Preek voor het feest van de Openbaring des Heren 2024 Cenakelkerk

Herwi Rikhof

 

Ef. 3,2-3a.5-6 / Mt. 2,1-12

Inleiding
Net als in de Kerstnacht horen we vandaag een bekend verhaal, het verhaal van de Wijzen. Net als in de kerstnacht is er elk jaar wel iets in onze samenleving of omgeving waardoor een bepaald aspect eruit spring of zelfs nieuw is. In de kerstacht was dat, vanwege de toestand in het Heilig Land, het lied van de engelen over vrede op aarde, het lied dat we ook vandaag horen in het gloria. Vandaag ligt de reden voor aandacht in de kerk, in het wereldwijde synodale proces waartoe de paus ons heeft opgeroepen.

 

Preek
In mijn straat zijn nog twee bomen met lichtjes versierd en toen ik vanmorgen vroeg met mijn leenhond Laika de gewone route liep merkte ik dat ook in andere straten de lichtbomen en de lichtslingers op een of twee na verdwenen zijn. In de supermarkt liggen de kerstartikelen in de uitverkoop, sale natuurlijk, en de tuincentra bieden planten ter vervanging van de kerstboom aan. Net als hier in de kerk heb ik thuis nog mijn kerstboom en kerststalletje staan. Kerstmis is pas afgesloten als de wijzen uit het Oosten gekomen zijn. Morgen wordt hier alles weer gewoon, bij mij thuis ook. Maar vandaag nog Kerstmis, of misschien zelfs beter, vandaag pas Kerstmis. Ik weet dat dat wat tegen de gevoelens in gaat, maar toch vind ik dat en ik zal dat proberen toe te lichten.

In het evangelie van vandaag staat de geboorte van Jezus in een bijzin: ‘toen Jezus te Bethlehem in Juda geboren was’. Waar de evangelist Lucas een heel verhaal aan besteedt, daaraan besteedt de evangelist Mattheüs een bijzin: ’toen Jezus te Bethlehem in Juda geboren was’. Voor hem gaat het niet om het hoe en wat van die geboorte, voor hem gaat het om de betekenis van die geboorte. Daar gaat het Lucas natuurlijk ook om, maar terwijl Lucas de betekenis van de geboorte door de engel aan de herders verkondigt, gaat het bij Mattheüs om vreemdelingen, wijzen, magiërs uit het Oosten. Terwijl het bij Lucas aan het begin het van kerstfeest gaat over het eigen volk, gaat het bij Mattheüs aan het eind van het kerstfeest om de anderen. Op de voorkant van het boekje staat als motto ‘een licht voor allen’ en op de afbeelding staan achter die drie bij de kribbe een menigte. Wij dus ook.

Ik heb in de afgelopen jaren verteld hoe de betekenis van dit kerstverhaal van Mattheüs door kunstenaars precies en vaak prachtig gepakt is, wanneer ze van de wijzen mannen maken met drie leeftijden, oud, middelbaar en jong en wanneer ze deze drie ook uit verschillende continenten laten komen: Azië, Europa en Afrika. En ik heb ongetwijfeld ook wel eens gezegd dat in de tekst niet over drie wijzen gesproken, wel over drie geschenken, wordt en dat dat de mogelijkheid geeft als we nu in onze tijd dat verhaal willen verbeelden, we er minstens twee bij moeten doen: ook iemand uit Amerika en uit Australië en dat die twee ook vrouwen zouden moeten zijn en ook nog vertegenwoordigers van de oorspronkelijke bewoners. Dat zouden we moeten doen, willen we recht doen aan het inclusieve ‘allen’. En dat zou ook nog mooi passen in het synodale proces, waartoe de paus ons allen heeft opgeroepen.

Het is da ook niet vreemd dat we in de andere lezing, uit de brief van Paulus aan de Efeziërs, horen dat de heidenen, de anderen, wij nu mede-erfgenamen zijn, medeleden en mededeelgenoten. De heidenen, de anderen, de volkeren, de kinderen der mensen komen vandaag in zicht. Wij dus.

Maar over die wijzen uit het Oosten is nog meer te zeggen dan dat ze vreemdelingen zijn en dat ze staan voor iedereen. Wanneer ze in Jerusalem komen, vragen ze naar de pasgeboren koning der Joden, want zij hebben zijn ster in het oosten gezien. Vanwege die vraag worden ze ook beschouwd als magiërs, als astrologen.

We weten dat in het Oosten, in Mesopotamië, Babylon, (het huidige Irak) de astrologie, de sterrenkunde, in hoog aanzien stond, omdat men vanuit de stand en de beweging van de sterren en de planeten ontwikkelingen op aarde interpreteerde, aanwijzingen zag voor de toekomst, waar rampen zouden geburen, hoe het zou gaan met de staat en met de koning. We weten ook dat in Israel is altijd een wantrouwen geweest tegen astrologie, vanwege de afgodendienst die er mee verbonden is.. Zo staat in het tweede boek van de Koningen dat Manasse, die vijfenvijftig jaar koning was in Jerusalem, deed wat slecht is in de ogen van de Heer, omdat hij zich in aanbidding neerboog voor hemellichamen en die diende, omdat dat hij in de tempel van Salomo altaren liet plaatsten voor de hemellichamen, omdat hij zijn zoon als brandoffer liet doden en zich inliet met toekomstvoorspellingen (2 Kon 21,1vv). Zijn kleinzoon Josia deed echter wat goed is in de ogen van de Heer, omdat hij opnieuw het verbond met de Heer, bekrachtigde, omdat hij  uit de tempel de voorwerpen die met hemellichamen te maken hadden liet verwijderen en die altaren van Manasse kapot liet slaan, omdat hij de priesters wegstuurde, die offers ontstaken voor de zon, de maan en de sterren.(2 Kon 23,1v)

De zon, de maan en de sterren komen wel voor in de Schrift, bijvoorbeeld in het grote scheppingsgedicht waarmee de H. Schrift opent, maar dan als een soort feestverlichting. Over de maan wordt wel gesproken, maar dan als aanwijzingen voor de grote feesten, zoals het paasfeest. Het paasfeest wordt nog steeds, ook door christenen, vastgesteld met behulp van de maanstand.

Zonder nu al te diep in te gaan op de astrologie toen en nu, wil ik alleen naar voren halen dat die wijzen hun kennis gebruiken niet voor afgodendienst, maar om op tocht te gaan, om op zoek te gaan naar de ware God. En dat lijkt me het tweede belangrijke punt van het evangelie van vandaag voor ons. Zij gaan op tocht en gebruiken daarvoor hun kennis, hun ervaring, hun inzichten. Hoe gebruiken wij onze kennis, onze ervaring, onze inzichten? Worden wij daardoor in beweging gezet, gebruiken we die om, hoe dan ook, bij te dragen aan dat synodale proces?

Die vraag is relevant, omdat in het verhaal van vandaag we ook het alternatief horen. Koning Herodes en de autoriteiten in Jerusalem weten waar die pasgeboren koning der Joden te vinden is, maar ze doen niet met die kennis, ze blijven zitten waar ze zitten, terwijl de afstand tussen Jerusalem en Bethlehem niet echt groot is, Vanwege de muur die er nu is gebouwd is de reis van Jerusalem naar Bethlehem nu een hele onderneming, toen een paar uur.

Die Wijzen die trekken wel verder en dan verschijnt de ster weer: hun kennis, hun ervaring laat hen niet in de steek, geeft hun richting en bevestiging. Zo worden zij voor ieder van ons modellen van gelovigen, van mensen die op zoek gaan in het leven en daarbij hun ervaring, inzichten, wijsheden meenemen.

 

 

Meer nieuws

Catechese aanbod in de vastenperiode

Deze vastenperiode wil ik graag een aanbod doen om samen […]

Preek voor de eerste zondag van de vasten  2024  Cenakelkerk

Herwi Rikhof Gen. 9,8-15 Mc. 1,12-15 Zal vanmiddag een bezoeker […]

Preek voor Aswoensdag 2024 Cenakelkerk

Herwi Rikhof  Joël 2,12-18 Mt. 6,1-6.16-18 Her eerste wat vanmorgen […]

Preek voor de Opdracht van de Heer- Maria Lichtmis 3/4 februari 2024  

Herwi Rikhof   Inleiding De kersttijd is liturgisch afgesloten met […]

Preek voor de vierde zondag door het jaar 27/28 jan. 2024 Cenakelkerk

Foto Arjan Bronkhorst Herwi Rikhof   Deut. 18,15-20 / Mc. […]