Preek voor de 6de zondag na Pasen 22 mei 2022 Cenakelkerk

Preek voor de 6de zondag na Pasen 2022                                                   Herwi Rikhof

Hand. 15,1-2.22-29  Joh. 14,23-29

 

Inleiding
De keuze over welke lezing vandaag te preken is niet gemakkelijk. Drie mooie teksten, maar omdat ze alle drie toch wat andere kanten uitgaan niet gemakkelijk te combineren. Over de Helper die de Vader in de naam van Jezus zal zenden ( evangelie) kom ik in de komende weken nog wel te spreken en dat visioen van het hemelse Jerusalem (tweede lezing) komt ter sprake in de eerste vakantieviering als het over de architectuur van onze kerk gaat. Dus sta ik straks stil bij de eerste lezing, de lezing die afgebeeld is in onze kerk, op het laatste grote paneel links boven.

 

Preek
Of in de les over het schrijven van brieven ook iets gezegd werd over het bewaren van brieven weet ik niet meer, maar dat kan ook kwestie van een selectieve herinnering zijn. Wel herinner ik me dat we leerden nooit met ‘ik’ te beginnen. Dat was niet beleefd. Dat mochten we ook niet doen als we thuis vertelden over wat we met vrienden gedaan hadden: Niet ‘ik en Peter zijn gaan zwemmen’, maar ‘Peter en ik zijn gaan zwemmen’ was dan soms de vriendelijke, soms de kribbige correctie. Dat was een teken van jezelf belangrijk vinden en voorop stellen en egoïsme hoorde niet. Gelukkig is de brief die voor de jonge kerk en voor de kerk in de eeuwen daarna doorslaggevend is geworden, bewaard gebleven: de brief met de besluiten van wat wel het eerste ‘concilie’ genoemd wordt.

Of die term, ‘concilie’ die pas eeuwen later in zwang komt is, correct is, is de vraag. Maar duidelijk is wel dat de oplossing van het eerste grote en principiële probleem waar de jonge kerk zich mee geconfronteerd zag, niet gezocht werd in het benoemen van een commissie, die jaren later met een rapport zou komen, ook niet door de beslissing bij éen persoon te leggen, zoals in die tijd niet ongebruikelijk was: de romeinse keizer was uitgegroeid tot een alleenheerser en zijn vertegenwoordigers konden over leven en dood beschikken, zoals we weten uit het lijdensverhaal en uit onze geloofsbelijdenis – onder Pontius Pilatus. Nee, de jonge kerk zoekt de oplossing in overleg.  De uitkomst van dat overleg staat in de brief die Paulus en Barnabas (en nog een paar anderen) mee nemen wanneer ze van Jerusalem teruggaan naar Antiochië, waar dat principiële probleem zo duidelijk  speelde.

Wat was dat principiële probleem?  En, vooral, is dat een probleem uit het verre verleden of ook een probleem voor ons? Beide denk ik: verleden en heden. Barnabas en Paulus hebben op hun eerste grote reis in wat nu Turkije is, in allerlei steden en streken gepreekt en steeds meer niet-Joden zijn gaan geloven in Jezus. Dat levert een probleem op, een spanning niet alleen tussen de Joden die niet in Jezus geloven en de eerste christenen, die Joden waren, tussen de synagoge en de kerk, maar nog veel meer een spanning binnen de eerste christengemeenschap: een spanning tussen Joden en niet-Joden. Kun je christen worden zonder Jood te worden? Het hele probleem spitst zich toe op de besnijdenis.

Als je dat zo hoort klinkt het als een ver en oud probleem. De kwestie van de besnijdenis speelt niet meer. Maar dat is maar éen kant van het probleem. De ander kant is de misschien wat abstractere vraag naar de voorwaarden. Wat zijn de voorwaarden om christen te worden? Hoe zwaar zijn die voorwaarden om christen te worden? Hoe hoog is de drempel? Zijn christenen een soort super-mensen? Gaat het in het geloof zoals bij de olympische spelen of wereldkampioenschappen erom dat je eerst aan bepaalde normen moet voldoen voordat mee kunt doen? Moet je eerst aan alles en nog wat voldaan hebben voordat je bij de kerkgemeenschap hoort?

En die brief is dus bewaard gebleven. Die brief bevat een zin die weliswaar beleefd is, ik of wij staat niet voorop, maar een zin die toch wel heel pretentieus is: de Heilige Geest en wij. Een zin die Piet Gerrits geschilderd heeft boven de schildering van dat eerste ‘concilie’ en boven Paulus en Barnabas die teruggaan naar Antiochië.

Een pretentieuze zin. Maar voor we die zin dus maar weg doen, is het goed te kijken naar dat eerste concilie en naar wat daar plaats vindt. Ik heb al gezegd dat het opvallend is dat de vroege kerk er voor kiest dat probleem breed te bespreken. Die vergadering van apostelen en oudsten maakt duidelijk dat men er zich van bewust is dat niemand in zijn of haar eentje de waarheid in pacht heeft. De waarheid komt pas aan het licht wanneer er overleg plaats vindt, naar elkaar geluisterd wordt, wanneer er samen gezocht wordt. Een belangrijke beslissing, omdat het betekent dat in de kerk telkens samen die waarheid gezocht moet worden. Wanneer paus Franciscus ons allen oproept tot een synodaal proces over de toekomst van de kerk, dan is dat in lijn met die beslissing.

Die houding stelt de apostelen in staat te zeggen dat de Heilige Geest door hen werkt. ‘De Heilige Geest en wij’. Dat kan men zeggen omdat men in de naam van Christus, in de Geest van Christus is samengekomen. ‘Waar er twee of drie in mijn naam bijeen zijn, ben ik in hun midden’. Maar om de diepte van dat ‘de Heilige Geest en wij’ te begrijpen, moeten we preciezer volgen wat op die vergadering gebeurt. Het is jammer dat de beschrijving van dat belangrijke proces weggelaten is in de lezing van vandaag. Daarom vul ik het maar aan.

Wanneer dan die vergadering van apostelen is samengeroepen, gebeurt daar wat er zo vaak op vergaderingen gebeurt: ‘na veel heen en weer gepraat, nam Petrus het woord’ staat er in de vertaling die we in de liturgie lezen. ‘Toen het tot een hevige woordenstrijd kwam, stond Petrus op’ staat in de nieuwste vertaling. Heel herkenbaar: ‘veel heen en weer gepraat’, ongetwijfeld door elkaar heen, misschien wel zonder echt naar elkaar te luisteren, ieder met haar of zijn eigen gedachten, met de dingen die hij of zij belangrijk vindt, of ze nu wel of niet ter zake zijn. Zo gaat dat, ook bij geloofsbeslissingen. Ze mogen dan wel in de naam van Jezus bij elkaar zijn, dat betekent niet dat ze daarmee automatisch ook in de Geest van Jezus bijeen zijn. Wij beginnen de dienst hier ook altijd met in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, maar dat betekent niet dat we daarna niet meer afdwalen met onze gedachten, dat geen gevoelens van verveling of vermoeidheid hebben.

In dat heen en weer worden dan voorstellen gedaan: Petrus die stelt dat er geen verschil geen onderscheid gemaakt mag worden tussen joden en heidenen, omdat God geen onderscheid maakt. Paulus die vertelt over wat hij en Barnabas hebben meegemaakt op hun tocht. Jacobus die het wel eens is met Petrus en Paulus, maar niet zonder meer. De voorwaarde van de besnijdenis laat hij vallen, maar hij vindt wel dat er minimumvoorwaarden gesteld moeten worden. Die minimumvoorwaarden worden overgenomen en ze staan in de brief die de apostelen schrijven en die brief hebben we net gehoord.

Een compromis? Dat klinkt slecht, dat klinkt als gekonkel, dat riekt naar achterkamertjes. Maar hoeft het niet altijd te zijn: het kan ook poging zijn om het goede van allerlei kanten op te nemen. Dat is denk ik hier aan de hand, maar daarvoor moet ik dat proces toch iets nader analyseren. Petrus verwoordt een principe, Paulus vertelt wat er gebeurt en Jacobus wijst naar de traditie. Dat is dus een samenspel van principe, huidige gebeuren en traditie. Hoe belangrijk dat samenspel is, wordt duidelijk als een element weg valt of maar een element in het spel is. Principes zijn belangrijk, zonder principes geen visie en geen criteria voor goed of fout, maar aan alleen principes is luchtfietserij. Wat nu gebeurt is belangrijk, zonder aandacht voor wat er nu aan de hand is, geen realiteit, maar alleen aandacht voor wat er nu aan de hand is hollen van hype naar hype. Traditie is belangrijk, zonder de rijkdom van vroeger ervaringen, zonder de inzichten van geleefde wijsheid geen diepgang, naar alleen traditie is een museum met vitrines, met waar je naar kijken kunt, maar niet aanraken of voelen.

Dat samenspel is de basis voor die pretentieuze zin. Het is maar goed dat die pretentieuze zin daar staat in onze kerk: een aansporing voor ons tot dat samenspel.

Meer nieuws

Overweging, 7 augustus, 19e zondag 2022 C door pastoor Jacques Grubben

Al het aardse is betrekkelijk want alles is ons toevertrouwd. […]

Vierdaagse mis 2022

De Vierdaagse mis van 17 juli jl in een fotoreportage. […]

Preek voor de achttiende zondag door het jaar 2022 Cenakelkerk  

Preek voor de achttiende zondag door het jaar 2022             […]

Op vakantie in de Cenakelkerk

Ontdek deze zomer de verhalen van de Cenakelkerk tijdens twee […]

Overweging 16/17 juli 2022  Cenakelkerk

Overweging 16/17 juli 2022  Cenakelkerk Eerste lezing Genesis 18, 1-10a […]