Preek voor de vierde zondag door het jaar 27/28 jan. 2024 Cenakelkerk

Foto Arjan Bronkhorst

Herwi Rikhof

 

Deut. 18,15-20 / Mc. 1,21-28

Wat in Kafarnaüm gebeurde, gebeurt nog steeds, ook hier en nu. Dat klinkt aanmatigend en ook wel wat vreemd, want als iemand hier nu verkrampt, verstijfd zou neer vallen, met stuiptrekkingen en zo, zouden we dan zeggen: dat is het werk van boze geesten? Waarschijnlijk niet. Wij weten van epilepsie, van hartaanvallen en ook al is het schrikken als het gebeurt, we weten langzamerhand hoe we daar mee om moeten gaan en dat een snelle reactie van belang is. En als iemand zich wat vreemd gedraagt, of van alles vergeet, dan zeggen we dat hij of zij een trauma heeft opgelopen, of aan een bepaalde ziekte lijdt. We proberen dan daarachter te komen en met gesprekken, therapie of met medicijnen te helpen. Vaak hebben we voor zo’n ziekte ook namen, syndroom van Asperger, Alzheimer. Parkinson. Maar boze geesten, nee dat zeggen we niet meer, dat kan toch niet meer als een verklaring voor vreemd, opvallend of lastig gedrag. En toch.

Als je zo praat, als je zo denkt, maak je het evangelie van vandaag een beetje een achterhaald, of zelfs een heel achterlijk verhaal. Vroeger toen de mensen nog niet zoveel wisten over medicijnen, nog niet zoveel wisten over de werkingen van het menselijk lichaam en van de menselijke geest, toen hadden de mensen het over boze (of goede) geesten, maar nu, nu we zoveel meer weten, nu praten we niet meer over geesten.

Maar dat is te gemakkelijk, denk ik. Dat verhaal dat we net gehoord is hebben is geen kinderachtig verhaal. Verre van dat. We praten misschien niet meer over boze geesten, maar waar het in het verhaal over gaat: dat gebeurt nog steeds. Maar willen we dat zien, dan moeten we niet alleen kijken naar die man die begint te schreeuwen, maar ook naar de andere mensen, naar wat die mensen doen: die zijn buiten zichzelf van verbazing, of eigenlijk staat er, die waren helemaal geestdriftig. Geest-driftig, enthousiast. Dat zeggen we van mensen die ergens voor zijn, die ergens warm voor lopen. Supporters, fans, volgers op sociale media. En als we dat doen, dan wordt het verhaal over de synagoge een veel gewoner verhaal, dan wordt het namelijk een verhaal over twee verschillende, maar wel twee heel herkenbare reacties: hartstochtelijk voor en faliekant tegen, in dit geval voor en tegen de manier waarop Jezus preekt.

Maar dat is nog niet alles, of misschien beter, dat is niet precies genoeg. Want je zou kunnen denken dat die man die zo kwaad wordt en begint te schreeuwen, omdat die tegen Jezus is, zoals we dat wel vaker in het evangelie tegen komen. Mensen die tegen hem zeggen: wat denk je wel dat je dat allemaal maar kunt zeggen en doen, je bent maar gewoon uit ons dorp, wie denk je wel niet dat je bent. Maar dat zegt die man niet. Die man zegt: ik weet wel wie je bent, jij bent de heilige Gods. Die man legt een geloofsbelijdenis af en ook nog een die klopt. Als je kijkt naar de plaats die dit verhaal inneemt in het hele evangelie van Marcus, dan is het is ook nog de eerste geloofsbelijdenis die iemand uitspreekt. Want dit gebeuren in de synagoge van Kafarnaüm is het eerste optreden van Jezus met de leerlingen die hij geroepen heeft. En uitgerekend die man, die man van de eerste geloofsbelijdenis, is bezeten van een kwade geest. Dat is toch vreemd of niet?

Tenzij misschien het volgende aan de hand is. Dat die man verkeerd gelooft. Je kunt ook zo zeker zijn van je zaken, ook van het geloof, dat je er benauwd van wordt, je kunt ook zo ergens voor zijn, zo gegrepen zijn, ook in je geloof, dat je er verkrampt van raakt. Jezus, zo begint het verhaal, onderrichtte hen niet als de schriftgeleerden. Die tegenstelling is belangrijk, die tegenstelling zet de toon voor het gebeuren en eigenlijk voor het hele evangelie. Het is een tegenstelling die we ook elders tegenkomen, in de kunst bijvoorbeeld. Je voelt toch of een auteur zijn zinnetjes zegt, of een rol speelt of zelfs een rol is, je hoort het wanneer een musicus noten speelt of muziek maakt, je ziet of een schilder verf en kwasten gebruikt heeft of dat hij een echte persoon schildert die je over de eeuwen heen aankijkt of een landschap heeft gemaakt dat je elke keer weer ziet als je over de dijk fietst.

De Schriftgeleerden van Jezus’ tijd zijn de behoeders van de traditie, en ze doen dat door de traditie te vertalen in een netwerk van regels en voorschriften, door de traditie vast te leggen in regels en voorschriften. Ze leggen de traditie vast. De mensen in de synagoge zijn dat gewend zijn en weten niet anders dan dat dát geloven is. En nu horen ze ineens iemand die het anders doet, die als het ware niet vast zit in die regels en voorschriften, maar tot de kern van die regels en voorschriften komt, die die kern open legt en die daardoor ruimte schept. We horen niet wat Jezus in die synagoge zegt, maar we weten dat hij een bekering preekt tot een geloof in de blijde boodschap. Een andere manier van geloven. En een blijde boodschap kun je niet vast leggen, die kun je alleen maar open leggen. Een bekering tot de blijde boodschap kun je ook niet opleggen, daartoe kun je alleen maar uitnodigen. Die man voelt heel goed aan wat Jezus doet, maar wil die ruimte niet, die openheid niet. Die man heeft heel goed door wie Jezus is, en daarom zegt: wat heb je met ons te maken. Je maakt ons onzeker, onrustig en dat wil ik niet. Die man wil God, wel hij is per slot van rekening keurig op sabbat naar de synagoge gekomen, maar dan wel een God die hanteerbaar en overzichtelijk is, een God die in regels en wetten past, een God die vastligt en niet een God die verbaast en verrast, niet een God die tot denken en vragen aanzet, niet een God van de blijde boodschap.

De afgelopen week hebben we in onze parochie weer bijeenkomsten gehad rond het synodale proces en hebben we weer in twee rondes geluisterd naar een paar teksten uit het slotdocument van de synode: eerst naar de tekst zelf en vervolgens naar wat de anderen in dit tekst gehoord hadden. De afgelopen woensdag werd zowel ’s middags hier als ’s avonds hier gekozen voor het onderwerp: de kerk is missie. Door veel deelnemers werd in de eerste en ook in de tweede ronde een van de opmerkingen genoemd uit het gedeelte waar de punten van overeenstemming worden verwoord. ‘Iedere christen is een zending in deze wereld.’ In dat gedeelte uit de punten van overeenstemming speelt het beeld van het lichaam met de verschillende ledematen die verschillende functies hebben en die elkaar nodig hebben en die allen gelijke waardigheid hebben – een beeld dat Paulus in zijn brieven gebruikt voor de kerk als lichaam van Christus – een grote rol. Dat allen in de kerk gelijke waardigheid hebben, dat punt van overeenstemming werd in onze bijeenkomsten breed gedeeld en positief gewaardeerd.

Bij een ander punt dat bij de kwesties die behandeld moeten worden wordt genoemd, bleven velen haken. Bij de opmerking dat het kerkelijk wetboek in overeenstemming gebracht moet worden met de brede nieuwe ontwikkeling in de kerk dat leken niet alleen buiten de kerk, in de wereld, een rol te vervullen hebben, maar ook in de kerk een functie hebben. Men bleef staan bij: de wetten moeten aangepast worden aan die nieuwe ontwikkeling. Die nieuwe ontwikkeling – en dat kan niet genoeg gezegd worden – is niet een of andere modieuze hype is, maar een vertaling is van de waardigheid en van de verantwoordelijkheid van elke gedoopte. Die waardigheid geldt niet alleen buiten de kerk, maar ook in de kerk. Dat de wetten aangepast moeten worden aan het leven en niet het leven aan de wetten en dat dat zo duidelijk werd gesteld was voor velen een aangename verrassing.

Ik weet dat er in onze kerk, ook in ons bisdom, mensen zijn die het hele synodale proces onzin vinden en van mening zijn dat het niets met de Heilige Geest te maken heeft. Het gaat nu niet over een punt van kritiek of om vragen bij een of ander voorstel of opmerking – moeten bijvoorbeeld alle wetten aangepast worden of zijn er ook wetten die moeten blijven – die vragen klonken ook in onze bijeenkomsten – maar om fundamentele kritiek op het hele proces. Hoezo moet er geluisterd worden naar de gewone gelovigen? Hoezo moet er iets veranderd worden? Hoezo moet er nagedacht worden over de toekomst van de kerk? Wat heeft dat met ons te maken? Ook dat zijn de geluiden die klinken.

En daarom zie ik hier en nu gebeuren wat in Kafarnaüm gebeurde. Ik hoop dat wij, ook al is dat niet altijd gemakkelijk, verbaasd zijn en blijven over de blijde boodschap van ons geloof en ons durven te bekeren, dat ook wij Geest-driftig worden.

 

Meer nieuws

Catechese aanbod in de vastenperiode

Deze vastenperiode wil ik graag een aanbod doen om samen […]

Preek voor de eerste zondag van de vasten  2024  Cenakelkerk

Herwi Rikhof Gen. 9,8-15 Mc. 1,12-15 Zal vanmiddag een bezoeker […]

Preek voor Aswoensdag 2024 Cenakelkerk

Herwi Rikhof  Joël 2,12-18 Mt. 6,1-6.16-18 Her eerste wat vanmorgen […]

Preek voor de Opdracht van de Heer- Maria Lichtmis 3/4 februari 2024  

Herwi Rikhof   Inleiding De kersttijd is liturgisch afgesloten met […]

Overweging 20/21 januari 2024 Cenakelkerk

Margaret de Groot-Vlasveld   Jona, 3, 1-5,10 / Marcus 1,14-20 […]