Preek voor het feest van de H. Drie-eenheid 2024 -H. Antonius Abtkerk Malden

Herwi Rikhof

 

Deut. 4,32-34.39-40 / Rom. 8,14-17 / Mt. 28,16-20

Elke dag een andere foto als screensaver op mijn pc. Dat is een mooie manier, heb ik gemerkt, om vakantietrips te herleven. De afgelopen weken staat telkens een foto op de pc die ik een paar weken geleden gemaakt heb tijdens mijn kathedralen-tour in Noord Frankrijk, Picardië en Normandië. Het zijn indrukwekkende kerkgebouwen, die gotische kathedralen, met die spitse stijgende bogen, prachtige ruimtes, ongelooflijke hoogtes en dan die warme kleuren van de gebrandschilderde ramen met verhalen uit de Schrift en de magnifieke roosvensters boven de ingangen. Ik ben altijd gefascineerd geweest door kerkgebouwen, misschien omdat ik opgegroeid ben in een mooie kerk die dateert uit de middeleeuwen. Ooit wilde ik architect worden, verzamelde ik foto’s van moderne kerken en toen ik op een zomerkamp in Overasselt deze toen pas gebouwde kerk bezocht was dat een ervaring die ik me nog steeds herinner. Zo’n nieuwe kerk.

Bij alle verschillen in stijl hebben katholieke kerken – en dat geldt ook voor de meeste andere christelijke kerken  – altijd twee elementen die je in andere religieuze gebouwen, zoals synagogen en moskeeën, niet ziet: het altaar en het doopvont. Je ziet in kerken ook een preekstoel, maar die zie je ook in een moskee of een synagoge: een plek waar die heilige Schrift wordt voorgelezen en uitgelegd. Maar een doopvont en een altaar: die zie je niet in een moskee of synagoge. Twee elementen waarin de twee sacramenten die wij christenen gemeenschappelijk hebben als het ware vertaald, verbeeld worden: de doop en de eucharistie/het avondmaal. Ik zal nu niet op dat laatste sacrament ingaan, dat is iets voor volgende week als we Sacramentsdag vieren, maar wel op dat eerste, de doop. Het feest dat wij vandaag vieren, heilige Drie-eenheid, is namelijk ook een feest waar de doop een centrale plaats inneemt. We hebben immers net het slot van het Mattheüs-evangelie gelezen waarin de verrezen Heer zijn apostelen opdraagt te dopen ‘in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest’. De doop die ook in het synodale proces, waar wij als kerk wereldwijd in betrokken zijn, zo’n belangrijke rol speelt.

Laat ik maar bij het begin beginnen. Waarom zijn wij gedoopt? Waarom is dat in elke christelijke kerk de manier om lid te worden? Want dat is het geval: hoe verschillend christelijke kerken ook kunnen zijn – allerlei soorten protestanten, anglicanen, oosters orthodoxen, rooms katholieken – dat hebben we allemaal gemeenschappelijk: dat we lid worden van onze kerk door het doopsel. De gesprekken tussen de kerken loopt niet altijd gemakkelijk, weet ik uit eigen ervaring, als het gaat over structuren van de kerk en over sommige inhoudelijke punten, maar op het punt van de doop is er brede overeenkomst en wederzijdse erkenning, als tenminste er water stroomt en als tenminste de formule gebruikt wordt: ‘ik doop je in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest’.

Waarom zijn wij gedoopt, waarom is dat in elke christelijke kerk de manier om lid te worden? Omdat Jezus die opdracht aan zijn leerlingen gegeven heeft, zoals we net gehoord hebben?  Ja, maar dat is niet het hele antwoord. Er ligt nog iets onder en dat is de doop van Jezus zelf. Wij worden gedoopt omdat Jezus gedoopt is.

Wanneer Jezus gedoopt wordt, klinkt een stem uit de hemel die zegt: jij bent mijn Zoon en dan daalt de Geest op Jezus neer. Wat die stem zegt en wat de Geest doet, maakt duidelijk wie Jezus is. Hij is de Zoon en hij is de gezalfde Gods, de Messias, de Christus. Voor wie het Oude Testament kent, is duidelijk wat met Gezalfde Gods, met Messias bedoeld wordt: dat is iemand die van God de Geest heeft gekregen die richting geeft. In het Oude Testament krijgen koningen die Geest, omdat zij het volk moeten besturen en moeten zorgen voor een rechtvaardige samenleving. In het Oude Testament krijgen priesters die Geest omdat zij het volk moeten voorgaan in gebed en de liturgie, de weg naar God moeten wijzen. In het Oude Testament krijgen profeten de Geest, omdat zij het volk wakker moeten houden, moeten waarschuwen tegen zelfvoldaanheid en gezapigheid.

In de doop wordt duidelijk dat Jezus die Messias is, met de Geest Gezalfde Gods, die in éen persoon de taken van de koning, de priester en de profeet combineert. In het leven dat op de doop volgt, kunnen we dan zien hoe Jezus dat telkens concreet maakt: hoe hij koning, priester en profeet is, wat hij rechtvaardig vindt, en dat hij barmhartigheid nog belangrijker vindt dan rechtvaardigheid, hoe hij bidt en hoe hij zijn leerlingen leert te bidden, en hoe hij mensen wakker schudt zijn parabels waarin hij ons telkens op het verkeerde been zet.

Jezus is de met de Geest gezalfde Gods, de Messias, de Christus. Wij heten Christenen, wij heten dus naar hem, of preciezer naar die messiaanse functie van hem. Wij noemen onszelf Christenen, omdat wij net als hij in onze doop gezalfd zijn met de Geest die richting geeft in ons leven en omdat wij hem proberen na te volgen in ons koning priester en profeet zijn.

Maar in de doop wordt Jezus niet alleen gezalfd met de Geest: de stem uit de hemel zegt dat Jezus zijn beminde Zoon is. Als ik doop, lees ik meestal dat doopverhaal van Jezus dat ook op mijn doopstool is afgebeeld en besluit dan met het gebed dat God ook tot dit kindje zegt: jij bent een kind van mij. ‘Zoon’, ‘kind’, dat roept een sfeer van intimiteit en vertrouwelijkheid op. En het is ook niet voor niets dat als het kind gedoopt is, wij al eeuwenlang de gewoonte hebben het kindje het Onze Vader te geven, woorden die het mag gebruiken om met God te spreken. Dat moet zo’n kindje leren. Dat moeten wij leren. We moeten leren kind van God te zijn, we moeten keer op keer ontdekken wat dat in onze omstandigheden betekent: kind van God te zijn.

Paulus geeft in zijn brief aan de Romeinen een prachtige en diepzinnige uitleg van die zalving met de Geest en verbindt dat aan kind van God zijn. Wij hebben geen Geest van slaafsheid of vrees ontvangen. Als je slaafsheid merkt bij jezelf of bij anderen in de kerk, als je angst merkt bij jezelf of bij anderen in kwesties van geloof, dan weet je dat het niet om de heilige Geest gaat. Als je vertrouwelijkheid en intimiteit merkt in je omgang met God, als je net als Jezus kunt bidden ‘Abba Vader’, dan weet je dat je geleid wordt door de heilige Geest.

Wij Christenen geloven dat wij met God een vertrouwelijke omgang mogen hebben, omdat we in Christus kinderen van de Vader zijn en omdat we gezalfd met de Geest dat ook kunnen waarmaken in ons leven. We zijn gedoopt ‘in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest’, wij zijn door de doop in de intieme, vertrouwelijke sfeer terecht gekomen van God Vader Zoon Geest. Het is een waardigheid die ook een verantwoordelijkheid inhoudt voor ieder van ons.

Het feest van God Vader en Zoon en heilige Geest is ook het feest van iedere christen, iedere gedoopte, van ons dus.

Meer nieuws

Preek voor de 11e zondag 16 juni 2024

Preek voor de 11de zondag door het jaar 2024                                                       Cenakel […]

Parochiefeest Heilige Drie-eenheid was in Malden op 26 mei

Op zondag 26 mei om 10.30 uur was de feestelijke […]

Overweging 9 juni 2024 Cenakelkerk

Overweging Cenakelkerk 8-9 juni 2024 Margaret de Groot-Vlasveld Eerste lezing […]

Preek voor Sacramentsdag 2 juni 2024

Preek voor Sacramentsdag 2 juni 2024                                                                  Cenakelkerk ‘Met twee woorden […]

Preek voor Pinksteren 18-19 mei 2024  Cenakelkerk

Herwi  Rikhof                  […]