Preek voor de Openbaring des Heren 8 januari 2023 Cenakelkerk

Preek voor de Openbaring des Heren 8 januari 2023                                  Herwi Rikhof

Jes. 60,1-6 Mt. 2,1-12

 

Inleiding
Op de achterkant van het boekje van Berne voor het feest van de Openbaring des Heren staan citaten van twee pausen, van Franciscus en van Benedictus, over de wijzen die op de voorkant afgebeeld staan, kijkend naar een hemellichaam vol licht. In de afgelopen week is natuurlijk vanwege het overlijden van de emeritus paus Benedictus veel aandacht geweest voor hem en ook voor de verschillen tussen hem en de huidige paus Franciscus. Toen dit boekje samengesteld werd in juni van het afgelopen jaar, was er nog geen sprake van het overlijden van Benedictus, maar door dat overlijden krijgt die achterkant wel een bijzondere actualiteit.

Benedictus werd in de terugblikken een groot theoloog genoemd, een geleerde die meer in zijn studeerkamer op zijn gemak was dan in bestuurskamers. In dat citaat komt een van zijn aandachtspunten als theoloog naar voren: de waarheid. Hij karakteriseert de wijzen als mensen die van binnen open stonden voor de waarheid. Misschien autobiografisch ?

In het citaat van paus Franciscus staan veel vragen, vragen aan ons en hij legt zijn accent op vinden en op zoeken. ‘Het christenleven is één weg’ schrijft hij, ‘en bestaat uit hopen en zoeken’. Een duidelijk ander accent, tekenend voor hem en waar hij voor staat. Misschien ook autobiografisch?

Ik wil in de overweging nog een ander accent leggen.

 

Preek
Een kwestie van beroepsdeformatie? Ik las een kerstpreek van 400 jaar geleden, een preek over het evangelie van vandaag, uitgesproken door Lancelot Andrewes, de hofpredikant van de Engelse koning James I. Blijkbaar werd op kerstmorgen toen daar niet de Proloog op het evangelie van Johannes gelezen zoals wij dat hier gewend zijn, maar het evangelie van de geboorte van Christus volgens Mattheus, en dat is weer een ander kerstverhaal dan het verhaal dat we hier in de Kerstnacht gewend zijn te horen, het verhaal van de herders. Ik las die preek omdat ik iets moest controleren.

Een van de mooiste religieuze gedichten die ik ken, is The Journey of the Magi, de tocht van de wijzen, van de dichter T.S. Elliott, geschreven als een soort kerstkaart voor de uitgever bij wie hij werkte. Het is een gedicht waardoor ik de zeggingskracht en de boodschap van dit verhaal over de wijzen heb leren waarderen. Als klein kind zat ik wel in de Plechelmuskerk in een zijbeuk met het gezicht op een zijaltaar met een drieluik als altaarstuk. In het midden zag ik daar elke keer als ik in de kerk was een 16e-eeuwse verbeelding van de drie koningen die het Christuskind hun geschenken geven: een oude man in het midden knielend voor Maria en het kindje links een jongere man met een stevige baard en rechts een zwarte nog jongere man. Toen wist ik nog niet dat die verbeelding het eind is van een interessante ontwikkeling in de kerkelijke kunst die dit kerstverhaal tot zo’n belangrijk verhaal maakt. Een paar weken geleden, op pelgrimage in Rome, zag ik in een van de catacomben de oudste verbeelding van dit verhaal: drie vage figuren, silhouetten, in de kleuren wit, rood en groen, met elk een geschenk in hun handen op weg naar moeder en kind. Beetje bij beetje krijgen die drie vage figuren over de eeuwen een gezicht: eerst zie je de drie leeftijden – oud, middelbaar en jong en dan de kleuren van de drie dan bekende continenten: Europa, Azië en Afrika. En je ziet dat ze hele entourage krijgen, bedienden, kamelen en dat ze rijk gekleed gaan en dat de geschenken er ook niet om liegen. Met die leeftijden en met die continenten pakken de kunstenaars precies waar het Mattheus in zijn kerstverhaal om te doen is: Christus is er niet alleen voor zijn eigen volk (de herders), maar voor iedereen.

Dat gedicht van Elliott lees ik altijd  een paar keer in de kersttijd. Het begint met een citaat uit die kerstpreek van die hofpredikant en ik wilde dat citaat controleren: had Elliott dat precies zo overgenomen? Toen ik het citaat gevonden had  – Elliott heeft het ietsjes veranderd – merkte ik dat ik meer ging lezen, het stukje ervoor en het stukje erna en tenslotte de hele preek. Waarom? Misschien wel omdat Lancelot Andrewes heel andere verbanden legt dan ik gewend ben en dat andere maakt nieuwsgierig. Waarom die verbanden met teksten uit het Oude Testament en niet de teksten die gewoonlijk in verband worden gebracht met die geschenken, goud, wierook en mirre? Waarom niet die teksten die ertoe geleid hebben dat die wijzen koningen geworden zijn. Maar misschien was ik vooral geïnteresseerd, omdat hij vanaf het begin een verband legt tussen die wijzen uit het Oosten en zijn toehoorders. ‘Hun opdracht is onze opdracht’ (Their errand is our errand). Dat is ook altijd mijn insteek als ik over een tekst moet preken. Wij lezen hier uit de Schrift, omdat het over ons gaat, wij lezen die verhalen over anderen eeuwen geleden altijd ook als verhalen over onszelf of als verhalen voor onszelf nu. Maar wat haal je er dan uit?

Andrewes begint zijn preek met het herhalen van de beginregels van het verhaal – iets dat ik nooit doe, omdat ik weet dat iedereen dan afhaakt, maar goed: andere tijd en andere predikant. “Toen dan Jezus te Betlehem in Juda geboren was ten tijde van koning Herodes, kwamen er te Jeruzalem Wijzen uit het Oosten en vroegen: “Waar is de pasgeboren koning der Joden? Want wij hebben zijn ster in het Oosten gezien en zijn gekomen om Hem onze hulde te brengen.”

Hij haalt uit die beginregels twee elementen die op allerlei manieren in zijn preek terugkomen: komen en zien. Dat intrigeerde mij. Speelde op de achtergrond dat befaamde gezegde van Julius Ceasar een rol: ik kwam ik zag , ik overwon (veni vidi vici)? Wanneer Barnabas door de apostelen in Jerusalem naar Antiochië gestuurd wordt om daar orde op zaken te stellen, gebruikt Lucas in Handelingen ook ‘kwam’ en ‘zag’, maar voegt daar dan niet ‘overwon’ aan toe maar ‘verheugde hij zich’: hij stemt in met wat hij ziet. Doet Andrewes ook zoiets? Ja, denk ik. Hij voegt eraan toe: aanbidden (worship), hulde brengen zoals in die openingsverzen staat. Daar gaat het om: zonder dat doel zou al dat zoeken en vinden doelloos zijn.

Aanbidden, hulde brengen. Dat is ook het moment dat verbeeld wordt op dat drieluik dat ik als kind op het zijaltaar zag. Het is dan verleidelijk om dat aanbidden uit te leggen als bidden, als liturgie, als eucharistie vieren en het daarbij te laten. Maar Andrewes merkt op dat we God op drie manieren kunnen dienen: met onze ziel, met ons lichaam en met onze wereldlijke goederen. En dat doet mij denken aan een opmerking uit de constitutie over de liturgie van het Tweede Vaticaans Concilie. In dat document wordt de liturgie, de eucharistieviering, bron en hoogtepunt wordt genoemd, wordt de liturgie, de eucharistieviering in relatie geplaatst, in de context van het hele leven geplaatst. Een bron is geen stilstaand water, maar stroomt, moet stromen en precies daardoor leven geven. Een hoogtepunt staat niet alleen, komt niet onvoorbereid.

Het slot van dat gedicht van Elliott raakt mij altijd als ik het lees. Het gedicht blijkt een soort dictaat te zijn van een van die wijzen, jaren later, aan zijn secretaris. Na herinneringen opgehaald te hebben aan die lange tocht ‘in de slechtste tijd van het jaar’ zegt die oude wijze:

Dit alles is lang geleden; ik heb het onthouden
En zou het weer willen doen, maar ik stel
dit vooropgesteld
een vraag: was het doel dat ons dreef
geboorte of dood? Wij waren getuigen van een geboorte, zeker,
daar is geen twijfel aan. Maar als ik vroeger geboorte of dood zag
dacht ik dat ze tegenstellingen waren. Deze geboorte echter
was een onverbiddelijke einde voor ons, een dood, onze dood”

Beter kan het ingrijpende van hulde brengen niet verwoord worden. Komen en zien en hulde brengen is een kwestie van afscheid nemen van de oude mens. ‘Is Hij in ons hart geboren?’ vraagt paus Franciscus. Een vraag waar je haast automatisch en gemakkelijk ja op zegt. Als we ja zeggen, is het goed die slotwoorden van de oude wijze op ons te laten inwerken omdat daarin de consequentie van dat ja- zeggen duidelijk wordt:

Deze geboorte echter
was een onverbiddelijke einde voor ons, een dood, onze dood.

Meer nieuws

Overweging 5 Februari 2023, door Pastoor Jacques Grubben

‘Ben het zout van de aarde en het licht van […]

Laatste mis in Heilig Hartkerk

Op 5 februari 2023 om 10.30 uur tijdens een heilige […]

Synodaliteit (werkdocument Continentale fase)

Samenvatting van de reacties op het Werkdocument Continentale Fase, klik hier

Toespraak bisschop De Korte Armoederapport

Op 30 januari heeft minister Carola Schouten tijdens de landelijke […]

Lezing Winterwerk: 15 februari

Op dinsdag 15 februari organiseert de Commissie Winterwerk een lezingavond: […]