Preek voor het feest van Maria Moeder van God (nieuwjaar) Cenakelkerk

Herwi Rikhof

 

Gal. 4,4-7 / Lc. 2,16-21

 

Inleiding
In de kalender van de kerk is 1 januari niet Nieuwjaar, maar de octaafdag van Kerstmis. We horen in het evangelie dan ook het vervolg op het evangelie dat we in de kerstnacht hebben gehoord, het verhaal van de geboorte van Jezus in een stal, de boodschap van de engelen aan de herders in het veld buiten Bethlehem en hun gezang. En, we horen vandaag het kerstverhaal volgens Paulus

 

Preek
Natuurlijk heeft Paulus geen kerstverhaal, tenminste niet zoals Lucas: die vertelt over de volkstelling en over de herders – het verhaal dat we de vorige week en vandaag hebben gehoord. En ook niet zoals Mattheus: die vertelt over het bezoek van de wijzen uit het oosten, het verhaal dat we de komende zondag horen. Nee, Paulus heeft nergens in zijn brieven zo’n verhaal over de geboorte. Maar Paulus heeft wel zoiets als het begin van het Johannes-evangelie dat we op de eerste Kerstdag gehoord hebben, die diepzinnige meditatie over de komst van het licht in een wereld van duisternis, over de zijnen die hem niet aannamen en over hen die hem wel aannemen en die zo het vermogen krijgen kinderen van God te worden. Paulus spreekt ook over de Zoon die komt, die door de Vader gezonden is en Paulus spreekt net als Johannes over het doel van die komst: om ons kinderen van God te maken.

Maar Paulus legt ook andere, eigen accenten, zoals andere schrijvers in de Schrift ook andere, eigen accenten leggen en wij dat ook doen als wij iets vertellen ‘met eigen woorden’.  Door het afgelopen jaar, waarin officieel excuses gemaakt zijn voor het aandeel van de Nederlandse staat in het slavernijverleden, valt het mij op dat Paulus hier spreekt van slaven. Terwijl Johannes beelden uit de natuur neemt, – licht en duister, – neemt Paulus een beeld uit de maatschappij, uit de maatschappij van zijn tijd: slaven. En het contrast dat Johannes met duisternis en licht verwoordt, verwoordt Paulus met de tegenstelling slaaf – kind.

Paulus vertelt nauwelijks verhalen. In zijn brieven argumenteert hij meestal en als een goed getraind debater, gebruikt hij tegenstellingen. Die tegenstelling zijn meer dat debat trucjes, zoals je ook wel eens zag op tv-reclames: twee merken waspoeder of afwas of batterijen. Maar als je Paulus goed leest, merk je dat die tegenstellingen bij hem geen trucjes zijn, maar werkelijkheid.

De tegenstelling die Paulus vandaag gebruikt ontleent hij dus aan de maatschappij waarin hij leeft: de tegenstelling tussen slaven en kinderen. De ene kant van de tegenstelling, slaven, werkt hij niet echt uit, misschien wel omdat het in zijn tijd zo’n gewoon verschijnsel is en iedereen wel begreep wat hij met het beeld bedoelde. Onlangs werd in Pompeï een ruimte ontdekt waarin slaven met ezels graan moesten malen dat voor het bakken van brood werd gebruikt, een kleine ruimte en ook afgesloten van de buitenwereld. Een ver van vrolijk bestaan. Misschien werkt hij die kant ook niet uit, omdat onder de eerste christenen veel slaven waren, of in elk geval niet de top van de samenleving. Die begrepen wel waar het over ging. De andere kant werkt hij wel uit, en als ik het goed zie, om die eerste christenen van een nieuwe en onbekende situatie te overtuigen. Hij praat dan niet alleen over vrij kopen – iets dat ook wel bekend was in zijn maatschappij – maar over zoon en erfgenaam, of zoals het in het nieuwste vertaling staat kind, kinderen. Maar ik wil even stil blijven staan bij de opmerking van Paulus dat dat vrijkopen met een bepaald doel gebeurt. Opdat wij kinderen zijn, ‘heeft God de Geest van zijn Zoon in ons gezonden, die Abba Vader roept’. Niet alleen maar vrije mensen, maar ook mondige mensen, mensen die ons uitspreken en hoe. ‘Abba Vader’

De Geest laat ons dus dezelfde taal spreken als de Zoon, de Geest geeft ons dus de meest intieme en vertrouwelijke taal in. Het Onze Vader dat Jezus zijn leerlingen leert is geen kinderachtig gebed, ook al is het een gebed dat uit vragen bestaat. Wanneer wij het hier in de liturgie bidden is een van de formules waarmee ik u daartoe kan uitnodigen: aangespoord door het gebod van de Heer en door zijn goddelijk woord onderricht durven we te zeggen; Durven we te zeggen, of zo kun je het ook vertalen, Hebben we de moed te zeggen.

We durven niet, hebben de moed niet, omdat God hoogverheven is en je een hoge autoriteit niet zomaar zou kunnen benaderen: daarvoor heb je moed nodig. Nee hier gaat het om een durven, om een moed om die beden als een programma te zien waarin wij met God samenwerken zodat zijn rijk kan komen, zijn heilswens hier op aarde werkelijkheid kan worden. Precies omdat we mondige kinderen van de Vader zijn, vraagt hij ieder van ons met hem samen te werken, vertrouwt hij zich aan ieder van ons toe.

Het Onze Vader in zijn geheel of een van die beden van het Onze Vader, dus als een goed voornemen voor dit komend jaar.

Meer nieuws

Catechese aanbod in de vastenperiode

Deze vastenperiode wil ik graag een aanbod doen om samen […]

Preek voor de eerste zondag van de vasten  2024  Cenakelkerk

Herwi Rikhof Gen. 9,8-15 Mc. 1,12-15 Zal vanmiddag een bezoeker […]

Preek voor Aswoensdag 2024 Cenakelkerk

Herwi Rikhof  Joël 2,12-18 Mt. 6,1-6.16-18 Her eerste wat vanmorgen […]

Preek voor de Opdracht van de Heer- Maria Lichtmis 3/4 februari 2024  

Herwi Rikhof   Inleiding De kersttijd is liturgisch afgesloten met […]

Preek voor de vierde zondag door het jaar 27/28 jan. 2024 Cenakelkerk

Foto Arjan Bronkhorst Herwi Rikhof   Deut. 18,15-20 / Mc. […]