Preek voor Hemelvaart  26 mei 2022 Cenakelkerk

foto Arjan Bronkhorst

 

Preek voor Hemelvaart                                                                                       Herwi Rikhof

Hand. 1,1-11 Ps. 47 Luc. 24,46-53

 

Inleiding
Vandaag is het veertigdagen na Pasen. Veertig roept iets van voorbereiding op: de tocht van veertig jaar door de woestijn voordat het volk het beloofde land in kon trekken, de veertig dagen in de woestijn, voordat Jezus na zijn doop kon gaan optreden, veertigdagen na Pasen, voordat Jezus zijn leerlingen kan verlaten. Maar zijn de leerlingen voorbereid? Blijkbaar niet voldoende, want in zowel de eerste lezing als in het evangelie moeten de leerlingen nog even wachten voor ze aan hun taak kunnen beginnen.

Preek
Taal is niet onschuldig. Niet alleen maakt het wat uit wat je zegt, maar ook hoe je het zegt, welke woorden, welke termen je gebruikt. Het maakt veel of alles uit of je praat over het conflict tussen Rusland en Oekraïne als een oorlog of een speciale militaire operatie, of je praat over bezetting of bevrijding. Het is niet onschuldig wanneer mensen termen gebruiken als ‘omvolking’ en ‘homeopatische verdunning’. Taal is bijna nooit onschuldig,  vanwege de associaties die woorden oproepen, associaties die bedoeld zijn door de mensen die ze gebruiken, associaties waar mensen die ze horen zich van bewust kunnen zijn of vaak ook niet. Daarom maakt het wat uit hoe je zegt wat je je zegt.

Ik gebruik deze duidelijke en dramatische voorbeelden om iets te verhelderen uit de eerste lezing die we net gehoord hebben, iets dat zeker op het eerste gehoor niet zo duidelijk en zo dramatisch is, maar ook een voorbeeld is van hoe belangrijk het is welke termen je gebruikt. Ik bedoel de uitspraak van Jezus: ‘Johannes doopte met water, maar gij zult over enkele dagen gedoopt worden met de heilige Geest’. Water – Geest. De leerlingen hebben die uitspraak misschien wel gehoord, maar niets wijst erop dat ze echt geluisterd hebben en dat ze die uitspraak ook echt begrepen hebben. Jezus moet het nog een keer herhalen en wel nadat de leerlingen hem gevraagd hebben naar het herstel voor Israël van het koninkrijk. Die vraag, naïef of onthutsend na het lijden waarin het koningschap van Jezus reden tot bespotting was, na het sterven op het kruis onder het opschrift: Jezus van Nazareth de koning der Joden, die vraag naïef of onthutsend, laat zien dat ze die eerdere uitspraak van Jezus over de doop met water en de doop met de Geest niet begrepen hebben, niet begrepen hebben wat Jezus bedoelde, welke associaties hij wilde oproepen door te praten over doop met de heilige Geest.

Nu is het wel zo eerlijk te erkennen dat doop met de heilige Geest ook niet zo duidelijk is als doop met water. Doop met water is iets zichtbaars, iets fysieks. Doop met heilige Geest is eerder iets onzichtbaars, iets geestelijks. Maar de beweging van buiten naar binnen, van zichtbaar naar onzichtbaar is iets dat we wel vaker meemaken in ons geloof. Ik heb in de inleiding al gezegd dat Hemelvaart de veertigste dag van Pasen is. De veertigste dag voor Pasen is Aswoensdag, de dag van het askruisje, het uiterlijke teken dat het begin is van een tocht naar binnen die eindigt met het gedenken en vieren van het lijden sterven en verrijzen van onze Heer. Want op Aswoensdag horen we altijd dat gedeelte uit de Bergrede waarin Jezus wijst op het belang van het innerlijk voor de pijlers van een gelovig leven: bidden, vasten en aalmoezen geven en als een refrein klinkt dan ‘uw Vader die in het verborgene ziet’. Op de veertigste dag na Pasen horen we ook dat belang van het innerlijke, maar dan niet zozeer de innerlijke pijlers als wel de innerlijke basis voor een gelovig leven. De doop, onze doop.

Waarom niet alleen doop met water, maar ook doop met Heilige Geest? De kerkvader Basilius de Grote, een van de eersten die een grote studie wijdt aan de werkzaamheid en aanwezigheid van de Heilige Geest in het leven van de gedoopten, komt met een mooie uitleg. Voor hem is de doop met water, het doopsel van bekering, de doop van Johannes, het wegdoen van het oude, het sterven aan het oude leven. Geen vreemde associatie, omdat Johannes de Doper in zijn prediking daar ook op wijst, omdat Paulus in zijn nadenken over de doop dat verband ook legt: ‘gij weet toch dat de doop waardoor wij één geworden zijn met Christus ons heeft doen delen in zijn dood?” (Rom 6,3) Maar het wegdoen van het oude, het sterven aan het oude, is het halve werk. De ruimte, die om zo te zeggen ontstaan is door het wegdoen van het oude, die ruimte moet opnieuw gevuld worden en dat is gedoopt worden met de Heilige Geest.

Nadat de leerlingen Jezus die naïeve, die onthutsende vraag hebben gesteld naar het herstel van het koninkrijk voor Israël spreekt Jezus weer over de heilige Geest en spreekt hij over de kracht van de Heilige Geest die de leerlingen zullen ontvangen. Kracht. Wat roept die term op? Een werkzaamheid en een aanwezigheid die merkbaar zijn, sterker nog een werkzaamheid en een aanwezigheid die het verschil maken. Misschien helpt ons op dit punt even na te denken over een van de titels van de Geest die zijn oorsprong heeft in het evangelie van Johannes.

In dat evangelie wordt de Geest namelijk ‘paraklètos’ genoemd. Die Griekse term betekent letterlijk ‘iemand die erbij geroepen wordt’ en dan niet om op afstand toe te kijken, maar om dichtbij te koen en bijstand te verlenen. Vaak gaat het dan om bijstand in een rechtszaak. Onze term ‘advocaat’, die van het Latijn komt, heeft dezelfde betekenis: erbij geroepen worden. De vertaling ‘helper’ pakt die bijstand ook goed. De vertaling ‘raadgever’ wijst weer op een ander aspect van die bijstand. ‘Pleitbezorger’ wordt gebruikt in de nieuwste vertaling, een voorspreker, iemand je voor je in de bres springt, die zegt wat jij niet kunt zeggen.

Wanneer het om de Heilige Geest als paraklètos, – hoe je die term ook precies vertaalt, als helper, raadgever, pleitbezorger, voorspreker – , het gaat om iemand je nodig hebt. Dat te erkennen, hulp vragen, dat je zorg een aandacht nodig hebt, is niet vanzelfsprekend of gemakkelijk. En dat wordt nog minder vanzelfsprekend of gemakkelijk, omdat de werkzaamheid en de aanwezigheid van de Heilige Geest een echte gave is, een puur cadeau of zoals we dat gelovig zeggen: een kwestie van genade is. Dat uitzonderlijke van een echte gave kwam deze week vrij onverwacht even langs toen bij een quiz op de tv gevraagd werd wat de Latijnse term is voor een advocaat die je aangewezen krijgt omdat je niet kunt betalen. De deelnemers schreven keurig op pro deo, letterlijk vertaald ‘voor God’.

Voor die pro Deo advocaat bij uitstek, de Heilige Geest, hoeven we dus niet voor te betalen, voor zijn bijstand hoeven wij dus niet te presteren – hoe gewoon ‘voor wat hoort wat’ ook mag zijn, in onze maatschappij: hier niet. Om die pro Deo advocaat bij uitstek hoeven we alleen maar te vragen, voor die bijstand hoeven we alleen maar voor open te staan. Maar dat is niet vanzelfsprekend en dat klinkt ook gemakkelijker dan het is. Misschien dat de leerlingen daarom, dat wij daarom extra tijd nodig hebben en krijgen om ons voor te bereiden om die hulp te vragen en we van harte kunnen bidden: kom Heilige Geest.

Meer nieuws

Overweging, 7 augustus, 19e zondag 2022 C door pastoor Jacques Grubben

Al het aardse is betrekkelijk want alles is ons toevertrouwd. […]

Vierdaagse mis 2022

De Vierdaagse mis van 17 juli jl in een fotoreportage. […]

Preek voor de achttiende zondag door het jaar 2022 Cenakelkerk  

Preek voor de achttiende zondag door het jaar 2022             […]

Op vakantie in de Cenakelkerk

Ontdek deze zomer de verhalen van de Cenakelkerk tijdens twee […]

Overweging 16/17 juli 2022  Cenakelkerk

Overweging 16/17 juli 2022  Cenakelkerk Eerste lezing Genesis 18, 1-10a […]