Preek voor de achttiende zondag door het jaar 2022 Cenakelkerk  

Preek voor de achttiende zondag door het jaar 2022             Herwi Rikhof

Prediker 1,2; 2,21-23 / Lc. 12,13-21

 

Inleiding
We lezen maar één keer in de drie jaar uit het boek Prediker en dan lezen we maar twee kleine stukjes en die lezen we dan ook nog in verband met het evangelie, met het verhaal dat Jezus vertelt over een man die van alles plant en voorneemt en dan plotseling overlijdt. Jezus vertelt dat verhaal naar aanleiding van een man die hem vraagt in te grijpen in een erfeniskwestie. Nu zijn erfeniskwesties vaak wespennesten, maar dat is niet de reden waarom Jezus er niet in betrokken wil worden. Hij wil niet beschouwd worden als een van de schriftgeleerden van zijn tijd, die zich in allerlei juridische kwesties mengden. Én hij heeft een bezwaar tegen hebzucht, van als maar meer en meer. Dat laatste bezwaar van Jezus is terecht – we merken op alle fronten waar dat meer en meer, dat groter en groter toe geleid heeft. Maar het is jammer wanneer dát de blikrichting wordt waarmee we Prediker lezen, want Prediker heeft ons iets anders te vertellen dan dat er grenzen zijn aan wat je kunt hebben.

 

Preek
De mens heet mens is de titel van een vertaling van het boek Prediker die in 1969 als een nieuwe en frisse vertaling in een aparte uitgave werd gepresenteerd. Na zo’n 50 jaar merk ik dat het nog steeds een frisse vertaling is. ‘IJdelheid der ijdelheden, ijdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid’ is de vertaling die we net gehoord hebben van de openingszin van het boek Prediker. In die vertaling van 1969 wordt deze zin vertaald met ‘het leven is lucht, vluchtig als een ademtocht, alles vervliegt zoals adem verdwijnt, opgaat in lucht.’ Het is misschien niet helemaal letterlijk, want de schrijver die we kennen als Prediker herhaalt vijf keer hetzelfde woord, en dat wordt in onze vertaling met vijf keer ‘ijdelheid’ vertaald. Maar ook de nieuwste bijbelvertaling vertaalt die vijf keer ‘ijdelheid’ niet vijf keer met hetzelfde woord. In die nieuwste vertaling staat: ‘lucht en leegte, zegt Prediker, lucht en leegte, alles is leegte.’ En je hoort haast die vertaling van De mens heet mens erin doorklinken.

Ik vind die wat vrije vertalingen wel mooi, omdat ik bij ‘ijdel’ en ‘ijdelheid’ allerlei associaties heb die eerder belemmeren dan helpen, zoals behaagzucht, bling-bling, te veel make-up, te vaak in de spiegel kijken, voortdurend bezig met je eigen uiterlijk of dat van een ander We weten hoe dat speelt op de sociale media en met welke afschuwelijke gevolgen soms. Maar daar gaat het in dit boek Prediker niet om: wat de schrijver ter sprake brengt, gaat om iets dat dieper ligt en dat ook breder is.

Het boek Prediker, of eerder boekje – je kunt het in een uurtje uitlezen -, is geschreven in de 3de eeuw voor Christus, in een periode van verandering en omwenteling, een periode waarin mensen als het ware gedwongen werden na te denken over hun leven, over de zin van hun leven, over wat belangrijk en wat niet belangrijk is, omdat wat het leven betekent, omdat wat zinvol is of niet, wat belangrijk is of niet, niet meer vast stond. Wij in onze situatie kunnen dat gemakkelijk herkennen. Het zijn niet alleen de boeren die nu met radicale veranderingen geconfronteerd worden, iedereen heeft te maken met klimaatverandering, iedereen heeft te maken met de oorlog in Oekraïne en met de grote veranderingen die die afschuwelijke en misdadige oorlog wereldwijd heeft, iedereen heeft te maken met nep-nieuws en de pogingen om de wetenschap, de overheid in diskrediet te brengen en de democratie te ondermijnen.

Vanwege die veranderingen in zijn tijd begint de schrijver met ‘het leven is lucht, vluchtig als een ademtocht’. Vanwege de veranderingen in onze tijd klinkt dat begin ook voor ons herkenbaar. De vastigheid van structuren, de stevigheid van tradities, de duidelijkheid van waarden en normen waren toen verdwenen en zijn nu verdwenen.

In het boekje komt dat basisgevoel van veranderlijkheid en vluchtigheid in alle toonaarden terug. Een toonaard hebben we net gehoord, in een van de twee fragmenten gaat het om werk, en om de ervaring dat je met inspanning en toewijding je ergens voor inzet en dat anderen dan met de eer gaan strijken. Dat is oneerlijk, onbillijk, een schandaal, zegt Prediker. Daarmee verwoordt hij een ervaring en een gevoelen niet alleen van zijn tijd.

Maar misschien wel het bekendste gedeelte uit die boekje, is een gedeelte over de tijd, een gedeelte dat zelfs een populaire popsong geworden in de zestiger jaren van de vorige eeuw gezongen door the Byrds – To everything (turn, turn, turn) There is a season (turn, turn, turn) – Een lied over het voortdurend verstrijken van de tijd. We leven allen in de tijd, wij zijn ons min of meer bewust van het verstrijken van de tijd, de ene keer gaat die snel, de andere keer langzaam. Over een paar weken klinkt op de radio ongetwijfeld weer een ander lied, een lied uit de zeventiger jaren: ‘het is weer voorbij die mooie zomer’. Prediker vergroot als het ware die ervaring van de verstrijken van de tijd tot uitersten: er is een tijd van oorlog, er is een tijd van vrede, van verzamelen en van verstrooien, van sparen en van opmaken, van praten en van zwijgen, van geboren worden en van doodgaan. We leven in uitersten of beter tussen uitersten. Bij geboren worden en doodgaan is dat letterlijk zo: wij leven tussen geboren worden en doodgaan. Ons leven draagt daardoor voortdurende de kenmerken van die twee uitersten, al was het alleen maar in dat dagelijkse wakker worden en in slaap vallen. ‘Hoeveel stiller dood dan slapen is’ zegt de dichter Bloem

Voor iedere mens die zich bewust is van die vluchtigheid en veranderlijkheid in alle toonaarden, van het onvermijdelijke en van het oneerlijke ook, roept die vluchtigheid vragen op. Vragen over hoe je je tot dat voortdurende verstrijken van de tijd, hoe je je tot dat onvermijdelijke proces moet verhouden. Moet je het gewoon over je heen laten komen? Of moet je je verzetten? Moet je je mee laten drijven of moet je tegen de stroom in zwemmen? In de loop van de geschiedenis zijn er allerlei antwoorden op gegeven. Bijvoorbeeld dat wat er ook gebeurt, je het maar beter over je heen kunt laten komen zonder dat je je er al te druk over maakt. Of dat je het als een – min of meer- onbegrijpelijk noodlot moet accepteren, zoals een Australische politicus dat eens zei toen hij bezuinigingen afkondigde: ‘life was not meant to be easy’ – het leven is niet makkelijk bedoelt. Of dat je met volle teugen moet genieten wanneer het goed gaat en nergens anders aan moet denken.

Het is jammer dat het fragment dat we net gehoord hebben stopt waar het stopt, omdat daardoor zoiets van een antwoord op die vragen niet is opgenomen. In de volgende verzen brengt Prediker namelijk God ter sprake, brengt hij God in verband met dat onvermijdelijke proces. Dat is natuurlijk waarom zo’n boekje opgenomen is in de Heilige Schrift, waarom we het hier vandaag lezen: omdat het iets zegt over God.

‘Ik ben gaan begrijpen’, schrijft Prediker, ‘dat ook deze dingen door God zijn ingesteld, of kan er soms iemand iets eten, ergens van genieten, buiten hem om?’ Een antwoord waarin dus gezegd wordt dat wat ons overkomt, wat we meemaken, dat we dat met God in verband moeten brengen. Maar hoe? Iets in de trant van wat we uit het boek Job kennen en dat vroeger wel op bidprentjes stond van te vroeg gestorven kinderen: ‘de Heer heeft gegeven, de Heer heeft genomen, de naam van de Heer zij geprezen’?

Prediker geeft een wat ander antwoord, denk ik. Er is tenminste een zinnetje na dat gedeelte over ‘er is een tijd … er is een tijd’ dat mij aan op een ander spoor zet en mij te denken geeft gezet en waar ik – eerlijk gezegd – nog niet over uitgedacht ben. ‘Maar de mensen heeft hij meer tijd en duur gegeven dan hun hart kan bevatten’. Ik begrijp dat zinnetje zo: God heeft in ieder van ons iets gelegd waardoor we staande in dat onvermijdelijke proces van verandering en vervluchtiging, dat proces kunnen gebruiken als een aanzet tot zoeken en verlangen, tot zoeken naar wat verder ligt, omzetten in verlangen naar God die altijd groter is, altijd anders is, altijd verrassend is. We kunnen ons neerleggen bij dat onvermijdelijke proces van verandering en vervluchtiging, of we kunnen als gelovigen er het beste van maken. Dat is dan niet genieten als het kan en doorbijten als het niet echt gaat, of beter dat is niet alleen maar genieten als het kan en niet alleen maar doorbijten als het niet anders kan, maar als gelovigen er het beste van maken is door alles heen ons hart volgen en God zoeken.

Meer nieuws

Overweging 14 augustus, 20e zondag 2022 C door pastoor Jacques Grubben

Overweging 20e zondag 2022 C Bij het woordje vuur denk […]

Koren gezocht

Het Maldens Gemengd Koor is opgehouden te bestaan. Dat is […]

Vierdaagse mis 2022

De Vierdaagse mis van 17 juli jl in een fotoreportage. […]

Op vakantie in de Cenakelkerk

Ontdek deze zomer de verhalen van de Cenakelkerk tijdens twee […]

Overweging 16/17 juli 2022  Cenakelkerk

Overweging 16/17 juli 2022  Cenakelkerk Eerste lezing Genesis 18, 1-10a […]