Preek voor Heilige familie 31 december 2023 Cenakelkerk

Herwi Rikhof

 

Gen 15,1-6; 21,1-3 / Lc. 2,22-40

Inleiding
Op deze zondag onder het octaaf van Kerstmis vieren we altijd het feest van de H. Familie. Een wat ongemakkelijk feest, omdat in de evangelies niet zo veel over dat gezin verteld wordt. Dat merken we vandaag in het evangelie, waarin we het verhaal horen van de opdracht in de tempel, een verhaal dat we over een maand opnieuw horen als we het feest van de opdracht van de Heer, (Maria Lichtmis) vieren. Nu kan ik dat verhaal van Simeon en Hannah wel weglaten en alleen de laatste verzen lezen, zoals ook gesuggereerd wordt in het boekje, de enige verzen die over zoiets als familie, gezin gaan, maar dat vind ik wat mager. Dit jaar is wat betreft de andere lezingen gekozen voor een tekst uit Genesis over Abraham en Sara en uit de brief aan de Hebreeën ook over Abraham en Sara en wel over hun geloof. Twee mooie teksten. We lezen straks de eerste en daar zal ik ook in mijn preek op in gaan, en daarbij die aandacht voor het geloof uit de brief aan de Hebreeën laten doorspelen.

Preek
In een van de kranten die ik lees stond een opiniestuk over de vraag waar het Oude Testament was in de kerstpreken en de schrijver stelde die vraag naar aanleiding van een zevental preken die op de website van die krant stonden. Als ik zo’n stuk lees, moet ik ook aan mijn eigen preken denken. In mijn kerstpreken heb ik ook niet expliciet aandacht besteed aan de lezingen uit het Oude Testament die we wel gelezen hebben. Daarvoor heb ik, had ik redenen. Allereerst vind ik het vaak onmogelijk om in het beperkte kader van een preek twee of drie lezingen ter sprake te brengen, meestal gaat het bij mij in de preek maar om één zin, of één gedachte, of één vraag. Vervolgens – en dat was belangrijker dit jaar – het contrast met die lezingen en wat er met kerstmis gebeurde in het Heilig Land en ook in de Oekraïne en op die andere plekken in de wereld waar oorlog is, was te groot, was zo groot dat de vervulling van die prachtige droom van Jesaja waar het volk dat in duister is een groot licht ziet, waarin het juk dat op mensen drukt wordt vernietigd, onwerkelijk leek, compleet los van onze werkelijkheid. Dat is wel eens anders geweest. Er zijn kerstmissen geweest waarin die droom werkelijkheid werd of dichtbij was, toen bijvoorbeeld in Oost-Europa de communistische regimes geweldloos werden verdreven. Toen heb ik over die Jesaja-tekst gepreekt. Ik weet wel dat dat visioen van Jesaja, precies om dat het een visioen, omdat het een droom is, niet een beschrijving is, niet een beschrijving kan zijn van de werkelijkheid, maar een stimulans tot hoop, maar die hoop ontbrak in wat ik vooral over het Heilig Land las, maar ook wat ik hoorde over de afbrokkelende steun voor Oekraïne, terwijl het gevaar voor onze eigen veiligheid er niet minder op geworden is. Integendeel bleek de afgelopen dagen maar weer.

Maar vandaag op de zondag, die in de kersttijd valt, dus wel expliciet aandacht voor het Oude Testament, in de eerste lezing en in de preek. Het afgelopen jaar hebben op een aantal woensdagen uit twee belangrijke boeken van het Oude Testament gedeelten gelezen. Uit Genesis de verhalen over Abraham, Izaäk, en Jacob en over een van diens zonen Jozef, uit Exodus de verhalen over Mozes, zijn geboorte, zijn roeping, de uittocht, de tien geboden, het gouden kalf. We deden dat aan de hand van het commentaar van Jonathan Sacks, oud opperrabijn in het VK. Een mooi commentaar, waarin hij de rijkdom van de joodse uitleg-traditie ten toon spreidt. Een commentaar dat ook aanleiding geeft om vanuit onze christelijke uitleg-traditie aanvullingen te geven. De tweede lezing die in uw boekje staat, is daar een mooi voorbeeld van.

We hebben dus op die woensdagen teksten uit Genesis gelezen over Abraham. Ook de teksten over het nageslacht die we vandaag hebben gehoord, hebben we toen gelezen. We hebben vandaag twee fragmenten gehoord, een uit hoofdstuk 15 en een uit hoofdstuk 21, maar daartussen zitten hoofdstukken waarin duidelijk wordt dat die belofte van God van dat talrijke nageslacht niet zo gemakkelijk tot vervulling kwam als nu door die combinatie van die twee fragmenten gesuggereerd wordt. Ik kom daar zo op terug, maar eerst wil ik proberen een antwoord te krijgen op de vraag waarom we vandaag op het feest van de heilige familie die twee fragmenten over Abraham en Sara lezen.

Het zijn alternatieve lezingen. De oorspronkelijke lezing uit het Oude Testament is een moraliserende lezing over ouders en kinderen waarbij bijna alle aandacht uitgaat naar de vader en de tweede lezing uit het Nieuwe Testament is ook een moraliserend stuk van Paulus. Gezien die oorspronkelijke lezingen vind ik het alternatief niet vreemd en eerlijk gezegd ook beter. Als je over familie en gezin wilt praten in het kader van de liturgie, lijkt het me beter niet termen te horen als aangesteld over, vader gehoorzamen, onderdanig zijn aan enz. In de liturgie moet het over andere zaken gaan, bijvoorbeeld over geloof of het doorgeven van het geloof. En daarom zijn die alternatieve lezingen beter.

Om dat wat toe te lichten, moet ik meer zeggen over die eerste lezing, moet ik die lezing plaatsen. Het eerste fragment is het visioen van Abram, waarin God voor de tweede keer zich tot Abram richt. De eerste keer dat God zich tot Abram richt, vraagt God Abram weg te trekken uit zijn land, zijn familie te verlaten en naar een onbekend land te gaan. En doet God de belofte dat Hij Abram tot een groot volk zal maken. Abram trekt weg en komt uiteindelijk in Kanaän aan en gaat wonen in Hebron.

God vraagt Abram dus weg te trekken en radicaal te breken met zijn afkomst en achtergrond. In het Hebreeuws staat: lech lecha, ‘trek weg’. Jonathan Sacks geeft vanuit de Joodse, de rabbijnse traditie vier interpretaties van dat kort bevel. Ga voor jezelf op reis, voor je eigen voordeel – geloof in wat je kunt worden. Ga met jezelf – ga met jouw geloof, jouw opvattingen jouw manier van leven en verspreid dat over de wereld. Ga naar jezelf, maak de reis om te ontdekken wie je bent. Ga alleen, want alleen als iemand bereid is alleen te gaan, uniek te zijn, kan die mens God dienen die uniek is. Een reis naar het onbekende, is een uiting van vrijheid en God kan alleen in vrijheid gediend worden (Genesis, boek van het begin, 73-75)

Vier interpretaties waarin de discontinuïteit centraal staat, waarin de breuk voorop staat. Maar vlak daarvoor staat dat Abram met zijn vader Terach al op weg was gegaan naar Kanaän, maar halverwege bleef steken in Charan. Abram voltooide wat zijn vader begonnen was. In plaats van discontinuïteit dus continuïteit Ik wil nu graag Sacks citeren, een passend citaat op dit feest.

Misschien hoort de dubbelheid wel bij kind-zijn. Soms maken we onszelf wijs , vooral in adolescentie, dat we met onze ouders hebben gebroken en een geheel nieuwe weg zijn ingeslagen. Als we dan jaren later terug kijken, beseffen we pas hoeveel we aan ouders te danken hebben. Hoezeer we, zelfs als we hele serieus vonden dat we onze eigen unieke weg volgden, in werkelijkheid beantwoorden aan de idealen en de ambities die we van hen hadden geleerd. En dit begint bij God zelf die ons, zijn kinderen de ruimte gaf – en dat nog steeds doet – om voor Hem uit te wandelen.(Genesis, 80)

De tweede keer dat God zich tot Abram richt, reageert Abram en komt hij terug op die belofte van God dat hij een groot volk zal worden. Abrams geduld raakt op. God doet hem opnieuw de belofte en Abram gelooft hem. Maar daarna komt er toch weer twijfel omdat Sarai hem geen kinderen baart. In de hoofdstukken tussen de twee fragmenten die we gehoord hebben blijkt dat op allerlei manieren. De vervulling van de belofte ‘laat lang op zich wachten en loopt via omleidingen en verkeerde afslagen.. er is geen plotselinge overgang van hier naar het beloofde land’. Ik wil weer Sacks citeren een gedeelte dat hijzelf heeft gecursiveerd om duidelijk te maken hoe belangrijk het is.

Geloof is het vermogen om te leven met uitstel zonder het vertrouwen in de belofte te verliezen; om teleurstelling te ondergaan zonder de hoop kwijt te raken; om te weten dat het een lange weg is van ideaal naar werkelijkheid maar toch besluiten op weg te gaan. Dat was het geloof van Abraham en Sara…” (Genesis. 86)

Wanneer Abraham en Sara dan eindelijk een kind krijgen, een zoon, noemen ze hem Izaäk, een naam met een betekenis: ‘gelach’ of ‘ik lach’. Een dubbelzinnige naam, omdat Sara spottend en met onbegrip vóór de geboorte gelachen heeft alsof zij en Abraham op hoge leeftijd nog een kind zouden kunnen krijgen en omdat Sara na de geboorte blij is dat ze toch nog moeder geworden is. Die combinatie van onbegrip en blijdschap past zeker in deze kersttijd.

Meer nieuws

Catechese aanbod in de vastenperiode

Deze vastenperiode wil ik graag een aanbod doen om samen […]

Preek voor de eerste zondag van de vasten  2024  Cenakelkerk

Herwi Rikhof Gen. 9,8-15 Mc. 1,12-15 Zal vanmiddag een bezoeker […]

Preek voor Aswoensdag 2024 Cenakelkerk

Herwi Rikhof  Joël 2,12-18 Mt. 6,1-6.16-18 Her eerste wat vanmorgen […]

Preek voor de Opdracht van de Heer- Maria Lichtmis 3/4 februari 2024  

Herwi Rikhof   Inleiding De kersttijd is liturgisch afgesloten met […]

Preek voor de vierde zondag door het jaar 27/28 jan. 2024 Cenakelkerk

Foto Arjan Bronkhorst Herwi Rikhof   Deut. 18,15-20 / Mc. […]