Preek voor de 2de zondag van Pasen 2024 Cenakelkerk

Herwi Rikhof

 

Hand. 4,32-35 / Joh. 20,19-31

Aan het eind van de corridor zag ik het. Tot mijn verrassing. Het schilderij dat ik uit een van mijn boeken over religieuze kunst kende en waar het een volle pagina kreeg. De schrijver van dat boek merkt hierbij op dat er een ‘onvatbare ontroering’ uitgaat van dit schilderij (Peter Schmidt, In handen van mensen, 20). Maar ik realiseerde me niet dat het in het museum hing, dat ik op een vakantie bezocht. Het museum vond het blijkbaar ook wel een bijzonder schilderij, want ze hadden het niet in een van de zij-ruimtes gehangen, maar prominent aan het eind van die corridor. Ik liep er langzaam naar toe, terwijl ik de andere schilderijen maar even links liet hangen. Eerst naar dit schilderij. En, terwijl ik er rustig naar toeliep, kreeg ik een inval. Ik stond er rustig voor te kijken of die inval ook klopte, toen een mevrouw mij haar audio-tour aanbood, omdat ze blijkbaar zag dat ik geïnteresseerd was en misschien dacht dat ik niet wist waar ik naar keek. Ik heb die audiotour beleefd aangepakt en ook beluisterd, maar wat ik hoorde, wist ik al, maar mijn inval, mijn ontdekking toen ik op het schilderij toeliep, werd er niet in verwoord. De mevrouw heb ik onder dank die audiotour teruggegeven en toch maar mijn eigen gedachten de vrije loop gelaten. Op de website van het museum staat dit schilderij ook met een korte toelichting, maar ook in die toelichting staat niet wat ik in dit schilderij zie. (Museo Nacional Thyssen-Bornemisza, Madrid.)

Voor mij is dit indrukwekkende schilderij uit het eind van de 15de eeuw namelijk een verbeelding van het evangelie van vandaag, van de ontmoeting van de verrezen Heer met zijn leerlingen op Paasavond of nog preciezer van zijn ontmoeting met die ene leerling die er op Paasavond niet bij was, Tomas Dydimus genaamd, in de volksmond ‘de ongelovige Tomas’. Dat inzicht kreeg ik dus toen ik het schilderij van verre zag en ernaar toe liep. Goed, de achtergrond past niet echt bij het gegeven dat Jezus de ruimte binnenkomt waarin de leerlingen zich opgesloten hebben uit angst voor de Joden, maar toch die achtergrond is sowieso wat vreemd: het lijkt op een haven met een zeilschip met een mast die van verre op een kruis lijkt. Maar het gaat mij om de voorgrond, om ‘de Verrezen Christus’ zoals de titel van het schilderij luidt en terecht luidt.

Maar het is wel een heel andere verbeelding van de verrijzenis of de verrezen Heer dan veel andere verbeeldingen die ik ken. Daar zie je een triomf, een triomfantelijke Christus, onoverwinbaar, ongrijpbaar voor de soldaten. Hier zie je een kwetsbare Christus, niet alleen door de wonden, maar ook en vooral door zijn gezicht en zijn gezichtsuitdrukking. Als je goed kijkt, zie je de tranen op zijn gezicht en zie je ook dat ze neer druppelen op zijn borst. De verrezen Heer huilt. Een droevige, bedroefde melancholische Christus. En die droevige Christus kijkt je aan.

Het is ook een andere verbeelding dan de meeste verbeeldingen van Christus die Tomas uitnodigt met zijn vingers zijn wonden te voelen. Daar zie je Tomas met andere leerlingen en Christus die de hand van Tomas vastheeft en hem stuurt. En, je ziet dat tafereel en profile. Je bent toeschouwer.  Maar hier is geen Tomas te zien, en ook geen andere leerlingen. En, hier geen en profile, maar en enface, geen blik van terzijde, maar oog in oog. En precies omdat geen leerlingen geschilderd zijn, geen Tomas, maar wel Jezus die jou aankijkt, word jij een van de leerlingen. Jij die de Verrezen Heer in de ogen kijkt, jij die de richting van de gewonde hand naar de gewonde zijde volgt, jij bent Tomas. Dat was mijn inval toen ik naar het schilderij liep.

Waarom is dit schilderij voor mij een verbeelding van het evangelie van vandaag is, van het bezoek van de verrezen Heer op Paasavond aan zijn leerlingen, of preciezer van de ontmoeting van Tomas met de verrezen Heer?

Omdat Tomas, ondanks het gegeven dat hij in de traditie die ongelovige Tomas is gaan heten, niet ongelovig is. Integendeel. Hij is gelovig en zou ik willen zeggen ook een goede theoloog. Dat zeg ik niet, omdat hij als een van de weinigen tot een duidelijke geloofsbelijdenis komt, zoals we gehoord hebben: ‘mijn Heer en mijn God’. Dat zeg ik, omdat Tomas de verrijzenis niet los wil zien van de dood op het kruis. Er moet continuïteit zijn. Anders gaat het niet om dezelfde persoon.

Het is verleidelijk de verrijzenis los te zien van lijden en dood. Het is verleidelijk Pasen los te zien van Witte Donderdag en Goede Vrijdag. Het is verleidelijk Pasen, de verrijzenis los te zien, in de trant van eind goed al goed. Het is verleidelijk Pasen en de verrijzenis los, op zich te zien, omdat we altijd een happy end willen, zoals in sprookjes. Elke zondag vierden we toch Pasen?

Zeker, wij zijn mensen van de verrijzenis, wij zijn wat dat betreft allen zondagskinderen, maar de weg ernaar toe is belangrijk. De verrijzenis is het antwoord van de Vader op de weg die de Zoon is gegaan. Het is zijn ja, zijn bevestiging dat die weg van Jezus de Christus de ware levensweg is, zoals we ook in het evangelie van Johannes kunnen lezen: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven, of zoals het ook kunt verstaan: ik ben de ware levensweg. We zien dus een verbeelding van de verrijzenis waarin die weg te zien en wel op een manier waarop niets van het moeilijke en moeizame van de weg, verdoezeld wordt.

Maar waarom heeft de schilder Bramantino een melancholische, bedroefde Jezus geschilderd, met tranen in de ogen, op zijn gezicht en op zijn borst? Een emotionele Verrezen Heer. Emotioneel vanwege zijn lijden, vanwege zijn wonden? Misschien. Dat is een logische verklaring en in het korte commentaar bij de afbeelding in dat kunstboek noemt de schrijver dat ook. Maar als je het schilderij ziet als een schilderij waar Jezus zijn wonden toont aan Tomas en dat wij die Tomas zijn, dan is de Verrezen Heer misschien ook emotioneel vanwege degenen die hij aankijkt en die hem aankijken, om hen, om ons te raken, om ons te doordringen dat wanneer wij als christenen de weg van de Christus gaan wij geen gemakkelijke weg gaan. Zoals Jezus het ergens in het evangelie zegt: wie mijn volgeling wil zijn, moet dagelijks zijn kruis opnemen (Lc 9, 23). Wanneer wij vandaag Pasen afsluiten, is dat een wat ontnuchterende, maar wel heel belangrijke boodschap.

 

 

 

 

 

 

 

Meer nieuws

Belangrijke mededeling, benoeming pater Michal (Michau) Tabak

Goed nieuws! Mgr. dr. Gerard de Korte, bisschop van het […]

Preek voor de 7de zondag van Pasen 12 mei 2024 Cenakelkerk

Herwi Rikhof 1 Joh. 4,11-16 Joh. 17,11b-19 Inleiding Deze zevende […]

Preek voor de Hemelvaart des Heren 9 mei 2024 Cenakelkerk

Herwi Rikhof   Een feest midden in de week: dat […]

Overweging 6e Zondag van Pasen 4-5 mei 2024 Cenakelkerk

Margaret de Groot-Vlasveld Eerste Lezing 1 Johannes 4, 7-10; Evangelie […]

Koninklijke onderscheiding voor pastor Herwi Rikhof

Vanochtend, op vrijdag 26 april, kreeg pastor Herwi Rikhof in […]