Preek voor Witte Donderdag 2024 Cenakelkerk

Herwi Rikhof

 

Mc 14,13-16 Deut 16,1-4.11-12 Mc 14,17-25 Mt 26,36-46

Waarom doen we vanavond heel plechtig wat we altijd al doen op zaterdag of zondag, of zelfs door de week: luisteren naar oude verhalen uit het boek dat vol staat met verhalen over mensen en over God, en vooral de maaltijd van Jezus vieren, bidden over brood en wijn en het brood breken en uitdelen de beker drinken? Waarom doen we dit vanavond? Omdat al die andere keren door het jaar wanneer we de eucharistie vieren, wij deze avond gedenken, deze avond herinneren, deze laatste avond van Jezus’ leven.

Een laatste keer is altijd apart. Ik merk nu de laatste jaren nu ik meer en meer te maken met met mensen die aan het eind van hun leven zijn, hoe apart, maar ook hoe verschillend die laatste keer is. Soms een moment van opluchting van gelukkig voorbij, soms van heimwee naar iets dat nooit meer zo zal zijn en nooit meer terug komt, soms het uitpieteren van een lang, te lang proces, soms een moment van hoogste intensiteit, soms de laatste keer van eindeloze herhalingen, soms wordt voor het eerst en het laatst gezegd wat altijd gezegd had moeten worden en nooit gezegd is, soms onbewust, soms weet je niet dat dit de laatste keer is, en soms heel bewust en nadrukkelijk gekozen. Een laatste keer, een afscheid, aparte momenten.

Dat laatste avondmaal, die laatste avond van Jezus’ leven was voor de leerlingen niet de laatste avond, was in hun beleving niet de laatste keer, voor Jezus wel. Een ongelijktijdigheid die zo vaak in ons leven voorkomt. Wat de een door heeft, ziet een ander niet, wat de een ziet aankomen, is voor de ander een volkomen verrassing. Denk maar aan de oorlog in de Oekraïne, denk maar aan de oorlog in Gaza, denk maar aan die aanslag in Moskou. Mensen hebben er voor gewaarschuwd, maar hun waarschuwingen zijn niet gehoord of afgedaan als beuzelpraat of propaganda.

Voor de leerlingen was deze maaltijd het vieren van Pasen, het feest van de Uittocht. Het feest van elk jaar, elk jaar wel een hoogtepunt, maar ook élk jaar. Een traditie in de echt zin van het woord, doorgegeven van geslacht op geslacht, gegrift in het gezamenlijk bewustzijn. In het boek Exodus, het boek dat in zekere zin met ons mee is gegaan op onze pelgrimage naar Jordanië, staat: “deze dag moet gij tot een gedenkdag maken, gij moet hem vieren als een feest ter ere van de Heer. Van geslacht tot geslacht moet gij hem als een eeuwige instelling vieren.” (Ex 12,14)

Voor Jezus was het dat ook en meer, het feest van de Uittocht én het feest van zíjn uittocht. Feest? Is dat het goede woord. Niet echt. Uit de evangelie-berichten over die laatste maaltijd kunnen we opmaken dat het een maaltijd met gemengde gevoelens was. Net na de voetwassing is Jezus diepbedroefd (13,21) en het gaat dan om het verraad van Judas. Al eerder, net voor het Paasfeest, zegt Jezus dat hij doodsbang is en dat hij speelt met de gedachte de Vader te vragen dit maar aan hem voorbij te laten gaan (12, 27).

In de verhalen in de evangelies over die laatste maaltijd staat ook niet dat Jezus iets zegt zoals in de tekst uit Exodus: dat we het moeten doen om hem te herinneren, dat we er een feest ter ere van de Heer van moeten maken, dat we er een traditie van moeten maken. Dat de eerste christenen dat wel gedaan hebben, dat voor Paulus het vanzelfsprekend is, dat ‘doet dit tot mijn gedachtenis’ tot de overlevering, tot de traditie behoort, betekent dat die eerste Christenen, dat Paulus begrepen heeft dat die uittocht van Jezus meer was dan een laatste keer eten, dat die laatste keer niet anders kon zijn dan een maaltijd, dan de maaltijd die bij het feest van de Uittocht hoort, omdat Jezus in die laatste maaltijd een verrassende diepte heeft gelegd.

Voor de leerlingen was het misschien een in de reeks van maaltijden die Jezus met allerlei anderen had gehouden. Meestal met mensen met wie niemand omging, naar wie niemand om keek, zoals toen een keer met dat kleine mannetje dat rijk was geworden door mensen te veel belasting te vragen en dat door iedereen met de nek werd aangekeken. Jezus had toen gezegd: ik wil bij jou eten,  en die man was toen zo blij geweest dat hij gezegd had: ik zal al die mensen het geld terug geven. Dat is wat telkens gebeurt in  die maaltijden: dat mensen het gevoel kregen dat God hen niet in de steek had gelaten, ook al hadden andere mensen hen in de steek gelaten, dat God hen belangrijk vond ook al waren ze voor andere mensen niet belangrijk.

Voor Jezus was het dat misschien ook, maar ook meer, al was het alleen maar doordat hij de gastheer was, zoals hij dat was geweest bij die duizenden mensen op de berg bij het meer kort voor een vorig paasfeest (Joh 6,4), toen hij over de vijf gerstebroden en twee gedroogde vissen dat een kindje bij zich had, de zegen had uitgesproken en het brood gebroken en de vis uitgedeeld had en iedereen te eten had gegeven. Jezus als gastheer die als zodanig herinnerd moest worden. Een gastheer die niet kieskeurig is, en dat wordt hem kwalijk genomen. Hij eet en drink met tollenaars en zondaars, is een terugkerend verwijt in de evangelies. En die inclusieve gastheer kan niet genoeg herinnerd worden.

Misschien hebben de leerlingen ook gedacht aan die verhalen over koninkrijk van God, die verhalen waarin de maaltijd zo’n belangrijke rol speelt, verhalen over gasten die niet willen komen, verhalen over een jongste zoon die terugkomt en de oudste die niet bij de maaltijd wil komen, verhalen over mensen die vooraan zitten en voornaam willen zijn, over de vrouw die zo blij is dat ze haar bruidsschat, haar schoonheid teruggevonden heeft dat de de buurvrouwen uitnodigt voor een feest.

Misschien heeft dat ook door Jezus hoofd gespeeld, maar ook meer, veel meer, want hij neemt niet alleen het brood en de wijn en spreekt de zegen uit, zoals het hoort, maar voegt daar aan iets ongehoords, iets verrassends aan toe: mijn lichaam, mijn bloed. Die maaltijd ben ik, dat koninkrijk van God ben ik.

Meer nieuws

Carla stopt als secretaris

Vorige week heeft Carla Cobussen, secretaris van het parochiebestuur, aangekondigd […]

Preek voor de 13de zondag door het jaar 2024 29/30 juli Cenakelkerk

Herwi Rikhof Wijsheid 1,13-15, 2,23-24 Marcus 5,21-43 Corona lijkt heel […]

Preek voor de 12de zondag door het jaar 2024  23 juni 2024 Cenakelkerk

Herwi Rikhof Job 38,1.8-11 / Mc. 4,35-41 Inleiding Uit het […]

Preek voor de 11e zondag 16 juni 2024

Preek voor de 11de zondag door het jaar 2024                                                       Cenakel […]

Parochiefeest Heilige Drie-eenheid was in Malden op 26 mei

Op zondag 26 mei om 10.30 uur was de feestelijke […]