Preek voor de tweede kerstdag 2023 Cenakelkerk

Herwi Rikhof

Hand. 6,8-10; 7,54-60 / Mt. 10,17-22

 

Inleiding
Op de tweede kerstdag vieren we het feest van de eerste martelaar, Stefanus. We horen zo twee fragmenten uit de Handelingen van de Apostelen over zijn dood. En de aandacht voor die dood wordt nog versterkt door het evangelie, waarin Jezus zijn leerlingen voorbereid op vervolgingen en martelingen. Maar vóór Stefanus het eerste slachtoffer van dat geweld werd, was hij diaken. En hij werd martelaar door de manier waarop hij zijn diaconaat invulde. Ik wil straks stil blijven staan bij dat diaconaat.

 

Preek
Toen we een paar weken geleden drie avonden over het synodale proces hebben gehouden, hebben we ook over het eindrapport van de synode gesproken. Een lijvig document dat ook niet altijd goed te lezen is, zeker niet in een keer. Zo’n document vraag om een langzame, bedachtzame lezing met aandacht voor de onderwerpen die voor ons van belang zijn. Dat gaan we ook doen straks in de periode voor de veertigdagen tijd. Niet alles, maar de onderwerpen die ons als concrete geloofsgemeenschap aangaan.

Bij het doorlezen van dat document op zoek naar thema’s die we zouden kunnen bespreken, kwam ik in het gedeelte over diakens en priesters in een synodale kerk een stukje tegen dat mij een soort deja-vu gevoel gaf.

Vanuit theologisch standpunt gezien komt de eis naar voren het diaconaat vóór

alles op zichzelf te begrijpen en niet alleen als een fase in de opgang naar het

priesterschap. Het taalgebruik om de primaire vorm van het diaconaat te kwalificeren

als “permanent” om het te onderscheiden van het “transeunte” is een aanwijzing van

een nog niet adequaat verwezenlijkte verandering van perspectief.

Zoals ik al zei, niet gemakkelijk te lezen. Maar ik kan dit citaat misschien wat verhelderen door mijn deja-vu gevoel toe te lichten.

Zoals u weet horen bij een proefschrift ook stellingen. Een van mijn stellingen was dat priesters niet eerst diaken gewijd moeten worden, of in de termen van het rapport niet eerst tot een transeunte, d.w.z voorbijgaande diaken moeten worden gewijd. Die stelling was ingegeven door instelling, of beterde herinstelling van het permanente diaconaat door het Tweede Vaticaans Concilie. Ik vond het verwarrend en ook wat denigrerend tegenover deze permanente diakens dat voor priesters de diakenwijding een soort opstapje was. En toen ik de bisschop vroeg om de priesterwijding, heb ik met hem ook de mogelijkheid besproken die diakenwijding maar over te slaan. Dat ging niet. Dus ben ik diaken gewijd in de kerk van Millingen. Het deja-vu gevoel hangt dus samen met wat in het rapport heet dat men nog steeds niet goed het diaconaat op zich zelf begrijpt en te veel als een fase  beschouwt in de opgang naar het priesterschap. Toch aardig als na meer dan veertig jaar zo’n stelling als het ware hernomen wordt.

Maar ik zou die stelling nu toch niet meer zo willen verdedigen. Ik vind het nog steeds verwarrend en ook nog steeds denigrerend dat over twee soorten diakens gesproken wordt, transeunte en permanente. Ik heb daar zo geen betere termen voor, maar in plaats het diaconaat als een opstapje, een fase im de opgang naar het priesterschap, zou ik nu zeggen dat het de basis is voor het ambt: iemand kan alleen maar priester of bisschop of paus worden als hij tot diaken is gewijd. Priesters en bisschoppen zijn ook permanente diakens. En dat geeft goed die visie op het ambt van het Tweede Vaticaans Concilie weer, dat het ambt binnen de kerk niet in termen van macht, maar in termen van dienst of opdracht aan de gemeenschap heeft geformuleerd.

En om af te sluiten met een ander, opmerkelijk constatering. In datzelfde gedeelte van het rapport staat ook de opmerking dat een diepere reflectie op het eigene van het diaconaat het ook mogelijk zal maken de kwestie van de toegang van vrouwen tot het diaconaat te belichten.

De instelling van diakens was een oplossing voor een praktisch probleem, een van de eerste in de vroege kerk en dat was natuurlijk financieel probleem: de zorg voor minderbedeelden en de voorkeursbehandeling van de ene groep boven de andere. Dat lijkt op het eerste gezicht een voor de hand liggende oplossing, die zo vaak in organisaties wordt gekozen: je benoemt mensen met een specifieke opdracht en een eigen afgegrensd en afgeperkt werkveld al dan niet met beslissingscompetenties. Maar de kerk is niet een gewone organisatie. Dat blijkt al uit de criteria die de apostelen noemen voor die nieuwe functie: niet alleen mensen met een goede reputatie – dat lijkt wel handig en nodig als het om geld gaat – maar ook mensen vol van geest en wijsheid. ‘Vol van geest en wijsheid’: dat is een formulering die Lucas in zijn evangelie ook voor Christus gebruikt. De diakens die worden aangesteld zijn dus niet alleen maar betrouwbare boekhouders, maar moeten op Christus lijken. ‘Vol van geest en waarheid’ is een formulering die nog verder gaat, misschien. Een formulering die het kindschap Gods aangeeft, een formulering die aangeeft dat een gelovige door de Geest en door de wijsheid, Christus, in een familiair verband staat met God. Bovendien worden ze zomaar niet aangesteld, maar krijgen ze na gebed de handen opgelegd. En van Stefanus wordt ook nog gezegd dat hij vol geloof en Heilige Geest is.

Als dat de criteria zijn, dan vraag je om moeilijkheden, dan vraag je om het overschrijden van grenzen, dan vraag je om precies wat Stefanus doet: zich niet alleen bemoeien met die financiën, maar ook met de inhoudelijke discussies over het geloof, met verantwoording afleggen van de hoop die in hem leeft.  En het is precies die invulling van zijn diaconaat, die grensoverschrijding die hem de kop kost.

Er is een tendens in onze kerk om het ambt uiteen te leggen in specialisaties al naar gelang de zogenaamde pilaren van de kerkgemeenschap: liturgie, diaconie, catechese, kerkopbouw, of hoe je ze ook onderscheidt. Een tendens die ik begrijp, een mens kan nu eenmaal niet alles en niet iedereen is even goed op alle terreinen. Maar het is ook een tendens die wat dwars staat op wat ambt in de kerk inhoudt of meer nog op wat kerk inhoudt. Je kunt niet het ene van het andere scheiden. De mooie taakverdeling die de apostelen hadden bedacht, bleek in het geval van Stefanus niet te kloppen. En dat geeft nog een extra argument, niet voor die oorspronkelijke stelling van mij – die had ik niet goed geformuleerd, daar had ik gewoonweg niet goed genoeg over nagedacht – maar wel over de onvrede die er onderlag.

En trouwens: waarom zouden we ‘vol van geest en wijsheid’ alleen als een criterium voor ambtsdragers gebruiken.

Meer nieuws

Catechese aanbod in de vastenperiode

Deze vastenperiode wil ik graag een aanbod doen om samen […]

Preek voor de eerste zondag van de vasten  2024  Cenakelkerk

Herwi Rikhof Gen. 9,8-15 Mc. 1,12-15 Zal vanmiddag een bezoeker […]

Preek voor Aswoensdag 2024 Cenakelkerk

Herwi Rikhof  Joël 2,12-18 Mt. 6,1-6.16-18 Her eerste wat vanmorgen […]

Preek voor de Opdracht van de Heer- Maria Lichtmis 3/4 februari 2024  

Herwi Rikhof   Inleiding De kersttijd is liturgisch afgesloten met […]

Preek voor de vierde zondag door het jaar 27/28 jan. 2024 Cenakelkerk

Foto Arjan Bronkhorst Herwi Rikhof   Deut. 18,15-20 / Mc. […]