de school op school zaten maar voor het leven, non scholae sed vitae discimus. Daarmee werd een belangrijk motief meegegeven, niet alleen voor ons doen en laten op school, maar voor al ons doen en laten. Als iets nuttig is, als iets ergens toe dient; dan is dat het waard het te doen en goed te doen.

 

De meeste zaken die te maken hebben met ons handelen, met wat we doen of laten, met waarom we iets doen of laten, hebben niet zozeer te maken met iets uit het verleden, maar met iets in de toekomst. Door de natuurwetenschappen zijn we geneigd te denken dat oorzaken altijd vooraf gaan aan gevolgen, maar in veel van ons handelen liggen de oorzaken in de toekomst. We handelen om iets te bereiken en dat doel is de oorzaak van wat we doen of laten. Vandaar dat het ook heel gewoon is na te denken over nut, over dienstig, over efficiëntie voor je doen en laten. Als ik dat of dat wil bereiken, wat kan ik dan het beste doen en wat het beste laten? Vandaar dat er ook telkens in bedrijven, in organisaties, op scholen bekeken wordt of zaken niet efficiënter kunnen en zo worden dan ook reorganisaties, fusies en ook bezuinigingen gepresenteerd of ‘verkocht’; dat het de efficiëntie ten goede komt. In de analyses van het boerenprotest van de afgelopen maanden, maar ook van de toeslagen-affaire, bij de problemen om de zorg blijkt de doorgevoerde schaalvergroting in het verleden een van de redenen, zo niet de hoofdreden, te zijn voor de huidige problemen. En die schaalvergrotingen werden precies vanwege efficiëntie doorgevoerd.

 

Misschien is dat vanzelfsprekende van nut en nuttig wel de reden waarom in de vertaling van het evangelie gedeelte dat we net gehoord hebben het harde Griekse ‘nutteloos’ vertaald is met ‘gewoon’:  ‘we zijn maar gewone knechten’, terwijl er toch echt staat ‘nutteloze knechten’ of zelfs ‘nutteloze slaven’. In de NBG vertaling van 2004 wordt het nog verder afgezwakt en wordt vertaald: ‘wij zijn maar knechten’. In de nieuwste vertaling staat ‘wij zijn maar eenvoudige knechten’.

 

De term ‘slaaf’ is een term die niet zonder problemen is, maar daar wil ik het nu niet over hebben, ik wil me concentreren op dat bijvoeglijke naamwoord ‘nutteloos’ omdat die kwalificatie nog versterkt wat met die term ‘slaaf’ of ‘knecht’ wordt aangeduid. Die vertalingen die ik net noemde laten een ongemak zien met dat advies van Jezus. Dat advies van Jezus aan zijn leerlingen om te zeggen: ‘we zijn nutteloze slaven’ gaat zo duidelijk in tegen dat wat we gewend zijn in onze maatschappij aan efficiëntie en nuttig zijn en het veroorzaakt bovendien een gevoel van minderwaardigheid of van nietswaardigheid, of preciezer nog; het versterkt het gevoel van minderwaardigheid, dat met knecht of slaaf al gesuggereerd wordt. We weten ook dat zo’n advies niet gezond is, dat het mensen geestelijk kapot maakt. Heb je hier dan niet een bewijs dat godsdienst mensen niet opricht, maar klein houdt en kapot maakt?

 

Nee, denk ik en zelfs integendeel, maar daarvoor moeten we wel die uitspraak over ‘wij zijn nutteloze knechten’ in het verband zien waarin Jezus het zegt. Jezus begint er niet mee, hij eindigt ermee. Hij zegt dat we dat moeten zeggen nadat we iets  gedaan hebben, niet voordat we iets gedaan hebben. En bovendien moeten we dat zeggen nadat we dat gedaan hebben wat ons is opgedragen, nadat we iets gedaan hebben, omdat het ons opgedragen is. Die omzichtige formulering ‘is opgedragen’ maakt duidelijk dat het hier niet om zomaar opdrachten gaat, maar om opdrachten van Godswege.

 

Nou is het natuurlijk vreemd en ook slecht wanneer je iets opgedragen krijgt dat je niet kunt uitvoeren, iets dat je capaciteiten of krachten te boven gaat. Dat is mensen een gevoel van minderwaardigheid geven. Het is logisch te vooronderstellen, dat in een organisatie een leidinggevende dat vraagt aan wie hij of zij leiding geeft. Wat die persoon ook kan doen, waar die persoon voor geschikt is, of voor is opgeleid. Anders is die leidinggevende niet goed wijs; niet geschikt om leiding te geven. We mogen er van uitgaan, dat wat God van ons vraagt ook in onze macht ligt om te doen. Een van de grote rode draden in het evangelie is niet voor niets het verzet van Jezus tegen voorschriften die ondraaglijke lasten blijken te zijn. die door allerlei religieuze autoriteiten in de naam van God worden opgelegd, maar die niet echt van Godswege zijn. ‘Mijn juk is zacht, mijn last is licht’ zegt hij nadrukkelijk en hij echoot dan als het ware een tekst uit het Oude Testament, dat prachtige slot van afscheidsrede van Mozes: de geboden zijn niet te zwaar voor u, ze liggen niet buiten uw bereik, ze liggen in uw mond, in uw hart u kunt ze dus volbrengen (Dtr. 30, 11-14). Dat klinkt ook door in wat Paulus schrijft aan zijn leerling Timoteus: bewaar de u toevertrouwde schat met de hulp van de heilige Geest die in ons woont’.

 

We moeten dus pas zeggen ‘we zijn onnutte knechten’ nadat we iets gedaan hebben, nadat we gedaan hebben wat ons door God gevraagd wordt te doen. We moeten pas zeggen ‘we zijn nutteloos’, nadat we, om het zo te zeggen, nuttig geweest zijn, dienstig zijn geweest. En dan niet omdat we niet hebben kunnen doen wat van ons gevraagd wordt, niet omdat we gefaald hebben.

 

Maar waarom moeten we dat dan wel zeggen? Ik denk om er voor te zorgen dat we ons gewone spreken over efficiëntie en nut niet klakkeloos toepassen op onze relatie met God, dat we onze relatie met God niet enkel zien in termen van ‘waar dient het voor,’ ‘wat levert het op’, ‘is het wel efficiënt’? Om er voor te zorgen dat we God niet nuttig vinden en kunnen gebruiken voor wat dan ook.

 

Dat betekent niet dat nut en nuttig geen rol spelen in onze relatie met God, maar we moeten de relatie van God met ons, we moeten onszelf uiteindelijk niet zien alleen maar in termen van nuttig en efficiënt. Als we zo over ons zelf denken dan verlagen we echt onszelf tot wat we presteren en kunnen en hebben we te weinig oog voor wat we zijn, voor wie we zijn. We moeten zeggen ‘we zijn onnutte knechten’ om voor ons zelf duidelijk te maken dat in Gods ogen meer telt dan nut, zelfs al is het nut voor het algemeen.

DSC_3287

Overweging 2 oktober, 27e zondag 2022 C door pastoor Jacques Grubben

Tijdens mijn verblijf in Letland las ik woorden van Efrem de Syriër, een bijzondere heilige van de jonge Kerk. Hij heeft een boodschap die ook voor ons van belang is. ‘Wat je mocht ontvangen is jouw deel. Wat overblijft is een erfenis voor later. En geef de moed niet op voor iets dat je alleen beetje bij beetje kunt opnemen.’ Zijn wij niet een deeltje van de liefde in actie? Geloven is immers liefde in actie…en dat gaat beetje bij beetje.

In een commentaar op de lezingen van deze zondag wordt gesteld dat iedere mens gelooft. Het geloof is niet het unieke eigendom van een godsdienst, aldus de schrijver. Geloven doe je in de ander met een kleine en met een hoofdletter ofwel in de medemens en in God. Het geloven begint met het vertrouwen in de medemens of de ander. Om daarna, met vallen en opstaan, te geloven in God door Hem in Jezus in je leven toe te laten en Hem te omarmen. Het geloof begint als een mosterdzaadje, zegt Jezus in het Evangelie, om daarna een grote struik te worden waarin de vogels zich nestelen en veilig of thuis weten…

Daarvoor is, meen ik, de houding van een kind nodig. Een kind zoals die volwassen man die ik in een park in Riga met een grote glimlach op zijn mond, met een grote suikerspin zag rondlopen. Hij voelde zich helemaal gelukkig of thuis immers ‘Thuis is waar je niet hoeft te doen alsof’. Het zijn deze woorden uit een boek over een gebroken gezin die tot mij spraken, eveneens tijdens mijn vakantie…

  • de profeet Habakuk (1, 2-3;2, 2-4) roept op tot een geworteld zijn in God;
  • de 2e brief van de apostel Paulus aan Timotheüs (1, 6-8.13-14) roept op om te getuigen van Jezus Christus;
  • het evangelie volgens Lucas (16, 19-31) spreekt Jezus over het geloof als dienst.

De kleine profeet Habakuk treedt op in het laatste deel van de zevende eeuw voor Christus. Hij spreekt over de dreigende inval van de Chaldeeën, dat zijn de legers van de koning van Babylonië, die de macht heeft overgenomen in Assyrië. Wie is deze boodschapper van God? Er is gedacht aan een Joodse prins in ballingschap in het genoemde Assyrië maar ook aan een tijdgenoot van de profeet Jeremia. Het meest waarschijnlijk echter is dat hij een leerling is van de profeet Jesaja alsook een leviet. De profeet spreekt immers over koorzang en dat mochten alleen de levieten doen in de Tempel van Jeruzalem. Habakuk ontvangt een visioen van God. Tot twee keer toe wordt ‘hoe lang nog’ gezegd en daaropvolgend wordt tot drie keer toe het ‘waarom’ geroepen. Dit alles in relatie tot een tevergeefs gebed tot God en het lijden en het geweld dat het volk zal treffen. Het visioen is een waarschuwing. Het onheil nadert en het is geen loos alarm want het zal komen op de vastgestelde tijd, aldus de profeet. Degenen die zich niet storen aan het verbond met God of doen alsof, dat zijn de ondeugd-zamen, zullen geen standhouden. De rechtvaardigen die in geloof leven, echter wel. De alarmbel die klinkt is een oproep om God binnen te laten en om Hem te omarmen in geloof, zelfs als dit zo klein is als een mosterdzaadje. Of met het voorbeeld van de suikerspin in gedachten, wordt als een kind dat zich zoals de man in het park, thuis of veilig weet bij God…

Het Evangelie begint met een dialoog tussen Jezus en zijn apostelen die Hem vragen om hen meer geloof te geven. Het is zoiets als een biddend verlangen. Hij antwoordt kernachtig met de woorden: ‘Als jullie een geloof hadden zoals een mosterdzaadje, dan zouden jullie tot de moerbeiboom zeggen…’ Het komt er op neer dat Jezus hen vraagt om vertrouwen te hebben in Hem of beter gezegd, zich zeker te weten van zijn nabijheid en hulp op de weg van het geloof. Hij lijkt hen ook te zeggen: “Geef de moed niet op voor iets dat je alleen beetje bij beetje kunt opnemen.’ Na deze woorden houdt Hij hen, en ons, de parabel van de verhouding tussen de knecht en zijn heer voor. Van daaruit beoogt Jezus om de goede geloofshouding van de apostelen, en van ons, te typeren als het dienstbaar zijn van de liefde in actie naar zowel de medemens als naar God toe. De zoon van God was hierin het voorbeeld bij uitstek als de dienaar van de dienaren. Jezus werd hiervoor als een mensenkind geboren uit zijn Moeder, de Maagd Maria die in geloof God binnenliet en omarmde…

Hoe kunnen wij deze geloofshouding eigen maken en onderhouden? Hierop wordt door de apostel Paulus in zijn tweede brief aan zijn geestelijke zoon, Timotheüs, een antwoord gegeven. Zij is mogelijk door Paulus gedurende zijn gevangenschap in Rome en vlak voor zijn dood, geschreven. Hierin moedigt deze Timotheüs aan om het ontvangen vuur van de heilige Geest ‘warm’ te houden en het aan te wakkeren. Hierdoor wint de liefde in actie onder leiding van de Geest van God, aan kracht en bezonnenheid. En is zij, ondanks het lijden dat op zijn en ons pad komt, een getuigenis zonder schroom van Jezus Christus, die ons door zijn levenwekkend kruis heeft gered. Bij Hem weten wij ons veilig en bij Hem zijn wij thuis in voor en – tegenspoed. Door en in Jezus zijn wij een deeltje van de liefde in actie en verliezen wij de moed niet voor iets dat wij mochten ontvangen en dat wij alleen beetje bij beetje kunnen opnemen… AMEN

Overwegingen van achter ons liggende zondagen klik hier

Logo Oecumene internationaal

Lezingenreeks winterwerk

Op dinsdag 18 oktober organiseert de Commissie Winterwerk een lezingavond:
Slavernij en de rol van de kerk (in Suriname en Curaçao) 
Spreker: dr. Coen van Galen

Locatie: Vergaderzaal Woonvorm De Horst, De Horst 1, Malden
Slavernij is een veel besproken onderwerp in de media. Maar wat is slavernij eigenlijk en welke invloed had het op onze geschiedenis? In deze lezing vertelt historicus Coen van Galen over slavernij. Hij geeft een overzicht van de geschiedenis van de Nederlandse slavernij en slavenhandel, met name in het Caribisch gebied. In het bijzonder gaat hij in op de manieren waarop kerken omgingen met slavernij. Over slavernij werden theologische debatten gevoerd, maar slavernij was ook iets dat het dagelijkse functioneren van kerkgemeenschappen in Suriname en Curaçao diepgaand beïnvloedde.
Tijdens deze lezing maakt u onder meer kennis met de ijverige Hernhutters, die binnen 35 jaar driekwart van de slaafgemaakten in Suriname bekeerden, de pastoor van Curaçao die bemiddelde tijdens een slavenopstand en met de dominee van Paramaribo, die op grote voet leefde met een heel gevolg aan slaafgemaakt personeel.
Coen van Galen is universitair docent aan de Radboud Universiteit en projectleider van de Historische Database Suriname en Curaçao, een project om slavernij en de doorwerking daarvan tussen 1830 en 1950 te onderzoeken.
Op dinsdag 22 november organiseert de Commissie Winterwerk een lezingavond:
De sacramentele benadering van schuld, verzoening en vergeving
Spreker: prof. dr. Herwi Rikhof 
Locatie: Vergaderzaal Woonvorm De Horst, De Horst 1, Malden
Elke keer als we het Onze Vader bidden, bidden we om vergeving. Misschien wel de moeilijkste bede uit dat gebed, dat Jezus ons geleerd heeft. In de eucharistieviering komt het vragen om vergeving als een refrein terug en in de geloofsbelijdenis staat de opmerking over de ene doop tot vergeving van zonden. In de R.K. Kerk heeft de bede om vergeving ook een eigen sacramentele vorm gekregen, die in de loop van de tijd aan verandering onderhevig is geweest. Wat betekent dit eigen sacramentele perspectief? Welke beelden spelen op de achtergrond een rol? Kan de boetepsalm bij uitstek, ps. 51,  miserere, ons helpen bij gelovig omgaan met schuld en vergeving?
Noteer ook alvast de volgende lezingendata: 17 januari, 15 februari, 21 maart en 10 mei Lezingenreeks Winterwerk 2022-2023

 

Advents

De digitale adventsretraite 2022 van de jezuïeten

Het woord is mens geworden is de titel van de digitale adventsretraite in 2022. De retraite gaat op 27 november van start, de eerste adventszondag, en eindigt met Kerstmis. Het is de zeventiende digitale retraite van de jezuïeten. Er zullen zo’n 20.000 mensen aan deelnemen. De teksten zijn geschreven door de regionale overste van de jezuïeten in de Lage Landen: Marc Desmet sj.

Hoe deelnemen? 

Je kunt je voor deze gratis digitale retraite inschrijven via Adventsretraite.

Deelnemers van de digitale retraite krijgen dagelijks een gebedsmail met bijbelteksten, meditatieve vragen, citaten en technische gebedstips. Het geheel vormt een innerlijke reis om de adventsperiode en de menswording van God intenser te beleven.

Op zaterdagochtend tijdens de adventstijd kunnen deelnemers van de retraite meedoen aan een geleide meditatie via ZOOM.

Enkele citaten van deelnemers aan de vorige digitale retraite:

  • “De digitale retraite heeft structuur aan mijn bidden gegeven en het ordende mijn innerlijk leven.”
  • “Een zinvolle begeleiding om op gestructureerde wijze gebed in te plannen én vol te houden.”
  • “Ik deed de retraite samen met mijn man. En het heeft mooie gesprekken opgeleverd.”
  • “Kom niet tot werkelijk mediteren maar zo’n dagelijkse speldenprik doet me goed: een klein moment van aandacht en bezinning.”

Een productie van ignatiaansbidden.org
ignatiaansbidden.org verzorgt jaarlijks twee digitale retraites, tijdens de advent en de 40-dagentijd. Ons doel is mensen te helpen in hun gebed tijdens de speciale tijden in het kerkelijk jaar. Om zich meer bewust te worden van Gods aanwezigheid in hun leven.

csm_VREDE_a7699b93bf

Vredesweek Nijmegen

Het is deze week Vredesweek, vandaag zondag 18 september, wordt daarom de Vredesvlam ontstoken bij de Titus Brandsma memorial kapel.
U bent vanaf 12.45 uur van harte welkom om in een vredestocht mee te lopen naar de Mariënburg. De Raad van Kerken vraagt elke kerkgemeenschap om een kaart te ondertekenen met een vredesgroet, die daar via de organisatie aan de ambassadeur van de vrede wordt overhandigd. (Wie wil deze kaart meenemen naar de Titus Brandsma memorial?).
De hele week zijn er activiteiten die u kunt vinden op de website Vredesweek Nijmegen

Tekengebied-1header-jokolo-site-lustrum

Lustrummis Jokolo 24 september

Lustrummis Jokolo, zaterdag 24 september om 16:30 in de Lourdeskerk

Op zaterdag 24 september viert Jokolo haar 55-jarig bestaan. Iedereen is van harte uitgenodigd het lustrum mee te vieren. Er wordt die dag, geheel volgens traditie, een feestelijke eucharistieviering georganiseerd door het jongerenkoor. De viering begint om 16:30 en zal worden voorgegaan door Jacques Grubben en Paul Menting. De kerk is geopend vanaf 16:00. De liturgie in deze lustrummis wordt door Jokolo gemaakt rondom het thema ‘samen’. Er zullen veel goude-oude nummers uit het repertoire worden gezongen door het koor dat deze dag bestaat uit 85 leden uit de afgelopen 55 jaar. Aan alle trouwe fans en geïnteresseerden: U bent van harte welkom! We vieren dit bijzondere moment graag samen met jullie!

Lustrum Jokolo

IMG_8279-1

Afscheidsviering Maldens Gemengd Koor

Op zondag 11 september was er in de H. Antonius Abtkerk in Malden een viering waarin met dankbaarheid werd teruggekeken op de muzikale bijdragen, van het Maldens Gemengd Koor aan de weekendvieringen. Het koor bracht in die jaren meerstemmige muziek en volkszang ten gehore en in de Kerst- en Paastijd werden ook stemmige concerten gegeven.
Het koor werd opgericht in 1973 en had een hoog niveau bereikt. Dit bleek uit een door het koor georganiseerde (internationale) korendag in Malden en uit deelname aan diverse korenfestivals. Ook werden mooie cd’s opgenomen met muzikale hoogtepunten uit hun repertoire. Door een afnemend ledenaantal, mede door de gevolgen van corona, kon het koor niet meer voldoen aan haar eigen hoge standaard en werd het koor na bijna 50 jaar opgeheven.
Tijdens de afscheidsviering was de voorganger pastoor Jos Geelen C.R.L. (studentenpastor aan de Radboud Universiteit Nijmegen). Nico Schreurs sprak een dankwoord namens de parochiegemeenschap en de koorleden ontvingen ieder een attentie. Henk Poos hield een toespraak namens het koor en memoreerde verschillende anekdotes.
Na afloop was er gelegenheid voor een feestelijk informeel samenzijn onder het genot van koffie, thee, drankje en iets lekkers erbij.
De H. Antonius Abtkerk in Malden is nu op zoek naar mensen die de vieringen op de zaterdagavond muzikaal willen opluisteren. Wilt u ook een muzikale bijdrage leveren (bij toerbeurt) meldt u zich dan vooral! E-mail: locatiemalden@h3eenheid.nl o.v.v. muziek of bel het parochiecentrum.
Landbouw-768x512

Overweging 27/28 augustus, 22e zondag  2022 C door pastoor Jacques Grubben

De kwetsbaren, wie zijn dat? Zijn het de bedelaars die ik op vakantie in Riga (Letland), voornamelijk bij de orthodoxe kerken, of in Vilnius (Litouwen) in de stad, tegenkom? De eersten gedragen zich netjes en zegenen je zelfs bij een gift, terwijl de anderen door hun drugsverslaving, agressief en onvriendelijk zijn. Is het de oude vrouw die je, laat in de avond, in de onderaardse paden naar het station in de Letse hoofdstad tegenkomt en die haar laatste bosjes rozen probeert te verkopen? Ze zegt, dank je wel met tranen in de ogen als je alle bloemen koopt zodat je ze daarna weer aan vrienden cadeau kunt doen. Of zijn het de kleine kinderen in Riga die onder begeleiding in de schone parken spelen gedurende de vakantietijd? Ze houden zich, onder begeleiding, naar en uit het park veilig aan een touw vast en zijn goed zichtbaar met hun fluorescerende vestjes.

Ja, zij allen zijn kwetsbaar in de ogen van Jezus. Hij heeft een voorliefde voor de kwetsbaren. En of dat nu de armen, de kinderen, de zieken, de stervenden of de zondaars zijn, dat maakt Hem niets uit. Jezus heeft aandacht voor hen vanuit de mindere plaats die zij veelal innemen in de maatschappij. Over de mindere plaats innemen ten opzichte van de ander, gaat het Evangelie. Jezus’ boodschap is vergelijkbaar met die aan de apostelen Johannes en Jacobus als dezen om de beste plaats rechts en links van Hem in hemel vragen. God en de ander behoren in ons leven op de eerste te plaats staan want dan pas stroomt de liefde op vruchtbare wijze door ons hart en zullen wij uiteindelijk de beste plaats van God ontvangen…

  • het boek Jezus Sirach (3, 17-18.20.28-29) spreekt over de meerwaarde van de bescheidenheid;
  • de brief aan de Hebreeën (12,18-19.22-24a) gaat over het verschil van het verbond van de berg Sinaï en de berg Sion;
  • het evangelie volgens Lucas (14, 1.7-14) handelt over de keuze voor de eerste versus de minste plaats.

Het boek Ecclesiasticus of Jezus Sirach blikt terug naar de tijd van de grote ballingschap in het huidige Irak en is geschreven in de tweede eeuw voor Christus. De vermoedelijke auteur is Jezus, de zoon van Sirach. In de gehoorde passage worden ons een aantal levenswijsheden aangereikt. De eerste is die van het rijk zijn maar zich bescheiden gedragen. Daarmee wordt echter niet het zich ongezond wegcijferen voor een ander bedoeld. Het is veeleer een zachtaardig, wijs en moedig zijn. Een dergelijk gedrag wekt de liefde van de ander op die niet te koop is met geschenken omdat die alleen maar een opgelaten gevoel veroorzaken. Door zo te handelen verbinden we ons werkelijk met de ander en indirect met God. Haast intuïtief denk ik dan het gedrag van de kleinzoon van de graaf van het Engelse Dorringcourt in de kerstfilm ‘Little Lord Fauntleroy’. Vanuit het besef dat God groot is, is een pas op de plaats maken of zelfs een stap terug doen, een houding van nederigheid die ons als mens beter past. Het van daaruit meewerken met de genade van God doet haar in ruime mate vruchtbaar zijn. Een hoogmoedige houding daarentegen tegenover God en of de medemens, bewerkt het tegenovergestelde. De woorden van Maria in haar lofzang op God, het Magnificat, bevestigen dit. In onze tijd waarin valse bescheidenheid en hoogmoed hoogtij vieren, zijn de woorden van Jezus Sirach, een richtaanwijzer hoe het anders, beter en naar Gods bedoelingen, kan en moet. Het eerste gezin dat wij, een priestervriend en ik, ontmoetten in Letland in 2009, leeft de genoemde dienstbaarheid en nederigheid in hun armoede en eenvoud. De eerste plaats is niet belangrijk voor hen want die behoort aan God en de ander toe. En de hulp van de ander voorziet steeds in hun noden…

Op de Sabbat, de Joodse dag van gebed, gelovige rust en eerbied voor God gaat Jezus op bezoek bij een belangrijk man, een van de voornaamste Farizeeën. Hij ziet dat de genodigden de voornaamste of de eerste plaatsen aan de tafel uitzoeken. Intussen houdt men Jezus in de gaten om Hem ergens op te kunnen betrappen dat in strijd is met de Wet en de Profeten. Naar aanleiding van het geziene houdt Hij de gasten een tweetal parabels voor. De eerste is algemeen van aard. De tweede is daarentegen persoonlijk gericht aan de gastheer. In de eerste gelijkenis spreekt Jezus over een bruiloft waarbij de gasten hun plaats kiezen. Hij waarschuwt hen en ook ons ervoor om niet de beste of de eerste plaats uit te kiezen omdat het risico bestaat dat er een belangrijkere gast komt waardoor de gekozen plek moet worden afgestaan. Het laatste levert schaamte op. Nee, zegt Jezus, kies eerder de minste plaats want dan is er een gerede kans dat je door de gastheer naar een betere plaats wordt genodigd. Dit zal je aanzien en waardering geven onder de gasten.

Tot de belangrijke Farizeeër spreekt Hij over wie er veelal genodigd worden bij een middag – of avondmaal. Vaak zijn dit de vrienden die ons op hun beurt nodigen voor een soortgelijk gebeuren. Menselijkerwijs is dit gedrag velen van ons niet vreemd. Het is echter beter, aldus Jezus, om de armen, de gebrekkigen, de kreupelen en de blinden uit te nodigen. Zij kunnen het niet ‘terugbetalen’ omdat zij niet in staat zijn om anderen als hun gast te ontvangen laat staan van een goede maaltijd te voorzien. De mensen die deze tweede houding aannemen zullen later en op een andere manier aanzien en waardering ontvangen bij de opstanding van de rechtvaardigen ofwel het eindoordeel. Jezus keurt derhalve het menselijke gedrag van ‘voor wat, hoort wat’ af omdat het dan op de eerste plaats niet gaat om de ander. Het zelf of het eigen belang staat dan immers op de eerste plaats. Dat is ‘de oude wereld’. Als wij daarentegen geloven in Jezus als onze Redder, dan mogen wij nieuwe mensen zijn die een ‘nieuwe wereldorde’ nastreven. Dat is een orde die God de eerste plaats geeft in het leven en Hem herkent in de medemens, wie het ook is, vanuit het verlangen om niet de belangrijkste maar de minste te willen zijn. Door zo te leven maken wij de woorden van Maria’s lofzang, het Magnificat, tot een levend getuigenis niet alleen van Gods grote daden maar ook van onze hoge roeping.  

Sluiten wij af met een gedeelte van een Keltisch zegengebed: ‘Een lied in je hart, een lach op je lippen en een vriendelijk woord voor wie je pad kruist. Kracht in je spreken en zin in al wat je doet. En in dat alles de liefde van Christus die elk hart opent en je naaste verblijdt’. …  AMEN

SONY DSC

Vieringen Cenakelkerk in de maand september

Deze maand zijn er enkel vieringen op zaterdagmiddag om 17.00 uur en op zondagmorgen om 11.00 uur.

De doordeweekse vieringen op dinsdag en vrijdag om 09.00 uur vervallen, maar worden in oktober weer hervat.

 

 

Contact

Centraal Parochiesecretariaat:

Hatertseweg 111

6533 AD Nijmegen

tel: 024 – 355 3630

e-mail:
parochiecentrum@h3eenheid.nl

Bereikbaar op werkdagen tussen 09.00-12.30 uur.