Overwegingen van achter ons liggende zondagen.

Overweging 34e zondag Christus Koning 2022, door Pastoor Jacques Grubben

‘Denk aan mij’. Het zijn de woorden van de moordenaar die rechts van Jezus aan het kruis hangt. Maar zij kunnen ook de kern zijn van een gelovig gebed waarin de bijzondere aandacht van God wordt gevraagd voor de persoon in kwestie. In beide gevallen is er een openheid voor Jezus als dé Redder bij uitstek van de mensheid. Dit alles vanuit het besef dat Hij voor ons alles wat maar mogelijk is geleden heeft aan het kruis. En dat kan alleen maar als er een weten is van de eigen gebrokenheid en kleinheid in relatie tot Jezus, de zoon van God.

Een oude vrouw, ze is inmiddels overleden, die ik geregeld tegenkwam in een van de kerken in Riga, vroeg mij na de heilige Mis vaak om haar te zegenen. Dit is goed beschouwd een gebed, omdat ik haar biddend en in de naam van Jezus, mocht zegenen naar lichaam en geest. Ze was diepgelovig zoveel wist ik wel en kende haar van de jaarlijkse Mariale bedevaart in augustus naar het Letse Aglona. Ondanks het verschil in taal begreep ik de ‘glimlachende bede’ op haar gezicht. Zij had een kinderlijk vertrouwen dat zij de benodigde zegen zou ontvangen vanuit het rotsvaste vertrouwen dat Jezus haar gebed had gehoord. Zegenen is ‘goed spreken over’, iets wat Jezus ook doet op het verzoek van de rechter moordenaar. Hij zegt: ‘Vandaag nog zul je met Mij zijn in het Paradijs’, hetgeen zoveel betekent als vandaag nog zul jij bij Mij thuis zijn in de hemel.

Met een soortgelijk vertrouwen steken velen van ons regelmatig een kaarsje aan bij de moeder van Jezus, Maria. Wij ‘weten’ dat zij het gebed bij haar Zoon zal brengen en dat hieraan op de een of andere manier gehoor zal worden gegeven. Jezus is echter niet alleen de Redder maar ook de Koning van de mensheid. Door zijn, sterven en verrijzen is Hij tot koning verheven aan de rechterhand van God de Vader. Hij heeft in zijn eindeloze liefde zorg voor ons, zijn broers en zussen. Wij zijn immers door het Doopsel, koningskinderen…

  • het boek 2e boek Samuel (5, 1-3) handelt over de zalving van David tot koning van alle stammen van Israël;
  • de brief van de apostel Paulus aan de Colossenzen (1, 12-20) bezingt de lof op God de Vader en de Zoon;
  • het evangelie volgens Lucas (23, 35-43) gaat over de verheffing van Jezus aan het kruis.

Na de dood van koning Saul die met zijn zoon Jonathan sterft op het slagveld, heeft niet iedereen direct alle vertrouwen in David als zijn opvolger. David was dan wel een succesvol legeraanvoerder, maar toch. En Saul heeft veertig jaar geregeerd over het land van de twaalf Joodse stammen. David is derhalve in de eerste zeven jaar alleen koning over de stammen van Juda en Benjamin. Pas na een strijd en de moord op de troonopvolger uit de familie van Saul, komen de vertegenwoordigers van de overige tien stammen naar David toe om hem ook tot hun koning uit te roepen. Het zalven hoeft niet meer want dat was al door de profeet Samuel, tijdens het koningschap van Saul, gedaan. Er wordt een verbond gesloten en David zal drieëndertig jaar koning zijn over het gehele volk van God. Deze beseft echter heel goed wie de eigenlijke koning is van Israël als hij zegt: ‘De Heer van mijn heer’. Hij ‘denkt’ bij het koning zijn aan Hem. Deze woorden wijzen vooruit naar koning Jezus, de mens geworden Zoon van God en dé beloofde Redder van de mensheid…

Op deze koning zingt de apostel Paulus zijn lof aan het begin van zijn brief aan de Colossenzen zoals hij dat ook doet in zijn brief aan de christenen van Efese. Niet voor niets worden zij Christushymnen genoemd waarbij in dankbaarheid gesproken wordt over het reddende en verzoenende handelen van Jezus. Op het kruis heeft Hij de koninklijke en priesterlijke Kerk gesticht waarvan Hij het hoofd is en wij als gelovigen, de ledematen. Wij zijn genodigd om op een actieve wijze aan Hem te blijven denken en deel te nemen aan zijn reddend handelen.  Door de liefde in actie tot God en de naaste vorm te geven, dichtbij en veraf, geven wij mede gestalte aan de verlossende boodschap van het Evangelie.

Het verkrijgen van het koningschap heeft Jezus echter alles gekost. Overheids-personen, politiek en religieus, bespotten Hem op het kruis. ‘Als U de beloofde Redder bent, kom dan van het kruis af en redt uzelf’, wordt Hem honend en vol ongeloof toegeroepen. En Pilatus, de Romeinse landvoogd die hem, bang voor zijn eigen positie, overgeleverd heeft ter kruisiging maakt dat alleen maar erger. Hij heeft immers op het kruis in drie talen de woorden ‘Jezus van Nazareth, koning van de Joden’ laten aanbrengen. De linker moordenaar doet spontaan met de overige spotters mee. Maar drie keer is genoeg want de rechter moordenaar wijst hem terecht. Hij beseft zijn eigen gebrokenheid en kleinheid en weet dat hij schuldig is. En hij heeft berouw en vraagt Jezus met de woorden ‘Denk aan mij…’ openlijk om vergeving voor zijn misdaden. Deze toont, naar het voorbeeld van zijn Vader, zijn overgrote liefde voor de mensheid en belooft hem een ‘warme’ thuiskomst bij God.

Dit doet mij denken aan de genoemde Letse vrouw die mij met groot vertrouwen vroeg om een zegen. Echter ook aan allen die met vertrouwen tot Maria, als de middelares van alle genaden, gaan en een kaarsje bij haar opsteken. En met de woorden van het lied van de Zoete Moeder van ons bisdom bidden: ‘Lieve vrouwe, hoor gunstig onze smeekbeden aan…en wil onze beden niet versmaen…’ AMEN

Overweging 13 november 33e zondag 2022, door Pastoor Jacques Grubben

Op je hoede zijn is de tip die ons vandaag wordt gegeven. Waarvoor worden wij gewaarschuwd? Voor mensen die blind zijn voor het goede en voor het geloof in God. Zij ‘schreeuwen’, zo zegt de heilige Franciscus van Sales, zoals een bosuil tegen de vogels die overdag leven. Wij moeten ons als christenen niet door hen laten misleiden maar zoals een schoenmaker bij onze leest blijven. Dat betekent: leven in de geest van het Evangelie, vertrouwen op God met een openheid voor het ‘nieuwe’ dat ons steeds door Hem in de ander wordt aangereikt…

Wat wordt hiermee bedoeld? Ik denk bijvoorbeeld aan het ‘nieuwe’ dat ons in de afgelopen week door de met het kruis van de Wereld Jongerendagen pelgrimerende jongeren werd aangereikt; gebed, stilte en de vreugde van het samenzijn in geloof. Iets soortgelijks reiken ons de jongeren uit onze parochie aan, met wie ik afgelopen zaterdag op bedevaart was in het Duitse Kevelaer. Samen bidden, samen de Mis vieren en elkaar gezellig ontmoeten tijdens de maaltijd en de koffie met gebak. Niet ‘schreeuwen’ maar ‘luisteren’ naar God en elkaar. Dit is de geloofsschat, en waarin wij open staan voor het ‘nieuwe’, die Hij ons aanreikt. En wij worden uitgenodigd om het geloof te behoeden zoals het kwetsbare en flakkerende vlammetje van een kaars die brandt, tegen de wind. Het zal ons vreugde geven de vlam te zien blijven branden voor onszelf en voor anderen…

  • de profeet Maleachi (3, 19-20a) spreekt over het oordeel over degenen die gerechtigheid en ongerechtigheid hebben bedreven
  • de 2e brief van de apostel Paulus aan de Tessalonicenzen (3, 7-12) behandelt het belang van het werk;
  • het evangelie volgens Lucas (21, 5-19) verbindt de verwoesting van Jeruzalem met de eindtijd.

Maleachi is de laatste van de twaalf kleine profeten. Hij verwijst in zijn schrijven onder andere indirect naar de laatste profeet van het Oude Testament, Johannes de Doper die de wegbereider van Jezus Christus zal zijn. Ook vinden we bij hem een zestal discussies tussen degenen die trouw of ontrouw zijn aan de Joodse Wet. In aansluiting hierop spreekt Maleachi namens God waarschuwend over de aanstaande dag van het oordeel, het genoemde onheil. Hij maakt een onderscheid tussen de beide partijen. De ontrouwen zullen door hun hoogmoed en boosheid getroffen worden als door het vuur. Dat betekent dat uiteindelijk de dood hen wacht. Over de getrouwen zal daarentegen de zon van de gerechtigheid opgaan. Zij zullen leven want God is hun schild en bescherming. De keuze tussen vergelding of heling en redding is de spiegel die hen maar ook ons wordt voorgehouden. Vrij vertaald is het een oproep om het kwetsbare vlammetje van de kaars van het geloof brandend te houden en niet uit te laten gaan…

In het Evangelie wordt ons een vergelijkbaar beeld voorgehouden. Ditmaal is het de Tempel, het centrum van het Joodse geloof. Zij straalt als een licht in Jeruzalem en vanaf de Olijfberg gezien in de tijd van Jezus, met fraaie stenen en wijgeschenken. Maar er zal in de toekomst niets van overblijven, profeteert Jezus. Hij spreekt over de toekomstige verwoesting, onder meer door het vuur, door de Romeinse legers van keizer Vespianus en zijn zoon Titus in het jaar 70. De toehoorders weten dat echter niet en vragen naar het moment van handeling. Net zoals de profeet Maleachi roept Jezus op tot waakzaamheid onder meer met het oog op de dwaalleren die door ‘valse’ profeten aan de toekomstige mensheid zullen worden voorgehouden. Maar niet alleen dat. Ook een algehele malaise qua economisch-politieke omstandigheden en rampen van allerlei soort maken deel uit van de waarschuwing. Het is tot slot een oproep om volhardend en ondanks de weerbarstige wereldwijde situatie waarvan ook de nodige elementen herkenbaar zijn in onze tijd, van Jezus als de enige en universele Redder of Christus te getuigen. Allerlei visioenairs van de eindtijd zoals Nostradamus maar ook andere verspreiders van allerlei onheilsboodschappen moeten niet onze leidsman zijn maar alleen de Heilige Geest. Angst is daarnaast een slechte raadgever. Opnieuw, een aansporing om het flakkerende vlammetje van een kwetsbaar geloof met vertrouwen en Gods hulp brandend te houden…

Beide bovenstaande lezingen vragen, aldus de apostel Paulus, om onze volhardende geloofsinzet. God wil ons immers niet verlossen zonder onze hulp, aldus de vijfde eeuwse Kerkvader Augustinus. We worden gevraagd om datgene te doen wat de gemeenschap met God én de naaste opbouwt door steeds het ‘nieuwe’ van God in de ander te zien, met liefde te omarmen en samen met hen vrucht te laten dragen. Immers we kunnen niet God liefhebben en de naaste niet… Nee, we mogen met Gods hulp leren om hem of haar lief te hebben zoals Jezus het ons heeft voorgedaan. En ja, dat is moeilijk maar niet onmogelijk… AMEN

Overweging 6 november 32e zondag 2022, door Pastoor Jacques Grubben

De Heer is een God van levenden en niet van doden. Dit betekent dat er een ander leven na de dood wacht voor hen die in Hem geloven. De dood is slechts een moment van overgang…

Een aantal jaren geleden woonde ik in Riga de uitvaart bij van de oma van vrienden. Het was een serene heilige Mis waarin de kist, in verband met het naderende afscheid, open was. Er waren veel mooie bloemen – Letten geven bloemen bij mooie en verdrietige momenten – als een teken van liefde en leven. Tevens werd er tijdens de heilige Mis een kaars, die ieder van ons in handen had, ontstoken als een teken van licht en leven. Het vieren tot slot van de Eucharistie en het ontvangen hiervan bij de Communie, is in ons verrijzenisgeloof eveneens een teken van leven. Voor mij drie keer een bevestiging van een weten dat de Heer, een God van levenden is…

Jaren geleden zag ik op zondagmorgen met regelmaat ‘the Hour of Power’ van dominee Schuller. Een aantal malen was de Nederlandse priester Henri Nouwen zijn gast. Deze stelde in zijn overweging zichzelf, de aanwezigen en de kijkers de vraag ‘Wie ben ik?’ Achtereenvolgens werd het antwoord gezocht in wat wij doen, wat anderen van ons denken en wat wij hebben. Drie keer werd ontkennend geantwoord. Maar wat was dan wel het antwoord op de vraag? Wij zijn geliefde zonen en dochters, kinderen van God die op weg zijn met Hem en op weg zijn naar Hem toe. Dit te weten is een zegen en een groots teken van Gods liefde. Zijn liefde brengt tot leven want zijn heilige Naam is liefde. De Heer is een God van levenden…

  • het boek 2e boek Makkabeeën (7, 1-2.9,1-14) spreekt over de verrijzenis na het lijden en de dood in geloof;
  • de 2e brief van de apostel Paulus aan de Tessalonicenzen (2, 16-17;3, 1-5) beschrijft de hoop en de troost door het geloof in Jezus Christus;
  • het evangelie volgens Lucas (20, 27-38) gaat over het dispuut tussen Jezus en de Sadduceeën over de verrijzenis.

Het verhaal in het tweede boek Makkabeeën speelt zich af in de tijd van koning Antiochus IV Epifanes die de Tempel ontheiligt door haar toe te wijden aan de Griekse oppergod Zeus. Hij verbiedt min of meer de Joden om hun geloof te belijden en richt sportscholen naar Grieks model op. Hij probeert derhalve, de Joodse identiteit te vernietigen. Dit roept verzet op. Zeven broers en hun moeder worden gevangengenomen en gedwongen om het door de Wet van Mozes verboden varkensvlees te eten. Zij weigeren en leggen in woord en daad, hetgeen zij met hun leven moeten bekopen, een krachtig geloofsgetuigenis af. Zij zijn trouw aan de God van de levenden, de God van Israël. Alle acht houden zij het vizier gericht op de verrijzenis op de laatste dag, het ultieme teken van leven en licht. Met de woorden van de apostel Paulus; zij zullen na het lopen van de wedstrijd waarvoor zij zich hebben ingeschreven, met een lauwerkrans van bloemen, worden omkranst. In dit alles weten zij de levende God nabij. Zij zijn in  geloof op weg met Hem en op weg naar Hem toe…

Jezus heeft een dispuut met de Sadduceeën. Met de Farizeeën maken zij deel uit van de Joodse Hoge Raad of het Sanhedrin. Zij worden ook wel de ‘priesteradel’ genoemd en als zodanig zijn zij nauw verbonden met de Tempel. Echter zij collaboreren veelal met de Romeinse bezetters. De Sadduceeën verschillen tot slot van mening met de Farizeeën. Zij geloven niet in het bestaan van engelen en in de verrijzenis op de laatste dag. Jezus spreekt bij diverse gelegenheden over zijn lijden, dood en verrijzenis. Tegen deze achtergrond wordt Hem de strikvraag gesteld van de gehuwde vrouw en de zeven broers. Bij een kinderloos huwelijk van een gestorven broer is het de plicht van de broer(s) om de naam van de familie met nageslacht veilig te stellen. Echter in het onderhavige geval sterft de vrouw kinderloos na alle zeven overleden broers tot man te hebben gehad. Van wie is zij in de hemel nu de echtgenoot, wordt er gevraagd. Jezus zegt de Sadduceeën dat zij zich op een dwaalweg bevinden. Immers in de hemel wordt er niet gehuwd en ten huwelijk gegeven. Het leven is er anders dan op de aarde. De kinderen van God die in geloof gestorven zijn, verrijzen volgens de Wet van Mozes. Kortom, Jezus wijst hen met de Thora die allesbepalend is in het Joodse geloof, terecht. Ter verduidelijking neemt Hij de ontmoeting van Mozes met God bij ‘de brandende braamstruik’. De Heer zegt dat Hij de God is van de aartsvaders Abraham, Isaak en Jakob en Hij die is. Dit betekent dat Hij een God is van levenden in plaats van doden. De icoon van de neerdaling van Jezus in het dodenrijk laat dit goed zien. Jezus reikt hierop Adam en Eva de hand ten leven en de aartsvaders zijn hiervan getuige en worden hierbij als het ware ingesloten. De levende God als een hoopvol teken van licht…

Onze taak is het om net zoals de apostel Paulus, een krachtige getuige van het christelijk geloof te zijn. Als kinderen van God zijn wij gevraagd om de liefde tussen de Vader en de Zoon in de kracht van Gods Geest, voor te leven. De acht zaligsprekingen zijn ons in evangelische zin hierin tot leidraad. Zo zijn wij op weg met Hem en naar Hem toe. Kortom, laten wij een teken van levend licht zijn voor en met elkaar alsmede een nooit verwelkende bloem van leven… AMEN

Overweging Allerheiligen/Allerzielen  2022 C door pastoor Jacques Grubben

Twee uitspraken houden mij in deze dagen bezig. Allereerst de woorden van zuster Holkje van der Veer, een dominicanes van de Heilige Familie, die in de zomer onverwacht overleed. Volgens haar draait alles in de Kerk en met het aanstaande Kerstfeest in het verschiet om hoop hebben, hoop houden en elkaar bemoedigen. Hoop en bemoediging zijn tekens van licht en vrede. Ze doen je weer opstaan bijvoorbeeld in en na een periode van intens verdriet bij het verlies van een dierbare. Je kunt het verdriet stap voor stap een eerste plekje geven omdat je innerlijk weet of gelooft, dat je elkaar terug zult zien…

Elders las ik een uitspraak van de heilige Josemaria Escrivá, de stichter van Opus Dei of Werk van God. Hij zegt vrij vertaald dat heiligen mensen zijn die nadat ze gevallen zijn, weer met vertrouwen opstaan om Gods wil te doen. Je mag hier twee dingen onder verstaan. Allereerst een opstaan uit de begane zonden die vergeven zijn én een opstaan na een grote tegenslag en of een groot verdriet vanwege een verlies, omdat je hoop en vertrouwen hebt in de toekomst…

Tegen deze achtergrond herinneren en gedenken wij. Een mooi voorbeeld van ‘Zalig de treurenden, want zij zullen getroost worden’ hoorde ik recent in een post rouwgesprek. De dochter vertelde mij dat zowel haar partner als die van haar broer besloten hadden om zich voor te bereiden op het Doopsel. Het deed mij goed want het geloof geeft hoop en vertrouwen…

  • het boek Openbaring (7, 2-12) spreekt over de redding door het geloof in Jezus Christus;
  • het evangelie volgens Mattheus (5, 1-12) gaat over de zaligsprekingen.

De ‘ziener’, de apostel Johannes, verblijft in ballingschap op het eiland Patmos. Hij is met grote waarschijnlijkheid de enige nog levende apostel, de geliefde leerling. Vermoedelijk zijn de woorden van zijn visioenen, Johannes was immers al oud, niet door hemzelf maar door iemand anders met de naam Prochorus, op-geschreven. Of dit dezelfde is die met Stefanus tot diaken is gewijd, is niet bekend. Van de van binnen en van buiten beschreven boekrol waarover eerder wordt gesproken, zijn er al zes van de zeven zegels verbroken. Ze zijn verbroken door het Lam van God, Jezus die dit kan en die de dood heeft overwonnen.

We komen nu bij de passage die we gehoord hebben. Een boodschapper van God stijgt op bij het opgaan van de zon en doet dit met het zegel van God. Beide zijn een teken van leven, de een van de natuur en de ander van de bovennatuur, van God. Er moet schade toegebracht worden aan de aarde en de zee door een viertal engelen. Echter voordat dit plaatsvindt worden er 144.000 ter bescherming, getekend met het zegel van God. Van iedere stam van de zonen van de aartsvader Jakob, van het uitverkoren volk van God, zijn het er 12.000. De getallen geven uitdrukking aan de redding van het volk Israël, van degenen die in Jezus als de beloofde Messias geloven. Tevens is er een zeer grote menigte uit alle stammen, volken en talen. Zij staan in witte gewaden en hebben het geloof behouden in de grote verdrukking in de eindtijd, die is begonnen met de komst van Jezus als de beloofde Redder. Zij brengen God lof met palmtakken en zingen een lied voor God en het Lam van God. Het is zoiets als een ‘hemels Alleluja’, een hemelse liturgie waarin God bron en hoogtepunt is. Christus is in hun midden, Hij is als de eerste van de levenden aanwezig. Met de woorden van zuster Van der Veer, Hij is onze hoop en vertrouwen, naar wie wij mogen uitzien omdat Hij is…

‘De zaligsprekingen’ worden regelmatig als Evangelie gekozen bij een huwelijk maar ook bij een afscheid. Jezus onderricht zijn leerlingen op een berg, in het Oude en Nieuwe Testament, de ‘plaats’ waar God zich openbaart. In het verlengde daarvan ontvouwt Hij zijn pastoraal programma voor de mensen van alle tijden. Hij heeft ze een voor een voorgeleefd tijdens zijn verblijf te midden van ons mensen. Iedere zaligspreking bestaat uit drie delen. Het begint steevast met ‘Gelukkig zijn zij’ en daarop sluit naadloos een door Jezus gevraagde levenshouding aan. Het laatste gedeelte betreft de beloning die in het vooruitzicht wordt gesteld. Er worden in de passage van het Evangelie negen of beter gezegd acht zaligsprekingen genoemd, want de laatste is feitelijk een herhaling van de voorgaande. Zij is in het meervoud gericht op de mensen van alle tijden, op de overige mensen die bij de Bergrede aanwezig waren en al diegenen die deze woorden lezen of horen. Het getal acht drukt in Bijbelse zin het nieuwe leven van God uit dat Jezus is komen brengen op aarde. Zowel de eerste als de achtste zaligspreking hebben dezelfde beloning, het koninkrijk van de hemel. Er is derhalve sprake van een inclusie waarbinnen de door Jezus gewenste goede gedragingen van de mensen worden besproken. Het onderhouden hiervan brengt het koninkrijk van God dichterbij op onze aarde. Zij drukken ook, al is het vaak met vallen en opstaan, de heiligheid van leven uit zoals de heilige bisschop Escrivá het bedoeld heeft te zeggen. En zij bewerken de door zuster Van der Veer uitgesproken hoop en vertrouwen die de Kerk behoort voor te leven…

Vandaag staan wij niet alleen stil bij de ‘schatten’ van de families die node gemist worden maar ook bij de heiligen, de ‘schatten’ van de Kerk. We gedenken en eren hen vanuit de liefde die ons blijvend, ook na hun heengaan, met hen verbindt alsook vanuit de Liefde die ons als gelovigen in de hemel en op de aarde met elkaar en met God een doet zijn. Ik mocht het zelf kort na het heengaan van mijn moeder, ervaren. Op een zondagmorgen, toen de kerkklokken luidden, voelde ik plots een zachte bries langs mijn gezicht gaan. Een teken van boven, een teken van liefde, een teken van hoop… AMEN

Overweging 23 oktober , 29e zondag  2022 C door pastoor Jacques Grubben

Dankbaarheid, richt zich op de ander met een kleine en/of een hoofdletter. Als het op zichzelf gericht is, dan is het louter zelfgenoegzaamheid.

Op verschillende momenten voelde ik mij in de afgelopen tijd, heel dankbaar. Zoals in het geval dat ik in Riga behulpzaam mocht zijn bij het oversteken van een oude Russische vrouw maar ook bij het elders in geloof de weg wijzen van een Oekraïense vrouw. En natuurlijk ook de ontmoeting en deling met vrienden in ons prachtige geloof in Christus, mag hieronder worden gerekend. Steeds wordt er in de ‘ontmoeting’ de ‘vrijgevige’ taal van de liefde gesproken zoals Jezus dit heeft voorgedaan…

Op een ander moment ervoer ik een andere vorm van dankbaarheid. Dat was in de kleine ruimte naast de kapel van Altijddurende Aanbidding in Riga, toen ik God mijn spijt mocht betuigen en vergeving mocht ontvangen. Het was een dankbaarheid voor het ‘schoongewassen’ zijn waardoor niets meer de ‘vrijgevige’ liefde van en tot God en de naaste in de weg stond…

Tot slot nog een derde voorbeeld van dankbaarheid. De rillingen liepen toen over mijn rug. Ik maakte het recent en ook in het Letse mee tijdens de heilige Mis. Er werd een lied van ‘aanbidding’ gezongen dat mij met een tedere liefde aanraakte en omhulde. Gods aanwezigheid was voelbaar. En ik werd als het ware opgetild door en doorstraald met zijn ‘vrijgevige’ liefde…

  • het boek Jezus Sirach (35, 12-14.16-18) geeft wijze levenslessen;
  • de 2e brief van de apostel Paulus aan Timotheüs (4, 6-8.16-18) beschrijft als het ware zijn laatste levensdagen en lessen;
  • het evangelie volgens Lucas (18, 9-14) spreekt over de parabel de boetvaardige tollenaar en de Farizeeër.

Een andere naam voor het boek van Jezus Sirach is Ecclesiasticus. De auteur is Jezus Ben Sirach, zoon van Sirach Eleazar. De laatstgenoemde had een school in Jeruzalem waarin hij de Joodse en de Oosterse wijsheden doceerde. In eerste geval betrof het, het onderwijs in de Wet van Mozes en het leven in een ontzag voor God. Daartoe hoorde ook de sociale rechtvaardigheid, gezien het grote belang van de liefde en zorg voor de naaste in de Joodse Wet. God laat door de pen van de auteur zelf zien wat de bedoeling is. Hij is een rechtvaardige rechter die geen vooroordelen heeft tegenover wie dan ook. God is niet omkoopbaar met geld zoals het Joodse religieuze gezag dat in een aantal gevallen wel was. Hij luistert naar het pleidooi van iedere verdrukte, arme, weduwe en wees. En als mensen hulpverlenen aan de ander dan beoordeelt Hij dat positief en is Hij vergevingsgezind voor de andere momenten. Deze voorbeelden geven een beeld van zijn ‘vrijgevige’ liefde en nodigen ons uit tot dankbaarheid want wie wil er niet zo’n God en Vader hebben. Tegelijkertijd houdt Hij ons een voorbeeld van goed gedrag voor…

In het Evangelie worden wij geconfronteerd met het onwijze gedrag van het overtuigd zijn van de eigen gerechtigheid en het daardoor minachten van de ander. Dit staat haaks op de door God gewenste vorm van gedrag en naasten-liefde, vandaar ook dat Jezus zijn toehoorders en ons een parabel voorhoudt. Krachtens de Joodse Wet gaan, op het uur van het gebed, een tollenaar en een Farizeeër naar de Tempel of het huis van God. De eerste is een belasting-ambtenaar in dienst van de Romeinse bezetter van het Joodse land. Hij blijft, zich van zijn fouten bewust, achter in de Tempel staan. Hij voelt zich niet waardig om naar voren te lopen. Hij beseft zijn eigen ‘kleinheid’ ten opzichte van God. De Farizeeër daarentegen is zelfgenoegzaam en hoogmoedig. Hij loopt naar voren, slaat zichzelf op de borst voor zijn zonden, maar dit gebaar staat haaks op zijn veroordeling van de genoemde tollenaar. Daarmee gaat hij feitelijk in tegen het goede voorbeeld dat hij als Farizeeër in het leven naar de Wet van Mozes, aan het volk dient te geven. Hij neemt niet God maar zichzelf als maatstaf. Geen wonder dat niet hij maar de tollenaar gerechtvaardigd en derhalve met dankbaarheid jegens God, huiswaarts gaat. Hij heeft vergeving ontvangen. De hoogmoed en zelfgenoegzaamheid hebben geen goedkeuring in Gods ogen of met andere woorden: de Farizeeër kan niet rekenen op Gods barmhartigheid. Een wijze les wordt ons hiermee voorgehouden…

Tot slot schrijft de apostel Paulus, vlak voor zijn sterven door het zwaard in Rome tijdens de christenvervolging van keizer Nero, een brief in dankbaarheid aan Timotheüs. De laatstgenoemde is zijn geestelijke zoon en zal het stokje als het ware van hem overnemen. Daarmee is Paulus net zoals in het boek Jezus Sirach, een leraar en vader. Hij heeft de goede strijd aan de zijde van God gestreden en heeft tot het einde toe volhardt. Paulus heeft het geloof in Jezus Christus, als de beloofde Redder, behouden en uitgedragen tot de laatste snik. Hij is daarnaast, net zoals de Heer, vergevingsgezind. De apostel ziet dankbaar, met liefde en vol hoop uit naar de beloning, dat is het eeuwig leven bij God. Hij raadt Timotheüs en ons aan om zijn voorbeeld te volgen door zuiver van hart te blijven, dat wil zeggen in liefde op God en de naaste gericht. Maar ook door dankbaar te zijn voor alles wat God ons geeft en of geven zal. Tot slot raadt hij ons aan om niet bang te zijn voor ‘het lijden’ dat ieder van ons wacht. Jezus Christus is ons in elke situatie nabij zoals bloedeigen broers en of zussen, elkaar nabij kunnen zijn. Laten wij er ook voor gaan… AMEN

 

Overweging 16 oktober , 29e zondag  2022 C door pastoor Jacques Grubben

Tijdens mijn verblijf in Letland ervoer ik de schoonheid en de vrede van het dagelijks verpozen bij het Allerheiligste. Geen wonder dat de Aanbiddingskapel in het centrum van Riga, mijn lievelingsplek is. Het is een kleine groep van jong en oud, die dag en nacht hier dienst doet en tijd maakt om in de stilte in gebed met God te zijn.

In diezelfde tijd sprak een zin uit het boek ‘Reis naar het ongerijmde’ mij aan. ‘Communicatie is belangrijker dan het leven zelf’. Nu ik er langer bij stilsta, meen ik dit te kunnen verbinden met het bidden. Het laatste is volgens mij allereerst, een luisteren in de stilte vanuit een innerlijk spreken met God. Dit vraagt om een ontvankelijke houding en een gerichtheid op God om te ervaren dat Hij er altijd is voor ons. De parabel van de onrechtvaardige rechter en de aanhoudende weduwe laat dit zien. Zij doet een beroep op het recht vanuit een innerlijk weten, vergelijkbaar met het dag en nacht bidden voor Gods aanschijn, dat Hij haar nabij is en helpt. Het is deze houding vol van vertrouwen die ook doorklinkt in de lezingen, een levenshouding die ook de onze mag zijn……

  • het boek Exodus (17, 8-13) gaat over de strijd tussen de Amalekieten en Israël;
  • de 2e brief van de apostel Paulus aan Timotheüs (3, 14-4.2) raadt aan om te rade te gaan bij de leraren en de geïnspireerde geschriften;
  • het evangelie volgens Lucas (17, 11-19) spreekt over het conflict tussen de aanhoudende weduwe en de onrechtvaardige rechter.

Het volk van God is op weg naar het beloofde land. Onderweg komt het tot een zware strijd met koning Amalek, wiens volk zich bedreigd weet door Israël, dat massaal door de Rode Zee is getrokken. De genoemde koning is overigens mogelijk een afstammeling van Ezau, de broer van Jacob, die wegens de hongersnood naar Egypte was getrokken. Nu gaan zij echter hun vrijheid en het nieuwe land Kanaän, tegemoet. Hun leidsman Mozes, treft maatregelen en vraagt zijn rechterhand Jozua om een leger te vormen voor de strijd. Mozes gaat met de staf in zijn hand, waardoor in onder andere Egypte en bij de Rode zee wonderlijke dingen zijn gebeurd, en met zijn broer Aaron en Chur een heuvel op. Hij vraagt God om hulp. Met opgeheven armen, te typeren als een biddende en een met God communicerende houding, richt hij zich in vertrouwen tot Hem. Gezien zijn inmiddels hoge leeftijd wordt hij gedurende de dag vermoeid. Hij gaat zitten op een steen en wordt bij zijn armen ondersteund door Aaron en Chur. Immers als de armen ten hemel zijn geheven, is Israël aan de winnende hand. De strijd wordt uiteindelijk op die dag beslist in hun voordeel.

We kunnen een parallel maken met Jezus, de nieuwe Mozes die het nieuwe Israël, dat zijn wij christenen, van de slavernij van de zonden heeft bevrijd. Hij strekte immers, op een heuvel, zijn armen uit op het kruis. Het was een zware strijd en in zijn vermoeidheid wordt Hij getroost en gesterkt door Maria, zijn moeder en Johannes, de geliefde leerling. Zij stonden met een aantal vrouwen waaronder Maria Magdalena, onder het kruis en zij ondersteunden Hem in zijn onophoudelijk gebed tot of communicatie met God de Vader. En ook nu wordt op dezelfde dag de overwinning behaald…

Tijdens Jezus’ pleidooi in het Evangelie voor een voortdurend gebed, houdt Hij de mensen een parabel voor. Hij beschrijft een onrechtvaardige rechter die zich van God en de geboden niets aantrekt. Spottend wordt hij een ‘roverrechter’ genoemd omdat hij geen recht doet aan degenen die er hem om vragen. De weduwe, die kwetsbaar is omdat haar man is overleden en zelf haar boontjes moet doppen, staat echter haar ‘vrouwtje’. Zij weet van geen ophouden, in eerste instantie zonder resultaat, maar de aanhouder wint. De rechter raakt geïrriteerd of gefrustreerd en wordt mogelijk zelfs bespot, omdat hij haar niet de baas kan. Om van haar af te zijn verschaft hij haar recht in de zaak met haar tegenstander.

Echter wat doet God met de aanhoudende smeekbeden van onder meer de armen, de wezen en de weduwen? Hij zal hun recht verschaffen door in te gaan op hun gebeden, Hij is immers hun beschermer. De boodschap is derhalve, volhardt in geloof en met vertrouwen in het gebed tot God. Hetzelfde zegt de apostel Paulus met zoveel woorden, tegen zijn vriend en geestelijke broer, Timotheüs. De raad om een voorbeeld te nemen aan het leven van de goede leraren en het overwegen van de door de Geest van God geïnspireerde woorden, zal hem en ons als christenen doen volhouden in geloof. Immers zij allen waren biddende mensen die uit eigen ervaring wisten dat zij hulp ‘van boven’ mochten verwachten. Van daaruit hebben zij biddend volhardt in het uitdragen of voorleven van Jezus boodschap’, het Evangelie, met het oog op hun eigen geluk en dat van anderen. Het in stilte bij Jezus zijn en het zich laten aanmoedigen door de Heilige Geest was voor hen de noodzakelijke voorwaarde tot communicatie – in gebed – die leidt naar het echte leven. Laten wij ook zo doen… AMEN

Overweging 09  oktober , 28e zondag  2022 C door pastoor Jacques Grubben

Op een van de laatste avonden van mijn vakantie, wandelde ik door de straten van Riga. Van verre zag ik een oude vrouw, met boodschappen beladen, die moeite had met het oversteken. Bij het volgende stoplicht keek zij mij aan en stak ik haar een helpende hand toe, om veilig aan de overkant te komen. Ze begon tegen mij, volop in de Russische taal en waar ik niets van verstond, te praten. Aan de overkant zei ik haar al zwaaiend gedag, terwijl zij in haar eigen taal dank je wel zei. Ondanks dat we elkaar niet konden verstaan met woorden, kon dat wel door daden. Ik noem dit met een knipoog, het ‘nieuwe normaal’ want het is een toepassing van de ene en nieuwe taal van Jezus Christus, de taal van de liefde…

Tijdens dezelfde vakantie was ik mij daarnaast eens te meer bewust van de menselijke gebrokenheid. En ik realiseerde mij ten diepste dat God zegen kan brengen door middel van zijn herderlijke zorg en vergeving als teken van liefde. Dat brengt mij bij het kernwoord van vandaag ‘reiniging’. Allereerst denk ik dan veelal aan het schoonmaken van het huis, de auto of wat dan ook. Maar ook het douchen of het lekker badderen zijn onder deze vlag te vatten. Het vergeven van elkaar kan met enige goede wil evenzeer onder deze noemer gebracht worden. Het gaat echter wel over een innerlijke in plaats van een uiterlijke reiniging. ‘De vlek’ van binnen valt overigens steeds meer mensen, minder snel op dan die van buiten. Het meer attent worden hierop kan bereikt worden door middel van de regelmatige al dan niet stille overweging van ons leven. Er is durf voor nodig om bij onszelf naar binnen te kijken om daardoor innerlijk te weten van de onreinheid zoals bij de ene melaatse. Alsook van het weet hebben van Gods nadrukkelijk verlangen om iedere mens naar zijn hart te trekken, zoals in het sacrament van vergeving. Als je vergeven krijgt van God of mensen dan geeft dit zoiets als een kinderlijke vreugde en dankbaarheid. En je beseft, zeker als het voor de eerste keer is, dat er een ‘stap’ is gezet. Door het loslaten van het ‘oude normaal’ – het niet of het vergeten te vergeven – is het ‘nieuwe normaal’ – de bereidheid tot en het praktiseren van de vergeving – tot richtsnoer gemaakt. Deze beweging van de liefde is wat Jezus wil en waarin wij Hem mogen volgen…

  • het 2e boek Koningen (5, 14-17) gaat over de reiniging van Naäman;
  • de 2e brief van de apostel Paulus aan Timotheüs (2, 8-13) vraagt om Jezus Christus in gedachten te houden;
  • het evangelie volgens Lucas (17, 11-19) geneest Jezus tien melaatsen.

Naäman, een hofbeambte van de koning van Assyrië, lijdt aan lepra, dat is de genoemde huidziekte. Hij heeft het diepe verlangen om genezen te worden. Een dienares uit het Joodse land geeft hem de tip om naar de profeet Elisa in Israël te gaan. Met de hulp van een dienaar van de koning van Israël komt deze uiteindelijk bij de boodschapper Gods terecht. Elisa nodigt hem uit om zich zeven keer, het teken van Gods handelen, onder te dompelen in de Jordaan. Dit stuit echter op onbegrip en woede want dat had hij veel beter in de rivieren van zijn thuisland kunnen doen. Voor de derde keer komt een dienaar tussenbeide met de opmerking ‘baat het niet, dan schaadt het niet’. Zogezegd, zo gedaan. De huid van Naäman is gereinigd en dat stemt hem tot dankbaarheid. Maar als hij de profeet hiervoor hulde wil brengen wordt dit afgewezen want niet hij of het water van de Jordaan, maar God heeft gehandeld. Daarna is voor de hofbeambte het ‘nieuwe normaal’, getuige de karrenvracht zand, het lof brengen aan de God van Israël. Hij is immers tot geloof gekomen…

Jezus is actief in het grensgebied van Samaria en Galilea, ver uit de buurt van de streek die centraal staat in het toenmalige Joodse geloof, Judea. Hij is er met zijn leerlingen. Hij is wel op weg naar Judea, in het bijzonder naar Jeruzalem. Het evangelie volgens Lucas is een reisverhaal waarin Jezus op weg is van Galilea naar Judea. Op deze reis vragen tien melaatsen Hem om genezing. Ze doen dit op afstand want zij zijn onrein. Zij hebben lepra en mogen zich niet binnen maar alleen buiten de gemeenschap bewegen. Jezus is vanwege zijn vele wonderen alom bekend in de omgeving, vandaar dat Hij als Meester of geneesheer wordt aangesproken. Hij nodigt hen uit om zich, conform de Joodse Wet, te laten zien aan de priesters. Dit betekent dat er een genezing in het verschiet ligt. Zij worden dit onderweg gewaar maar slechts een keert, net zoals Naäman, terug om dank je wel te zeggen en om God te loven. Jezus is verbaasd. Hij nodigt de geknielde man uit om op te staan ten teken van het nieuwe en verrezen leven. Deze is door zijn geloof in Jezus genezen naar lichaam en ziel. Hij leeft het ‘nieuwe normaal’…

De apostel Paulus spoort, in de tweede brief aan Timotheüs, allen aan om, zoals de genezen melaatse, Jezus Christus in gedachten te houden. Het is een uit-nodiging om te volharden in het geloof in Hem die, door de taal van de liefde te spreken, voor ons zijn leven heeft gegeven om daarna het ‘nieuwe’ aan te reiken. Dit moet ons ‘nieuwe normaal’ zijn, ook als het aardse leven hierdoor in gevaar komt. Er is immers maar een God. Al het overige is afgoderij en behoort tot het ‘oude normaal’. Laten wij alle dagen van ons leven, de taal van de liefde spreken door concrete daden van naastenliefde waarin Jezus zichtbaar aanwezig is. En dan maakt het niet uit of je Russisch of Nederlands spreekt … AMEN

Overweging 2 oktober , 27e zondag  2022 C door pastoor Jacques Grubben

Tijdens mijn verblijf in Letland las ik woorden van Efrem de Syriër, een bijzondere heilige van de jonge Kerk. Hij heeft een boodschap die ook voor ons van belang is. ‘Wat je mocht ontvangen is jouw deel. Wat overblijft is een erfenis voor later. En geef de moed niet op voor iets dat je alleen beetje bij beetje kunt opnemen.’ Zijn wij niet een deeltje van de liefde in actie? Geloven is immers liefde in actie…en dat gaat beetje bij beetje.

In een commentaar op de lezingen van deze zondag wordt gesteld dat iedere mens gelooft. Het geloof is niet het unieke eigendom van een godsdienst, aldus de schrijver. Geloven doe je in de ander met een kleine en met een hoofdletter ofwel in de medemens en in God. Het geloven begint met het vertrouwen in de medemens of de ander. Om daarna, met vallen en opstaan, te geloven in God door Hem in Jezus in je leven toe te laten en Hem te omarmen. Het geloof begint als een mosterdzaadje, zegt Jezus in het Evangelie, om daarna een grote struik te worden waarin de vogels zich nestelen en veilig of thuis weten…

Daarvoor is, meen ik, de houding van een kind nodig. Een kind zoals die volwassen man die ik in een park in Riga met een grote glimlach op zijn mond, met een grote suikerspin zag rondlopen. Hij voelde zich helemaal gelukkig of thuis immers ‘Thuis is waar je niet hoeft te doen alsof’. Het zijn deze woorden uit een boek over een gebroken gezin die tot mij spraken, eveneens tijdens mijn vakantie…

  • de profeet Habakuk (1, 2-3;2, 2-4) roept op tot een geworteld zijn in God;
  • de 2e brief van de apostel Paulus aan Timotheüs (1, 6-8.13-14) roept op om te getuigen van Jezus Christus;
  • het evangelie volgens Lucas (16, 19-31) spreekt Jezus over het geloof als dienst.

De kleine profeet Habakuk treedt op in het laatste deel van de zevende eeuw voor Christus. Hij spreekt over de dreigende inval van de Chaldeeën, dat zijn de legers van de koning van Babylonië, die de macht heeft overgenomen in Assyrië. Wie is deze boodschapper van God? Er is gedacht aan een Joodse prins in ballingschap in het genoemde Assyrië maar ook aan een tijdgenoot van de profeet Jeremia. Het meest waarschijnlijk echter is dat hij een leerling is van de profeet Jesaja alsook een leviet. De profeet spreekt immers over koorzang en dat mochten alleen de levieten doen in de Tempel van Jeruzalem. Habakuk ontvangt een visioen van God. Tot twee keer toe wordt ‘hoe lang nog’ gezegd en daaropvolgend wordt tot drie keer toe het ‘waarom’ geroepen. Dit alles in relatie tot een tevergeefs gebed tot God en het lijden en het geweld dat het volk zal treffen. Het visioen is een waarschuwing. Het onheil nadert en het is geen loos alarm want het zal komen op de vastgestelde tijd, aldus de profeet. Degenen die zich niet storen aan het verbond met God of doen alsof, dat zijn de ondeugd-zamen, zullen geen standhouden. De rechtvaardigen die in geloof leven, echter wel. De alarmbel die klinkt is een oproep om God binnen te laten en om Hem te omarmen in geloof, zelfs als dit zo klein is als een mosterdzaadje. Of met het voorbeeld van de suikerspin in gedachten, wordt als een kind dat zich zoals de man in het park, thuis of veilig weet bij God…

Het Evangelie begint met een dialoog tussen Jezus en zijn apostelen die Hem vragen om hen meer geloof te geven. Het is zoiets als een biddend verlangen. Hij antwoordt kernachtig met de woorden: ‘Als jullie een geloof hadden zoals een mosterdzaadje, dan zouden jullie tot de moerbeiboom zeggen…’ Het komt er op neer dat Jezus hen vraagt om vertrouwen te hebben in Hem of beter gezegd, zich zeker te weten van zijn nabijheid en hulp op de weg van het geloof. Hij lijkt hen ook te zeggen: “Geef de moed niet op voor iets dat je alleen beetje bij beetje kunt opnemen.’ Na deze woorden houdt Hij hen, en ons, de parabel van de verhouding tussen de knecht en zijn heer voor. Van daaruit beoogt Jezus om de goede geloofshouding van de apostelen, en van ons, te typeren als het dienstbaar zijn van de liefde in actie naar zowel de medemens als naar God toe. De zoon van God was hierin het voorbeeld bij uitstek als de dienaar van de dienaren. Jezus werd hiervoor als een mensenkind geboren uit zijn Moeder, de Maagd Maria die in geloof God binnenliet en omarmde…

Hoe kunnen wij deze geloofshouding eigen maken en onderhouden? Hierop wordt door de apostel Paulus in zijn tweede brief aan zijn geestelijke zoon, Timotheüs, een antwoord gegeven. Zij is mogelijk door Paulus gedurende zijn gevangenschap in Rome en vlak voor zijn dood, geschreven. Hierin moedigt deze Timotheüs aan om het ontvangen vuur van de heilige Geest ‘warm’ te houden en het aan te wakkeren. Hierdoor wint de liefde in actie onder leiding van de Geest van God, aan kracht en bezonnenheid. En is zij, ondanks het lijden dat op zijn en ons pad komt, een getuigenis zonder schroom van Jezus Christus, die ons door zijn levenwekkend kruis heeft gered. Bij Hem weten wij ons veilig en bij Hem zijn wij thuis in voor en – tegenspoed. Door en in Jezus zijn wij een deeltje van de liefde in actie en verliezen wij de moed niet voor iets dat wij mochten ontvangen en dat wij alleen beetje bij beetje kunnen opnemen… AMEN

Overweging 25 september, 26e zondag  2022 C door pastoor Jacques Grubben

Tijdens mijn vakantie had ik een ontmoeting met een buitenlandse priester die verantwoordelijk is voor de evangelisatie en de vitalisering van parochies. Vroeger was hij een salesmanager bij een bedrijf in zijn thuisland. Bij zijn huidige taakopdracht loopt hij, welllicht vanwege zijn buitenlander zijn, tegen de moeizaamheid van het veranderen aan niet alleen bij parochianen maar ook bij collega’s. Niets nieuws onder de zon want, het evangeliseren en vitaliseren van de ander begint bij onszelf. Veranderen, daar zeggen veel mensen ja tegen maar als het op ‘zelf veranderen’ aankomt dan klinkt er nogal eens, een nee. Toch, worden we uitgenodigd om, ook in onze parochie, als het ware ‘opnieuw te beginnen’. Ons leven is immers geworteld in God, zo schrijft de paus in zijn programma-encycliek ‘Gaudete exultate.’ Hij begint steeds weer opnieuw met ons. Wringt hier echter niet allereerst de schoen voor steeds meer mensen. Is God voor een steeds groter wordende groep nog wel de grond van hun bestaan? Desalniettemin nodigt Jezus steeds weer opnieuw uit tot een leven met Hem en om te volharden in het geloof in de ene God.

Opnieuw beginnen met God en met elkaar is voor nagenoeg ieder van ons vroeg of laat een uitdaging. Het begint vandaag met de simpele maar vaak zo moeilijke woorden op het misboekje, ‘ontferm U’. Mogen wij ons door Hem laten aanraken om te ontdekken hoe we samen hieraan invulling kunnen geven. Het vraagt om een andere en meer aandachtige levenshouding om op een innerlijke diepte God en elkaar echt te ontmoeten…

  • de profeet Amos (6, 1a.4-7) deelt namens God een waarschuwing aan het ontrouwe Joodse volk;
  • de 1e brief van de apostel Paulus aan Timotheüs (6, 11-16) roept op tot een gelovige trouw aan de Heer;
  • het evangelie volgens Lucas (16, 19-31) handelt over de rijke vrek en de arme Lazarus.

Opnieuw een waarschuwing van de Heer aan Israël om tot een verandering van levensstijl te komen. Het oorspronkelijke rijk van koning David is na de regering van zijn zoon Salomo verscheurd in twee stukken, grofweg Judea en Galilea. De profeet Amos is afkomstig uit Judea. Hij is door de God van ‘ontferm U’ geroepen om, met het oog op het welzijn van het volk in Galilea, te waarschuwen voor het dreigende onheil. De zorgelozen en zelfverzekerden, zoals zij genoemd worden, die zelfgenoegzaam zijn en alleen maar oog hebben voor hun eigen belang, zijn in gevaar. Zij vullen hun levensdagen los van God in. Zij handelen in strijd met het door de bemiddeling van Mozes gesloten verbond, waarin gevraagd wordt om de liefde tot God en de naaste voorrang te geven boven alles. De oproep van Amos blijkt uiteindelijk tevergeefs want in 721 voor Christus valt Galilea in de handen van de regionale macht, Assyrië. Een groot deel van het Joodse volk gaat in ballingschap en raakt ontheemd door de weigering van Gods uitgestoken hand van ontferming. Het ontbreekt hen aan de innerlijke diepte van het geloof in God. Daarmee valt de grond onder hun bestaan weg. Een buitenlandse macht krijgt de vrije hand in een groot deel van het beloofde land…

Het evangelie begint met een parabel van Jezus. Ditmaal schetst Hij, in het kader van het verbond, de ‘verstoorde’ relatie tussen de rijke vrek en de arme Lazarus. De eerste gaat goed gekleed en viert iedere dag feest zonder daarbij rekening te houden met de medemens die het niet goed heeft. Deze ligt voor de poort van zijn huis. De honden hebben wel aandacht voor de arme. Zij likken en verfrissen zijn wonden. De rijke vrek gebruikt zijn rijkdom derhalve verkeerd door geen acht te slaan op de arme die een naam heeft. Hij is gekend door God’. En de naam Lazarus betekent: ‘God helpt’. De rijke daarentegen is naamloos en is ‘niet gekend’. Het maakt direct duidelijk waar het Jezus om te doen is. Beiden sterven na elkaar. Waar Lazarus op aarde buiten lag en binnen in het huis van de rijke niet welkom was, is hij welkom binnen in de hemel. De rijke daarentegen valt het omgekeerde ten deel. Zijn plek is buiten de hemel. Hij lijdt enorm en doet verschillende malen maar tevergeefs een beroep op de aartsvader, de vader van het Joodse geloof, Abraham. Allereerst door te vragen om Lazarus te sturen om zijn lippen te verfrissen. Hij krijgt als antwoord dat hij zich moet bezinnen op zijn leven om te ontdekken wat hiervan de oorzaak is. Tot inzicht gekomen probeert hij daarna het leven van zijn nog levende broers te redden. Hij vraagt om Lazarus uit de doden te laten opstaan en naar hen toe te sturen. Tot twee keer toe krijgt hij nul op zijn rekest. Zij hebben ‘de Wet en Profeten’ als lei-draad voor een goed leven naar Gods bedoelingen. En als zij naar hen niet luisteren is er geen ontferming van God meer mogelijk. Duidelijker kan het niet. Hiermee wordt er ook verwezen naar het gedrag van de Farizeeën en de Schrift-geleerden. Bij hen ontbreekt het immers ook ten enenmale aan de innerlijke diepte van het geloof in God.

In alles klinkt een oproep van Jezus door aan de mensen van alle tijden om iedere dag kritisch het geleide leven te bezien. Dat is zoiets als een onderzoek van het geweten in relatie tot de liefde tot God en de naaste om opnieuw te beginnen. Jezus vraagt om een verandering van de zorgeloze en zelfverzekerde levensstijl die een aantal van ons eigen is. Dit alles is het begin en de kern van de evangeli-satie van onszelf ofwel het ‘opnieuw beginnen’ om zodoende, anderen tot voorbeeld te zijn en hen te nodigen om hetzelfde te doen. De apostel Paulus geeft ons in zijn eerste brief aan Timotheüs, een handreiking. Hij vraagt om oog te hebben voor de deugden van gerechtigheid, godsvrucht, liefde, geloof, zachtmoedigheid en volharding. Door deze dagelijks te overwegen en toe te passen zal het door ons uitgesproken ‘ontferm U’, steeds positief beantwoord worden omdat ons geloof geworteld is in God. AMEN

Overweging 18 september, 25e zondag  2022 C door pastoor Jacques Grubben

Op een van mijn vakantiedagen zat ik een broodje gezond te eten in een lunchroom. Er kwam een jongen met een grote glimlach binnen die na ampele overweging, iets lekkers en een kop thee bestelde. Hij ging op een opvallende plaats zitten en keek eens goed rond. Toen er een meisje in de bediening de trap afkwam bloosde hij hevig. Ook zij kreeg een rode blos op haar wangen. Verliefdheid is iets moois! De jongen en het meisje zagen elkaar wel zitten. Zij hadden er vertrouwen in dat er iets moois tussen hen zou ontstaan…

In de woorden vertrouwen en betrouwbaar staat het niet onbelangrijke woord ‘trouw’ centraal. Trouw zijn is een levenshouding en is een voorbeeld voor anderen in een maatschappij die daar zichtbaar moeite mee heeft. Betrouwbaar zijn doet recht aan de ander zonder daarbij een onderscheid naar persoon te maken. Trouw zijn is verbonden met, de ander liefhebben zoals jezelf. De heilige pater Pio, de gestigmatiseerde kapucijner monnik, zegt in dit verband het volgende. ‘Als je denkt genoeg gedaan te hebben bij het beoefenen van de liefde, bemin nog meer. Als je stilstaat bij moeilijkheden in het beoefenen van de liefde, bemin nog meer. Als je bij verzoening wacht totdat de ander de eerste stap zet, bemin nog meer.’

  • de profeet Amos (8, 4-7) bespreekt het ontrouwe handelen van Israël als een aanklacht van God;
  • de 1e brief van de apostel Paulus aan Timotheüs (2, 1-8) gaat over het aanhoudende gebed om trouw te zijn aan God in Christus;
  • het evangelie volgens Lucas (16, 1-13) handelt over de onrechtvaardige rentmeester.

Amos, is een van de twaalf zogenaamde ‘kleine’ profeten. Namens God bericht hij aan het Joodse volk in de achtste eeuw voor Christus. Hij is afkomstig uit Judea en ‘preekt’ bekering bij de ontrouw aan Gods verbond in Galilea, in de hoofdstad Samaria. En hij is veehoeder en vijgenkweker van beroep. Amos is een gezondene van God en geen ‘broodprofeet’ die de heersende macht naar de mond praat. In de boodschap van God, die hij moet uitdragen, dreigt deze met een tuchtiging, dat is een ballingschap in den vreemde, vanwege de geloofsafval van het volk. Het is een oproep tot het veranderen van de levensstijl. Immers de armen worden verdrukt, de misdeelden verdelgd en met name de heersende klasse geeft de voorkeur aan het verdienen van geld boven de trouw aan het verbond met God. De liefde tot de Heer en de medemens of de ander, staan onder druk. Kortom de boodschap van Amos is zoiets als een ‘last and final call’ zoals we die kort voor het vertrek, op een vliegveld horen. Ook in onze tijd wordt het geld  vereerd als een afgod en wordt de mens steeds vaker behandeld als een vod of verkocht om geld te verdienen. En ook nu klinkt de noodoproep om het morele kompas van de wereld te ‘resetten’ door de medemens of de ander en hierdoor God, opnieuw centraal te stellen in het leven van alledag. Met de woorden van pater Pio uit Italië: ‘Bemin nog meer of beter gezegd, bemin opnieuw…’

Jezus verkondigt de Blijde boodschap, zoals dat in de afgelopen weken het geval was, door middel van een parabel. Hij geeft catechese en spreekt over het wel en wee van een rijk man met een onrechtvaardige rentmeester. Deze wordt ter verantwoording geroepen en ontslag dreigt voor hem. Hij vraagt zich begrijpelijkerwijs af wat hij moet om zichzelf te redden uit deze netelige situatie. Zijn bestaanszekerheid is in het geding. Hij komt na ampele overweging, tot de conclusie dat hij niet kan spitten want een gewone werkmao wil hij niet zijn omdat hij zichzelf hiervoor te goed acht. Voor het bedelen schaamt hij zich en is hij wellicht te trots. Hij creëert perspectief door, op onrechtvaardige wijze en ten koste van de rijke man, de rekeningen van zijn baas aan derden te verlagen. Daarmee hoopt de rentmeester in de gunst te komen bij de afnemers van de rijke man en is zijn kostje gekocht. Of dit lukt, weten we echter niet. De les die we mogen leren is dat de rentmeester in zijn handelen zowel in het kleine als het grote onbetrouwbaar is. En dat verstoort niet alleen de relatie met zijn baas maar ook met God omdat dit in strijd is met het verbond dat God met het Joodse volk heeft gesloten. Er is een afgod in het spel omdat niet de liefde tot God en de ander voor de rentmeester centraal staat in het leven, maar het geld.

Vroeg of laat wordt ieder van ons ter verantwoording geroepen al dan niet bij overgang van de dood. De enige vraag die God ons dan stelt is: ‘Was jij betrouwbaar in het kleine en het grote of heb jij de ander bemint?’

De apostel Paulus nodigt zijn medebroeder in het geloof, Timotheüs en daarmee ook ons, uit om de relatie met God door middel van het veelvuldige gebed goed te onderhouden. Door de ingevingen van de Heilige Geest ontdekken wij dan keer op keer dat de sleutel tot het ‘trouw’ zijn in het kleine en het grote, de liefde tot de ander en tot God is. Met de woorden van pater Pio: ‘Bemin nog meer en bemin steeds weer opnieuw…’

Bij het begin van de Vredesweek verwoordt Franciscus van Assisi deze bede als volgt: ‘Met je mond verkondig je de vrede. Zorg dat die nog in hogere mate leeft in je hart.’ De vrede van God zorgt ervoor dat je in de liefde blijft … AMEN

Overweging 11 september, 24e zondag  2022 C door pastoor Jacques Grubben

‘Gevonden worden’. Dit gevoel ervoer ik intens tijdens de Aanbidding van het Allerheiligste aan het eind van een zondagse Mis in de vakantie. Koude rillingen liepen over mijn rug…bij deze ontmoeting met de Heer.

‘Gevonden worden’ dat ervoeren ook de mannen van de Vietcong die kardinaal François van Thuan in de gevangenis bewaakten. Hij kreeg in een droom het verzoek van Jezus om iedereen lief te hebben, zoals deze leefde in zijn hart. Hij deed dit op een verbluffende wijze. En wel zodanig dat iedere twee weken de bewakers vervangen moesten worden omdat ze bekeerd waren tot het katholieke geloof. Met twee vaste bewakers maakte hij uiteindelijk een borstkruis van hout en ijzer.

Tot slot: in mijn vakantie keek een jongeman, die met zijn ouders zat te eten in een restaurant, mij indringend aan. Was hij op zoek of wilde hij gevonden worden? Korte tijd later sloeg hij, toen zijn moeder een foto maakte, liefdevol de arm om zijn vader heen. De uitleg van dit alles volgde in een droom. Jezus riep mij op om mijn vader opnieuw te vergeven. Dat heb ik gedaan door hem bij God te brengen door ‘mijn arm op geestelijke wijze om mijn vader heen te slaan’. De Heer had hem gevonden…

  • het boek Exodus (32, 7-11.13-14) spreekt over de interventie van Mozes bij de geloofsafval van het volk Israël;
  • de 1e brief van de apostel Paulus aan Timotheüs (1, 12-17) gaat over de barmhartigheid aan hem bewezen;
  • het evangelie volgens Lucas (15, 1-10) handelt over de vreugde bij de bekering van een zondaar.

Mozes is veertig dagen en nachten in gebed op de berg Sinaï waar hij de tien geboden van God zal ontvangen. Het volk is echter ongeduldig en gaat op zoek naar een zichtbare God die niet zo’n angstaanjagend is, zoals zij hebben ervaren bij de openbaring op deze berg. Israël is ontrouw en vervalt met de hulp van Aaron, de broer van Mozes, tot afgoderij. Het heeft een stierenbeeld van goud gemaakt en brengt het eer. Israël heeft de eeuwige God van hemel en aarde ingeruild voor een iets vergankelijks. De Heer maakt Mozes hierop attent. Hij is diep teleurgesteld en ontsteekt in een dusdanige woede dat Hij Israël wil vernietigen. Mozes pleit er echter voor om dit niet te doen. Enerzijds omdat Hij het volk met sterke hand en met macht uit Egypte heeft weggeleid. Door de vernietiging zou Hij de hoon van de farao en zijn volksgenoten op de hals kunnen halen.

Maar wat nog belangrijker is, is de beloofde trouw aan de Aartsvaders in de dubbele belofte van het land Kanaän en een groot volk. Deze zou al doende verbroken worden. God gaat in op het verzoek van Mozes die zijn barmhartige hart heeft weten te raken. Hij heeft daarmee als het ware God gevonden…

De prediking van Jezus wordt op twee verschillende manieren benaderd. De zondaars zoals de tollenaars of de belastingambtenaren in Romeinse dienst, luisteren naar zijn woorden. De boodschap van Jezus wordt daarentegen veelvuldig bekritiseerd door de Schriftgeleerden en de Farizeeën als de vertegenwoordigers van het Joodse religieuze gezag. Jezus geeft daarop onderricht door middel van parabels die aansluiten bij de belevingswereld van het volk. Zowel in de gelijkenis van het verloren schaap als van de zoekgeraakte drachme, en in het verlengde daarvan van de verloren zoon, gaat het om hetzelfde. Het op zoek gaan naar het gemiste schaap, het opruimen en vegen van het huis alsook het met open armen opwachten van de jongste zoon gaan over het ‘gevonden worden’. Het schaap en de zoon zijn verloren gelopen en worden teruggevonden hetzij door te zoeken naar of het opwachten van. De drachme door het zoeken naar en het ontsteken van de lamp. In de drie voorbeelden probeert Jezus het licht van het geloof te ontsteken om de luisteraars maar ook degenen die zich tegen Hem verzetten als de Messias terug te brengen bij God de Vader. Hij heeft Hem hiertoe uitgezonden op zijn missie van verzoening.

De laatstgenoemde heeft hen en ons al gevonden maar de vraag is of zij en wij ingaan op zijn uitnodiging. Dat wil zeggen: willen zij en wij door Hem ‘gevonden worden’. Wij zijn immers allen zondaars. Zo ja, dan zal er vreugde zijn in de hemel over onze terugkeer. Heer, raak ons in ons hart zoals de gevangenis-bewakers van de Vietnamese kardinaal François van Thuan. Leer ons om net zoals de apostel Paulus in zijn eerste brief aan zijn metgezel Timotheüs, dankbaar te zijn dat God ons gevonden heeft. De apostel is door Hem aangeraakt op de weg naar Damascus toen hij namens het Joodse religieuze gezag in Jeruzalem was uitgestuurd om de leden van de jonge Kerk in de boeien te slaan.

Als gedoopte mag de boodschap van Jezus ons bewust maken van onze verantwoordelijkheid om mee te werken met het opbouwen van zijn gemeenschap, de Kerk. Door het openstaan voor de werking van zijn genade en de Liefde die God is, slaan we als het ware als een zoon of dochter de arm om de Vader heen ten teken dat Hij ons door Jezus ‘heeft gevonden’. Dit te weten geeft ‘koude rillingen’ van intense vreugde… AMEN

Overweging 3 september, 23e zondag  2022 C door pastoor Jacques Grubben

Een van de films, die ik tijdens mijn vakantie zag, was getiteld ‘Supervaroni’. Een Italiaanse film met een Russische en Letse ondertiteling, kortom een uitdaging voor mij om de verhaallijn te pakken.

Het verhaal gaat als volgt. Tijdens een flinke regenbui slaat de vonk over tussen Marco, een professor Natuurkunde en Anna, een cartoonist. De een gaat uit van het bereken – en verklaarbaar zijn van alles, terwijl de ander als kunstenaar oog heeft voor het ongrijpbare van het leven. Hij kijkt de kat uit de boom, terwijl zij hard van stapel loopt in de relatie. Dit alles komt tot uitdrukking in de levensstrip die zij tekent. Echter door alle moeilijkheden van het leven heen en door de vrijheid die zij elkaar gunnen, komen ze nader tot elkaar. In het zichzelf loslaten ten gunste van de ander besluiten zij, ondanks dat dit bijzonder risicovol is, tot het stichten van een gezin. Samen kiezen zij voor het leven. Bij de geboorte van hun zoon koesteren beiden hem in hun armen. Korte tijd later overlijdt Anna. De film eindigt als Marco het stripboek dicht doet, terwijl hun zoon die inmiddels een paar jaar oud is, naar zijn moeder vraagt. Zij is echter niet veraf maar dichtbij. Dit wordt mooi verbeeld door de vader, de zoon in het midden en de moeder die als een engel aan de linkerhand van de zoon loopt. Het loslaten heeft ondanks alles een blijvend samen tot gevolg…

In onze Westerse wereld zijn velen bezig met het verzamelen van. Draagt dit bij tot onze welvaart, laat staan tot ons welzijn? Als wij op zoek zijn naar een optimaal welzijn van onszelf en de ander, dan leidt dit onherroepelijk tot het maken van keuzes. Immers niet alles is noodzakelijk laat staan grijpbaar voor een optimaal lichamelijk en geestelijk welzijn, een leven zoals God dit bedoeld heeft. Het loslaten komt hierbij nadrukkelijk om de hoek kijken. De liefde tussen twee mensen hierin vermag heel veel, zoals de besproken film duidelijk laat zien. Franciscus van Assisi heeft om God te volgen alles losgelaten. De apostel Paulus vraagt Filémon om zijn verleden met Onésimus los te laten. Jezus liet zijn menselijk leven los op het kruis voor onze redding. Drie keer een gebeuren uit liefde…om voor altijd samen te zijn met God.

  • het boek Wijsheid (9, 13-18b) spreekt over de plannen van God;
  • de brief van de apostel Paulus aan Filémon (9b-10, 12-17) gaat over de tot het geloof bekeerde slaaf Onésimus;
  • het evangelie volgens Lucas (14, 25-33) handelt over het loslaten in het volgen van Jezus.

De bedoelingen van God worden uitgezet tegen de menselijke plannen in het boek Wijsheid van koning Salomo. De laatstgenoemde zijn berekenbaar en verklaarbaar zoals voor Marco, de professor Natuurkunde in de film. Desalniettemin lopen wij tegen de begrenzingen aan van het menselijke lichaam en de menselijke geest. Soortgelijke ervaringen herken ik uit mijn voormalige vakgebied van de economie. Maar, wat is nu de wil of het plan van God? Weten wij wat zijn bedoelingen zijn? Bij het nadenken hierover komen we al snel uit bij het ongrijpbare en onbegrijpbare van het leven waarvoor Anna, de andere hoofdpersoon in de film, oog heeft. Het groeien in de liefde voor elkaar tussen twee mensen die zij verbeeldt in de strip van het leven, is een goed voorbeeld hiervan. Door het geloof in God en het vertrouwen hebben in elkaar vallen in de film en elders in het leven vele kwartjes uiteindelijk op hun plaats. Daarom is het goed om allereerst de vraag te stellen, net zoals in het genoemde boek Wijsheid, wat Gods bedoeling is of wat Hem welgevallig is. Het gaat hierbij niet allereerst om te verzamelen of het ‘slim’ zijn maar om Hem te vragen om gelovig wijs te worden naar het voorbeeld van koning Salomo. Een toevertrouwen aan God, want dat is het geloof, betekent een loslaten van onze eigen plannen om oog te hebben voor de bedoelingen van de Ander en de ander…

Het Evangelie volgens Lucas is Jezus’ reisverhaal van Galilea naar Jeruzalem om Gods plan van liefde met de mensen te voltooien. Velen trekken met Hem mee enerzijds omdat zijn woorden hen in het hart raken en anderzijds vanwege de tekenen die Hij stelt. Echter het discipel worden van Jezus betekent een loslaten van maar niet met de bedoeling om de relatie met familie en vrienden te verbreken. Integendeel zelfs! God mag daarentegen de eerste plaats krijgen in het leven want als gelovige christenen zijn we allemaal leerlingen.  En het bijbehorende kruis moeten wij in het leven niet uit de weg willen gaan.

Jezus verduidelijkt een en ander met een tweetal gelijkenissen over het bouwen van een toren en het voeren van de strijd tegen een vijand. Kort maar krachtig is zijn boodschap dat het van groot belang is om vooraf alles goed te overwegen. Het vraagt immers om de bereidheid om er helemaal voor te gaan. Dit is een loslaten van… Doen we dit niet dan zal met grote waarschijnlijkheid hoongelach ons deel zijn. Hetzelfde geldt voor ons mensen die geroepen zijn tot een leven in gemeenschap door middel van het huwelijkse leven of door een toegewijd leven als religieus of als priester. De sleutel daartoe is het geloof. Dit is niets anders dan het in liefde toevertrouwen aan God en met, in en door Hem, dienstbaar zijn aan de ander. De apostel Paulus doet vanuit die achtergrond een beroep op Filémon. En zo geven Marco en Anna zich, met de wetenschap dat zij gaat overlijden na of tijdens de geboorte, aan elkaar omwille van de zichzelf weg-schenkende liefde. De vrucht hiervan is hun zoon. God is liefde, schrijft de apostel Johannes. Gods wil doen is door het navolgen van Jezus, liefde zijn in de veelkleurigheid van het leven… AMEN

Overweging 28 augustus, 22e zondag  2022 C door pastoor Jacques Grubben

De kwetsbaren, wie zijn dat? Zijn het de bedelaars die ik op vakantie in Riga (Letland), voornamelijk bij de orthodoxe kerken, of in Vilnius (Litouwen) in de stad, tegenkom? De eersten gedragen zich netjes en zegenen je zelfs bij een gift, terwijl de anderen door hun drugsverslaving, agressief en onvriendelijk zijn. Is het de oude vrouw die je, laat in de avond, in de onderaardse paden naar het station in de Letse hoofdstad tegenkomt en die haar laatste bosjes rozen probeert te verkopen? Ze zegt, dank je wel met tranen in de ogen als je alle bloemen koopt zodat je ze daarna weer aan vrienden cadeau kunt doen. Of zijn het de kleine kinderen in Riga die onder begeleiding in de schone parken spelen gedurende de vakantietijd? Ze houden zich, onder begeleiding, naar en uit het park veilig aan een touw vast en zijn goed zichtbaar met hun fluorescerende vestjes.

Ja, zij allen zijn kwetsbaar in de ogen van Jezus. Hij heeft een voorliefde voor de kwetsbaren. En of dat nu de armen, de kinderen, de zieken, de stervenden of de zondaars zijn, dat maakt Hem niets uit. Jezus heeft aandacht voor hen vanuit de mindere plaats die zij veelal innemen in de maatschappij. Over de mindere plaats innemen ten opzichte van de ander, gaat het Evangelie. Jezus’ boodschap is vergelijkbaar met die aan de apostelen Johannes en Jacobus als dezen om de beste plaats rechts en links van Hem in hemel vragen. God en de ander behoren in ons leven op de eerste te plaats staan want dan pas stroomt de liefde op vruchtbare wijze door ons hart en zullen wij uiteindelijk de beste plaats van God ontvangen…

  • het boek Jezus Sirach (3, 17-18.20.28-29) spreekt over de meerwaarde van de bescheidenheid;
  • de brief aan de Hebreeën (12,18-19.22-24a) gaat over het verschil van het verbond van de berg Sinaï en de berg Sion;
  • het evangelie volgens Lucas (14, 1.7-14) handelt over de keuze voor de eerste versus de minste plaats.

Het boek Ecclesiasticus of Jezus Sirach blikt terug naar de tijd van de grote ballingschap in het huidige Irak en is geschreven in de tweede eeuw voor Christus. De vermoedelijke auteur is Jezus, de zoon van Sirach. In de gehoorde passage worden ons een aantal levenswijsheden aangereikt. De eerste is die van het rijk zijn maar zich bescheiden gedragen. Daarmee wordt echter niet het zich ongezond wegcijferen voor een ander bedoeld. Het is veeleer een zachtaardig, wijs en moedig zijn. Een dergelijk gedrag wekt de liefde van de ander op die niet te koop is met geschenken omdat die alleen maar een opgelaten gevoel veroorzaken. Door zo te handelen verbinden we ons werkelijk met de ander en indirect met God. Haast intuïtief denk ik dan het gedrag van de kleinzoon van de graaf van het Engelse Dorringcourt in de kerstfilm ‘Little Lord Fauntleroy’. Vanuit het besef dat God groot is, is een pas op de plaats maken of zelfs een stap terug doen, een houding van nederigheid die ons als mens beter past. Het van daaruit meewerken met de genade van God doet haar in ruime mate vruchtbaar zijn. Een hoogmoedige houding daarentegen tegenover God en of de medemens, bewerkt het tegenovergestelde. De woorden van Maria in haar lofzang op God, het Magnificat, bevestigen dit. In onze tijd waarin valse bescheidenheid en hoogmoed hoogtij vieren, zijn de woorden van Jezus Sirach, een richtaanwijzer hoe het anders, beter en naar Gods bedoelingen, kan en moet. Het eerste gezin dat wij, een priestervriend en ik, ontmoetten in Letland in 2009, leeft de genoemde dienstbaarheid en nederigheid in hun armoede en eenvoud. De eerste plaats is niet belangrijk voor hen want die behoort aan God en de ander toe. En de hulp van de ander voorziet steeds in hun noden…

Op de Sabbat, de Joodse dag van gebed, gelovige rust en eerbied voor God gaat Jezus op bezoek bij een belangrijk man, een van de voornaamste Farizeeën. Hij ziet dat de genodigden de voornaamste of de eerste plaatsen aan de tafel uitzoeken. Intussen houdt men Jezus in de gaten om Hem ergens op te kunnen betrappen dat in strijd is met de Wet en de Profeten. Naar aanleiding van het geziene houdt Hij de gasten een tweetal parabels voor. De eerste is algemeen van aard. De tweede is daarentegen persoonlijk gericht aan de gastheer. In de eerste gelijkenis spreekt Jezus over een bruiloft waarbij de gasten hun plaats kiezen. Hij waarschuwt hen en ook ons ervoor om niet de beste of de eerste plaats uit te kiezen omdat het risico bestaat dat er een belangrijkere gast komt waardoor de gekozen plek moet worden afgestaan. Het laatste levert schaamte op. Nee, zegt Jezus, kies eerder de minste plaats want dan is er een gerede kans dat je door de gastheer naar een betere plaats wordt genodigd. Dit zal je aanzien en waardering geven onder de gasten.

Tot de belangrijke Farizeeër spreekt Hij over wie er veelal genodigd worden bij een middag – of avondmaal. Vaak zijn dit de vrienden die ons op hun beurt nodigen voor een soortgelijk gebeuren. Menselijkerwijs is dit gedrag velen van ons niet vreemd. Het is echter beter, aldus Jezus, om de armen, de gebrekkigen, de kreupelen en de blinden uit te nodigen. Zij kunnen het niet ‘terugbetalen’ omdat zij niet in staat zijn om anderen als hun gast te ontvangen laat staan van een goede maaltijd te voorzien. De mensen die deze tweede houding aannemen zullen later en op een andere manier aanzien en waardering ontvangen bij de opstanding van de rechtvaardigen ofwel het eindoordeel. Jezus keurt derhalve het menselijke gedrag van ‘voor wat, hoort wat’ af omdat het dan op de eerste plaats niet gaat om de ander. Het zelf of het eigen belang staat dan immers op de eerste plaats. Dat is ‘de oude wereld’. Als wij daarentegen geloven in Jezus als onze Redder, dan mogen wij nieuwe mensen zijn die een ‘nieuwe wereldorde’ nastreven. Dat is een orde die God de eerste plaats geeft in het leven en Hem herkent in de medemens, wie het ook is, vanuit het verlangen om niet de belangrijkste maar de minste te willen zijn. Door zo te leven maken wij de woorden van Maria’s lofzang, het Magnificat, tot een levend getuigenis niet alleen van Gods grote daden maar ook van onze hoge roeping.  

Sluiten wij af met een gedeelte van een Keltisch zegengebed: ‘Een lied in je hart, een lach op je lippen en een vriendelijk woord voor wie je pad kruist. Kracht in je spreken en zin in al wat je doet. En in dat alles de liefde van Christus die elk hart opent en je naaste verblijdt’. …  AMEN

Overweging 21 augustus, 22e zondag  2022 C door pastoor Jacques Grubben

Inspanning is wat anders dan ontspanning want doe je vooral in de vrije tijd en of in de vakantie die nog volop bezig is. Je spant je met name in tijdens de werkuren alsook voor de favoriete hobby of sport in het weekend of op de training. Zoals bijvoorbeeld de voormalige Olympisch en Wereldkampioen kunstrijden, Yuzuru Hanyu. Hij maakte recent bekend dat hij op 27-jarige leeftijd stopt met topsport. Mooie wedstrijden heb ik van hem gezien, waar ongetwijfeld heel veel trainingsuurtjes achter zitten.

Dit geldt ook voor ons mooie geloof. Naast regelmatig onderhoud en voeding heeft het eveneens daden nodig die hieraan uitdrukking geven. Zo is het bijvoorbeeld in Letland heel gewoon om voorafgaand aan de heilige Mis, zich bewust te worden van de menselijke gebrokenheid. Dit gebeurt door vergeving te vragen in het sacrament van boete en verzoening om het daarna te ontvangen voedsel, woord en sacrament, vruchtbaar te laten zijn in het leven. Ook gaan velen regelmatig op bedevaart, een tocht te voet, per fiets of met de bus om zich te bezinnen op het leven en of steun te vragen en dankbaar te zijn voor… Titus Brandsma verwoordt dit alles op poëtische wijze door te spreken over ‘het zich warmen in de zonnestralen zoals een bloem op het veld’.

Waarom dit alles, zou zo maar een vraag kunnen zijn? Omdat de Heer (on) verwacht op de deur van het hart kan kloppen om te vragen: ‘Hallo, waar zijn we nu allemaal mee bezig?’ Of om ons te vertellen dat het tijd wordt om naar ‘huis’ terug te keren, omdat de dood wacht…

Velen van ons zijn in deze zoekend en onrustig aangaande de goede invulling van het leven. Laten we de woorden van de kerkvader Augustinus ter harte nemen: ‘Onrustig is mijn hart totdat het rust vindt bij U’. Zij vertellen ons om de door God uitgestoken hand in woord en daad aan te nemen en onze blik hoopvol en in geloof op zijn zoon Jezus te richten.

  • de profeet Jesaja (66, 18-21) spreekt over God die de volken gaat verzamelen op de berg Sion;
  • de brief aan de Hebreeën (12, 5-7.11-13) gaat over de ijver voor het geloof;
  • het evangelie volgens Lucas (13, 22-30) handelt over de redding van de gelovigen.

De woorden van de profeet Jesaja uit de achtste eeuw voor Christus, zijn voor de eerste veertig hoofdstukken toe te schrijven aan hemzelf. Het resterende gedeelte is vermoedelijk en in zijn geest, samengesteld door een tweetal leerlingen of volgelingen van de profeet. Het gehoorde gedeelte is vol van hoop en werpt een blik op de verre toekomst. God spreekt immers, vanuit het kennen van de mensen – Hij heeft hen zelf gemaakt -, over het samenroepen van de volken, Joden en niet – Joden. Allereerst echter degenen uit het Joodse volk die leven in de verstrooiing. Zij zullen Gods glorie zien alsmede zijn wonderen. En allen zullen uit de ballingschap in den vreemde, na een periode van ‘zuivering’, hun blik weer op de Heer richten. Zij worden bijeengebracht in Jeruzalem om vandaar uitgezonden te worden om de niet – Joden te nodigen om samen te komen op de berg Sion in de stad van God. Om, met de woorden van Titus Brandsma, zich te warmen in de zonnestralen van het Evangelie, het woord van God. De boodschap van Jesaja blikt derhalve vooruit naar de tijd van Jezus’ prediking en wonderdaden alsmede naar die van de Kerk door de eeuwen heen…

Jezus trekt rond in Galilea en geeft onderricht. In Hem, Gods zoon, ontmoeten de mensen Gods glorie en zien zij de wonderen die Hij verricht. Hij is op weg naar Jeruzalem om daar zijn leven te geven en om de mensen van alle tijden, het nieuwe leven aan te reiken. Zij en wij mogen ons, met andere woorden, ‘warmen’ in de woorden van het Evangelie. Hierdoor en door zijn levensgave en verrijzenis kunnen wij tot bloei komen en de mens worden die wij, naar Gods plan, bedoeld zijn te zijn. Tegen deze achtergrond stelt iemand de vraag of er velen gered zullen worden. Jezus antwoordt met de oproep om, in gelovige ijver, ons tot het uiterste toe in te spannen om het nieuwe leven ten volle te ontvangen. Het is immers geen gemakkelijke weg want in ieder mensenleven is er sprake van lijden en komen er verleidingen op ons pad. Velen zullen het ‘proberen’ maar de deur gesloten vinden omdat wij te laat, te lauw of in het geheel niet hebben gereageerd op Jezus’ uitnodiging voor het bruiloftsmaal. Iedereen is echter in geloof welkom door het dragen van het bruiloftskleed van het geloof.

Geregelde voeding in woord en sacramenten, het terugkeren van dwaalwegen en daden van geloof zijn levensnoodzakelijk. De beloofde genade of hulp van God zal ons ondersteunen, dat is samengevat de boodschap van de brief aan de Hebreeën. Het is dit bericht van de vaderlijke liefde en zorg van God dat zegt dat God alle mensen, door het geloof in zijn zoon Jezus Christus, thuis wil brengen. Hij is op zoek naar ons. Ja, Hij heeft ons al gevonden. Hebben wij Hem echter ook herkend in onze medemensen die ons levenspad kruisen en of hebben gekruist? Jezus oproep is zoiets als een ‘wake up call’. Bij Hem vinden wij rust. Bidden wij dat het geloof niet verwatert maar door ‘water en wijn’ de warmte en kracht geeft zodat wij veilig en door Gods Geest geleid, op de weg naar het hemels thuis voortgaan…  AMEN

Overweging 21 augustus, 21e zondag  2022 C door pastoor Jacques Grubben

Inspanning is wat anders dan ontspanning want doe je vooral in de vrije tijd en of in de vakantie die nog volop bezig is. Je spant je met name in tijdens de werkuren alsook voor de favoriete hobby of sport in het weekend of op de training. Zoals bijvoorbeeld de voormalige Olympisch en Wereldkampioen kunstrijden, Yuzuru Hanyu. Hij maakte recent bekend dat hij op 27-jarige leeftijd stopt met topsport. Mooie wedstrijden heb ik van hem gezien, waar ongetwijfeld heel veel trainingsuurtjes achter zitten.

Dit geldt ook voor ons mooie geloof. Naast regelmatig onderhoud en voeding heeft het eveneens daden nodig die hieraan uitdrukking geven. Zo is het bijvoorbeeld in Letland heel gewoon om voorafgaand aan de heilige Mis, zich bewust te worden van de menselijke gebrokenheid. Dit gebeurt door vergeving te vragen in het sacrament van boete en verzoening om het daarna te ontvangen voedsel, woord en sacrament, vruchtbaar te laten zijn in het leven. Ook gaan velen regelmatig op bedevaart, een tocht te voet, per fiets of met de bus om zich te bezinnen op het leven en of steun te vragen en dankbaar te zijn voor… Titus Brandsma verwoordt dit alles op poëtische wijze door te spreken over ‘het zich warmen in de zonnestralen zoals een bloem op het veld’.

Waarom dit alles, zou zo maar een vraag kunnen zijn? Omdat de Heer (on) verwacht op de deur van het hart kan kloppen om te vragen: ‘Hallo, waar zijn we nu allemaal mee bezig?’ Of om ons te vertellen dat het tijd wordt om naar ‘huis’ terug te keren, omdat de dood wacht…

Velen van ons zijn in deze zoekend en onrustig aangaande de goede invulling van het leven. Laten we de woorden van de kerkvader Augustinus ter harte nemen: ‘Onrustig is mijn hart totdat het rust vindt bij U’. Zij vertellen ons om de door God uitgestoken hand in woord en daad aan te nemen en onze blik hoopvol en in geloof op zijn zoon Jezus te richten.

  • de profeet Jesaja (66, 18-21) spreekt over God die de volken gaat verzamelen op de berg Sion;
  • de brief aan de Hebreeën (12, 5-7.11-13) gaat over de ijver voor het geloof;
  • het evangelie volgens Lucas (13, 22-30) handelt over de redding van de gelovigen.

De woorden van de profeet Jesaja uit de achtste eeuw voor Christus, zijn voor de eerste veertig hoofdstukken toe te schrijven aan hemzelf. Het resterende gedeelte is vermoedelijk en in zijn geest, samengesteld door een tweetal leerlingen of volgelingen van de profeet. Het gehoorde gedeelte is vol van hoop en werpt een blik op de verre toekomst. God spreekt immers, vanuit het kennen van de mensen – Hij heeft hen zelf gemaakt -, over het samenroepen van de volken, Joden en niet – Joden. Allereerst echter degenen uit het Joodse volk die leven in de verstrooiing. Zij zullen Gods glorie zien alsmede zijn wonderen. En allen zullen uit de ballingschap in den vreemde, na een periode van ‘zuivering’, hun blik weer op de Heer richten. Zij worden bijeengebracht in Jeruzalem om vandaar uitgezonden te worden om de niet – Joden te nodigen om samen te komen op de berg Sion in de stad van God. Om, met de woorden van Titus Brandsma, zich te warmen in de zonnestralen van het Evangelie, het woord van God. De boodschap van Jesaja blikt derhalve vooruit naar de tijd van Jezus’ prediking en wonderdaden alsmede naar die van de Kerk door de eeuwen heen…

Jezus trekt rond in Galilea en geeft onderricht. In Hem, Gods zoon, ontmoeten de mensen Gods glorie en zien zij de wonderen die Hij verricht. Hij is op weg naar Jeruzalem om daar zijn leven te geven en om de mensen van alle tijden, het nieuwe leven aan te reiken. Zij en wij mogen ons, met andere woorden, ‘warmen’ in de woorden van het Evangelie. Hierdoor en door zijn levensgave en verrijzenis kunnen wij tot bloei komen en de mens worden die wij, naar Gods plan, bedoeld zijn te zijn. Tegen deze achtergrond stelt iemand de vraag of er velen gered zullen worden. Jezus antwoordt met de oproep om, in gelovige ijver, ons tot het uiterste toe in te spannen om het nieuwe leven ten volle te ontvangen. Het is immers geen gemakkelijke weg want in ieder mensenleven is er sprake van lijden en komen er verleidingen op ons pad. Velen zullen het ‘proberen’ maar de deur gesloten vinden omdat wij te laat, te lauw of in het geheel niet hebben gereageerd op Jezus’ uitnodiging voor het bruiloftsmaal. Iedereen is echter in geloof welkom door het dragen van het bruiloftskleed van het geloof.

Geregelde voeding in woord en sacramenten, het terugkeren van dwaalwegen en daden van geloof zijn levensnoodzakelijk. De beloofde genade of hulp van God zal ons ondersteunen, dat is samengevat de boodschap van de brief aan de Hebreeën. Het is dit bericht van de vaderlijke liefde en zorg van God dat zegt dat God alle mensen, door het geloof in zijn zoon Jezus Christus, thuis wil brengen. Hij is op zoek naar ons. Ja, Hij heeft ons al gevonden. Hebben wij Hem echter ook herkend in onze medemensen die ons levenspad kruisen en of hebben gekruist? Jezus oproep is zoiets als een ‘wake up call’. Bij Hem vinden wij rust. Bidden wij dat het geloof niet verwatert maar door ‘water en wijn’ de warmte en kracht geeft zodat wij veilig en door Gods Geest geleid, op de weg naar het hemels thuis voortgaan…  AMEN

Overweging 14 augustus, 20e zondag  2022 C door pastoor Jacques Grubben

Bij het woordje vuur denk ik in relatie tot mijn vakantie, aan twee dingen. Allereerst viel mij bij mijn aankomst op het vliegveld in Riga een grote groep militairen op. In de dagen daarna hoorde ik van verschillende vrienden dat zij geheel of gedeeltelijk in dienst waren getreden van het ministerie van Defensie. Dit alles met het oog op het verdedigen van het land omdat er iemand ‘vuur’ is komen brengen in de omgeving door de inval in de Oekraïne. En op de tweede plaats werd mijn aandacht tijdens een van de vakantiedagen getrokken, door een jong stel dat het spel ‘open en gesloten hand’ speelde. Het ging er sportief doch ‘vurig’ aan toe, zelfs zodanig dat de vrouwelijke wederhelft in tranen uitbarstte toen haar vriend lachend met de eer ging strijken. In beide gevallen mogen we wellicht zeggen dat het ons ‘overkomt’ want er is een keuze gemaakt om het land te verdedigen of om het spel te spelen.

Jezus laat ons in het Evangelie weten dat Hij ‘vuur’ is komen brengen en dat Hij verlangt dat het oplaait. Alsook dat Hij een doopsel moet ondergaan en dat Hij zich beklemd voelt totdat het is volbracht. Ook in dit geval kunnen we wellicht zeggen dat het Hem ‘overkomt’ want het hoort bij zijn Christus of Redder zijn, bij de verzoenende missie die Hij van de Vader heeft ontvangen en aanvaard.

In beide gevallen volgen velen het voorbeeld: van Jezus als geloofsgetuigen en van de militairen om hun of een ander land te verdedigen tegen een aanval van buitenaf. In het geloof is het de passie voor het Evangelie en de daarmee verbonden vrijheid in God die de mensen gaande houdt. Bij de verdediging van het grondgebied is het de liefde voor het land en de vrijheid die de mensen drijft…

  • de profeet Jeremia (38, 4-6.8-10) spreekt over het verzet tegen de boodschap van God;
  • de brief aan de Hebreeën (12, 1-4) gaat over de geloofsgetuigen
  • in het evangelie volgens Lucas (12, 49-53) handelt over het vuur dat Jezus is komen brengen.

De edelen verzoeken de koning om de profeet Jeremia te laten doden. Het is een krachtig verzoek omdat zij niet langer de vurige verkondiging, van God uit, van zijn ‘verwoestende’ boodschap willen horen. Jeremia komt uit een familie van priesters en spreekt waarschuwende woorden onder de leiding van Gods Geest. Het is een oproep tot bekering en redding want de koning en het volk zijn Hem ontrouw. Dit alles speelt zich af net voor de grote ballingschap in den vreemde die begint in 587 voor Christus. De profeet wordt in een put geworpen waarin zich alleen slijk bevindt. Hij dreigt weg te zinken. De Ethiopiër Ebed Melek wat dienaar van de Eeuwige betekent, dat is God, protesteert bij de koning. Deze geeft van de weersomstuit opdracht om Jeremia uit de put te halen. Ondanks het gebeurde blijft de profeet echter vurig de totale verwoesting van Jeruzalem prediken als men zich niet bekeert. Echter de koning en het volk volharden in hun geloofsontrouw. De stad zal uiteindelijk, korte tijd later, ingenomen worden door de Chaldeeën uit Ur, de stad waar de Joodse aartsvader Abraham vandaan komt. In die stad, waarin het vuur als God wordt vereerd begon als het ware de Joodse geschiedenis. Terug bij af kunnen we nu wel zeggen…

Het Evangelie begint met Jezus’ woorden: ‘Vuur ben ik komen brengen op aarde en hoe verlang Ik dat het al oplaait. Ik moet een doopsel ondergaan en hoe beklemd voel ik mij totdat het volbracht is.‘ Hieruit spreken enerzijds het goddelijk verlangen naar redding en anderzijds de menselijke angst voor de levensgave die volbracht moet worden. Het is echter ook de aankondiging van een nieuw begin, een nieuw verbond zoals bij Abraham. De woorden van Jezus volgen in tweede instantie op het antwoord op een vraag van de apostel Petrus. Hij stelde deze naar aanleiding van de parabel over de terugkeer van de bruidegom, afgelopen zondag. Jezus riep toen op tot waakzaamheid en trouw aan God maar niet iedereen zal deze houding aannemen. Hij voorspelt derhalve verdeeldheid. De reddende boodschap zal in een ‘huis van vijf’ strijd tot gevolg hebben. Met andere woorden, ze wordt net zoals in de tijd van de profeet Jeremia niet of maar deels aangenomen. De Heilige Geest, de Geest van vuur, krijgt niet bij iedereen toegang tot het hart om als leidsman op te treden in het leven. Jezus wordt ‘slachtoffer’ van de genoemde strijd ondanks dat Hij de boodschap van de verzoening is komen brengen. De kern van zijn boodschap wordt mooi verbeeld in de persoon van Jezus met een hart dat in vuur en vlam staat van Gods liefde. De   strijd woedt nog steeds in de gezinnen, tussen mannen en vrouwen en dito tussen volkeren en landen. Jezus daarentegen, die ieder van ons uitnodigt tot de eenheid brengende Liefde, God zelf, is hét verbindende principe van de verzoening. Hij is de hoeksteen van de gemeenschap, die op het kruis wordt gesticht, die wij de Kerk noemen. Op bijzondere wijze krijgt dit gestalte in de kerk van Loppiano, nabij Florence. En wel als een gebouw en een gemeenschap gelovig én letterlijk onder de mantel van Maria met als stralende eenheid, de Heer centraal in het tabernakel in de vorm van een grote Hostie.

In de brief aan de Hebreeën worden wij uitgenodigd om ons aan te sluiten bij de genoemde menigte van geloofsgetuigen. De aartsvader Abraham uit Ur, of de vader van het Joodse en christelijke geloof, is er een van. Het vraagt echter om een radicale keuze en door, zoals vorige week, hemelse schatten te verzamelen in plaats van aardse. Dit gaat echter, dat ervaren wij zelf, niet zonder strijd. We hebben immers zoals de apostel Paulus het zegt, ingeschreven voor een bijzondere wedstrijd waarin Jezus voorop loopt. Hij is de ‘Ebed Melek’ uit de eerste lezing die ons aanvuurt om op koers te blijven en om vooral vol te houden. Ons ‘vaderland’ is immers in de hemel.

‘Open onze oren voor de stille stemmen van de geloofsgetuigen waarin U zich laat zien als God met ons in Jezus, de Mensenzoon’…AMEN

Overweging 7 augustus, 20e zondag  2022 C door pastoor Jacques Grubben

Al het aardse is betrekkelijk want alles is ons toevertrouwd. Dit betekent dat alles is gegeven om er goed mee te doen. Zegt de heilige Schrift bij de monde van de apostel Paulus ons immers niet: ‘Wat heb je dat je niet ontvangen hebt?’ In een parabel in het evangelie volgens Mattheüs houdt Jezus ons voor om de ontvangen talenten in te zetten voor de dienst aan God bedoelingen. Door het geloof is ons leven verborgen in Christus. Het echte leven vindt zijn oorsprong en zijn zin in het geloof in en door de ene God die zijn Zoon mens heeft laten worden voor ons. Hij heeft zijn leven gegeven om ons het nieuwe leven, met Pasen, aan te reiken. Dit leven is nog steeds de grootste gave van God …

In mijn vakantie las ik een klein boekje van een Noorse onderzoeker over de stilte. Een zin bleef bij mij hangen: ‘De stilte als gave is waardevoller en luxer dan de tasjes van Louis Vuitton.’ Ik meen dat hij gelijk heeft te meer wij God kunnen ontmoeten op het moment dat we in geloof tijd maken voor Hem door stil te worden van binnen. Daarvoor hoeven we niet als eerste een kerk binnen te gaan. Het handelen in stilte van de hoofdpersonen in het evangelie van de afgelopen tijd, de barmhartige Samaritaan, de aartsvader Abraham en Maria, de zus van Martha, laten dit zien. De liefde die God is wordt hierdoor zichtbaar, hoorbaar en voelbaar. God komt ons in mensen op ons levenspad tegemoet. We ‘ontmoeten’ Hem al in de vertederende lach van een kind, in de stralende oogopslag van een vrouw en of een man maar evenzeer in de natuur van het tjilpende musje en de bloeiende bloem. Deze momenten zijn naast onze goede daden, de schatten van God die we mogen verzamelen. Zij brengen vreugde en laten een blijvende ‘indruk’ achter. Door de innerlijke blik op Jezus te richten verzamelen we immers schatten in de hemel die blijvend zijn…

  • het boek Wijsheid (18, 6-9) blikt terug naar de nacht van de uittocht uit Egypte;
  • de brief aan de Hebreeën (11, 1-2.8-12) spreekt over het geloof van Abraham;
  • in het evangelie volgens Lucas (12, 32-48) gaat over het verzamelen van schatten in de hemel.

De brief aan de Hebreeën, die waarschijnlijk in de tweede eeuw is geschreven door iemand uit de school van de apostel Paulus, laat ons weten dat het geloof de vaste grond is van onze hoop. Ze is zoiets als een zekerheid of garantie en vanuit de vertaling uit het Grieks waarin deze brief is geschreven, zelfs een recht op eigendom maar dan met het oog op het nageslacht. Door het geloof worden het onzichtbare en hemelse zoals de roeping van de Joodse aartsvader Abraham – en ook die van ons – zicht – en hoorbaar. In de stilte van dit geloof gaat Abraham met vertrouwen op weg vanuit zijn eigen omgeving naar het onbekende land Kanaän, dat aan Hem en zijn nageslacht wordt beloofd. Hij, zijn zoon en kleinzoon wonen er maar nog niet als eigenaar in het heden maar met het oog op de verre toekomst. Het is, naast dat van een oneindig groot nageslacht, een van de twee beloften of gaven van God. Trouw aan Hem in de stilte van het hart en zich uitend in concrete daden is het enige wat Hij van hen – en van ons – vraagt…

Het vervolg wordt gememoreerd in het laatste gedeelte van het boek Wijsheid dat terugblikt naar de nacht van de bevrijdende uittocht uit de slavernij in Egypte, eeuwen later. Evenals de Paasnacht is het een nacht van grote vreugde waarin God de belofte van bevrijding vervult zoals die al werd aangezegd aan de Aartsvader Jakob en door Mozes en zijn broer Aaron. Daar tegenover staat, de tuchtiging van de vijanden, de onderdrukkende farao en zijn knechten. Het volk Israël,  al degenen die op weg zijn naar hun bevrijding, vieren het Joodse paasfeest voor eerst en in de woestijn. Zij verplichten zich nadien God en de naaste in liefde dienstbaar te zijn in het nieuw te sluiten verbond, Ze worden stil bij het zien van Gods grote daden aan de vijanden van Egypte maar ook bij het sluiten van het verbond, later op de berg Sinaï…

Jezus’ woorden ‘Weest niet bevreesd, kleine kudde, het heeft mijn Vader behaagt u het koninkrijk te schenken’ zijn met een beetje goede wil ook van toepassing op onze tijd. Het zijn woorden van hoop die gesproken zijn om het geloof op te wekken en om daarin te volharden. Derhalve raadt Jezus zijn leerlingen aan – en ook ons – om zo schatten in de hemel te verzamelen. Dit betekent dat we ons niet moeten laten verblinden door de ‘bling, bling’ van de aardse goederen, positie en of schoonheid. We worden zelfs aangeraden om de goederen te verkopen en de opbrengsten te delen met de minderbedeelden. Immers alles hebben wij, en ondanks ons harde werken, ontvangen met het oog op de ander én onszelf. Al doende mogen we leren onze innerlijke blik in geloof gericht houden, volgens de parabel, op de ‘terugkerende’ bruidegom, Jezus zelf. Waakzaamheid in trouw is datgene waartoe Hij hen – en ook ons – oproept. Als Hij ons, zelfs op een later moment in de ‘bevrijdende’ nacht, zo aantreft dan zijn wij van harte welkom op het bruiloftsmaal in de hemel. Enerzijds verwijst dit naar de Joodse huwelijksvoltrekking en anderzijds naar de wederkomst van de Mensenzoon, Jezus. Hij is de bruidegom en wij, de gemeenschap van de wereldwijde Kerk, zijn de bruid.

Titus Brandsma herhaalt op de achterkant van het misboekje, het waken en zoeken naar God die zich laat vinden door het gelovige hart dat Hem liefheeft en naar Hem uitziet. Klopt Hij aan zijn deur, dan doet ‘het’ met vreugde open…AMEN

Overweging, 26 juni, 12e zondag 2022 C door pastoor Jacques Grubben

Vastberaden op weg gaan; wat betekent dat voor ons? Allereerst met moed, vertrouwen en doelgericht de ingeslagen weg gaan en vervolgen. En al datgene wat ons kan afhouden van het beoogde doel, los of achterlaten. Het is als het geven van een antwoord aan de innerlijke roepstem die ons inspireert.

Laat ik een voorbeeld geven. Mijn oog valt daarbij op een verzameling teksten van pater Frans van de Lugt met als titel ‘Wie ben jij, o liefde?’. Zij zijn zoiets als een geestelijk testament van de in 2014 vermoorde pater Jezuïet. Het is een liefdesboodschap pur sang van hem die, ondanks de levensbedreigende situatie, in Syrië wilde blijven voor christenen en moslims. Daarbij volgde hij min of meer het voorbeeld van de apostelen Petrus en Paulus, wiens feest wij deze week vieren. Het zijn krachtige getuigenissen van ons geloof. De Benedictijnse zuster Hannah verwoordt het kernachtig: ‘U roept mij op om met mijn hart niets te verkiezen boven de liefde van Christus. Laat mijn liefde mijn hele wezen omarmen zodat ik op mijn beurt allen kan liefhebben’. In deze woorden komen de genoemde moed, het vertrouwen en de doelgerichtheid alsmede het loslaten van alles wat je daarvan af kan houden, zichtbaar en voelbaar tot uitdrukking. Het is zoiets als een ‘zelveloosheid’ van mensen die zich niet laten leiden door de geest van de zelfzucht maar door de Geest van de God die liefde is. Alleen met Gods hulp zijn wij mensen daartoe in staat. Jezus, de apostel Paulus en de profeten Elia en Elisa laten dit duidelijk zien…

  • het 1e boek Koningen (19, 16b.19-21) gaat over de opvolging van de profeet Elia;
  • de brief aan de Galaten van de apostel Paulus (5, 1.13-16) handelt over de strijd tussen de Heilige Geest en de geest van de zelfzucht;
  • in het evangelie volgens Lucas (9, 51-62) gaat over de opgang van Jezus naar Jeruzalem in de aanloop naar zijn lijden en sterven.

De passage uit het 1e boek Koningen begint met de opvolging van de profeet Elia. Zijn taak zit er bijna op. Dit alles vindt plaats als hij opnieuw moed heeft gekregen nadat God hem in een zachte bries aangeraakt heeft op de berg Horeb. In naam van de Heer gaat Elia naar Elisa, de zoon van Safat, en nodigt hem uit om hem te volgen. Deze is echter nog aan het werk en vraagt aan Elia of hij eerst afscheid van zijn ouders mag nemen. Deze antwoordt hem echter dat hij tot niets verplicht is. Het is immers een keuze in vrijheid en het is God die uitnodigt. Het bekende ‘kwartje’ valt in tweede instantie bij de beoogde opvolger van Elia omdat hij, in lijn met de woorden van pater Frans ‘Wie ben jij, o liefde?’ ontdekt wie het is die hem roept. Elisa slacht het ‘eigen’ stel ossen, geeft het personeel te eten en hij gaat met vertrouwen Elia achterna…

Jezus is op weg naar Jeruzalem. De dagen van zijn verheffing (Lucas) of zijn verheerlijking (Johannes), van zijn lijden en sterven, zijn nabij. Dit doet ons beseffen dat de passage zich vermoedelijk afspeelt in het laatste jaar van zijn openbaar leven. Hij zendt zijn leerlingen voor zich uit om zijn verblijf en ook de verkondiging van de Blijde Boodschap, voor te bereiden. Echter in Samaria wordt Hij geweigerd omdat zijn uiteindelijke doel Jeruzalem is. Dit heeft mogelijk  niets met Jezus zelf te maken maar met de verstoorde geloofsrelatie tussen de religieuze elite in Jeruzalem en het Joodse volk in Samaria. Dit alles is terug te voeren op een conflict over het ‘Jood zijn’ na de tijd van de ballingschappen van de achtste tot en met de zesde eeuw voor Christus. De beide ‘donderzonen’, de broers Jacobus en Johannes die licht ontvlambaar zijn, zijn gekwetst en willen drastisch ingrijpen. Jezus wijst hen echter op strenge toon terecht omdat dit niet zijn manier van doen is. Opnieuw komt bij mij de vraag van pater Frans op, ‘Wie ben jij, o liefde?’ Jezus is, als de zoon van God die liefde is, gekomen om velen te redden in plaats van te oordelen. De mensen in Samaria horen daar zeker ook bij. Daaropvolgend heeft Jezus twee ontmoetingen die in het teken staan van het volgen van Hem. Hij is in beide reacties echter niet ‘kort door de bocht’. Opnieuw wordt hierin duidelijk dat het volgen van de beloofde Redder, een ‘uitnodiging in vrijheid’ is alsmede een ‘los – en achterlaten’ van. Er is derhalve geen sprake van een onmenselijk gedrag maar eerder van een uitnodiging om vastberaden en niet achterom kijkend met Hem op weg te gaan…

De apostel Paulus gaat hier in zijn brief aan de Galaten op door. Van degene die eenmaal de vrije keuze om Jezus te volgen in geloof heeft gemaakt wordt gevraagd, in het besef van de eigen plussen en minnen, om te leven naar Gods bedoelingen. Hij heeft ons als gelovigen daarbij een Helper gegeven. Dat is de Heilige Geest die als raadgever en gids ons inspireert, bemoedigt en vastberaden doet voortgaan op de ingeslagen weg. We ontdekken dan meer en meer wie die liefde, God zelf, is waar pater Frans over spreekt en hoe die liefde ons steeds meer vervult, gelukkig maakt en op koers houdt …op weg door het leven en op weg naar ons uiteindelijk thuis…  AMEN

 

Overweging, 19 juni, 12e zondag 2022 C door pastoor Jacques Grubben

De roman ‘Jouw afwezigheid is duisternis’ begint als de hoofdpersoon op de voorste bank van een kerk zit. Het is stil, alleen het geblaat van een schaap is te horen. De man op de achterste bank kijkt hem spottend maar zwijgend aan. De hoofdpersoon loopt de kerk uit en wordt geraakt door de woorden op het graf van een vrouw: ‘Jouw afwezigheid is duisternis. De eeuwige vergetelheid zetelt over je herinnering. Waar vinden wij troost?’ Even later volgt een onverwachte ontmoeting met een vrouw, die blij is om hem terug te zien omdat ze dacht dat hij dood was. Zij geeft hem een stevige knuffel. De hoofdpersoon realiseert zich dat hij leeft. De vraag die het verhaal verder leidt is of de doden hun naam verliezen als wij hun verhaal niet vertellen.

Deze vraag maakt het mogelijk om een overstap te maken naar het feest van Sacramentsdag. Een goede verstaander ziet in het voorgaande wellicht een verbinding met de ontmoeting van Maria Magdalena met de verrezen Heer. Het sluit ook aan bij woorden van moeder Teresa dat we in de Eucharistie niet alleen Jezus ontvangen maar dat Hij ook onze (geestelijke) ‘honger’ stilt. Hij nodigt ons uit. Hij ‘heeft behoefte aan mensen’ want dan gaat zijn reddend ‘verhaal’ met ons allen verder. Dan krijgt het een vervolg omdat het ‘verhaal’ doorverteld wordt. Het vieren van de Eucharistie is niet alleen het breken en delen van het brood maar ook, in het vervolg, het breken en delen van het leven van allen die op ons pad komen. God is in zijn Zoon niet afwezig door zijn dood want wij geloven dat Hij leeft!

  • het boek Genesis (14, 18-20) gaat over de ontmoeting tussen Melchisédek en Abram;
  • de 1e brief aan de Korintiërs van de apostel Paulus (11, 23-26) gaat over het Laatste Avondmaal;
  • in het evangelie volgens Lucas (9, 11b-17) gaat over de wonderbare broodvermenigvuldiging.

Jeruzalem is de stad van ‘vrede’. Melchisédek is de koning van Salem. Hij is de koning van ‘vrede’ en heeft, net zoals de Mensenzoon, geen geboorte – en sterfdatum. Hij is een voorafbeelding van Jezus, de mens geworden zoon van God. Melchisédek is priester van de Allerhoogste, van God, en is in die zin vergelijkbaar met Jezus, de Hogepriester bij uitstek. In zijn priesterlijk dienstwerk zegent de eerstgenoemde namens God, Abram. Deze is immers de God van de hemel en de aarde die de vijanden aan Abram heeft overgeleverd om hen te overwinnen. Als gevolg hiervan biedt de laatstgenoemde God van alles het tiende deel aan. We mogen dit zien als een voorafbeelding van een van de bepalingen van het onder Mozes te sluiten Oude Verbond. Tenslotte biedt de priester in kwestie aan de latere Aartsvader van het Joodse volk brood en wijn aan. We mogen dit zien als een voorafbeelding van de Eucharistie, het voedsel van het geloof voor onderweg dat onze ‘honger’ stilt zoals moeder Teresa het zo mooi verwoordt. Alle genoemde voorafbeeldingen verwijzen naar de verbondssluitingen in de toekomst. En zij bevestigen de consistentie van Gods heilsplan met de mensheid, Joden en niet-Joden…

De eerste lezing wijst vooruit naar het instellen van de Eucharistie tijdens het Laatste Avondmaal. In de tweede lezing horen we hierover een getuigenis uit tweede hand. De apostel Paulus was niet aanwezig. Het Evangelie wijst met het ‘verhaal’ van de eerste wonderbare broodvermenigvuldiging vooruit naar het genoemde handelen van Jezus. Het Evangelie begint met zijn spreken over het Rijk van God dat aanstaande is. Hij voedt het aanwezige volk, dat hier verlangend naar uitziet, op geestelijke wijze. Zij leven immers in de tijd dat de beloofde Redder verwacht wordt. Tegen het eind van de dag raden de apostelen Hem aan om het volk naar huis te sturen of om in de omliggende dorpen brood te kopen zodat zij zelf kunnen voorzien in hun ‘lichamelijke’ honger. Echter Jezus zegt hun: ‘Geven jullie hen maar te eten.’  Deze korte boodschap raakte niet alleen de apostelen maar ook Martijn die afgelopen zaterdag in ons bisdom tot priester werd gewijd, in het hart. Het is immers de priesterlijke taak bij uitstek om het volk namens God op eucharistische wijze te voeden. God is immers graag onder de mensen, aldus moeder Teresa. En een variatie op de woorden van de roman, mag ons doen beseffen dat Jezus’ fysieke afwezigheid géén duisternis inhoudt. Hij leeft en is onder de gedaanten van brood en wijn op geestelijke wijze onder ons aanwezig. Bij de apostelen ontstaat na Jezus’ uitspraak een beslissingsdilemma van geloof en vertrouwen om eten te gaan kopen of om met de vijf broden en twee vissen ‘aan de slag’ gaan. Het wordt het laatste als Jezus hen verzoekt om het volk in groepen van vijftig in het gras te laten gaan zitten. Jezus handelt als het ware in de ‘stilte’ van de kerkelijke omgeving van de roman door de broden en de vissen te nemen, hiervoor te danken en ze te zegenen. Hij is immers de God van hemel en aarde die zegent. Daarna deelt Hij alles uit. De apostelen verzamelen nadien, ondanks de grote mensenmassa, twaalf korven met brokken. De wonderbare broodvermenigvuldiging is een onverwachte ontmoeting zoals die tussen de vrouw en de hoofdpersoon in de roman waarvan gedacht werd dat hij dood was. Het is ook een intens gebaar van liefde, een eucharistisch teken. In gewone woorden het is een voedende ‘knuffel’ van God.

De apostel Paulus doet als het ware alles nog eens ‘dunnetjes’ over door het instellen van de Eucharistie te bespreken. Jezus verzoekt hierbij om zijn handelen op de avond van het Laatste Avondmaal, en in het kielzog van zijn sterven op het kruis en zijn verrijzenis met Pasen, te blijven gedenken. Dit betekent met de woorden van de voormalige dominee, Nico ter Linden, ‘Het verhaal gaat verder’. Zo wordt de heilige Naam en het handelen van Jezus voor ons levensgeluk niet vergeten…

Ik sluit af met sprekende woorden uit de abdij van Lilbosch (Echt): ‘Als God binnenkomt in ons leven is het meestal langs de deur van de stilte. De eenzaamheid en de stilte scheppen immers de ruimte waarin wij God zuiverder kunnen horen. En daar vinden wij meteen dan ons diepste zelf want op de bodem van ons hart en in het puntje van de ziel woont God…’ AMEN

Overweging, 12 juni, 11e zondag 2022 C door pastoor Jacques Grubben

Recent las ik de indrukwekkende roman ‘De overlevenden’ die gaat over drie broers die elkaar na jaren weer ontmoeten. Zij zien samen, door de ogen van de middelste broer Benjamin, terug op hun jeugd en de familietragedie die daarin plaatsvond. Door zijn ogen leren wij de andere broers kennen en steeds meer wordt de echte waarheid van wat er gebeurd is, ontsluierd. Het drama speelt zich af tijdens een vakantie en rondom een transformatorhuisje in de Zweedse bossen, waarvan de deur openstaat. In de nabijheid van en even later binnen in, is er in eerste aanleg geen spanning. Echter dat verandert als in een ‘bliksemflits’ waarbij de middelste zoon ernstig verbrandt en hun zusje sterft. De relatie tussen de moeder en de drie broers raakt hierdoor ernstig verstoord. Hierdoor en omdat Benjamin met zijn vader door een vroegtijdig sterven niet meer de door hem gewenste relatie beleeft, doet hij een zelfmoordpoging. Hij wordt op het laatste nippertje gered. Benjamin is net als zijn beide broers, zo blijkt, als de ‘oude mens’ die geen echt houvast heeft in het leven. Diep verwond en met een gebrek aan liefde komen de broers, op basis van een na dood van hun moeder gevonden brief, samen met het oog op het uitstrooien van haar ‘as’. Ze blijken dan wel onderscheiden maar niet echt te scheiden van elkaar…

Onze relatie tot God de Vader en de Heilige Geest, wordt als het ware zichtbaar door de ogen van de ‘middelste’ van de Drie, de Zoon van God. Net als bij de drie broers zijn de drie personen van God onderscheiden maar niet te scheiden van elkaar door de ‘familieband’. Door onze aandacht op Hem te richten wordt de waarheid omtrent de Vader, zijn bedoelingen met de mensen en de rol van de Geest, ontrafelt en leren wij hen beter kennen. De lang geleden gedane belofte van redding vormt de sleutel. Immers in de lezingen wordt niet alleen Gods onblusbare liefde voor ons maar ook de uitgestoken hand van hulp, de Heilige Geest, tastbaar. In de roman brengt de brief van de moeder als een uitgestoken hand de broers bijeen. Het dubbele jawoord van Maria als de moeder van de Zoon en later van de Kerk als het antwoord op de uitgestoken hand van God, brengt mensen als broers en zussen bij elkaar…

  • het boek Spreuken (8, 22-31) gaat de Wijsheid of het Woord van God, de eerstgeborene, Jezus Christus;
  • de brief aan de Romeinen van de apostel Paulus (5, 1-5) gaat eveneens over Hem die de toegang is tot de genade van God de Vader uit;
  • in het evangelie volgens Johannes (16, 12-15) gaat over de Heilige Geest.

Het boek Wijsheid bestaat uit vijf verzamelingen. Vandaag horen wij in de proloog over de Wijsheid als de openbaring van God en de bron van alle leven. De gehoorde woorden leiden ons naar het Woord ofwel de Zoon van God, Jezus Christus. Het gehoorde is immers een op een op Hem van toepassing. Hij heeft zijn oorsprong bij God, is onderscheiden maar niet te scheiden van God de Vader. Hij is als de eniggeboren Zoon al aanwezig voor de schepping die wordt beschreven. En wij vernemen tevens dat Hij graag te midden van de mensen is. Dat kan eerlijk gezegd ook niet anders als we weten dat wij naar zijn beeld en gelijkenis zijn geschapen. Wij zijn dan al de beoogde broers en zussen van elkaar. Over Gods handreiking naar de mensen gesproken… In dit alles openbaart zich heel veel over God, over zijn bedoelingen met de mensheid en de schepping.

In het Evangelie horen we hoe het eeuwen later verder gaat als Jezus afscheid neemt van zijn apostelen. In Hem geloven doet zien en horen dat Gods bedoelingen een baken van licht en een houvast in liefde willen zijn voor de mensheid en wel voor altijd. Tegen deze achtergrond vertelt Jezus zijn leerlingen, op de vooravond van het wegschenken van zijn leven, dat hun vorming nog niet afgerond is. Ze zal na zijn heengaan, verrijzenis en Hemelvaart verder gaan. Hij maakt hun geesten in eerste aanleg rijp voor de komst van de Heilige Geest, die door Hem en de Vader gezonden zal worden. Deze Geest van waarheid brengt niet alleen in herinnering wie Jezus is, wat Hij gedaan heeft en waarom Hij zich wegschonk maar onthult op een diepere laag tevens Gods bedoelingen met de mensheid en de schepping. Opgemerkt dient echter wel te worden dat de Geest alleen datgene doorgeeft wat de Vader en de Zoon Hem ingeven. Opnieuw wordt hiermee het onderscheiden maar het niet van elkaar te scheiden zijn van de drie personen van de Drie-ene God, zichtbaar, voelbaar en tastbaar. Door de woorden van de Zoon ervaren we de onderlinge en intense liefdesband.

We zijn, net zoals de drie broers, door het geloof op weg naar een leven in vrede of eenheid met God én elkaar door de Zoon en in de kracht van de Geest. Hij is immers van God uit de middelaar bij uitstek voor ons mensen. In Hem geloven opent de deur naar de verzoenende en vrede brengende genade, Gods liefde voor iedereen. Jezus is onze enige hoop op de beloofde redding. Met Hem overwinnen wij samen met de Heilige Geest als gids en bron van inspiratie, alle moeilijkheden of beproevingen in het leven. In de mate dat we hierin meewerken gaan wij opnieuw meer en meer gelijken op de zoon van God. Zo wordt als het ware de ‘uitgestrooide as’ van het ‘oude’ leven dat wij hierdoor achter ons hebben gelaten, door de komst van en het geloof in de Zoon weggespoeld in de oceaan van de liefde die God is. Wij worden door het geloof in de Drie-ene God meer en meer als broers en zussen verbonden en licht en zout voor al onze naasten. AMEN

Overweging, 5 juni, Pinksteren 2022 C door pastoor Jacques Grubben

Pinksteren is het feest van de Heilige Geest. De belofte is vervuld en dat geeft grote vreugde. De angst is voorbij voor de apostelen en zij getuigen, met de vrede van de Heer in hun hart, van zijn grote daden. Zij doen dat met een openheid naar de mensen toe. Gods liefde straalt immers van hun af.

De Geest ontvangen met Pinksteren geeft ‘adem’ aan het menselijk verstaan over wie de Heer is, wat Hij heeft gedaan en met welke bedoeling. Het is een teken van de vitaliteit van de jonge Kerk. Hij zet immers aan tot daden van navolging en verkondiging van Jezus als de beloofde Redder van de gehele schepping. Aan dit alles gaat echter het geven van de Geest van Jezus op Goede vrijdag op het kruis alsook de gave van de Geest op de eerste zondag van Pasen aan de apostelen, vooraf. Het geven en het ontvangen van de Geest horen bij elkaar, immers de Kerk wordt op het kruis door Jezus gesticht.

Bij het menselijk sterven zeggen we vaak, hij of zij gaf de geest. De adem is vervlogen. Het is gedaan met de vitaliteit van deze gestorven mens. Het leven is stilgevallen, laat staan dat er nog sprake kan zijn van een aan de slag gaan. Bij het sterven van Jezus is dit anders. Hij is de bron van alle leven en vitaliteit. Zijn sterven en verrijzen brengen het leven voor de mensheid. Zijn aardse leven heeft immers, door het sterven van de oude mens, stil moeten vallen om het leven van de nieuwe mens die gelooft in Jezus als de universele Redder, mogelijk te maken. Het besef van de betekenis van het drieluik van Goede vrijdag, Pasen en Pinksteren mag ons, net zoals tijdens een retraite, stil doen vallen vanwege de grootsheid van dit gebeuren…Het is ‘prime time’ voor God!

  • de Handelingen van de Apostelen (2, 1-11) gaan over het neerdalen van de Heilige Geest over Maria en de apostelen;
  • de brief aan de Romeinen van de apostel Paulus (8, 8-17) gaat over de tegenstelling tussen de Heilige Geest en de geest van de zelfzucht;
  • in het evangelie volgens Johannes (14, 15-16.23b-26) gaat over het inwonen van de Vader en de Zoon en de belofte van de Heilige Geest.

De woorden in het Evangelie worden gesproken in de aanloop naar Goede vrijdag, dat is Witte donderdag. Jezus viert met zijn apostelen de Joodse Pesach-maaltijd waarop de bevrijding uit de ballingschap van het volk uit de slavernij van Egypte, wordt herdacht. Jezus bemoedigt zijn vrienden in drievoud nadat Hij gesproken heeft over zijn heengaan en het op handen zijnde verraad door een van hen. Hij spoort hen aan om Hem lief te hebben door het onderhouden van zijn woorden, dat zijn de geboden. De liefde is steeds de rode draad. Door zo te leven zal de Vader hen liefhebben en Vader en Zoon zullen in de kracht van de Heilige Geest, inwonen. Hij laat hen niet alleen. De genoemde Geest wordt, door de tijd heen, gegeven als de Helper bij uitstek. Hij zal tot slot de apostelen in herinnering brengen al wat Jezus gezegd en gedaan heeft alsook hen verder vormen met het oog op hun taak of zending. Maar voordat dit alles mogelijk wordt moet Hij lijden, sterven en verrijzen.

In de Handelingen van de Apostelen wordt de belofte vervuld door de gave van Gods Geest. Pinksteren is dag waarop het Joodse volk de eerste tarweoogst van het jaar viert. Het is echter ook een dag van dankbaarheid waarop zij vrijwillige gaven als offer brengen aan God. Tegelijkertijd viert Israël het Wekenfeest waarop men het sluiten van het Oude Verbond op de berg Sinaï en de gave van de Joodse Wet, de Thora, herdenkt. Een dag derhalve met ‘oude papieren’.

Op deze dag zijn Maria, de moeder van Jezus, en de apostelen bijeen in de zaal van het Laatste Avondmaal. Zij zijn in gebed als het huis waarin zij verblijven, wordt vervuld van een ‘wind’ uit de hemel die hen allen vervult. Het is de beloofde Helper of de Heilige Geest die op ieder van hen neerdaalt in de vorm van vurige tongen. Daarna spreken zij in vreemde talen. Dat doet denken aan het gebeuren in Babel toen mensen vanuit God elkaar niet langer verstonden. Nu gebeurt het omgekeerde, de in Jeruzalem aanwezige mensen kunnen door God de apostelen horen spreken in hun eigen taal. Deze stad is een bedevaartsoord en een wereldstad enerzijds vanwege het bijeenkomen van de Joden uit de wereldwijde verstrooiing of diaspora en anderzijds omdat er veelvuldig handel wordt gedreven. In tegenstelling met hetgeen gebeurt met de medestanders van Paulus op weg naar Damascus die wel een ‘licht’ zien maar geen ‘stem’ horen, vindt nu nagenoeg het omgekeerde plaats. De inwoners horen wel de ‘stem’ van de neerdalende Heilige Geest maar zien zijn ‘licht of vuur’ niet. In beide gevallen is er verwondering. De levenskracht of de vitaliteit van de jonge Kerk openbaart  zich op bijzondere wijze. Hij raakt mensen tot in het diepst van hun ziel.

De Geest van God is de geest van Jezus Christus en God de Vader. Hij wil in ons wonen, laat de apostel Paulus weten in zijn brief aan de christenen van Rome. De Heilige Geest handelt naar de bedoelingen van God met ons mensen, dat is ‘leven’ en wel voor altijd. De geest van de zelfzucht die ons vaak parten speelt is beperkt en op het leven hier op aarde gericht. Voor het eeuwig leven komen wij echter als het ware ‘adem’ tekort vandaar ook dat God ons in zijn overgrote liefde zijn Geest geeft om met Hem te kunnen zijn nu en in de toekomst. ‘Kom, Heilige Geest, verlicht de harten van uw gelovigen en ontsteek in ons het vuur van uw liefde. Zend uw Geest en alles zal worden herschapen.’ …AMEN

Overweging, 29 mei, 6e zondag Pasen 2022 C door pastoor Jacques Grubben

Het woord ‘erkennen’ dat vandaag centraal staat, kunnen wij allereerst zien als een bevestigen in de zin van het er mogen zijn als persoon. Dat kan van toepassing zijn op onszelf maar ook op de relatie met een ander of de Ander, God. In de spiegel kijkend kunnen dan de woorden ‘Je bent geliefd’ over onze lippen komen.  Met het laatste komen wij als vanzelf uit bij een tweede betekenis van het woord ‘erkennen’. Dat is geloven in. Immers vanuit het geloof zijn wij allen gezonden om, vanuit de sacramenten van het Doopsel en het Vormsel, in de voetsporen te treden van Jezus. Wij mogen met de woorden van de heilige Titus Brandsma ‘De wereld leren zien met de ogen van GodGod met ons verenigd zien…Blij en vol goede moed laten zien dat het waar is: ‘Mijn juk is zacht en mijn last is licht.’

Een mooi voorbeeld hiervan kwam ik tegen in het maandelijkse ‘Woord van leven’ van de internationale Focolare-gemeenschap. Marta, een jonge vrijwilligster gaat aan de slag met gevangenen. Zij wil hen helpen door het opbouwen van een relatie van vriendschap en vertrouwen. Ze ontdekt echter al snel dat dit naar twee kanten uitwerkt. Kort na de aanvang van haar werkzaamheden verliest zij een familielid en vertelt een gevangene haar dat er voor hem geen hoger beroep meer mogelijk is. Dit doet pijn! Door te luisteren naar zijn pijn is zij in staat om haar pijn beter te (ver) dragen. Ook door hem te steunen bij een examen, leert zij ‘de wereld te zien met de ogen van God’. Het brengt haar niet alleen de dankbaarheid van de gevangene die ontdekt dat ‘hij geliefd is’, maar ook de ervaring van ‘een verenigd zijn met God’ door de liefde als drijfveer te hanteren in haar leven. Herkennen wij het bovenstaande ook in ons eigen leven?

  • de Handelingen (7, 55-60) spreken over de marteldood van de diaken Stefanus;
  • het boek Openbaring (22, 12-14.16-17.20) gaat over de wederkomst van de Heer;
  • in het evangelie volgens Johannes (17, 20-26) bidt Jezus voor de eenheid onder zijn leerlingen.

De Handelingen van de Apostelen doen een kort verslag van het proces, de veroordeling en de steniging van de diaken Stefanus. Begeesterd ziet hij de hemel geopend met Jezus, de Mensenzoon, staande aan de rechterhand van God. Hiermee belijdt of erkent hij in geloof de verrezen Heer als de beloofde Messias. Dit roept verzet en grote woede op bij de leden van de Joodse Hoge Raad of het Sanhedrin. Zij stormen als een man op hem af, slepen hem buiten de poort van de stad en stenigen hem. Driemaal in de voetsporen van Jezus tredend richt hij allereerst zijn blik op de hemel en bidt hij Hem, de zoon van God, om zijn geest te ontvangen. Op het moment van sterven vraagt hij de Heer om de stenigende Joden hun deze zonde te vergeven. We kunnen met een gerust hart zeggen dat Stefanus tijdens zijn laatste levensmomenten, ‘de wereld met Gods ogen zag’. Tegelijkertijd deed hij dit vol goede moed en met vertrouwen vanuit de ‘eenheid’ met Jezus en God de Vader in de kracht van de Heilige Geest…

Het Evangelie bespreekt een gedeelte uit wat wij noemen het Hogepriesterlijk gebed. Naar alle waarschijnlijkheid heeft Jezus dit uitgesproken in de zaal van het Laatste Avondmaal of het Cenakel. Het is een vurig gebed vanuit een diep verlangen naar eenheid. Jezus verlangt tussen Hem en zijn apostelen en in het verlengde hiervan met de gelovigen van alle tijden, een eenheid zoals die bestaat met zijn Vader. Het is een ‘in ons’ mogen zijn zoals die verbeeld wordt door het binnengaan van de eenheid van de Drie-ene God bij het ontvangen van de heilige Communie, in de meest zuivere en volmaakte vorm. Jezus heeft de apostelen deelgenoot gemaakt van de Goddelijke heerlijkheid die Hem geschonken is, dat is de eenheid die bestaat tussen Hem en God de Vader. Het kennen of liefhebben van de Zoon staat gelijk aan het kennen van de Vader. En het erkennen in geloof van Jezus als de gezondene en zijn zending is gelijk aan het erkennen van de Vader als de zender. Dat geldt eveneens voor het erkennen van de liefde van God de Vader voor hen en in het verlengde hiervan, voor allen die oprecht in Jezus geloven. Hij heeft hen én ons lief zoals Hij de Zoon liefheeft. Het volharden door ‘de wereld met Gods ogen te zien… en er naar te leven (eigen toevoeging)‘ leidt er uiteindelijk toe dat zij en ook wij thuis mogen komen bij de Vader en de Zoon. Wat een vooruitzicht en wat een vreugdevol perspectief want wij zijn immers Gods geliefde kinderen…

Het boek Openbaring spreekt tenslotte over dit eeuwig Pasen. God is trouw. Dan zullen de bruidegom, Jezus, met zijn bruid, de Kerk, samenleven in het nieuwe Jeruzalem alwaar ook God de Vader en God de Heilige Geest zullen wonen. Er volgt tot slot zoiets als een tiende zaligspreking ‘Zalig hen die hun kleren rein wassen in het bloed van het Lam’ waarin wij worden aangespoord om in een oprecht geloof in Jezus als Messias, te volharden. Want het zal het eeuwig leven of het leven in het nieuwe Jeruzalem als beloning opleveren. Hier mag ons verlangen naar uitgaan…AMEN

Overweging, 22 mei, 6e zondag Pasen 2022 C door pastoor Jacques Grubben

Een aantal malen per jaar mag ik als geestelijk leidsman van de gebedsgroep van de Kleine Zielen voor de regio Nijmegen, onder meer voorgaan in de heilige Mis. ‘Het Legioen van de Kleine Zielen’, de officiële naam van deze beweging, is een vrucht van de spiritualiteit van de heilige Theresia van Lisieux. Zij is vooral bekend van haar ‘Kleine weg van de liefde’. Tegen de achtergrond hiervan is Jezus ‘op zoek’ naar mensen uit een stuk die getuigen van zijn liefde, naar mensen die onbaatzuchtig, barmhartig en heilig zijn. Zij hoeven geen van allen perfect te zijn want Hij kent onze gebrokenheid en neemt ons aan zoals wij zijn.

Het Evangelie nodigt ons uit om zulke mensen te worden door in de voetsporen van Jezus te treden. Het mag ons levensprogramma zijn zodat wij, met de woorden van een lied voor de Eerste Communie, meer en meer gaan gelijken op Jezus. Wij willen, met de woorden van de heilige paus Johannes Paulus II, toch ook niet dat ons hart versteent zoals dat van de Joodse volk in de woestijn. Nee, verlangen wij eerder om, met de Heilige Geest als gids en met de woorden van de Theresia van Lisieux, als ‘rozen’ te zijn die bloeien van een wakker geloof, een volhardend vertrouwen en een vurige liefde…

  • in de Handelingen (15, 1-2.22-29) vindt het concilie van Jeruzalem plaats;
  • in het boek Openbaring (21, 10-14.22-23) daalt het nieuwe Jeruzalem uit de hemel neer;
  • in het evangelie volgens Johannes (14, 23-29) gaat het over de liefde en de vrede van Jezus.

Jezus rust in het Evangelie zijn apostelen toe met het oog op de toekomst waarin Hij niet langer lijfelijk aanwezig zal zijn. Hij vormt hun harten verder om een voorbeeld te zijn van een geheeld of heilig en vergevingsgezind of barmhartig leven. Om gelovigen te zijn tot wie mensen graag en met vertrouwen hun toevlucht zoeken. Het zijn de laatste catecheselessen voor zijn lijden en sterven en die verwijzen naar hun levensopdracht. Opnieuw vestigt Hij, zoals zo vaak de aandacht op de kern van zijn boodschap: het liefhebben van God en de medemens niemand uitgezonderd. Want als zij, en in het verlengde hiervan ook wij, dit blijven proberen dan zal de Drie-ene God in ons wonen en weten wij ons niet alleen in de wereld. De Heilige Geest die Jezus beloofd heeft zal ons helpen. Hij zal Jezus’ levenslessen keer op keer voor de geest te halen maar ook, onder zijn bezielende leiding, ons God en zijn bedoelingen steeds beter doen kennen. Kortom, er is voor hen en voor ons geen enkele reden voor onrust of wanhoop met het oog op de komende dingen. Deze woorden zijn als een bemoediging bedoeld voor de leerlingen van alle tijden. Vandaar ook dat Jezus hen en ook ons zijn vrede toewenst. En dit betekent dat zij en wij, wat er ook gebeurt, in vertrouwen verder moeten gaan in plaats van bij de pakken neer te zitten. Jezus is midden onder ons. Dat is de diepere betekenis van het woord Shalom dat vertaald wordt met vrede…

Nu keren we terug naar de passage uit de Handelingen van de Apostelen. Het laat ons immers ons zien welke weg de apostelen gegaan zijn met het oog op het voorgaande. De niet-Joden komen in groten getale tot het geloof in Jezus als de Christus of de Verlosser. Een aantal strikte Joden echter die christen zijn geworden, vindt dan dat zich moeten laten besnijden. Maar dat is een wettelijke verplichting uit het Oude Verbond. Met Jezus Christus is er echter een Nieuw Verbond gekomen, zo betogen de apostel Paulus en Barnabas. En de uiterlijke besnijdenis van de mannen in het eerdere verbond beoogde, zoals blijkt uit de Hebreeënbrief, een innerlijke besnijdenis van het hart. Dat wil zeggen, een omkeren naar God in geloof. En dat is precies waar al die tijd tot en met de komst van Christus, de schoen gewrongen heeft bij vele Joden. Met dit strijdpunt gaan beiden naar Jeruzalem en de apostelen roepen een vergadering bijeen. Later wordt dit de eerste Kerkvergadering van Jeruzalem genoemd. Na de getuigenis van zowel Petrus als Paulus en Barnabas, neemt de apostel Jacobus, de neef van Jezus, als leider van de strikte groep christen-Joden, het woord. Na het gehoorde en met de Heilige Geest als gids, stelt hij voor om de heiden-christenen geen extra verplichtingen vanuit het Oude Verbond op te leggen. De vergadering stemt hiermee in. Het enige waar de genoemde groep zich grof gezegd van moet onthouden zijn de afgoderij en de ontucht. Daarmee bepleit hij iets dat we kunnen noemen, een heilig en van God getuigend leven. Tegelijkertijd laat deze beslissing van het apostelcollege zien dat de van origine niet Joodse christengelovigen niet voor niets hun toevlucht of heil gezocht hebben bij hun. Immers de apostelen hebben met een gelovig hart naar hen én de Heilige Geest geluisterd.

Iets soortgelijks horen wij feitelijk in de gelezen passage uit het Boek Openbaring. Immers de apostel Johannes ziet en verneemt met een gelovig hart in de kracht van de Heilige Geest, en getuigt hiervan. Het gaat over het eindpunt, waar wij allen in geloof naartoe op weg zijn.

Achtereenvolgens passeerden het wat, het hoe en het waar naar toe. Laten wij dan volharden in het geloof in de verrezen Heer. En moge het, naar het voorbeeld van Maria, een wakker en getuigend geloof zijn vanuit de vurige Liefde die Jezus, de zoon van God, zelf is…AMEN

Overweging, 15 mei, 5e zondag Pasen 2022 C door pastoor Jacques Grubben

In liefde onder ons aanwezig blijven’. Vaak wordt hiervoor gebeden bij het afscheid van een dierbare. En zoals Toon Hermans, een bekende Nederlandse cabaretier, het zegt: ‘Je bent pas dood als de mensen je zijn vergeten’. Dit betekent dat het met liefde denken aan een mens die je mist, hem of haar in leven houdt en onder ons ‘aanwezig’ doet zijn.

Zo ook, maar dan anders. met de verrezen Jezus Christus. Immers Gods woning is onder de mensen. Titus Brandsma, de Nederlandse Karmeliet die op 15 mei heilig wordt verklaard, beschrijft het op zijn eigen wijze. Hij doet dit in het verslag over zijn tijd in de gevangenis van Scheveningen. Hij schrijft: ‘Ik ben helemaal thuis, in dat kleine celletje…Ik ben er alleen, o ja, maar nooit was onze lieve Heer mij zo nabij.’ Elders zegt hij: ‘Woont Jezus’ liefde in ons, in zijn vergevingsgezindheid…en vooral van mens tot mens in het gewone dagelijkse leven, dan is de vrede verzekerd. Die liefde prediken wij vandaag.’ Deze twee citaten roepen ons samen met de woorden van het Evangelie op, tot een leven in een liefdevolle verbondenheid met Jezus en met elkaar.

  • in de Handelingen (14, 21-27) doen Paulus en Barnabas verslag van de eerste missiereis;
  • in het boek Openbaring (21, 1-5a) wordt gesproken over de nieuwe hemel en aarde;
  • in het evangelie volgens Johannes (13, 31-33a.34-35) pleit Jezus voor het bewaren van de onderlinge liefde.

De apostel Paulus en zijn reisgenoot Barnabas zijn na de verkondiging in de Oosterse kerken van het huidige Turkije op de terugweg om hen te bevestigen in het geloof. Zij prijzen hun goede gesteldheid, sporen hen aan tot volharding en laten hen weten dat na de vervolgingen die ook hun deel zullen zijn, het eeuwig leven wacht. Na vasten en gebed, naar het voorbeeld van Jezus, stellen zij oudsten aan die de gemeenschap moeten leiden. Daarna vervolgen zij hun reis en maken uiteindelijk de overtocht naar Antiochië in Syrië. Daar werden de volgelingen van Jezus voor het eerst christenen genoemd. Het is het beginpunt van hun eerste missiereis. Ze doen er verslag van de grote genade die God aan hen en de mensen betoond heeft alsmede van de verkondiging aan de niet-Joden. Immers met de woorden van psalm 145 ‘De Heer is bezorgd voor iedere mens, barmhartig voor al wat Hij maakte.’ De bevestiging van de nieuwe gelovigen, het aanstellen van leiders alsmede het reisverslag vertellen ons dat Gods woning is onder de mensen. De liefde tot God en de naaste is hiervoor de enige maar ook de noodzakelijke voorwaarde. God maakt een nieuw begin…

De apostel Paulus laat in de Handelingen van de Apostelen weten dat de weg naar het eeuwig leven geplaveid is met de stekels van het lijden van de vervolging. Jezus zegt met zoveel woorden in het Evangelie hetzelfde als Hij spreekt over zijn verheerlijking. Zijn Vader draagt Hem hierin, zo kunnen wij ‘vrij’ de woorden van de wederzijdse verheerlijking van Jezus en God uitleggen. Het beslissende lijden is voor de zoon van God en de Mensenzoon, nabij. Wij lezen immers op deze zondag uit de afscheidsrede van Jezus. Dit alles vraagt om een innerlijke verstilling om de centrale boodschap als levend water, in de kruik van ons hart, op te vangen en om er uit te leven. Jezus’ woorden veranderen van toon als Hij het vertederende woord ‘kindertjes’ gebruikt. Het zegt veel over zijn verlangde nabijheid ten opzichte van de apostelen en in het verlengde hiervan, voor ons. Hij geeft een nieuw gebod. In het Oude Verbond wordt gesproken over het de naaste liefhebben zoals jezelf. Nu echter spreekt Jezus over ‘…zoals Ik jullie heb liefgehad.’ Opnieuw is er sprake van een wederzijdsheid. Zij kan alleen maar gerealiseerd worden door in eenheid met Jezus te leven, door te leven zoals Hij het in eenheid met God de Vader heeft voorgedaan. Je kunt immers niet God liefhebben en een medemens haten, zo werd ik mij gewaar bij het lezen van een boek over contemplatie of beschouwing. God helpt ons hierbij. Het is deze liefde die Titus Brandsma in zijn leven heeft uitgedragen door voor vriend en vijand te leven, zijn leven te geven. We hoorden dit in zowel het eerste als het tweede citaat. Het vraagt van ons, en dat zal Titus als kloosterling niet vreemd in de oren hebben geklonken, overgave, dienstbaar en dankbaar zijn zoals Maria. Titus was hiermee bekend. Dat blijkt wel uit zijn verslag vanuit zijn cel in Scheveningen. Want God maakt met het jawoord van Maria namens de mensheid, een nieuw begin…

Het perspectief van het nieuwe begin dat geschetst wordt komt tot slot ook terug aan het eind van het boek Openbaring. Het wordt vergeleken met de relatie tussen de bruid en de bruidegom, met een gebeuren van liefde. God verlangt om als bruidegom te wonen te midden van de gelovigen verenigd in de Kerk, zijn bruid. Het is de liefde die ook door Titus aan ons wordt voorgehouden als het ideaal om na te streven door haar te leven in de relatie tot elkaar. Dan wordt alles nieuw laat de apostel Johannes namens God weten. Een mooie opdracht nu in het jaargetijde van de lente alles geur en kleur krijgt. Alles wordt weer als nieuw. En waar het jonge groen ontluikt en verfrist wordt door de regendruppels en de zonneschijn, mogen wij ontluiken en verfrist worden door het levende water dat Jezus zelf is. Op een geestelijke wijze is dit te zien als een lof en dankbetuiging van de gehele schepping aan de God die liefde is. AMEN

Overweging, 8 mei, 4e zondag Pasen 2022 C door pastoor Jacques Grubben

Op de achterkant van het misboekje staan de prachtige woorden van Dante Alighieri, de middeleeuwse schrijver van de ‘Goddelijke komedie’ die mij echt raakten. Hij schrijft: ‘Sterk mijn tong, dat hij slechts een enkele vonk van al uw glorie mag doorgeven aan komende generaties.’

Woorden spreken bijvoorbeeld in een ontmoeting tussen een kind en een vader of moeder, tussen vrienden onder elkaar, tussen geliefden, op school, werk, vereniging of in de kerk. Sprekende woorden in leven en in dood hebben een boodschap, een bedoeling en of zijn een uitnodiging. Zoals de woorden, na de wonderbare visvangst, van Jezus tot Petrus: ‘Heb je Mij meer lief dan dezen hier?’ Deze woorden zijn, jaren geleden, ook tot mij gesproken. Zij hebben mij diep geraakt en nodigden mij uit om priester te worden, om een ‘enkele vonk’ van Gods glorievolle boodschap door te geven aan de mensen. Het voelde alsof Jezus persoonlijk tot mij sprak en de uitnodiging bleef maar terugkomen. Bij een gesprek met een priester hierover was Jezus zichtbaar aanwezig in een voor mij iconisch beeld. Opnieuw horen wij op deze zondag sprekende woorden. Zij bevatten een eeuwige boodschap en nodigen ons uit tot het volgen van Jezus in geloof en om een ‘enkele vonk’ door te geven…

  • in de Handelingen (13, 14.43-52) zijn Paulus en Barnabas op de eerste missiereis;
  • in het boek Openbaring (7, 9.14b-17) wordt gesproken over degenen die zich voor God hebben gegeven in de grote verdrukking;
  • in het evangelie volgens Johannes (20, 27-30) is Jezus de Goede Herder.

In de Handelingen horen we over de ervaringen van de apostel Paulus en Barnabas op de eerste missiereis, de reis waarop ook de latere evangelist Marcus meegaat. De eerste twee zijn ‘geroepen’ of gegrepen door de Heilige Geest. Vandaag bevinden zij zich in een Romeinse kolonie met veel Joden, in de stad Antiochië in Pisidië. Samen gaan zij naar de synagoge op de Sabbat want aan de Joden dient allereerst het Evangelie verkondigd te worden. Nadien volgen velen hen inclusief een aantal proselieten die zich aangesloten hebben bij het Joodse geloof. De boodschap van Paulus en Barnabas heeft hun diep geraakt. En zij krijgen op het hart gedrukt om mee te blijven werken met de genade van God. Bij een volgende bijeenkomst, met nog meer volk, ontstaat er jaloezie bij de Joden en er volgen allerlei beledigingen. Echter Paulus laat duidelijk weten dat zij ook naar de niet-Joden gaan omdat de aanwezige Joden Jezus niet in geloof aannemen en daarmee het eeuwig leven afwijzen. Een harde boodschap. Het verheugt de niet-Joden dat zij ook gerechtigd zijn tot het eeuwig leven maar het maakt de Joden woedend. Zij hitsen verschillende mensen tegen hen op. De vervolging van Paulus en Barnabas is het gevolg maar die schudden het stof van hun voeten. Het is het teken dat zij de volksgenoten de rug toekeren. Ze gaan op weg naar een volgende stad, Ikonium. Dit patroon zullen we vaker terugzien in de geschiedenis van de jonge Kerk immers Gods roeping en de Blijde Boodschap, roepen ook verzet en tegenstand op. Dit ervaren velen van ons ook in het eigen leven als wij met mensen in de familie en of onze omgeving over het geloof praten en de waarde die het voor ons heeft…

De Heer spreekt in het Evangelie de tijdloze woorden: ‘Mijn schapen luisteren naar mijn stem. Ik ken ze en zij volgen Mij.’ Hij zegt immers even eerder: ‘Ik ben de Goede Herder ‘. De woorden ‘Ik ben’ duiden op Jezus’ godheid en ‘de Goede Herder’ op zijn missie, door de tijd heen, met het oog op de redding van vele mensen. Maar ze verwijzen ook naar de ‘slechte’ herders, waardoor en waarvoor Hij ook mens is geworden, om de verloren schapen terug te brengen bij de kudde. Jezus zegt daarna: ‘Ik ken ze’. Dat betekent in de woorden van de geliefde leerling, de apostel Johannes, dat Hij hen en ons liefheeft. Daarvoor heeft Jezus immers zijn bloed gegeven op het kruis om vele mensen het eeuwig leven te brengen opdat zij niet verloren gaan. De ‘velen’ zijn zij die door God de Vader aan Jezus zijn gegeven met het oog op de eeuwige verzoening en redding. Hij is echter gekomen voor allen maar niet allen hebben Hem aangenomen of nemen Hem aan in geloof. De woorden ‘en zij volgen Mij’ houden tot slot een opdracht in voor de mensen van alle tijden, om zijn voorbeeld in liefde te volgen. We komen al doende uit bij de kern van het Evangelie ‘Heb God lief en de naaste zoals Ik jullie heb liefgehad.’ Dit is ons prachtige doch ook uitdagende geloof…

Het beeld van deze liefde komt terug in het laatste boek van de Bijbel, de Openbaring. De apostel Johannes schrijft in ballingschap, vanwege de christenvervolging van de Romeinse keizers, op het eiland Patmos. Hij ziet een grote menigte mensen in witte kleren met palmtakken voor de troon van God en het Lam staan. Het zijn allen die door de eeuwen heen hun leven, letterlijk of niet, hebben gegeven voor het Evangelie of de Blijde Boodschap. Het Lam is Jezus Christus, de Goede Herder. Zij zijn blijvend met Hem verbonden in de standvastigheid voor en hebben met de woorden van Dante een ‘enkele vonk,’ van Gods glorievolle boodschap uitgedragen aan de volgende generaties. Zij hebben de liefde tot God en de naaste altijd laten prevaleren boven alles. Wij zijn geroepen om met Gods hulp hetzelfde te doen… AMEN

Overweging, 1 mei, 3e zondag Pasen 2022 C door pastoor Jacques Grubben

De vraag die centraal staat is: ‘Wie bent U’? Bij een eerste kennismaking speelt dit een rol. Wij noemen onze naam en daarmee lijkt dan de kous af. Dat is natuurlijk niet zo, want iemand kennen vraagt veel meer dan dat. In de vorige eeuw waren er vaak spelletjes op TV zoals ‘Wie ben ik?’ en ’Zo moeder zo dochter.’ Een panel én de kijkers probeerden erachter te komen wie iemand was. De vraag die vandaag gesteld wordt heeft niet van doen met een spel maar met de werkelijkheid van ons leven. Het gaat over onze relatie met Jezus. Wie is Hij voor ons?

De vraag die in deze dagen vaak eerder gesteld wordt is: ‘Waar bent U?’ Immers God kan het oorlogsgeweld in de Oekraïne toch niet zomaar toelaten want dan kan of wil ik niet meer in Hem geloven. Opnieuw komt de vraag op: ‘Wie bent U?’ Het oorlogsgeweld wordt veroorzaakt door menselijke beslissingen en fouten. Echter voor God is er altijd een weg terug. Geldt dit ook voor ons mensen?

Paus Franciscus deed in 2013 twee uitspraken die ons verder kunnen helpen. ‘Hij, dat is Jezus, zendt ons naar allen’ en ‘De Heer zoekt allen om zijn liefde en barmhartigheid te voelen.’ Dit betekent volgens mij dat God kenbaar wordt door de liefde en de barmhartigheid die wij, met zijn hulp, aan elkaar betonen. Het is ook zichtbaar in de verschillende passages in het Evangelie zoals die van de wonderbare visvangst en de dito broodvermenigvuldiging. De apostelen handelen in naam van en met hulp van Jezus. En het vindt veelal plaats in ogenschijnlijk onmogelijke situaties zoals het niets vangen of in de eenzaamheid. In hetgeen er dan gebeurt herkennen zij de Heer. Het evangelie van deze zondag laat dit ook zien. En even verderop nog een keer in de drievoudige liefdesvraag van Jezus aan de apostel Petrus. Hij maakt een groots gebaar van liefde en barmhartigheid na Petrus’ drievoudige verloochening. Jezus wordt echter allereerst herkend door de apostel Johannes, na opnieuw een wonderbare visvangst: ‘Het is de Heer’. Hij sluit aan op de eerdere woorden van de apostel Thomas: ‘Mijn Heer en mijn God.’ Echter is herkennen hetzelfde als een kennen van? Met de Hemelvaart van de Heer zijn er toch ook nog twijfelaars onder de leerlingen…

  • in de Handelingen (5, 27b-32.40b-41) worden de apostelen verhoord door de Hoge Raad;
  • in het boek Openbaring (5, 11-14) wordt gesproken over het Lam van God;
  • in het evangelie volgens Johannes (21, 1-19) verschijnt Jezus aan het meer van Tiberias.

De apostelen verkondigen Jezus door een levensbeschrijving van Hem te geven alsmede door te spreken over zijn Messiaans handelen. Het raakt het Joodse volk en de andere toehoorders maar het wekt ook de jaloezie en het verzet op van het religieuze gezag. Vele Joden komen tot het geloof in Jezus Christus. Hij is Messias. Het loopt uit op de arrestatie van Petrus en Johannes en, na de bevrijding door engelen in de nacht, een tweede zij het dan voorzichtig. Zij worden ondervraagd door de leden van de Hoge Raad. Petrus antwoordt kort en krachtig door te zeggen dat het niet geoorloofd is om mensen eerder te gehoorzamen dan God. Dus, Jezus is God voor hem. En als er in het Jodendom wordt gesproken over God dan gaat het over de God van de Aartsvaders en de degene die gezegd heeft ‘Ik ben’. Jezus gebruikt deze laatste woorden ook gedurende zijn leven zoals ‘Ik ben het licht van de wereld’ en ‘Ik ben de Goede herder.’ Als de mens geworden zoon van is Hij een met God. Daarnaast getuigen de apostelen dat de, door het toedoen van de Hoge Raad, gekruisigde Heer verrezen is uit de dood. Het is dit ultieme teken van verzoening tussen God en mensen dat Jezus niet alleen maakt tot de God die leeft maar ook tot de beloofde Redder of Messias. Drie keer horen over zij wie Hij is, maar tot geloof komen doen de leden van de Hoge Raad niet. Wel tot het verbod om in de naam van Jezus te spreken. De jonge Kerk gaat daarentegen onverdroten door om onder de leiding van Gods Geest Joden en niet-Joden tot geloof uit te nodigen.

Een aantal apostelen hernemen in het Evangelie het leven van alledag door te gaan vissen, maar zij vangen die nacht niets. Onder hen zijn opnieuw Petrus en Johannes. Bij de dageraad, de apostelen zijn door de nacht gegaan, staat Jezus op het strand. Hijzelf is de ‘dageraad’ of ‘het licht van de wereld’. Hij heeft een houtskoolvuurtje aangelegd en vraagt aan ‘zijn vrienden’ of zij iets gevangen hebben. Hij wordt echter niet herkend. Dan vraagt Hij hen om de netten, en niet voor de eerste keer, rechts van de boot uit te werpen. Bij de vorige keer wierp de apostel Petrus, vanuit het besef van zijn zondige gebrokenheid, zich voor Hem neer. Hij realiseerde zich toen dat Jezus, God is. Opnieuw vangen zij een grote hoeveelheid vis. Johannes is de eerste die Jezus herkent en de apostel Petrus komt door het water naar Hem toe. Een enorme vangst, een gastvrije ontvangst met brood en vis en de woorden ‘Komt ontbijten’. En toch, vraagt  niemand aan de Heer wie Hij is. Weten doen ze het wel, maar zij zijn te verbluft. Wie anders dan Hij nodigt hen uit met het woord ‘vrienden’ en wie stelt zulke grote tekenen. Het is Jezus!. Is dat ook zo voor ons als (lauwe) gelovigen, twijfelaars of ongelovigen? En geeft het verhaalde bij ons aanleiding tot een innerlijke strijd? Of geeft het een gevoel van diepe vrede en vreugde zoals bij de apostel Petrus als hij nadien door Jezus drievoudig wordt uitgenodigd om Hem te volgen in zijn missie van liefde en barmhartigheid? Het voelt voor hem als en is het beginnen met een ‘schone’ lei na het gebeurde op de vooravond van Jezus’ lijden. Hij mag er, met al zijn gebrokenheid, zijn zoals hij is. En dat doet wat met hem. Het vervult hem met een gelukzalig gevoel…

Als we terugblikken naar het krachtige getuigenis over Jezus voor het volk en de Hoge Raad in de Handelingen van de Apostelen, dan zien we dat Petrus in vuur en vlam staat. Hij weet wie Jezus is en wil dat met zoveel mogelijk mensen delen om hen ook gelukkig te maken. Zie hier het huiswerk voor de rest van ons leven… AMEN

Overweging, 24 april, 2e zondag Pasen 2022 C door pastoor Jacques Grubben

Bij de woorden ‘Ik ben het’ gaan mijn gedachten allereerst uit naar de lach-wekkende uitspraak ‘It’s me, Lecleire’ uit de serie ‘Allo, Allo’ over de Tweede Wereldoorlog. Het zijn de ‘sprekende’ woorden van een Franse politieagent ergens in Frankrijk als hij vermomd het café van de waard René en in de nabijheid van de Duitse bezetter, binnenkomt.

Het zijn echter ook de woorden die voor de Nederlandse spirituele leidsman Henri Nouwen, en mogelijk ook voor ons, een bijzondere betekenis hebben. In een van zijn boeken ‘Van hart tot hart’ spreekt deze over zijn jaloezie jegens de apostelen die de Heer met zijn wonden hebben ontmoet met Pasen en over Thomas die ze zelfs mocht aanraken. Bij nader inzien komt hij echter tot de conclusie dat het gewonde hart van de Heer nog steeds ‘aanraakbaar’ is als wij volledig op Hem durven te vertrouwen.  

Henri de Lubac, een groot Frans theoloog uit de vorige eeuw, heeft samen met anderen gewezen op het grote belang van de herbronning op het gedachtengoed van de Kerkvaders. We spreken dan over de 3e tot en met 5e eeuw. Hij zegt dat de verlossing een sociaal gebeuren is in relatie tot God en de medemensen. Wij kunnen immers alleen maar onszelf zijn en worden, als wij ons uitdrukken in de verbondenheid met de ander met een kleine en een hoofdletter. Hierdoor zijn en worden wij bevrijd van de puur menselijke ik-gerichtheid omdat wij onszelf openstellen voor de vreugde van het ‘samen’ met God en elkaar. De Westerse kerkvader Augustinus bedoelt hetzelfde als hij zegt dat onze relatie met God alleen maar gerealiseerd wordt door onze verbondenheid met Jezus, de Mensenzoon. Hij heeft zich als losprijs voor velen gegeven. Deze verbondenheid bepaalt uiteindelijk ons eigen zijn als christen in het geloof dat de verrezen Heer dezelfde is als de gekruisigde. Dat is de kern van het gelovig vertrouwen van de apostel Thomas in zijn antwoord ‘Mijn Heer en mijn God’ op het zien en aanraken van de Heer. Jezus is niet vermomd zoals de politieagent van het begin.  Nee, Hij is het echt. Ook voor ons komt het aan op een gelovig vertrouwen….

  • in de Handelingen (5, 12-16) worden velen door de apostelen genezen;
  • in het boek Openbaring (1, 9-11a.12-3, 17-19) wordt gesproken over de zeven kerken van het huidige Turkije;
  • in het evangelie volgens Johannes (20, 19-31) horen wij de geloofs-belijdenis van de apostel Thomas;

De Handelingen van de Apostelen nemen ons, na Pinksteren, mee in de ge-schiedenis van de jonge Kerk. Er is sprake van een eensgezindheid onder de apostelen en de andere leerlingen. Zij treden als gemeenschap op en doen dat steeds in de naam van Jezus. Het is niet het ‘ik’ maar een ‘samen’. De woorden ‘Ik ben het’ krijgen hierdoor gestalte. Dit alles geeft vreugde. Steeds meer mensen komen tot het geloof in de verrezen Heer en er vinden veel genezingen plaats in en buiten Jeruzalem. En toch lijkt het er op dat er ook mensen zijn die enige ‘afstand’ houden door zich in de zuilengang van Salomo in de Tempel niet aan te sluiten. ’Niets nieuws onder de zon’, ben ik dan genegen om te zeggen. Per saldo geven echter de woorden van psalm 118 ‘Brengt dank aan Heer, want Hij is genadig’ een goede samenvatting van de eerste tijd van de jonge Kerk.

In het boek Openbaring spreekt Jezus als de Mensenzoon de woorden ‘Ik ben het’ uit bij zijn ontmoeting met de apostel Johannes als deze een visioen krijgt. Hij bevindt zich dan wel in ballingschap op het eiland Patmos, ten tijde van de christenvervolgingen door de Romeinse keizers, maar geestelijk is hij vrij of open voor wat God hem te zeggen heeft. De boodschappen zijn van toepassing op het heden en de toekomst maar God is erbij want dat is zijn naam ‘God met ons’.

Het Evangelie speelt zich af op de avond van de eerste dag van de week. Het is de zondag van Pasen. De apostelen zijn bijeen in de zaal van het Laatste Avondmaal maar de deuren zijn uit angst voor de Joden, gesloten. Dit duidt op het nog niet volledig doorgebroken zijn van het licht van Pasen. Het getuigenis van de vrouwen en de ervaringen van Petrus en Johannes hebben hen nog niet overtuigd. Ze zijn echter wel aan het denken gezet. En dan komt Jezus, door de gesloten deuren heen, binnen. Hij zoekt en creëert gemeenschap door hen uit de omgeving van de eigen mijmeringen of het ‘ik’ te halen door hen zijn vrede toe te wensen. Hij laat hun ook zijn wonden zien om hen te overtuigen dat Hij dezelfde is als de ‘gekruisigde’. Tot slot stelt Hij hen de puur menselijke vraag of ze iets te eten hebben. Daarna schenkt Hij zijn apostelen de Heilige Geest en de volmacht voor het sacrament van vergeving. Jezus maakt de gemeenschap ‘nieuw’ en vormt haar. En, Hij bereidt hen voor op de toekomstige taak als de gezanten van de Heer.

Uiteindelijk gaan zij overstag en vertellen enthousiast aan de afwezige apostel Thomas over het gebeurde maar die reageert nuchter. Gedreven door verdriet en teleurstelling zegt hij: ‘Eerst zien en dan geloven’. Hij blijft in eerste aanleg op ‘afstand’ van het getuigenis van de anderen. Een week later herhaalt het gebeuren van de eerste zondag van Pasen zich, maar nu met Thomas. Jezus nodigt hem als het ware uit met de woorden van onze pastorale visie ‘Kom, zie en doe mee’. Anders gezegd: zie en ervaar ‘Ik ben het’. Opnieuw nodigt de Heer uit tot een ‘samen’ met Hem maar ook met de eerdere getuigen van zijn verrijzenis, de apostelen die er de eerste keer bij waren. Immers ‘Hij leeft’.

Aan het eind van het evangelie schrijft de apostel Johannes de veelbetekenende woorden: ‘Gelukkig zij die niet gezien en toch geloofd hebben.’ Ze zijn voor de mensen van alle tijden bedoeld in de wetenschap dat Jezus de Heer heel dicht bij ons is als wij bereid zijn om de ogen te openen voor zijn ‘aanraakbare’ aan-wezigheid midden onder ons… AMEN

Overweging, 17 april,  Pasen 2022 C door pastoor Jacques Grubben

Eind december overleed aartsbisschop Tutu. Hij is bekend van de strijd tegen de apartheid in Zuid-Afrika in de vorige eeuw. Ooit kreeg ik van mijn oudste zus een boek van zijn hand met de titel ‘God heeft een droom’. Twee passages vallen op. Allereerst het gesprek tussen een oude Russische priester en een jonge, arrogante natuurkundige. De laatstgenoemde onderbouwt met een reeks wetenschappelijke argumenten zijn mening waarom hij niet in God gelooft. De priester daarentegen blijft rustig en gaat niet in de clinch met hem. Hij zegt: ‘Ach, dat geeft niet. God gelooft in jou.’ Op een andere plaats in het boek gaat aartsbisschop Tutu verder op de lijn van de priester. Hij vertrouwt de lezers toe dat ‘God een droom heeft voor ons allemaal’. Hij nodigt ons uit om Hem te helpen bij het realiseren hiervan. Door hierop in te gaan, zo zegt de aartsbisschop, komt er een einde aan de ellende en armoede, aan oorlog en hebzucht, aan de concurrentiestrijd en de vervreemding in de wereld. Er zal vrede en vreugde, gelach, liefde en goedheid zijn en mededogen en de wil tot delen zullen voortaan de boventoon voeren.

De woorden ‘God heeft geloof in ons‘ en ‘God heeft een droom voor ons allemaal’ kunnen wij verbinden met het mysterie van Pasen. Wij staan stil bij de Heer die door zijn verzoenend handelen alle mensen tot zich heeft willen trekken. Het zijn de vredestichters én de dictators, de boeven én de eerlijke mensen, degenen die in Hem geloven én allen die dat niet kunnen en/of willen. Het is deze radicale en ongehoorde boodschap van de Jezus, de zoon van God en die leeft, die ons ook vandaag bezighoudt. Het blijft echter een mysterie dat wij alleen maar kunnen zien of benaderen met de ogen van een kind, ongecompliceerd, open en met verwondering. Als ‘paasmensen’ die de verrezen Heer geloven veranderen wij. We zijn immers getuigen niet van een idee of zomaar een herinnering, maar van een persoon met een hoofdletter die leeft. Wij mogen het ‘nieuwe’ leven met Hem delen en wel voor altijd. Over Gods droom met ons gesproken…

  • in de Handelingen van de Apostelen (10, 34a.37-43;2, 1.22-32) getuigt Petrus, op 1e en 2e Paasdag, over Jezus van Nazareth;
  • de apostel Paulus roept in zijn brief aan de Colossenzen (3, 1-4) de christenen op om hun blik op de hemel te richten;
  • in het evangelie volgens Johannes (20, 1-9) en Mattheus (28, 8-15) wordt op beide Paasdagen gesproken over de verrijzenis van Jezus;

Op Pinksteren en daarna voert Petrus als eerste onder de gelijken, veelal en namens het apostelcollege, het woord. Hij getuigt van Jezus van Nazareth als de beloofde Messias. In eerste instantie doet hij dat alleen voor de Joden, maar naderhand worden ook de niet Joden of de heidenen aangesproken om te geloven in de opgestane Heer. Petrus maakt in het eerste geval zelfs een onderscheid tussen de ‘mannen’ van Judea en Israël of het voormalige Zuid en Noord-rijk. Hij start bij het openbare leven van Jezus dat begint met zijn doop in de Jordaan door Johannes de Doper en de gave van Gods Geest. Nadien komen zijn lijden en sterven, door een onrechtvaardig oordeel, aan het kruis alsmede zijn opwekking uit de dood door God de Vader ter sprake. Tenslotte vertelt Petrus over zijn zending en die van de medeapostelen in de kracht van de Heilige Geest. Zij zijn gezonden niet alleen om het woord van God, de boodschap van verzoening tussen God en mensen, te verkondigen maar ook om te laten weten dat Jezus de beloofde Verlosser is van alle mensen. Kortgezegd: het is een universele uitnodiging tot het geloof in Hem…

De apostel Paulus schrijft zijn brief aan de christenen van Colosse voor de gemeenschap in deze voormalige stad in het huidige West-Turkije. Mogelijk bestond deze vooral uit niet- Joden. De brief heeft als bedoeling de mensen uit te nodigen om los te komen van allerlei dwaalleren en hun leven te richten op en alles te verwachten van Jezus Christus, dat is Messias in het Grieks. God heeft, met de woorden van de oude Russische priester, immers geloof in ons. In Christus geloven zo zegt Paulus betekent, omdat wij door en in Hem zijn opgestaan, de blik op de hemel en op God richten. Met zoveel woorden betekent dit dat de oude mens die vastzit aan de zonden wordt achtergelaten en dat wij leven als ‘nieuwe’ mensen. Met de woorden van aartsbisschop Tutu is het leven volgens de droom die God van ons heeft…

Het evangelie van beide paasdagen gaat begrijpelijkerwijs over de verrijzenis. Van de evangelist Marcus, waarop Mattheus zich voor negentig procent baseert, weten wij dat hij in de vroegste vorm van zijn evangelie geen verrijzenisverhaal heeft opgenomen. Maria Magdalena komt, met de andere vrouwen en voor dag en dauw, diepbedroefd bij het graf van Jezus aan in de veronderstelling dat de steen nog weggerold moet worden. Maar wie schetst haar verbazing dat de toegang tot zijn graf vrij is. De vrouwen ontmoeten er twee hemelse boodschappers die hun vertellen dat Jezus niet dood is maar leeft en dat zij dit aan de broeders, dat zijn op de eerste plaats de apostelen, moeten gaan vertellen. En dat zij naar Galilea moeten gaan waar Hij hen zal verschijnen. Kortom, Kom en zie… Jezus komt de vrouwen ter bevestiging tegemoet. Petrus, de ‘eerste’ van het apostelcollege en de benjamin, Johannes, gaan terstond naar het graf. Natuurlijk loopt de laatste sneller dan de eerste. Bewust van zijn positie wacht hij echter op Petrus die als eerste het graf binnengaat, kijkt en ziet. Echter hij ‘verstaat’ niet wat er gebeurd is en hij denkt niet aan de droom van het ‘nieuwe en verrezen’ leven waarop Jezus eerder geduid heeft bij de aankondiging van zijn lijden. Ook Johannes gaat naar binnen, ziet en gelooft met dien verstande dat hij zich de woorden van Jezus ook niet herinnert. De jongste is een stap verder maar kan het geziene als het ware nog niet duiden of plaatsen. In de tussentijd gaan de bewakers naar de hogepriesters en deze krijgen de opdracht om te vertellen dat de gedode Jezus meegenomen is door zijn apostelen. En om te voorkomen dat het ‘lege graf’ of de verrijzenis van de Heer zoiets als een hype wordt en de mensen tot geloof, tot leven komen…

Met de woorden van de oude Russische priester kunnen wij misschien nu ook  zeggen: ‘Dat geeft niet want God gelooft in ons’. En dat Hij geloof heeft in ons blijkt wel want velen hebben de boodschap van het ‘lege graf’, door de tijd heen, als een ontzagwekkend en geloofwaardig teken van God aangenomen. Anders hadden wij hier niet met zijn allen gezeten en de verrijzenis van zijn Zoon gevierd… Gezegend Paasfeest! AMEN

Overweging, 10 april, Palmzondag 2022 C door pastoor Jacques Grubben

Op deze zondag wordt de grensoverschrijdende liefde van God in zijn zoon Jezus Christus openbaar. Het is niet een moeten maar een laten gebeuren zoals bij de boodschap van de aartsengel Gabriel aan Maria. Het is evenzeer een instemmend antwoord aan de verzoenende wil van God de Vader. Jezus leeft in eenheid met Hem door zijn gebed, veelal in de stilte, alsook tot uitdrukking komend in zijn woorden en daden.

Hij is gehoorzaam aan God, zijn Vader, die Hem vanaf het begin heeft genodigd om een getuigenis van zijn overgrote liefde voor de mensen te geven. Daarmee wordt niet alleen de belofte van het begin aan het allereerste mensenpaar vervuld maar in Jezus komen ook de eeuwenlange profetieën tot vervulling. Zijn leven, lijden, sterven en verrijzen roept op en nodigt uit tot een antwoord in wederliefde. De karmeliet Titus Brandsma, die op 15 mei heilig zal worden verklaard, verwoordt het zo in zijn ‘Brieven’ tijdens zijn verblijf in de gevangenis van Scheveningen. Hij zegt: ‘Ik ben gelukkig in mijn leed. Omdat ik het geen leed weet, maar het allerverkorenst lot, dat mij vereent met U, o God.’ Omdat, zo laat hij elders in een van zijn werken, weten: ‘Het vonkje van onze ziel een vuur moet worden en een verblindend licht.’ Beide zinnen bevestigen dat zijn leven en zijn levensgave in grensoverschrijdende liefde, niet alleen gedaan worden in de eenheid met God maar voor hem ook uitmonden in het nieuwe en verrezen leven bij God. Het voorbeeld van Titus roept, net zoals vorige week, op tot bezinning in de laatste week van de veertigdagentijd…

  • allereerst horen wij in het Evangelie volgens Lucas (19, 28-40) over de blijde intocht van Jezus Christus in Jeruzalem;
  • bij de profeet Jesaja (50, 4-7) spreekt God hem moed in;
  • de apostel Paulus spreekt in de brief aan de Filippenzen (2, 6-11) over de ontlediging van de Christus;
  • in het passieverhaal volgens Lucas (22, 14-23,56) horen wij over het lijden en sterven van Jezus.

Jezus en zijn leerlingen zijn op weg naar Jeruzalem. Hij heeft zijn leven in gehoorzaamheid afgestemd op het plan tot verzoening van zijn Vader. Het is een afdalen van de landstreek van Galilea naar Judea, van het leven naar de dood. Maar het is ook een beweging van een toejuichen naar het verzet dat uitmondt in het lijden en sterven van de Heer. Hij geeft zijn leerlingen de opdracht, met de bedoeling dat de Schriften worden vervuld, om in het voorliggende dorp een veulen los te maken en het te halen. Daarop zal Jezus net zoals Salomo bij zijn zalving tot koning, plaatsnemen. De profetie wordt vervuld en de blijde intocht begint, de mantels worden over de weg gespreid en met palmtakken wordt Hij toegejuicht door zijn leerlingen en het volk. Zoals gewoonlijk hebben de Farizeeën wat aan te merken maar Jezus merkt scherp op dat als zij moeten zwijgen de stenen zullen spreken. Kortom, zie wat er gebeurt en kom tot geloof of in navolging van Titus, laat het vonkje van je ziel een vuur worden dat verwarmt en licht verspreid…

In lijn hiermee wordt aan de profeet Jesaja door God de gave van het woord geschonken met de bedoeling om licht te verspreiden. Iedere morgen zal God tot hem spreken met de bedoeling om een vonkje te ontsteken door te verkondigen onder de mensen. Dit alles ter tweevoudige bemoediging. Enerzijds met het oog op de ballingschap in een vreemd land achtereenvolgens in Assyrië (Israël) en Babylonië (Juda). Anderzijds ter persoonlijke bemoediging met het oog op het verzet tegen en het lijden van de profeet. Hij is immers geroepen om een dienaar van de Heer te zijn, zijn leven lang. De woorden over het lijden wijzen echter ook vooruit omdat ze van toepassing kunnen worden gemaakt op het verlossende handelen van Jezus in de verre toekomst. In die zin is er sprake van een eenheid en een parallel van de leerling of dienaar met de Meester. Het gehoor geven aan komt ook in de woorden uit het Oude Testament tot uitdrukking want de profetie moet vervuld worden…

De gehoorzaamheid aan de goddelijke boodschap van liefde uit zich in de totale ontlediging naar lichaam en geest, de openbaring van God die liefde is tot het uiterste. Het is een liefhebben zichzelf voorbij…Jezus laat hiervoor zijn goddelijke majesteit als het ware achter in de hemel en wordt in zijn mens zijn en het lijden, net zoals Jesaja, een dienaar van God. Het sterven aan een kruis is voor de Romeinse bezetter de grootste vernedering die een mens kan worden aangedaan. Jezus weet zich in deze grensoverschrijdende act van verzoening, met de woorden van Titus, verenigt met God en opdat het vonkje in onze menselijke ziel wordt tot een vuur

Het vonkje van de ziel wordt niet alleen een vuur maar een verblindend licht in het passieverhaal. Jezus stelt het sacrament van de eucharistie en het priesterschap in tijdens het Laatste Avondmaal met zijn apostelen. En Hij viert beide daadwerkelijk op het kruis, een dag later. Het licht is echter zo verblindend dat buiten de duisternis valt vanaf het zesde uur en dat het voorhangsel van de Tempel scheurt. Immers de Heilige bij uitstek is op een ongehoorde wijze zichtbaar voor de mens en de schepping. Voordien roept Jezus zijn leerlingen, en ook ons, op om Hem in geloof te volgen door de dienaar van elkaar te zijn. Maar ook door, net zoals Hij, een biddende mens te zijn die in verbondenheid met God de Vader, de levensweg in vertrouwen gaat. En aan het eind spoort Jezus ons in zijn oneindige barmhartigheid aan om vergevende mensen te zijn, zoals ons in de afgelopen weken in het Evangelie steeds is voorgehouden. Dan zal immers niet alleen het ‘vonkje van onze ziel tot een vuur worden’ maar ook dat van anderen. En wat zal dat een licht verspreiden waarin velen zich willen warmen… AMEN

Overweging, 3 april, 5e zondag 40 dagen 2022 C door pastoor Jacques Grubben

Bij een moeilijk te nemen beslissing staan wij vaak voor een dilemma: ‘Wat is wijsheid om te doen?’ Vandaag, het dilemma van de vergeving…

Bezinnende en hoogste actuele woorden van de aanstaande heilige Titus Brandsma, op de achterkant van ons misboekje, wijzen ons de weg. ‘Wij zijn met elkaar in God verenigd maar leiden veel te veel ons eigen leven. Wij denken hierdoor veel te weinig aan hoe wij door God met elkaar en allen tezamen met Hem zijn verenigd’, zo zegt hij. En in het vervolg hiervan: ‘We moeten ons door niemand in liefde laten overtreffen.’ Deze opdracht of missie betekent nogal wat! En ja, we zijn hiertoe, met de hulp van Gods Geest, in staat. Denk maar eens aan de enorme en veelal spontane hulpacties voor de vluchtelingen uit de Oekraïne en het enorme gevoel van saamhorigheid tijdens de eerste coronacrisis. En de grote hulpvaardigheid van de ‘medelanders’ in de volkse wijken van ons land als er hulp nodig is bij ziekte of het overlijden van een buurtbewoner alsook in het leven van alledag. Het zijn deze tekenen die beantwoorden aan de goddelijke uitnodiging om de naastenliefde steeds voorop te stellen en die het dilemma kunnen beslechten.. Wij werken mee aan het nieuwe begin dat God met Jezus in en voor ons heeft gemaakt. De deur van en naar zijn hart staat nog stééds open. ‘De boezem van God is geen getto’, zo las ik recent in het sprankelende boek ‘Leven in volheid’ van de voormalige algemeen overste van de Dominicanen, Timothy Radcliffe. Het deed mij denken aan mijn bezoek, jaren geleden, aan de plek waar het Joodse getto zich bevond in het Letse Riga. Indrukwekkend, een plaats van onvrijheid omdat de Joden niet mochten zijn wie ze zijn: Gods uitverkoren volk. Ook wij christenen zijn, zijn geliefde kinderen. Er is plaats voor iedereen! Wij mogen ons gedurende de veertigdagentijd op de beide geciteerde uitspraken bezinnen om Jezus’ voorbeeld te volgen. ’Een nieuw begin. Het is er al. Zie je het niet?’ De lezingen spreken over dit nieuwe begin van God…

  • de profeet Jesaja (43, 16-21) spreekt over het nieuwe begin dat God in de toekomst met zijn volk gaat maken;
  • de apostel Paulus spreekt in de brief aan de Filippenzen (3, 8-14) over de winst van het Christus kennen of liefhebben;
  • in het Evangelie volgens Johannes (8, 1-11) spreekt Jezus een overspelige vrouw vrij.

God is aan het woord bij de profeet Jesaja. De woorden ‘het banen van een weg door de zee’ verwijzen naar de bevrijdende uittocht door de Rode zee van het Joodse volk. Het is een nieuw begin van God met zijn volk Israël. Los van het knellende en onvrije ‘getto’ van de farao op weg naar het aan de Aartsvaders beloofde land. Echter het goed luisteren naar Gods bedoelingen en het leven in trouwe verbondenheid met God is voor hen een moeilijke opdracht om te vervullen. Ze zijn al snel als het ware uitgeblust en ongeïnspireerd. Er gaat een generatie overheen voordat het volk onder leiding van Jozua, de opvolger van Mozes, het beloofde land binnengaat. Maar wie de woorden van de profeet goed leest, ontdekt ook dat er gevraagd wordt om niet in het verleden te blijven hangen. God is iets nieuws begonnen. Zie je het niet? Er stroomt water in de beken en de rivieren en er is leven in de fysieke (en geestelijke) woestijn. Hij heeft zich in zijn barmhartigheid, door niet te vernietigen maar om te vormen, een ‘nieuw’ volk gevormd. De bladzijde is omgeslagen of met de woorden van Titus: ‘God laat zich in zijn liefde voor ons door niemand overtreffen…’

Ik sprak in de voorbije week met een ‘broeder’ uit de Evangelische kerk over de werkzaamheid van de Heilige Geest in Nijmegen. En beiden merkten wij op dat we op weg zijn naar een nieuw begin. De Heer slaat nog steeds in zijn barmhartigheid de bladzijde om als wij daar oprecht voor bidden en op Hem durven te vertrouwen. Het leert ook ons om ons door niemand laten te overtreffen in de naastenliefde…

De apostel Paulus laat weten dat het Jezus Christus kennen gelijk staat aan het  Hem liefhebben en zijn voorbeeld volgen. En dat is pure winst vanuit het verlangen om in eenheid met Hem te leven, zowel in de hoop op het nieuwe of verrezen leven dat hier al begint als in het delen in het lijden hier op aarde. Het liefdevol handelen in navolging, in willekeurig welke situatie, doet een nieuw licht schijnen in onze relatie met onze medemensen. Het is deze niet te overtreffen liefde die prikkelt en uitdaagt om open te gaan voor de werking van de Geest van God. Zij brengt de bevrijding van de knellende banden van de wereld. Een dilemma? Nee…

Jezus geeft iedere dag, na het gebed op de Olijfberg, catechese in de Tempel.  Op een dag brengt het religieuze gezag een overspelige vrouw bij Hem met de vraag ‘Wat met haar te doen?’ Het is geen gewone maar een strikvraag met de bedoeling om Jezus te beschuldigen. De vrouw is beschaamd en angstig over wat er kan gebeuren. De Farizeeën en de Schriftgeleerden hebben haar veroordeeld en daarop volgt volgens de Joodse Wet, een steniging. Zij is onvrij. Staat Jezus voor een dilemma? Nee, Hij legt een ander accent. Door in stilte in het zand te schrijven biedt Hij de vrouw een perspectief, ja zelfs hoop. Na enig aandringen, raadt Jezus de beschuldigende partij aan om, als zij zonder zonden zijn, de eerste steen te werpen. Dat roept verwondering maar ook schaamte op want wie is er immers zonder zonde. Zij verlaten het toneel. Het schrijven in het zand is een teken van barmhartigheid, van een niet te overtreffen liefde, en geeft vrijheid. Jezus veroordeelt haar niet als persoon maar zijn raad om niet meer te zondigen geeft wel aan dat ook Hij de daad niet goedkeurt. Voor de vrouw is dit pure en onverwachte winst en een nieuwe kans. ‘Dat de boezem van God geen getto is maar een plaats van liefde’ ervaart de vrouw ten volleWat een geschenk en wat een liefde!  AMEN.

Overweging, 27 maart, 4e zondag 40 dagen 2022 C door pastoor Jacques Grubben

Bij barmhartigheid in de Heilige Schrift verschijnt bij de meesten van ons de parabel van de verloren zoon als eerste op het netvlies. Wellicht verbinden wij haar met het schilderij van Rembrandt dat in de Hermitage in Sint-Petersburg hangt. En misschien ook wel met het bezinnende boek met de welluidende titel ‘Eindelijk thuis’ dat de spirituele leidsman Henri Nouwen hierover schreef.

Gert-Jan Segers van de Christen Unie heeft deze parabel in 2019 verbonden met het ‘verhaal’ van Nederland. De woorden ‘Het Huis waar iedereen je naam kent’ zijn mij bijgebleven. Soms denk ik dat in onze ik-gerichte samenleving het woordje ‘iedereen’ is vervangen door ‘niemand en dat de eerdergenoemde woorden een ideaalsituatie zijn. De Kerk is het Huis van de Vader waarin ‘Allen voor een en een voor allen’ de leidraad moet zijn. In de maatschappij en geregeld ook in de Kerk is deze slogan vaak verworden tot ‘Ieder voor zich en God voor ons allen’. De parabel van de Verloren zoon is een nadrukkelijke oproep om terug te keren tot de gemeenschap met God, de Kerk en met elkaar. Als wij geloven dat God, Vader is en zijn zoon Jezus is gekomen om verzoening tot stand te brengen, dan mogen wij in onze gemeenschap niemand uitsluiten en steeds barmhartig proberen te zijn. Zr. Anima Christi van de ‘Blauwe zusters’ verwoordt het zo: ‘Of we nu als de goede dief, de verloren zoon of de wijze maagd de hemel bereiken, vaststaat dat God als een vader telkens op ons wacht. Derhalve moeten we niet bang zijn om ons te bekeren, iedere dag een beetje meer, omdat de hemelse Vader altijd voor ieder van ons op de uitkijk staat, wachtend op onze thuiskomst.’ De lezingen nodigen ons uit…

  • het boek Jozua (5, 9a.10-12) gaat over het eerste paasfeest in het beloofde land;
  • de apostel Paulus zegt in de 2e brief aan de Korintiërs (5, 17-21) dat ieder die in Christus is, een nieuwe schepping is;
  • in het Evangelie volgens Lucas (15, 1-3.11-12) spreekt Jezus in een parabel over de verloren zoon (s).

De gehoorde passage in het boek Jozua speelt zich af nadat Mozes is heen- gegaan en de reis van 40 jaar van het volk door de woestijn is beëindigd. Jozua heeft als zijn opvolger, Israël het beloofde land binnengeleid. En dan staat er dat de ‘smaad van Egypte is afgewenteld’. Het betekent waarschijnlijk dat de begane zonden zijn vergeven. Het volk heeft, na het vertrek uit Egypte, vaak niet naar God geluisterd. Israël viert het paasmaal (Pesach) en mogelijk voor de eerste keer na het vertrek uit Egypte. Deze belangrijke gebeurtenis vindt plaats op de vlakte van Jericho in de avond van de veertiende dag van de maand met het ongezuurde brood en het geroosterd graan uit het land zelf. Vanaf dan leeft Israël van de gaven van het door God aan hen geschonken land. Een nieuw begin van ‘groene genade’, een woord dat ik tegenkwam in het boek ‘Leven in volheid’ van Timothy Radcliffe, de voormalige generaal-overste van de Dominicanen. Het volk ontdekt hoe vruchtbaar de barmhartigheid van de Heer is.

De apostel Paulus bedoelt hetzelfde te zeggen als hij in zijn 2e brief aan de christenen van Korinthe spreekt over het ‘in Christus zijn’. Hij vertaalt het in Hem zijn met het in Hem geloven door een leven in dienstbaarheid aan God en de medemensen dat vruchtbaar is. Ook dit is de ‘groene genade’ van God als je beseft dat Jezus zijn leven heeft gegeven om dit ‘nieuwe’ leven mogelijk te maken.  Paulus nodigt, door de tijd heen, mensen uit tot de verzoening met God alsook tot het geloofsgetuige zijn van de Christus. Al het ‘oude’ is voorbij en het ‘nieuwe’ is met Jezus gekomen. Het ‘nieuwe’ is zichtbaar door het lege graf. Hij is verrezen. Ook in de ‘zachte’ hand van de Vader op de rug van de verloren zoon in het schilderij van Rembrandt, is Gods barmhartige liefde te zien.

Tot slot de parabel zelf. Jezus spreekt tot het volk alleen in gelijkenissen. Hij gebruikt hiervoor voorbeelden van de dagelijkse levenspraktijk. Er zijn drie hoofdrolspelers: de vader, de jongste én de oudste zoon. De jongste vraagt zijn deel van de erfenis. Hij wil van het leven gaan genieten. Daar is niets mis mee maar, naar later blijkt, hij vergooit zijn rijkdom in een uitbundig leven. Het heeft iets weg van onvolwassenheid en een nog niet weten dat het leven ook dienstbaar en trouw zijn, betekent. Zijn vader laat hem gelaten en in vertrouwen gaan. Echter de jongste ontdekt spoedig dat na de zonneschijn, de regen dat is de armoede en de honger, komt. Allereerst komt er, bij het hoeden van de varkens, een ‘economisch’ en later een ‘geestelijk’ berouw bij hem op. Hij wordt steeds meer volwassen en besluit om terug te gaan naar zijn vader. Hij voelt zich slecht over zijn gedrag en staat opnieuw open voor de zorg van zijn vader maar dan als dienaar. Deze staat hem echter al op te wachten en loopt hem tegemoet, niet met de wrok volgens de logica van de wereld, maar met de open armen van de barmhartige liefde. Opnieuw is er sprake van de ‘groene’ genade van God. De jongste zoon is een nieuwe mens geworden. Hij heeft zijn oude leven afgelegd. Er is reden tot feest. De oudste zoon die altijd trouw en dienstbaar is geweest is weinig begripvol. Hij voelt wrok en is verongelijkt. In die zin is hij onvolwassen. Hij zit vast in de logica van de wereld die grote moeite heeft om barmhartig te zijn. Ondanks het liefdevolle appel van zijn vader is hij niet bereid om zijn jongste broer de hand te reiken.

Woorden van Dietrich Bonhoeffer geven de voorbeeldige houding van de vader ten aanzien van beide zoons, goed weer: ‘In mij is duisternis, maar bij U is licht. Ik ben eenzaam, maar U verlaat mij niet. Ik ben bevreesd, maar bij U is hulp. Ik ben onrustig, maar bij U is vrede. In mijn hart is bitterheid, maar bij U is geduld. Ik begrijp uw wegen niet, maar U kent mijn weg.’ Goed voorbeeld, doet goed volgen! AMEN

Overweging, 20 maart, 3e zondag 40 dagen 2022 C door pastoor Jacques Grubben

‘Laaiend’ en ‘enthousiast’ zijn de sleutelwoorden van het theaterweekend van de jongeren in de Ontmoetingskerk. Voor wie of wat staan zij in vuur en vlam?

Bezinnende woorden van de Middeleeuwse mysticus Thomas van Kempen kunnen ons wellicht verder helpen. In ‘De navolging van Christus’ zegt hij: ‘Hier sta ik voor U, berooid en biddend om genade en vergeving. Verfris uw arme bedelaar, ontvlam mijn kilheid door uw vuur van liefde, verlicht mijn blindheid door het heldere licht van Uw aanwezig zijn.’ Eigenlijk zegt hij dat we gebroken mensen zijn die de hulp van God hard nodig hebben. Door onder ons aanwezig te zijn geeft Hij hoop en sterkt Hij ons zodat wij groeien in het enthousiasme voor zijn boodschap.

Het zijn echter ook woorden die wij van toepassing kunnen maken op de situatie in de Oekraïne en op het leed dat de wereld elders treft. Immers, er is nood aan God. Paus Franciscus sprak in 2017 de gevleugelde woorden: ‘De jongeren (en ook wij) hebben nood aan een bron van fris water om hun zoektocht in het leven voort te zetten’. We weten door de Bijbel dat ‘God liefde is’. Wil dat echter voor ons geloofwaardig zijn en willen wij voeling houden met onze medemensen, dan mogen wij leren luisteren naar wat God ons te vertellen heeft. Wij moeten bereid zijn om de tijd met Hem te willen verliezen door de weg met God, dat is de weg van de liefde tot Hem en elkaar, te gaan. Dat kan alleen maar als we laaiend en enthousiast worden voor de frisheid die de liefde van God is…

De lezingen nodigen ons uit om opnieuw in vuur en vlam te staan voor de Heer…

  • het boek Exodus (3,1-8a.13-15) gaat over de Mozes en de brandende braamstruik;
  • de apostel Paulus spreekt in de 1e brief aan de Korintiërs (10, 1-6.10-12) over de waarschuwing van God als reactie op het weerbarstige verloop van Israëls tocht in de woestijn;
  • in het Evangelie volgens Lucas (13, 1-9) spreekt Jezus waarschuwend met het oog op het al dan niet vrucht dragen van de vijgenboom.

Mozes vlucht uit Egypte. Hij huwt de dochter van Jethro en hoedt diens kudde. Zo ook vandaag als hij ver de woestijn in gaat. Wellicht mogen wij dit ook in geestelijke zin verstaan als een dorstig verlangen, een op zoek zijn naar de zin van het leven. Mozes komt in de buurt van de berg van God en zijn aandacht wordt getrokken door een engel van God die hem verschijnt. De brandende braamstruik waarin deze verschijnt, staat in lichterlaaie maar ze verbrandt niet. Het is een verbeelding van de liefde van God. Het maakt Mozes nieuwsgierig en misschien ook wel enthousiast. Hij wil er het zijne van weten. Onbevangen gaat hij er op af maar moet al snel zijn schoenen uitdoen want het is heilige grond. God heeft hem wat te vertellen. Met de woorden van Thomas van Kempen staat Mozes vrij vertaald, als het ware ‘naakt’ voor God en hij beschermt zijn gezicht voor Hem. Deze vertelt Mozes dat Hij de ellende van zijn volk heeft gezien en gehoord. Het beroert Hem en Hij wil hen verkwikken, dat is bevrijden van de slavernij. In het verlengde hiervan ligt een opdracht voor Mozes besloten. Hij wordt gevraagd om naar de heerser van Egypte en naar zijn eigen volk te gaan. Maar voor beide opdrachten is hij weinig enthousiast, laat staan dat hij in vuur en vlam staat. Mozes is eerder angstig en vol van twijfel, ondanks dat God zijn Naam noemt als een legitimatie voor zijn volk en de hulp van zijn broer Aaron aanreikt. En toch zal hij op weg gaan en deze missie zin geven aan zijn verdere leven als een boodschapper van God…Dit noemen wij geloof.

In het Evangelie komen er mensen naar Jezus toe die Hem vertellen dat de landvoogd Pilatus inwoners van Galilea heeft laten vermoorden. Maar wat nog erger is, hun bloed heeft vermengd met dat van de rituele offerdieren. Waarom heeft God niet ingegrepen, is de eigenlijke vraag. Echter Jezus verwijst naar de slachtoffers van de omgevallen toren van Siloam. Hij gebruikt beide incidenten om hen en de omstaanders te waarschuwen dat het niet leven volgens Gods bedoelingen uiteindelijk leidt tot de lichamelijke en geestelijke dood. Indirect roept Hij hen, en de mensen van alle tijden, op om terug te keren van hun dwaalwegen die niet naar God toe leiden. Alleen bij Hem is er, als ‘een bron van fris water’, leven en dragen wij mensen vrucht. Om zijn oproep geloofwaardig te maken en te verduidelijken, vertelt Jezus de gelijkenis of parabel van deonvruchtbare vijgenboom. Deze staat voor het ongeloof van het Joodse volk. In het evangelie volgens Johannes wordt ook over de vijgenboom gesproken maar dan in relatie tot de roeping van de apostel Nathanael. In zijn geval is er wel sprake van een vruchtbaar geloof, immers hij volgt Jezus in zijn missie. In de parabel spreekt Jezus over een vijgenboom die al drie jaar geen vrucht draagt. De wijngaardenier en de tuinman staan voor de vraag: omhakken of nog een kans geven? De eerstgenoemde stelt voor om de grond rondom de boom nog eens goed te bewerken en te bemesten om te zien wat er in het komende jaar gebeurt. Het is de op natuurlijke wijze verwoordde bevestiging van de eerdere woorden ‘God is liefde’ en ‘God is een bron van fris water.’ Hij heeft geduld en wil met Jezus’ boodschap het volk Israël en ook ons verfrissen en verlichten zodat hun en ons geloof (opnieuw) tot leven komt. Vrij vertaald, dat wij (opnieuw) laaiend en enthousiast worden voor zijn boodschap van liefde en leven. Wat is daarop ons antwoord, want het is een zaak van ons samen! …AMEN

 

Overweging, 13 maart, 2e zondag 40 dagen 2022 C door pastoor Jacques Grubben

Vorige week woensdag luiden ‘de kerkklokken in Nederland een kwartier lang. Een bemoedigende steun in de rug voor het volk van de Oekraïne. Ook de staande ovatie na de toespraak van president Zelensky voor het Europees parlement, stak menigeen een hart onder de riem. Het dagelijks gebed om vier uur in de middag voor de vrede beoogt hetzelfde.

Ooit kwam ons in het Letse Mariale bedevaartsoord Aglona, na een warme dag, in de avond een zeer zware storm tegemoet. We hebben toen, een uur lang, met de moeder van Jezus en het Letse Wees Gegroet ons zingend tot God gewend. En met een bemoedigend effect want zingen is twee keer bidden. Achteraf hoorden we dat het noodweer elders tot ontlading was gekomen…

De gedaanteverandering van de Heer bemoedigt de drie apostelen die Jezus de berg mee heeft opgenomen. Hij is immers, zo wordt duidelijk, de zoon van mensen én de zoon van God. Hij laat hen, ons en het Oekraïense volk, niet in de steek. Daarom blijft ons gebed zo belangrijk want bidden verbindt niet alleen met Hem maar op een onzichtbare en voelbare wijze ook met elkaar. Bidden in vertrouwen, is samen bouwen aan een wereld van vrede, waarin het licht doorbreekt en het duister van de strijd verdwijnt. Zo ook op de dag van Pasen als Jezus verschijnt te midden van zijn apostelen.

Jezus is door het gebed in ons midden. En dat geldt evenzeer in de dagelijkse eucharistie. Niet alleen in de woorden die wij horen en ons omvormen maar ook in het brood dat wij ontvangen en dat ons voedt. Tot slot beschermt ons de zegen die door de priester wordt gegeven aan het eind van de Heilige Mis.

De lezingen zijn evenzeer een bemoediging…

  • het boek Genesis (15, 5-12.17-18) gaat over de dubbele belofte van God aan Abram, een groot nageslacht en een land in eigendom;
  • de apostel Paulus bespreekt in de brief aan de Filippenzen (3, 17-4,1) het leven in geloof in Jezus Christus;
  • in het Evangelie volgens Lucas (9, 28b-36) verandert Jezus van gedaante op de berg Thabor.

God vraagt Abram aandacht te hebben voor de talrijke sterren aan de hemel. Niet om er zijn hersens mee te pijnigen maar vanwege de belofte van een oneindig nageslacht dat uit hem zal ontspruiten. Dat is bemoedigend na al het voorgaande dat hem en zijn vrouw is overkomen. Maar daar is wel geloof en vertrouwen voor nodig. Abram neemt de houding aan die later ook kenmerkend wordt voor de moeder van Jezus, Maria. Het teken van licht dat zichtbaar wordt bij het dierenoffer is Gods bevestiging van zijn trouw aan de belofte. Het bezoek van de aartsengel Gabriel aan Maria is eveneens een teken van licht en de trouw van God. Wellicht is het dan ook beter om het woord angst wat in deze passage van het boek Genesis staat, te vervangen door de vrees voor God. Beiden zijn een bemoedigende rots in de branding van het geloof. De latere verandering van zijn naam in Abraham mag ook als een bevestiging hiervan worden gezien. Zijn geloof, alsmede van Maria, zijn van grote invloed op de mensengeschiedenis immers zij laten zich door God voeden en omvormen. Het beeld van de biddende mensen wereldwijd, voor en met het Oekraïense volk, is dan ook bemoedigend, want de Heer is ons licht en onze leidsman. Hij voedt ons en vormt ons om…

De apostel Paulus spreekt in zijn brief over het navolgen van Jezus. Dit staat gelijk aan het geloven in Jezus die in de Joodse traditie van Abraham staat als de vader van het geloof. Zijn moeder Maria heeft hem dit bijgebracht. Het navolgen, dat is het vriend zijn van Hem die onze Verlosser is, betekent echter ook de bereidheid om te strijden voor het geloof i.c. het opnemen van het kruis. Dat begint al met het richten van de blik van ons hart op de hemel als ons thuis en vaderland, door een leven naar de bedoelingen van God. Vrij vertaald is dit het liefhebben van vriend en vijand in God. Zijn woorden en zijn lichaam en bloed zijn hiervoor het dagelijks voedsel ten leven om uiteindelijk gesterkt en onder zijn zegen, als herschapen en nieuwe mensen er op uit te gaan. Zo te leven betekent echter wel dat we ons leven op aarde ‘verliezen’ omwille van het getuigenis dat we afleggen. Het resultaat daarentegen is pure winst want ons wacht een eeuwig leven bij God in de hemel…

Jezus bemoedigt tot slot drie van zijn leerlingen, en indirect alle apostelen, door hen de berg Thabor op te nemen en daar van gedaante te veranderen. De berg is in de Heilige Schrift de plaats waarop God verschijnt. Op de berg Sinaï verschijnt God aan Mozes en geeft hem de tien geboden. Op de Horeb, gaat God in een zachte bries, aan de profeet Elia voorbij om hem daarna opnieuw uit te zenden. In beide gevallen is het echter ook de plaats van gebed. Hoe vaak horen we immers niet over Jezus die op een berg, in stilte, in gesprek is met zijn Vader. Hij gaat met Petrus, Jacobus en Johannes allereerst de berg op om te bidden. Hij verandert daar van gedaante en laat ‘zien’ dat Hij naast de zoon van mensen, Maria en Jozef, ook de zoon van God is. Het gebed is voor Hem echter niet alleen een bemoedigend luisteren naar de wil van de Vader met het oog op zijn verlossende zending. Het ‘vormt’ Jezus, en vandaag letterlijk, om. Dit is als een bemoedigende zegen voor de drie, al begrijpen zij nog niet wat en waarom dit alles gebeurt. Opnieuw spreekt God de Vader, die hen net zoals bij de doop van zijn Zoon, op het hart drukt om naar Jezus te luisteren. Dit alles met de bedoeling om later van Hem te getuigen als zij geleid door de Heilige Geest, uitgezonden worden met Pinksteren. Hun getuigenis is niet meer en niet minder dan een hoopvolle bemoediging en een uitnodiging om, net zoals zij, Jezus, wat er ook gebeurt, te volgen in geloof.

De tijden waren toen zeker niet gemakkelijker dan de tijd waarin wij leven maar zoals broeder Roger, de stichter van de gemeenschap van Taizé het zegt: ‘In de moeilijkste tijden is er vaak een kleine groep vrouwen en mannen geweest, verspreid over de wereld, die de loop van de geschiedenis hebben kunnen beïnvloeden, omdat zij ondanks alles de hoop niet opgaven.’  Kortom, kop op! Laten ook wij er voor gaan…AMEN

 

Overweging 6 maart, 1e zondag 40 dagentijd 2022 C door pastoor Jacques Grubben

Bij het getest of beproefd worden denk ik als eerste aan mijn verkeersexamen in de vijfde klas of groep zeven en of het behalen van verschillende judograden. Het gaat hier om een vaardigheid in de praktijk. Maar ook denk ik aan de vele mondelinge of schriftelijke proefwerken en tentamens van de middelbare school, het voortgezet onderwijs en het seminarie. In deze gevallen gaat het vooral over kennis. Voor sommigen van ons is het blokken hiervoor zoiets als een woestijnervaring, vaak in stilte maar soms ook met de nodige frustraties juist vanwege deze stilte. Getest of beproefd worden kan tot slot ook duiden op onze trouw in onze relatie tot elkaar en met God. Het gaat dan om een consistente levenshouding. Dat is niet altijd eenvoudig….

Ook Jezus wordt als de mens geworden zoon van God getest. In zijn geval door het Kwaad zelf en wel in de woestijn, in de stilte van het alleen zijn. Hij wordt voor ons uit solidariteit en om ons tot voorbeeld te zijn, beproefd. Dit gebeurt in drievoudige zin: op het gericht zijn op het aardse in plaats van het hemelse; op het gericht zijn op afgoden in plaats van op God zelf; en op het aannemen van het leven als de gave van God. Onze paus Franciscus spreekt hierover kort en krachtig. Als wij ons hart verliezen aan het geld, de macht of het ik dan verliezen wij onze persoonlijke waardigheid. Dit leidt tot een kortstondige dronkenschap van een lege vreugde die snel vervliegt. Vanuit mijn persoonlijke ervaringen in de wereld van het snelle geld maar ook als herder, kan ik deze woorden alleen maar beamen.

Laten we samen zien wat de lezingen ons ter overweging geven…

  • het boek Deuteronomium (26, 4-10) gaat over het dankbaar herinneren van Gods handelen aan de Aartsvaders en de uittocht uit Egypte;
  • de apostel Paulus spreekt in de brief aan de Romeinen (10, 8-13) over het belijden van Jezus als Heer en het geloven in zijn verrijzenis;
  • in het Evangelie volgens Lucas (4, 1-11) gaat over de beproevingen van Jezus.

Het boek Deuteronomium vat voor het volk Israël kort samen wat het verbond met God inhoudt en welke weg Hij gegaan is met hen. Het markeert ook het einde van de tijd van veertig jaar van beproeving in de woestijn. Een van de afspraken die gemaakt zijn betreft het jaarlijks aanbieden van de eerste vruchten van het land. Hiermee betoont het volk allereerst zijn dankbaarheid jegens God die hen het beloofde land in bezit heeft gegeven. Tegelijkertijd maakt en houdt het hen bewust van het bevrijdende handelen van God. Dit betreft niet alleen de tijd van de aartsvaders Abraham, Isaak en Jacob maar ook de uittocht uit Egypte en de doortocht door de woestijn. Het is een oproep tot het herinneren van de gave en de leiding van God. Dit is vergelijkbaar met een geloofsbelijdenis. Tot slot is het neerbuigen voor God te interpreteren als een smeekgebed om de gaven van het volk aan te nemen en hen zijn zegenende hand niet te onthouden. De woorden van psalm 91 zijn Gods antwoord op dit gebed: ‘Wie op Mij rekent zal ik verlossen. Beschermen zal Ik wie Mij erkent. Wanneer hij Mij aanroept zal ik hem horen en bijstaan in iedere nood.’

Na de doop in de Jordaan gaat Jezus, geleid door Gods Geest naar de woestijn om zich, los van alle wereldse beslommeringen, voor te bereiden op zijn openbaar leven. Hij is in de doop door God de Vader aangewezen als zijn Zoon naar wie wij mogen leren luisteren. De fysieke of geestelijke woestijn is een gebied van stilte en bezinning maar het kan ook gemakkelijk een plaats zijn waar je de dorheid van het leven ervaart. Immers je mist onder meer de sociale contacten. En dat zijn er nogal wat in onze vierentwintig uurs en zeven dagen per week – economie. Is dat eng? Nee, ik meen van niet.

Ik las ooit een boekje van een Nijmeegse journalist over de DETOX van de Nederlandse samenleving waarin een aantal studenten een week lang zonder enige vorm van mobiel contact of internet leefden. En dat beviel hen zeer goed. Het bracht heel veel en zette hen op de weg van het werkelijke doel van het menselijk leven, tijd voor jezelf en voor de ander met een kleine of een grote letter. Jezus doet eigenlijk precies hetzelfde. Na veertig dagen van stilte en vasten wijst Hij ons door een drietal beproevingen of testen heen op de essentie van het leven. Op zijn tijd een natje en een droogje is belangrijk maar essentiëler is de boodschap van de Vader die Hij verkondigt: een leven in liefde met Hem, elkaar en onszelf. Het erkennen van Jezus als de Heer en het geloven dat Hij is verrezen, stilt immers onze honger op een diepere en geestelijke wijze. Het is voedsel voor eeuwig leven. Als wij deze woorden van de apostel Paulus uit zijn schrijven aan de in eerste instantie Joodse christenen van Rome geïnspireerd door Gods Geest serieus nemen, dan behoort ook de afgoderij tot het verleden. En dan niet alleen de traditionele afgoderij zoals het aanbidden van beelden en zo. In onze tijd zijn ons de mobiele telefoon, het geld of het bezit en het dag en nacht bereikbaar moeten zijn, ook zoiets als afgoderij. En zij geven niet of nauwelijks ruimte voor de zo broodnodige verstilling of bezinning op het leven. In de tijd van het alleen zijn met God en onszelf komt niet alleen de stilte als een verademing op ons af maar ook het besef dat God, de Heer is van alle leven. Dat is de kern van de derde boodschap. Het leven is een kostbare gave waarin Jezus ons, gevraagd of ongevraagd, nabij is. De beelden van o.a. de biddende strijdkrachten en bewoners van de Oekraïne, bevestigen dit. We hebben immers een God die weet heeft van de wederwaardigheden van het menselijk leven. In Jezus’ lijden, dood en verrijzenis heeft Hij zijn solidariteit en zijn nabijheid in het lijden en de dood getoond. En dat doet Hij nog steeds en tot in het uur van de dood toe veelal door de medemensen, dichtbij en veraf, heen. Om dit ten volle te beseffen én aan te nemen, is de stilte en het alleen zijn met God echt broodnodig. En dat geeft de burger moed en vertrouwen. Het is immers de stilte van het geloof die inspireert, aanraakt en heelt… AMEN

 

Overweging, 27 februari 2022, 8e zondag 2022 C door pastoor Jacques Grubben.

Een mooie uitspraak van broeder Roger, de stichter van de gemeenschap van Taizé, kwam mij recent onder ogen: ‘Het belangrijkste gebeurt in ons hart.’ We zouden dat vrij kunnen vertalen met dat wij in het onderscheiden van het goede van het kwade het hart op de ‘goede plaats’ moeten hebben. Maar ook dat wij, naar elkaar toe leren reageren op een wijze zoals ook wijzelf graag behandeld willen worden.

Een goed gevormd hart én geweten reageert en handelt vanuit de liefde. Van daaruit is er altijd ruimte voor vergeving en kan en mag iedere mens tot zijn of haar recht komen. In dit verband schoten een tweetal zinnen die mij raakten, door mijn hoofd. De ene komt uit een verfilmd boek met de titel ‘Just call my name’ waarin een tiener stevig verliefd wordt. De andere uit een serie waarin twee studenten in een persoonlijke en gezamenlijke zoektocht en strijd, de liefde voor elkaar ontdekken. ‘Are we just friends or is there more?’ zijn de sleutelwoorden in dit verband. Ik maak deze beide citaten, los van beide verhaallijnen, allereerst van toepassing op onze relatie met Jezus. Na de bezinning over de lezingen plaats ik ze terug in het intermenselijke relationele gebeuren…

  • het boek Jezus Sirach (27, 4-7) gaat over het onderscheiden van het goede en het kwade in het spreken;
  • de apostel Paulus spreekt in zijn 1e brief aan de Korintiërs (15, 54-58) over het bekleden van het sterfelijke met het onsterfelijke;
  • in het Evangelie volgens Lucas (6, 25-37) legt Jezus de twee parabels uit.

Het boek van Jezus Ben Sirach wordt in de jonge Kerk als een leerboek gebruikt. De Latijnse naam is Liber Ecclesiasticus maar meestal gebruikt men alleen het laatste woord om het boek aan te duiden. Het is samengevat een vat vol van wijsheden. Vandaag staat het woord ‘spreken’ centraal. Het is een indirecte oproep om goed na te denken voordat je spreekt. We zijn immers verantwoording schuldig tegenover God maar ook aan elkaar. De schrijver van het boek typeert het spreken allereerst als een zeef. Het slechte spreken blijft bij de mensen hangen als kaf of afval. Het heeft een vervelende nasmaak. De ervaring van het koken of het zuiveren van de wijn van een achtergebleven stukje kurk, geeft een soortgelijke ervaring. Zoals in de oven de goed gevormde pot heel blijft zo verkrijgt de mens die goed spreekt respect en is zijn spreken voor God en anderen waardevol. Tenslotte kan men de uitspraak ‘aan de vruchten herkent men de boom’ van toepassing maken op het spreken. Het goede spreken is als een goede vrucht die de betreffende mens siert en hem of haar in relatie tot de ander mooi maakt. Dit alles doet ons beseffen dat aan het goede spreken een goed gevormd geweten en een hart waarin de liefde woont, ten grondslag moet liggen. Immers de ware rijkdom komt van binnen, zeggen we wel eens. Deze woorden stroken met het eerdere ‘Het belangrijkste gebeurt in ons hart.’ Jezus heeft dit gedurende zijn leven duidelijk laten zien in de verzoenende houding van de liefde van God de Vader, die Hij is komen brengen. Hij nodigt ons uit om zelf in deze liefde te gaan staan in elke levenssituatie. Dit kan al door zijn naam te noemen uit dankbaarheid en om Hem te loven maar ook door zijn hulp in te roepen om zijn voorbeeld goed te kunnen volgen. Als we dit proberen zijn wij meer dan alleen zijn vrienden, zijn wij de geliefde kinderen van God…

In het Evangelie worden ons opnieuw een aantal wijsheden aangereikt. Stond vorige week de vergevingsgezindheid centraal, vandaag verdient een goed gevormd geweten onze aandacht. Jezus spreekt in gelijkenissen over de splinter en de balk en over de leerling en de meester. De ene blinde kan de andere niet leiden want dan vallen beiden in dezelfde kuil. Immers door de balk in zijn eigen oog ziet deze onscherp en kan hij de splinter in het oog van de ander niet verwijderen. Maar om dit te beseffen én er naar te handelen is de tweede gelijkenis nodig. De leerling wordt gevormd door de meester en dat betekent met zoveel woorden dat uiteindelijk beiden goed gevormd zullen zijn. Echter pas als het geweten goed gevormd is breekt het besef door dat we gebroken mensen zijn die lang niet altijd in de liefde zijn. Om vrij gemaakt te worden van de balk in ons eigen oog behoeven we alleen maar de naam van Jezus aan te roepen in een oprecht gebed om vergeving. Het sacrament van boete en verzoening is de uitgelezen kans om met regelmaat ons te laten bevrijden van de balk uit het eigen oog zodat wij de ander kunnen helpen met het verwijderen van de splinter. Al doende zal ons leven net zoals een boom goede vruchten dragen. We laten de slechte of kwade woorden, net zoals in de zeef, achter bij God die in de vergeving goed over ons spreekt. De bedoeling is dat wij hiervan leren. De meester is als de oven die zoals de pot ons hart en het geweten vormt en het goede steeds beter te leren onderscheiden van het kwade. Per saldo doen wij hiermee recht aan het kind van God zijn door steeds meer en beter in de liefde terug te keren en te blijven. Dit alles gaat verder dan een gewone vriendschap. Dus, roep de naam van Jezus aan want voor hem zijn wij meer dan vrienden. Wij zijn als broers en zussen omdat we kinderen van God de Vader zijn.

Ik maak nu de vertaalslag met de eerdergenoemde woorden naar het intermenselijke verkeer. Laten wij hierin steeds tot Jezus gaan door vergeving te vragen als het fout gaat. En zullen wij ontdekken hoe we goed met God en elkaar kunnen omgaan en het kwade krijgt nog nauwelijks kans want de angel is er als het ware uit. Het geweten wordt steeds beter gevormd naar de bedoeling van de meester bij uitstek, Jezus zelf. Als we tot slot volharden dan worden niet alleen beide relaties, met God en met elkaar, verbeterd en versterkt maar zitten we ook steeds beter in ons eigen vel. Of met de woorden van de apostel Paulus, dan bekleden wij ons met de door God in de levensgave en het verrijzen van zijn Zoon aangereikte onsterfelijkheid. Laten we op weg hier naar toe deze ene zin ‘Het belangrijkste gebeurt in ons hart’ nooit vergeten… AMEN

 

Overweging, 20 februari, 7e zondag 2022 C door pastoor Jacques Grubben.

Hoe reageren wij op iemand? Dat is waar het vandaag om gaat. Gaan we met hem of haar mee of wijzen hem of haar af? Of besluiten wij zelfs om maar helemaal niet te reageren? En zijn we vriendelijk en geduldig of hebben we een kort lontje en zijn we agressief want wij hebben toch gelijk? Jezus nodigt ons uit om de ander, wie het ook is en onwillekeurig de situatie, steeds welwillend tegemoet te treden omdat de ander ook een kind God is. En we mogen samen dit kind zijn vormgeven. Etty Hillesum, die in de Tweede Wereldoorlog lafhartig door de Duitse bezetter is vermoord om wie ze was, verwoordt de kern van deze niet eenvoudige opdracht prachtig. ‘Ik groei steeds meer in het besef, dat de liefde tot iedere toevallige naaste, tot ieder evenbeeld van God, uit zou moeten stijgen boven de liefde van de bloedverwantschap…Men zegt wel, dat dit tegennatuurlijk is…terwijl het toch zo eenvoudig is om het te beleven.’ Vanuit haar benarde levenssituatie een moedig gebaar en voor ons een uitdaging. Ik meen te kunnen zeggen dat de moeder van Jezus en van de Kerk, Maria, hierin voor ons een schitterend voorbeeld is. Laten we met haar naar de lezingen luisteren en zien hoe we deze weg samen kunnen bewandelen.

  • het 1e boek Samuel (26,2.7-9.12-13.22-23) spreekt over de eerbiedige handelwijze van David ten opzichte van koning David;
  • de apostel Paulus spreekt in zijn 1e brief aan de Korintiërs (15, 45-49) over de eerste en de tweede Adam, Jezus Christus;
  • in het Evangelie volgens Lucas (6, 27-38) vraagt Jezus ieder vijandig handelen te beantwoorden met liefde.

Koning Saul heeft een conflict met zijn dienaar David nadat deze de Fillistijnse reus Goliath met Gods hulp verslagen heeft. Hij is krakend jaloers en kan het ook niet hebben dat zijn zoon Jonathan een stevige vriendschap met David heeft. De laatste is op de vlucht voor zijn koning maar hij wordt verraden. Saul gaat David zoeken in de woestijn van Zif waar hij zich met zijn metgezellen heeft verscholen. Hij gaat met een legermacht van 3000 man op weg. Dit is niet een blijk van liefde van het samen Gods kinderen zijn. In de nacht komt David in het legerkamp waar de koning slaapt, aan. Volgens zijn rechterhand Abisai, is het de uitgelezen kans om met zijn bedreiger af te rekenen. Maar dat doet hij niet. Saul is de gezalfde van God en de koning van Israël namens God. David maakt geen misbruik van de situatie. Dat laat al iets zien van zijn grootheid als de gezalfde van God en de toekomstige koning van het Joodse volk. Hij gaat niet tegen God in maar hij is trouw en heeft respect voor de ander als een kind van God. Het lijkt wellicht tegennatuurlijk voor ons mensen maar dat is het niet want wij zijn allen geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. David neemt echter wel een paar dingen weg zoals een waterkruik en de koninklijke lans. Hij roept Saul van een grote afstand toe. En treedt daarmee de koning welwillend tegemoet en houdt hem een spiegel voor die Saul doet beseffen dat zijn gedrag jegens David onjuist is. In zijn gedrag laat de toekomstige koning iets zien van de barmhartig-heid, de lankmoedigheid en goedertierenheid van God…

Heb je vijanden lief, doe goed aan degenen die je haten, zegen allen die je vervloeken en bidt voor hen die je mishandelen, zegt Jezus in het Evangelie. Dat is wat anders dan ‘boontje komt om zijn loontje’ of ‘oog om oog en tand om tand.’ Immers de Bijbel maar ook het leven leren ons dat ‘wie wind zaait storm zal oogsten’. Jezus raadt hen en ons aan om ‘de medemens de andere wang toekeren’. En dat is een uitdaging voor de mens van iedere tijd, zeker als wij, al dan niet door Corona, een kort lontje hebben. Het is een proberen om zoals Etty Hillesum schrijft: ‘De liefde tot iedere toevallige naaste, tot ieder evenbeeld van God’ te betrachten. Door jegens vriend en vijand boven jezelf uit te stijgen zoals Maria, de moeder van Jezus. Het navolgen van Hem, de mens geworden zoon van God en onze Verlosser, daagt ons uit om goed en barmhartig te zijn voor iedereen. En om elke mens te behandelen zoals jezelf graag bejegent wilt worden. Is dat ten tweede male tegennatuurlijk, zoals de genoemde schrijfster zich afvraagt? Nee, dat is het niet maar je kunt dit alleen maar te weten komen door het, zoals zij zegt, eenvoudig te beleven, te ervaren en dus, door het te doen. Jaren geleden had ik een stevige aanvaring met een goede vriend en ik vond dat ik in mijn recht stond om hem daarop te wijzen. Maar ik besefte in de nacht dat ik zo de heilige Mis niet met hem kon vieren. Echter ik had niet de moed om het voorafgaande hieraan met hem goed te maken. Aan het eind van de heilige Mis kreeg ik plotseling wel die kracht door hem openlijk en tot mijn eigen verwondering om vergeving te vragen.

Door zo te handelen worden wij, al is het soms met tegenzin of onbegrip, zo heb ik zelf mogen ervaren, nieuwe mensen die geboren zijn uit de zijde van de nieuwe Adam, Jezus Christus. We worden nieuwe mensen die geschapen zijn naar zijn beeld en gelijkenis waarvan de laatstgenoemde is ‘schoon gemaakt’ van alle smetten die veroorzaakt zijn door onze zonden. En we maken met de zoon van God werk van de herschepping door aan de hand van de Moeder Gods, mee te werken aan zijn verlossingswerk. Eenvoudig? Nee, dat niet maar met Gods hulp, voor wie niets onmogelijk is, kunnen en zullen we samen de klus klaren. Nogmaals, het vraagt van ieder van ons en ook van ons als gemeenschap, een uitstijgen boven ons eigen ik en er een gaan voor het samen met God en elkaar… AMEN

 

Overweging, 13 februari, 6e zondag 2022 C door pastoor Jacques Grubben.

Dromen doen we allemaal wel eens. Zo hoorde ik van een Letse vriend over zijn gedroomde preek voor een grote menigte op een voor hem tot dan toe ongebruikelijke plek. Kort daarna droomde ik over de Eucharistie. Deze dromen gaven ons beiden grote vreugde. En ik voelde mij intens gezegend …

Zegenen betekent goed spreken over. Kortgeleden werden er op het feest van de Opdracht van de Heer in de Tempel of Maria Lichtmis, kaarsen gezegend. Een dag later werd er op voorspraak van de heilige Blasius een zegen uitgesproken om mond en keelziekten te voorkomen. En binnenkort mag ik een huis met haar nieuwe bewoners zegenen. In de heilige Mis tot slot wordt er op diverse momenten een zegen(bede) uitgesproken…

Voelen wij ons echter in al deze gevallen ook gezegend? Dat hangt voor ons veelal af van wat wij belangrijk vinden in ons leven en dat anderen. Jezus houdt ons een spiegel voor. Hij doet dit door een aantal situaties tegenover elkaar te zetten. In de diverse levensomstandigheden van onszelf en die van anderen mogen wij goed en in geloof met de kansen die wij krijgen, leren omgaan. Dan zal dat voor hen en voor ons een zegen zijn. Om dit ook daadwerkelijk te kunnen doen reikt de heilige Edith Stein ons het volgende gebed aan: ‘Mag ik je ogen toewensen die de kleine dingen van de gewone dag zien en in het licht zetten. Mag ik je oren toewensen die de nuances en de ondertonen in het gesprek met anderen opnemen. Mag ik je handen toewensen die niet langer overleggen of we zullen helpen en goed zullen zijn. Licht dringt door het venster van de ziel en ons binnenste en straalt terug in onze omgeving onderweg met medemensen. Je mag zijn als een venster waardoor Gods Liefde in de wereld schijnt.’

  • de profeet Jeremia (17, 5-8) spreekt over de vruchtbaarheid van de oprechte relatie met God;
  • de apostel Paulus getuigt in zijn 1e brief aan de Korintiërs (15, 12.16-20) over de essentie van de verrijzenis van de Heer;
  • in het Evangelie volgens Lucas (6, 17.20-26) zet Jezus zijn pastoraal programma, de zaligsprekingen, uit ten opzichte van het spiegelbeeld.

De profeet Jeremia wijst de mensen van zijn tijd en de onze, de weg van de wijsheid, een leven volgens de Thora of de vijf boeken van Mozes. Zijn boodschap van de Heer is spiegelbeeldig doordat hij vervloeking en zegening tegenover elkaar zet. Je bent vervloekt als je louter en alleen op een mens of een schepsel vertrouwt en je afkeert van de Heer. Immers het levensgedrag van mensen hangt veelal samen met eigen macht, positie en bezit. Daaraan kleven echter de risico’s van de veranderlijkheid en de tijdelijkheid. Kort door de bocht laat de profeet ons weten, dat het leven per saldo dan is als een kale struik in dorre grond en die een tekort aan water heeft. Dat is niet vruchtbaar en er rust geen zegen op. Daar droomt niemand van, toch! De omgekeerde situatie doet zich voor bij hen die op de Heer vertrouwen en zich veilig weten bij Hem. Zij zijn als een groene boom aan een rivier die met zijn wortels in het water staat en die geen last heeft van de hitte. Het geloof is immers als levend water voor de gedroomde eeuwigheid. De profeet reikt het geloof aan als een wijze raad met het oog op het door ons te leiden leven. Bidden wij met woorden van de Diaconessen van Straatsburg om kracht: ‘Heer, laat me in U zijn als een diepgewortelde boom die put uit de bronnen van het leven.’

De apostel Paulus gebruikt ook een spiegelbeeldige situatie om de boodschap duidelijk te maken. Hij zet het geloofsstandpunt dat Christus verrezen is uit tegen de rationele Griekse opvatting dat dit niet mogelijk is. Maar als Hij niet verrezen is, zo zegt hij, dan heeft dit serieuze gevolgen voor de mensen van alle tijden. Immers dan zullen wij als gelovige mensen ook niet opstaan uit de dood en zijn onze zonden niet vergeven. Kortom, dan is Jezus’ lijden en sterven voor niets geweest. Dan wordt onze hoop de bodem ingeslagen en is, vrij vertaald, onze droom van eeuwig leven vervlogen. Weg, zegen! Niets is echter minder waar volgens de apostel. Christus is als eerste van allen verrezen om ons een hoopvol perspectief aan te reiken. In Hem geloven voorkomt de bij Jeremia genoemde dorheid. Wij mogen onze dorst ten leven lessen aan de bron die het levende water zelf is, God. Het maakt ons vanuit een oprecht geloof tot het jonge groen. Bidden wij om kracht: ‘Heer, laat me in U zijn als een rechte boom, naar de hemel gericht, ontvankelijk voor de adem van uw Geest.’

In het Evangelie tot slot, daalt Jezus met zijn apostelen van de berg af. Hij heeft hen onderricht en nu neemt Hij de tijd voor de grote menigte. Hij legt hen de essentie van de Thora uit. En voor de derde keer worden er levenssituaties tegenover elkaar gezet. Jezus spreekt in een verkorte versie over het geluk dat de armen, de hongerenden, de bedroefden en de vervolgden die in Hem als de beloofde Redder geloven, ten deel zal vallen. De rijken, de verzadigden, de vrolijken en degenen die geliefd zijn door de mensen en die ondanks hun geloof, geen of nauwelijks oog hebben voor de medemensen, is een ander lot beschoren. Immers je kunt niet God liefhebben en de hulpbehoeftige medemens links laten liggen. Dan ben je niet als het jonge groen maar als een dorre struik in de woestijn. Het leven is dan geen zegen voor de ander en jezelf en draagt niet de door God beoogde vrucht. Nogmaals: ga zorgvuldig om met de kansen die je krijgt gedurende het leven. Heb oog, oor en handen voor de naaste. Dan zal het verrezen leven bij God je ten deel vallen. Bidden wij opnieuw om kracht: ‘Heer, laat me in U zijn als een boom die leven in zich draagt’ …AMEN

 

Overweging, 6 februari, 5e zondag 2022 C door pastoor Jacques Grubben.

In het Letse hoorde ik een verhaal over een man die op zoek was naar nieuwe schoenen. Hij zag een paar hele mooie voor een schappelijke prijs. Hij kocht ze. Even later zal hij dezelfde schoenen maar ze waren aanzienlijk duurder. Ook deze kocht hij. Met deze dure schoenen kon hij immers goed voor de dag komen. Daarna zag hij nog eens dezelfde schoenen. Nu waren ze hem echter veel te duur. Dit voorbeeld is niet wat wij verstaan onder ‘Vaar naar het diepe’. Het is een voortgaan op de weg van het louter genietende en op het ik gerichte leven.

Al vele jaren hebben wij, recent nog aan de grens met Belarussia, te maken met vluchtelingen in Europa. Ze zijn op zoek naar welzijn en als het even kan ook welvaart. Als zij uit Afrika of Azië op weg gaan naar Europa dan ‘varen’ zij letterlijk en of figuurlijk naar het diepe. Ze weten niet wat hun te wachten staat. Zij gaan echter in het geloof en met de hoop dat hen iets beters wacht. Dit alles komt dichter in de buurt van het ‘Vaar naar het diepe’ alhoewel ook dit niet is wat Jezus bedoelt. Tegelijkertijd mag het voor ons als christenen dat wel zijn door hen als naasten of medemensen op te vangen…

Jezus nodigt, na de verkondiging, de apostel Simon Petrus uit om ‘naar het diepe’ te varen en vis te vangen. Dat is een enorme uitdaging voor hem want de nacht daarvoor hebben ze helemaal niets gevangen. Echter hij gaat in vertrouwen. De vangst is enorm. Het eind van het liedje is dat hij en zijn mede apostelen geroepen worden om vissers van mensen te worden. Dat is wat anders dan het louter genieten van het leven, alhoewel dat er ook bij hoort. Het is aanpakken en in geloof aan de slag gaan in de naam van Jezus. Of zoals wijlen monseigneur Lescrauwaet, de oud-hulpbisschop van Haarlem, het altijd zo mooi zei: ‘Spring maar in de vijver van OLV Heer’…

  • de profeet Jesaja (6, 1-2a, 3-8) spreekt over zijn roeping;
  • de apostel Paulus getuigt in zijn 1e brief aan de Korintiërs (15, 1-11) over het heilsgebeuren van Jezus;
  • en in het Evangelie volgens Lucas (5, 1-11) worden de apostelen geroepen om vissers van mensen te worden.

De profeet Jesaja wordt door God geroepen rond het jaar 740 voor Chr. In de Tempel ziet en hoort hij de Heer. Gods majesteit en het driemaal Heilig bezorgen hem de nodige stress dat met vrees en angst kan worden vertaald. God zien komt niet vaak voor bij ons gewone mensen. En voor Jesaja net zoals voor de aartsvader Jakob in het boek Genesis, staat God zien gelijk aan het sterven. Tevens voelt hij zich in zijn menselijke gebrokenheid, onwaardig. Het laatste is voor God geen belemmering. Een engel neemt een brandend kooltje en raakt de lippen van Jesaja aan ten teken van de vergeving van zijn zonden. Het gloeiende kooltje kunnen wij zien als een verbeelding van Gods brandende en vergevende liefde. Met deze wetenschap in het achterhoofd mag het dan ook niet verbazen dat als God vraagt wie Hij naar het volk van Israël of ‘het diepe’ moet sturen, dat Jesaja volmondig ja zegt. Hij heeft ondanks de eerdere vrees en angst de psalmwoorden ervaren dat: ‘Steeds is uw uitgestrekte hand mijn redding. De Heer voltooit voor mij al wat ik onderneem’

Het evangelie speelt zich af aan het meer van Tiberias. Zoals zo vaak is er sprake van een grote menigte zodat Jezus in een van de twee gereedliggende boten gaat om de Blijde Boodschap te verkondigen. De twee boten kunnen een uitdrukking zijn van de gezamenlijke visserij van Simon Petrus en de broers Jacobus en Johannes die we elders tegenkomen. Echter het is mogelijk ook een verbeelding van de toekomst, de verkondiging aan de Joden en de niet-Joden. We weten het echter niet. Nadien vraagt Jezus, Simon Petrus om naar het ‘diepe te varen’. Dat is wat vreemd want in de regel wordt er ‘s nachts vis gevangen maar desondanks handelt de apostel in het vertrouwen op de Heer. De vangst is immens hetgeen een grote verwondering maar ook vrees oproept bij de drie apostelen. Met God in hun midden voelen zij zich onwaardig. Echter Jezus stelt hen gerust. Hij zal hen zuiveren. Zij zijn geroepen voor een grote taak, het vangen of beter gezegd, het opvangen van mensen. Ze worden uitgenodigd om hen bij Jezus te brengen met de bedoeling om in Hem te geloven als de beloofde Redder. En inderdaad, de apostelen zullen naar ‘het diepe varen’ door hun verkondiging in Rome, Antiochië, Korinthe, Efeze en al de andere plaatsen en landstreken waar zij naar toe getrokken zijn.

Paulus, de minste van de apostelen zoals hij zichzelf noemt, getuigt hiervan voor de gemeenschap van Korinthe. Ook hij was niet waardig vanwege de vervolging van de jonge Kerk maar Jezus heeft hem geroepen en waardig gemaakt om naar ‘het diepe te varen’. Hij én wij zijn gegrondvest op het geloof in Hem. Er is echter maar één Evangelie, één Kerk en één Credo. Dat zegt Paulus omdat in de Griekse omgeving de verrijzenis van Jezus een discussiepunt is zoals bij zijn redevoering bij het beeld van de onbekende God in Athene. In onze tijd staat de verrijzenis voor velen ook ter discussie. We kunnen er als het ware ‘met onze pet’ niet bij en of wij willen het niet geloven. Ik herhaal nog eens de woorden van de voormalige hulpbisschop van Haarlem: ‘Spring maar in de vijver van OLV Heer’. En geef het geloof en het verstand de gelegenheid om samen te werken en elkaar te verlichten. Immers ‘het diepe’ blijkt niet diep te zijn als God erbij is …AMEN

 

Overweging, 30 januari, 4e zondag 2022 C door pastoor Jacques Grubben.

Op het misboekje prijken de woorden ‘Jezus-Geneesheer’. Het deed mij allereerst denken aan het boek van Frits van der Meer ‘Augustinus, de zielzorger’ dat kort na de Tweede Wereldoorlog verscheen. Deze Westerse kerkvader uit de vijfde eeuw leefde en handelde in de geest van het Evangelie. We mogen derhalve met een gerust hart zeggen dat de eigenlijke zielzorger of geneesheer, Jezus Christus zelf is. Zijn helende of genezende kracht naar lichaam en ziel hebben pas echt effect als er bij de ontvanger sprake is een ontvankelijke en gelovige houding voor deze daad van goddelijke liefde.

Ook dacht ik aan mijn retraite waarin ik las over dé Maria-icoon van Riga. Deze hoofdstad van Letland werd in de 16e eeuw bedreigd door Russische tsaar Ivan de Verschrikkelijke die met een enorme troepenmacht tegen haar optrok. Binnen de stad zelf waren maar weinig soldaten gelegerd en het hoofd van de Duitse Zwaardridders had er een hard hoofd in. Een kloosterzuster raadde hem echter aan samen te bidden en met de Maria-icoon de stad rond te gaan. Op haar moederlijke voorspraak werd uiteindelijke een eclatante overwinning behaald. Geloof vermag veel omdat het God de ruimte geeft om zijn liefde voor ons uit te drukken. Enige jaren later kiest deze edelman voor het Lutheraanse geloof en de icoon verdwijnt uit beeld. Volgens een profetie van dezelfde kloosterzuster zal deze weer tevoorschijn komen als Riga opnieuw in grote nood is. Haar inwoners dienen zich dan wel in gelovige ontvankelijkheid tot God te wenden opdat zijn liefde opnieuw helend en reddend vorm kan krijgen…

Het Hooglied van de liefde van de apostel Paulus spreekt op duidelijke wijze over deze genadevolle werking van de liefde. In beide andere lezingen zijn door de regels heen vonken van Gods helende liefde voor ons mensen bespeurbaar…

  • de profeet Jeremia (1, 4-5, 17-19) spreekt over zijn roeping;
  • de apostel Paulus spreekt in de 1e brief aan de Korintiërs (12, 31;13, 1-13) over het Hooglied van de liefde;
  • en in het Evangelie volgens Lucas (4, 21-30) wordt Jezus geconfronteerd met het verzet tegen zijn spreken in Nazareth.

In de eerste lezing horen we als het ware iets van de innerlijk dialoog tussen God en de profeet Jeremia. De laatstgenoemde werd al door God gekend voor de conceptie want dat betekenen de woorden ‘voordat Ik u vormde in de moederschoot’. Maar hij werd niet alleen gekend maar ook geroepen want dat is de vertaling van ‘het voorbehouden zijn voor God en het bestemd zijn voor alle volken’. Het woordje ‘alle’ wijst overigens voorbij alleen het Joodse volk en zegt iets over de komst van de Messias. Jeremia voelt net zoals Jesaja niet geschikt maar God bereidt hem voor op zijn zending en vraagt om hem ondanks de verwachtte tegenstand trouw te zijn aan zijn hoge roeping. Het gaat immers om het heil of de redding van Gods volk. Hij moet de wacht voor hun houden en hen waarschuwen voor de dreiging van vreemde overheersers uit het Noorden. Echter hetzelfde geldt voor de innerlijke dreiging van de geloofsafval aan het verbond met God. Voor beiden wil God zijn volk behoeden. Hetzelfde geldt overigens  en in meerdere opzichten voor deze tijd. Ook nu dreigen er gewapende conflicten en is er sprake van een grote geloofsafval. God roept ons op om ons heil bij Hem te zoeken zoals in de Middeleeuwen door de bewoners van Riga op voorspraak van Maria werd gedaan. Hij is immers de geneesheer van lichaam en ziel. Woorden uit psalm 71 zijn een bruikbaar gebed daartoe: ‘Want U bent mijn God, U bent mijn verwachting. Mijn hulp bent U, Heer, sinds mijn vroegste jeugd. Vanaf de moederschoot steun ik op U…God, kom mij te hulp.’

Het evangelie van de zondag gaat als het ware verder daar waar we vorige week gestopt zijn. Jezus heeft de woorden van bevrijding, redding en genezing van de profeet Jesaja op zichzelf van toepassing gemaakt in de synagoge van Nazareth. Het aanwezige volk is verwonderd maar stemt hiermee tegelijkertijd hoopvol in.  Jezus is er een van hen. Men rekent, net zoals in Karfarnaüm is geschied, op een of meer wonderen. Tegelijkertijd is er scepsis want Hij is toch de zoon van Maria en Jozef, de timmerman afkomstig uit Nazareth. Jezus doorziet hen en vraagt, tussen de regels door, naar hun geloof in plaats van het sensationele verlangen naar een wonder. Door zo te doen slaat echter de spreekwoordelijke vlam in de pan. Hij wordt letterlijk bedreigd met de dood. Dit alles maakt duidelijk dat het geloof in Jezus als redder en geneesheer, ontbreekt alsook de ontvankelijkheid voor de verzoenende liefde van God die in Hem tot ons is gekomen. Zijn ‘uur’ is echter nog niet gekomen en Jezus verdwijnt als het ware ben hen in die zin uit beeld. Hij kan derhalve nauwelijks een wonder verrichten. Opnieuw een opstapje naar het voorbeeld met de Maria-icoon uit Riga. Ook nu wordt er geen heil gezocht bij Jezus, de zoon van God wiens liefde nauwelijks iets vermag bij het aanwezige ongeloof.

De apostel Paulus houdt tenslotte een vurig pleidooi voor de verheven weg van de liefde tot God en de naaste. Feitelijk zegt hij ‘zonder de oprechte liefde ben en kom je nergens’. En die bedoelde liefde is lankmoedig, goedertieren, vergevend, verdragend, hoopt en gelooft alles. Ze is tevens niet jaloers, opschepperig of ik-gericht. De basisvoorwaarde is echter het geloof in ‘de God die liefde is’ om in en door zijn kinderen datgene mogelijk te maken wat onmogelijk lijkt. Nogmaals het aangehaalde voorbeeld laat een overtuigend bewijs hiervan zien. Immers

 

Overweging, 23 januari, 3e zondag 2022 C door pastoor Jacques Grubben.

Leren openstaan voor de ‘verborgen’ betekenis van de woorden van de Heilige Schrift. De gehoorde passages gaan op deze zondag over het ‘verborgen’ handelen van God en over hoe dit door mensen wordt ervaren. Er worden als het ware oude en mogelijk vergeten ‘schatten’ opgegraven…

Een bevriende missionaris vertelde mij tijdens mijn korte retraite in Letland, een prachtig verhaal over het verborgen handelen van God in zijn leven. Het gebeurde, zo zei hij, in 2021 toen in België, Nederland en Duitsland vanwege de grote regenval er vreselijke overstromingen plaatsvonden. Ik moest naar Litouwen. Maar hoe daar te komen? Ik werd tot in Duitsland gebracht maar er reden geen treinen naar het vliegveld in Keulen. Plots was er een buschauffeur die mij in tweede instantie gebood om achter hem in de bus te gaan en te blijven zitten. Uiteindelijk stapte ik als laatste en net op tijd in het vliegtuig voordat het vertrok. Iets soortgelijks overkwam hem een dag later toen hij in Litouwen op zoek was naar een testplaats voor Corona. Over het ‘verborgen’ handelen van God gesproken…

Paus Franciscus zei ooit dat het geloof in God impact heeft op ons bestaan. Het voorgaande voorbeeld getuigt hiervan. God nodigt ons uit om te handelen in zijn Geest en om zijn nabijheid en leiding te ervaren. Door zo het Evangelie ‘te leven’ bloeit het leven open voor jong en oud en slaan wij met God bruggen naar en voor elkaar…

Luisteren wij naar de lezingen:

  • in het boek Nehemia (8, 2-4a.5-6.8-10) wordt het volk onderwezen in de Thora;
  • in de 1e brief aan de Korintiërs (12, 12-14.27) van de apostel Paulus wordt gesproken over het ene lichaam van Christus;
  • en in het Evangelie volgens Lucas (2, 1-12) leest Jezus uit de boekrol van de profeet Jesaja.

Het boek Nehemia spreekt over de tijd rond 450 v.Chr. waarin de bouw van de tweede Tempel en het herstel van de stadsmuren van Jeruzalem, wordt voltooid. De priester Ezra gaat op het plein voor de Tempel op een verhoging staan om voor het gehele volk voor te lezen uit een van de boeken van de Thora of de vijf boeken van Mozes. De gehele dag leest hij voor en voedt hij het volk, dat staat en aandachtig luistert, met het woord van God. Aan het eind beaamt het volk zijn woorden en klinkt er een lofzang zoals wij dat gewoon zijn na het Evangelie. De Levieten geven tekst en uitleg over de woorden van Ezra waarna de landvoogd Nehemia het volk erop attendeert dat het ‘dag va de Heer’, de Sabbat, is. Er mag niet gewerkt worden maar er moet ter ere van Hem feest en vreugde zijn. De eerste dag van de zevende maand, waarop dit alles plaatsvindt, is het begin van het nieuwe jaar. Samengevat is de boodschap van God uitgedragen en uitgelegd. Zij mag in het vervolg vrucht dragen immers zijn woorden zijn ‘geest en leven’ zoals psalm 19 ons laat weten…

De evangelist Lucas schrijft vermoedelijk rond het jaar 80 zijn versie van het levensverhaal van Jezus neer. Hij is door Hem geraakt. Als arts uit het Syrische Antiochië doet hij dit nauwgezet, niet als ooggetuige maar op basis van de hem aangereikte overlevering. Betrouwbaarheid is van groot belang want er staat veel op het spel, de redding van het leven van mensen. Het verslag handelt over de tijd rond het jaar 30 wanneer Jezus aan zijn openbare leven begint. Aan de passage van vandaag gaat het leven in Nazareth en zijn tijd van bezinning in de woestijn vooraf. Vol van de Heilige Geest keert Hij als de ‘gezalfde van God’ – zie het Evangelie op de zondag van de Doop van de Heer- naar Galilea terug. Hij treedt als leraar op in de gebedshuizen of synagogen van het Joodse volk. Zo komt Jezus ook terug in zijn vaderstad Nazareth waar Hij op de Sabbat uit de boekrol van de profeet Jesaja woorden van redding, genezing en bevrijding voorleest. Het aanwezige volk luistert, en wacht aandachtig af wat Hij voor een uitleg zal geven bij de genoemde woorden. Jezus spreekt de memorabele woorden ‘Het gehoorde Schriftwoord is thans in vervulling gegaan’. Gods ‘verborgen’ boodschap is door Hem ontsluiert. De woorden zijn immers van toepassing op Jezus zelf. Hij is de beloofde Redder of de Christus. De aanwezigen zijn verwonderd en beamen, net zoals in het boek Nehemia, de gehoorde woorden en de uitleg. Zij worden herkend als woorden van ‘geest en leven’ en zij drukken de zorg en nabijheid van de God van het Verbond voor zijn volk uit.

De apostel Paulus is tot slot op zijn tweede missiereis. Hij schrijft een brief, waarschijnlijk in Efeze, aan de christelijke gemeenschap in Korinthe. Deze bestaat vooral uit de armen en de mensen die niet echt meetellen in de vaart der volken. Korinthe is een havenstad waar de zedenloosheid welig tiert.  Paulus vraagt, vanuit de gedachte van de eenheid van het lichaam, aandacht voor het genoemde gedrag dat het menselijk leven schaadt. Hij maakt in zijn brief een vergelijking tussen het menselijk lichaam en het Lichaam van Christus dat de Kerk is. Jezus is mens geworden om de mensen van deze schade en last te bevrijden. Door zijn ‘verborgen’ handelen in zijn lijden en sterven aan kruis rekent Hij af met de ‘oude mens’ en nodigt Hij ons uit om een ‘nieuwe’ mens te worden. Jezus maakt door het oprecht geloof in Hem een einde aan de door dit gedrag veroorzaakte verdeeldheid en onvrijheid van het menselijk lichaam en tussen mensen onderling al dan niet in kerkelijk verband. Hij nodigt uit om ons onverdeeld en vrij onszelf toe te wijden aan de liefde tot God en de naaste. Goed beschouwd is Jezus zoals de in het voorbeeld genoemde buschauffeur die de missionaris uitnodigt om achter hem te gaan (en te blijven) zitten. Wij zijn genodigd om in oprecht geloof achter Hem aan te (blijven) gaan en in vertrouwen te handelen, om op onze tijdelijke en eeuwige bestemming aan te komen… AMEN

 

Overweging, 16 januari, 2e zondag 2022 C door pastoor Jacques Grubben.

Het is heel bijzonder als je vreugde bij anderen mag ervaren. Zo zag ik in Letland kinderen met lef en succes een heuveltje af sleeën. Het bezorgde niet alleen henzelf maar evenzeer de toekijkende ouders en of vriendjes, een grote vreugde. Zo ook bij een vader en een moeder, ieder achter een boom verstopt, en hun kind in het midden. Om en om lieten zij hun gezicht zien tot grote vreugde van hun kind dat naar hen toe rende. Tenslotte bij een ouder die het belangstellende kind in een museum voorzag van een korte uitleg bij ieder schilderij. Het gaf hen beiden vreugde in woord en of gebaar. Tegelijkertijd laten deze drie voorbeelden iets zien van een samen doen in vertrouwen.

In de lezingen komen wij de drie kernwoorden – vreugde, samen en vertrouwen – opnieuw tegen. Het meest aansprekend of herkenbaar is dit bij de verandering van water in wijn tijdens een bruiloft. Het feest is als zodanig al iets van een grote vreugde. Het is immers is een samenzijn van twee mensen, man en vrouw, die met elkaar verbonden willen en blijven zijn door de liefde. Maar het wordt extra bijzonder door de handelende aanwezigheid van Gods zoon, Jezus Christus, en zijn moeder Maria. De wijn raakt op en Maria is als moeder intuïtief bezorgd. Zij wil het pasgetrouwde stel de schaamte besparen van een te vroeg einde van de feestvreugde. Ze roept de hulp van Jezus in. Hij luistert naar de bede en verricht zijn eerste teken in de openbaarheid. Aan de dimensie van de liefde worden die van het geloof en de hoop toegevoegd. De eerste contouren van de bruidsrelatie van het hoofd van de Kerk en de ledematen worden zichtbaar. In dit alles vallen als het ware de woorden samen en vertrouwen ook op hun plaats. De verandering van water in wijn is daarnaast een allusie op de instelling van de Eucharistie op de vooravond van Jezus’ lijden en sterven.

  • de profeet Jesaja (62 1-5) schrijft hoopvolle woorden voor het volk;
  • de 1e brief aan de Korintiërs (12, 4-11) van de apostel Paulus handelt over de verschillende gaven van de ene Geest van God;
  • het Evangelie volgens Lucas (2, 1-12) gaat over de bruiloft van Kana.

De profeet Jesaja begint met vreugde, vertrouwen en samen in zijn boodschap voor het Joodse volk. En dit bericht moet niet onder stoelen of banken worden gestoken maar dient gezien en gehoord te worden. Immers zoals de zon straalt zo zal de gerechtigheid voor hen stralen en zoals een fakkel zal het heil voor Israël oplichten. Er zal licht zijn in plaats van donkerte en vreugde in plaats van verdriet omdat God helend handelt ten bate van zijn volk. De laatstgenoemde is niet langer de ‘verlatene’ maar de ‘gehuwde’ in wie God welbehagen heeft. Het land en het volk Israël leven niet langer in den vreemde of de woestenij maar zijn opnieuw verbonden met God en woonachtig in het Beloofde Land. De vreugde die het samen zijn en het vertrouwen hebben in elkaar veroorzaakt, is vergelijkbaar met de vreugde van een bruidegom die zich verheugt in zijn bruid. Ook  God verheugt in zijn volk, in ons…

De bruiloft in het Evangelie vindt plaats in Kana dat dicht bij Nazareth ligt. Het betreft mogelijk zelfs familie of vrienden van Maria. Naar vermoed is Jozef al overleden en Jezus is haar enige zoon. Het mag dan ook geen verbazing wekken dat Hij, samen met zijn leerlingen, zijn moeder vergezelt. Zij delen samen in de vreugde van het pasgetrouwde stel. Er ontstaat echter, mogelijk door een groter aantal gasten, een probleem. De wijn raakt op en het feest dreigt stil te vallen. Maria bemerkt dit en doet een beroep op haar zoon. Vanaf dat moment krijgt het gebeuren echter een dubbele lading. Jezus’ woorden ‘Vrouw is dat soms uw zaak? Nog is mijn uur niet gekomen’ en Maria’s antwoord ‘Doe maar wat Hij u zeggen zal’ getuigen hiervan. Zij handelt tweemaal, zo mogen we wel zeggen, vanuit een grenzeloos vertrouwen met het oog op de tijdelijke én de eeuwige vreugde. En Hij is zich, ondanks het wat vreemd lijkende antwoord, bewust van wat er van Hem gevraagd wordt. De betiteling van Maria met het woord ‘vrouw’ heeft immers te maken met zijn verzoenende zending vanuit God de Vader. Het refereert aan de belofte van redding aan het eerste mensenpaar. Op het tweeledige vertrouwen van Maria antwoordt Jezus derhalve met een tweevoudig handelen. Hij verandert water in wijn en Hij maakt zoals de evangelist Johannes het zegt, een begin met zijn tekenen of wonderen. Naast de vreugde die zijn handelen bij de ceremoniemeester veroorzaakt roept het verwondering op en mogelijk ook geloof zoals bij de leerlingen. Zo ook bij de dienaren die de kruiken voor de rituele reiniging hebben gevuld met water maar het staat er niet… Opnieuw staan echter de woorden samen, vertrouwen en vreugde centraal.

Wat betekent dat nu voor ons? De apostel Paulus geeft ons in de eerste brief aan de christenen van Korinthe een antwoord. De brief is vermoedelijk geschreven medio de jaren vijftig van de eerste eeuw met het oog op de eenheid in de betreffende gemeenschap. Paulus spreekt over één God, één Heer en één Geest, de Drie-eenheid derhalve. De Geest van de ene God heeft aan eenieder van ons verschillende gaven gegeven die ingezet mogen worden ten bate van de gehele gemeenschap. Vrij vertaald betekent dit met vertrouwen, zonder een onderlinge rivaliteit en samen voor de Kerk als geheel te beginnen op lokaal niveau. Immers dat zal ten goede komen aan het heil of het geluk van alle mensen. En het geeft vreugde in het tijdelijke hier op aarde en uiteindelijk ook in het eeuwige. Jezus is immers in ons midden…wat willen we nog meer! AMEN