Metten Cenakelkerk met beeldmeditaties

Op de eerste drie dagen van de Goede Week waren er om 11.00 Metten in de Cenakelkerk, met iedere dag een beeldmeditatie van pastor Rikhof.

Hieronder vindt u de teksten en afbeeldingen.

Maandag:

Man van Smarten – Geertgen tot Sint Jans
Museum Catharijneconvent, Utrecht, foto Ruben de Heer

Het is maar een klein schilderijtje, 25 bij 25 cm. Het hangt in het Catharijneconvent in Utrecht. Als ik in dat museum kom, ga ik altijd kijken en blijf ik wat langer staan.

Geertgen tot Sint Jans werd in Leiden geboren, maar werkte vooral in Haarlem, waar hij woonde in het klooster van de Jansheren, – vandaar zijn achternaam ‘tot Sint Jans’. Hij stierf in 1495 zo’n 28 jaar oud. Van hem zijn maar een paar schilderijen bewaard gebleven. Dit schilderijtje is waarschijnlijk het linker gedeelte van een tweeluik; het rechtergedeelte is verloren gegaan. Zo’n tweeluik was meestal niet bedoeld voor de kerk, maar eerder voor privé-devotie. Een tweeluik dat makkelijk op een tafel of een huisaltaar gezet kon worden ter meditatie. Zo wil ik er ook naar kijken.

‘Man van Smarten’ heet het schilderijtje. Maar behalve Jezus heeft Geertgen ook Maria de moeder van Jezus geschilderd die met betraande ogen naar haar zoon kijkt.  Achter Maria zien we de leerling Johannes, die de tranen uit zijn ogen veegt. Ook Maria Magdalena is geschilderd: in zichzelf gekeerd, met neergeslagen ogen, biddend. Achter Jezus zien we engelen, een bidt zoals Maria Magdalena, twee andere engelen dragen werktuigen van de passie:, spijkers, de hysop-stengel en de lans. Helemaal rechts heeft Geertgen de kolom geschilderd waaraan Jezus gebonden was tijdens zijn geseling en bespotting met de martelwerktuigen.

Maar de hoofdaandacht gaat duidelijk naar Jezus die centraal staat en de toeschouwer ook aankijkt. Daardoor kijk je anders naar hem dan naar de andere figuren. Bij de anderen kun je toeschouwer blijven. Je kunt wel hun verdriet indenken. Het is altijd onnatuurlijk wanneer een kind eerder sterft dan vader of moeder, het is altijd pijnlijk wanneer iemand van wie je veel geleerd hebt en die meer is geworden dan juist een van die al meesters of juffrouwen, die je in je leven tegenkomt, sterft. Maar toch, het wordt anders wanneer iemand je aankijkt. Dan kun je niet meer een toeschouwer blijven, een buitenstaander.

Jezus kijkt ons aan. Met een doornenkroon op zijn hoofd en met de tekenen van de geseling op zijn lichaam. Maar ook met de wonden van het kruis in zijn handen. En, met de wond door steek van de lans in zijn zijde waar bloed uit vloeit. Hij wijst met zijn rechterhand maar die bloedende wond terwijl hij met zijn linkerhand het kruis met het opschrift INRI vasthoudt. Hij staat in zijn graf en kijkt ons aan.

Het is een indrukwekkende verbeelding, maar Geertgen doet iets wat schilders en componisten kunnen, maar schrijvers niet: hij brengt in één beeld verschillende motieven, zoals een componist verschillende thema’s tegelijkertijd kan laten klinken. Hij brengt samen wat voor de kruising gebeurd is, de geseling en bespotting, wat tijdens de kruising gebeurd is, de wonden in de handen en de zijde en wat na de kruising is gebeurd: de graflegging ook door de aanwezigheid van Maria, Maria Magdalena en Johannes. En ook de verrijzenis.

 

 

Dinsdag:

De Judaskus – Giotto

Het is een staande uitdrukking geworden: de judaskus. De term verwijst dan naar een daad waarbij het lijkt alsof je vriendelijk bent, maar je in werkelijkheid iemand benadeelt. De term verwijst naar de apostel Judas Iskariot die Jezus verraadde, en die hem identificeerde met een kus.

In het evangelie van Marcus, Mattheus en Lucas wordt die kus genoemd en in het evangelie van Matteus en Lucas spreekt Jezus Judas daarop aan. In Lucas zegt Jezus ‘Judas lever je de Mensenzoon uit met een kus?’(Lc 22,48). Dat kun je neutraal verstaan, maar de term kus duidt op een ander lading, een lading van intimiteit en vriendschap. In het evangelie van Mattheus zegt Jezus dan ook ‘Vriend, ben je daarvoor gekomen ?’ (Mt 26,50). Vriend.

Giotto heeft die kus van Judas geschilderd te midden van een menigte soldaten en anderen. Hoewel in de evangelies niets staat over fakkels is het wel logisch dat die meegedragen worden in zo’n Nacht und Nebel-activiteit. Met de knuppels en lansen vormen die een dreigende achtergrond. Aan de linkerkant van Jezus en Judas slaat Petrus met een zwaard het oor af van een van die anderen die met de soldaten meegekomen zijn.

Maar centraal staat de kus. Giotto heeft dat moment van de kus magistraal geschilderd. Je ziet niet alleen dat Judas in zijn lichaamstaal dat intieme uitdrukt: hij slaat zijn armen om Jezus heen slaat, zoals vrienden doen en Giotto pakt het moment dat Judas vooroverbuigt om te gaan kussen. Maar je ziet ook dat ze elkaar aankijken en die blikken spreken boekdelen. Geen neutrale blikken, maar emotionele blikken. Terwijl de blik van Judas een mengeling is van onzekerheid en woede, is de blik van Jezus rustig, berustend, medelijdend en bedroefd.

Zo’n interpretatie van de emoties is natuurlijk altijd hachelijk. Misschien niet wat betreft de emoties van Jezus. We weten dat hij het gebruik van het zwaard verbiedt, ‘wie naar het zwaard grijpt zal er door omkomen’, geweld roept geweld op en hij doorbreekt die spiraal. We weten dat hij dat afgehakte oor weer geneest.  We weten dat hij zich voor dat niet-verzetten beroept op de Schriften: hoe zouden die anders in vervulling moeten gaan? (Mt 26, 52-54). Maar met de emoties van Judas ligt dat anders, moeilijker.

Judas wordt voor het eerst in het evangelie genoemd wanneer Jezus zijn twaalf apostelen kiest: hij is de laatste in het rijtje en er wordt meteen toegevoegd dat hij Jezus zal verraden (Mt 10,4  Lc 6,16). Daarmee wordt hij al in een bepaald licht geplaatst. Als eerste van dat rijtje wordt Simon genoemd met de opmerking dat hij Petrus, rots genoemd wordt, maar die rots Simon zal Jezus ook verraden. Giotto heeft Petrus, die het oor van van die bediende van de hogepriester afhakt een heiligen-krans gegeven, maar dat lijkt ,ook gezien zijn verraad later die nacht, een beetje te vroeg.

Waarom verraadt iemand zijn of haar vriend of vriendin, familie, volk, land? Als je het zo formuleert, zit je al in een frame, heb je al een bepaalde blikrichting. Wat de een verraad noemt, noemt een ander een openbaring. De een noemt iemand een verrader, de ander een klokkenluider. Nog niet zo lang geleden kwam Julian Assange weer in het nieuws, al eerder werd hij wereldnieuws door Wikileaks. Voor de een een verdediger van de vrije pers, voor de ander gezocht wegens betrokkenheid bij moord. Waarom verraad Judas Jezus, waarom wordt Judas een klokkenluider?

In de evangelies wordt gesuggereerd vanwege geld: hij krijgt per slot dertig zilverlingen. Hij is ook de man van de financiën en wordt op schilderingen van het Laatste Avondmaal ook vaak met een geldbuidel afgebeeld. Eigen gewin? In het Johannes-evangelie staat een passage die sterk die kant uitgaat. Nadat Maria Jezus met heel kostbare nardusbalsem heeft gezalfd en heel het huis vol hangt van die balsemgeur, zegt Judas Iskariot “Waarom is die balsem niet voor driehonderd denaries verkocht en het geld aan de armen gegeven?” De evangelist voegt als commentaar toe: ‘Hij zei dat, niet omdat hij bezorgd was voor de armen, maar omdat hij een dief was en uit de beurs die hij bewaarde, wegnam wat erin kwam.’ (Joh 12, 3-6) In het evangelie van Matteus  en Marcus is die zalving, dat geldverspilling, de aanleiding voor  Judas om contact te zoeken met de hogepriesters om Jezus over te leveren( Mt 26,14-16; Mc 14,10-11)

Maar is het mogelijk dat Judas echt bezorgd was om die armen, dat hij die zalving echt een vorm van geldverspilling vond, dat hij teleurgesteld was in Jezus’ reactie, dat dit incident de druppel was die de emmer deed overlopen, dat er al een diepere teleurstelling was omdat Jezus toch niet de Messias was die hij verwachtte?

Het plaatje van Judas de aartsschurk, degene die in de visie van Dante in het diepste van de hel zit,
wordt in het evangelie van Matteus ook wel iets bijgesteld. Als enige evangelist vertelt Matteus namelijk dat Judas spijt krijgt, wanneer hij merkt dat Jezus ter dood wordt veroordeeld. Hij brengt het geld terug, maar de hogepriesters en oudsten, die hem eerst wel wilden horen, weigeren nu het gesprek: zoek het zelf maar uit. Judas pleegt daarop zelfmoord. Degenen die de film van Passolini gezien hebben herinneren zich die scene waarschijnlijk en ook de wanhoop die er uit sprak.

Wanneer de Judaskus op zich staat is het inderdaad iets verwerpelijks: een vriend verraden. Maar wanneer we de motieven erbij betrekken en ook de afloop is het eerder iets diep tragisch en misschien ook wel iets herkenbaars.

Voor de loggia van onze kerk heeft Piet Gerrits een mozaïek van het Laatste Avondmaal ontworpen waarop ook afgebeeld is wat we net als lezing hebben gehoord: Judas die de zaal verlaat en het duister in gaat. Daarmee heeft Piet Gerrits het verraad een duidelijk onderdeel gemaakt van het Laatste Avondmaal. Wanneer wij in onze eucharistieviering vlak voor de communie zeggen dat we niet waardig zijn, God vragen niet te letten op onze zonden, is dat een echo van dat verraad van Judas die de nacht in gaat. Van die tragische Judas.

 

Woensdag:

De Verrezen Christus – Bramantino 

De afbeelding kende ik uit een van mijn kunstboeken, maar toen ik in het museum het echte schilderij zag, gebeurde het. Ik wist niet dat schilderij in dat museum hing, en ik was dan ook verrast toen ik op een verdieping kwam waar het helemaal aan het eind van corridor hing. Ik liep er langzaam naar toe, terwijl ik snel keek naar wat in de verschillende gedeeltes links van mij hing – voor later. Eerst naar dit schilderij. Ik stond er rustig voor te kijken, toen een mevrouw mij haar audio-tour aanbood, omdat ze blijkbaar zag dat ik geïnteresseerd was en misschien dacht dat ik niet wist waar ik naar keek. Ik heb die audiotour beleefd aangepakt en ook beluisterd, maar wat ik hoorde, wist ik al en mijn ontdekking toen ik het schilderij van verre zag, werd er niet in verwoord. De mevrouw heb ik onder dank die audio tour terug gegeven en mijn eigen gedachten de vrije loop gelaten. Op de website van het museum staat dit schilderij ook met een korte toelichting, maar ook in die toelichting staat niet wat ik in dit schilderij zie. (Museo Nacional Thyssen-Bornemisza, Madrid)

Voor mij is dit indrukwekkende schilderij uit het eind van de 15de eeuw een verbeelding van de ontmoeting van de verrezen Heer met zijn leerlingen op Paasavond of nog preciezer van zijn ontmoeting met die ene leerling die er op Paasavond niet bij was, Tomas Dydimus genaamd, in de volks mond de ongelovige Tomas. Dat inzicht kreeg ik ineens toen ik het schilderij van verre zag. Goed, de achtergrond past niet echt bij het gegeven dat Jezus de ruimte binnenkomt waarin de leerlingen zich opgesloten hebben uit angst voor de Joden, maar toch die achtergrond is sowieso wat vreemd: het lijkt op een haven met een zeilschip met een mast die van verre op een kruis lijkt. Maar het gaat mij om de voorgrond.

In het verleden werd aan dit schilderij de titel ecce homo of man van smarten gegeven, maar de wonden in de handen en de zijde maken duidelijk dat dit niet een verbeelding is van Christus van vóór de kruisiging, maar van na de kruisiging. Daarom heeft het nu de titel ‘de Verrezen Christus.’ Terecht.

Maar het is wel een heel andere verbeelding van de verrijzenis of de verrezen Heer dan veel andere verbeeldingen dei ik ken. Daar zie je een een triomf, een triomfantelijke Christus, onoverwinbaar, ongrijpbaar voor de soldaten. Hier zie je een kwetsbare Christus, niet alleen door de wonden, maar ook en vooral door zijn gezicht en zijn gezichtsuitdrukking. Als je goed kijkt, zie je de tranen op zijn gezicht en zie je ook dat ze neer druppelen op zijn borst. De verrezen Heer huilt. Een droevige, bedroefde Christus. En die Christus kijkt je aan.

Het is ook een andere verbeelding dan de meeste verbeeldingen van Christus die Tomas uitnodigt met zijn vingers zijn wonden te voelen. Daar zie je Tomas met andere leerlingen en Christus die de hand van Tomas vastheeft en hem stuurt. En, je ziet dat tafereel en profile. Je bent toeschouwer.  Maar hier is geen Tomas te zien, en ook geen andere leerlingen. En, hier geen en profile, maar en enface, geen blik van terzijde, maar oog in oog. En jij die terugkijkt wordt een van de leerlingen, bent Tomas.

Waarom is dit schilderij voor mij een verbeelding van het bezoek van de verrezen Heer op Paasavond aan zijn leerlingen, of preciezer van de ontmoeting van Tomas met de verrezen Heer?

Omdat Tomas, ondanks het gegeven dat hij in de traditie die ongelovige Tomas is gaan heten, niet ongelovig is. Integendeel. Hij  is gelovig en zou ik willen zeggen ook een goede theoloog. Dat zeg ik niet, omdat hij als een van de weinigen tot een duidelijke geloofsbelijdenis komt: ‘mijn Heer en mijn God’ (Joh 20, 28). Dat zeg ik, omdat Tomas de verrijzenis niet los wil zien van de dood op het kruis. Anders gaat het niet om dezelfde persoon.

Het is verleidelijk de verrijzenis los te zien van lijden en dood. Het is verleidelijk Pasen los te zien van Witte Donderdag en Goede Vrijdag. Elke zondag vierden we toch Pasen? Het is verleidelijk Pasen, de verrijzenis los te zien, in de trant van eind goed al goed. Het is verleidelijk Pasen en de verrijzenis los, op zich te zien, omdat we altijd een happy end willen, zoals in sprookjes

Zeker, wij zijn mensen van de verrijzenis, wij zijn wat dat betreft allen zondagskinderen, maar de weg ernaar toe is belangrijk. De verrijzenis is het antwoord van de Vader op de weg die de Zoon is gegaan. Het is zijn ja, zijn bevestiging die die weg de ware levensweg is, zoals we ook in het evangelie van  Johannes kunnen lezen: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven, of zoals het ook kunt verstaan: ik ben de ware levensweg.

We zien dus een verbeelding van de verrijzenis waarin die weg te zien en wel op een maner waarop niets van het moeilijke en moeizame van de weg, verdoezeld wordt. De huilende Christus heeft in de leerschool van het lijden gehoorzaamheid geleerd, niet een slaafse domme gehoorzaamheid, maar geleerd dat juist in die moeilijke momenten het mogelijk is, het nodig is te luisteren naar God (vgl. Hebr. 5,7-10).

Wanneer Tomas zegt alleen maar te geloven in de verrijzenis als hij de wonden kan zien en aanraken, geeft hij aan dat de verrezen Heer alleen maar de gekruisigde Heer kan zijn. Wanneer wij  dat Tomas nazeggen, geven we aan dat we die ware levensweg willen gaan.

 

 

 

 

 

Meer nieuws

Inventaris voormalige H. Hartkerk te koop

Parochianen van de voormalige O.L.V. van het Heilig Hartkerk in […]

Agenda Paastijd in de Cenakelkerk

Zaterdag 20 april – 17.00 uur: Eucharistieviering Taborkapel Zondag 21 […]

Preek voor de 3de zondag van Pasen – 14 april 2024  Cenakelkerk

Herwi Rikhof   Hand. 3,13-15.17-19 / Lc. 24,35-48 Inleiding In […]

Jokolo was in Malden

Op Goede Vrijdag om 20.30 uur zong Jokolo de gezongen […]

Preek voor de 2de zondag van Pasen 2024 Cenakelkerk

Herwi Rikhof   Hand. 4,32-35 / Joh. 20,19-31 Aan het […]