Preek voor de 3de zondag van de advent, Cenakelkerk

Herwi Rikhof

 

1 Tess. 5,16-24 / Joh. 1,6-8.19-28
Meestal is het een andere tijd van het jaar, de periode van Pasen, meestal is het dan één verhaal waarvoor ik in mijn preek een van de schilderingen van de kerk kan gebruiken als een illustratie, maar vandaag op zondag Gaudete kan ik bijna alle afbeeldingen gebruiken, zeker de afbeeldingen op de grote vlakken onder de koepel. Piet Gerrits heeft weliswaar op de vlakken episodes uit de Handelingen van de Apostelen geschilderd, en uit die Handelingen een paar teksten genomen die hij tussen de ramen heeft geschilderd, als een sleutel tot de verhalen daaronder en wij hebben vandaag niet uit die Handelingen gelezen, maar er is één zinnetje uit de brief van Paulus aan de Tessalonicensen die als het ware al die geschilderde verhalen samenvat: ‘blus de Geest niet uit’.

Ik ga nu niet al die verhalen die hier staan afgebeeld langs en ga ook niet alle teksten bespreken die tussen de ramen geschilderd staan, maar kies uit de afbeeldingen er een, de laatste van de reeks, en ik zal ook niet alle teksten bespreken, maar wel de tekst die hoort bij die afbeelding en die misschien wel de meest pretentieuze is: ‘het is gebleken aan den Heiligen Geest en ons’, of zoals het ook wel vertaald wordt: ‘de Heilige Geest en wij hebben besloten’. Waarom deze afbeelding en deze tekst?

Omdat de afgelopen weken in onze Taborkapel een drietal avonden hebben plaats gevonden over de synode die in oktober in Rome is gehouden, en omdat we op die avonden een aantal documenten van de synode gelezen of besproken hebben. Die synode is een onderdeel van het wereldwijde proces om na te denken en te praten over de toekomst van de kerk waartoe de paus de kerk een paar jaar geleden heeft opgeroepen en dat nog lang niet afgelopen is. Op die synode zijn de punten, de kwesties besproken die vanuit de hele wereld op tafel zijn gelegd. Het slotrapport van die synode is daar een eerste reflectie op. Wij allen worden weer gevraagd op dat slotdocument te reageren, zodat het proces verder kan gaan. Bij de bespreking op die avonden werd gezegd dat het wel vaak over de Heilige Geest ging en over de werkzaamheid van de Geest en dat dat toch niet zo duidelijk was of is. Voor de voortgang is meer duidelijkheid wel nodig. Vandaar aandacht voor die tekst van Paulus.

Maar er is nog een andere reden waarom ik stil wil blijven staan bij die zin van Paulus, bij die aansporing de Geest niet de blussen. Er zijn namelijk ook mensen in onze kerk, ook in ons bisdom, die vinden dat synodale proces nergens voor nodig is, eigenlijk onzin, een gril van de paus die trouwens ook niet helemaal in orde is en die beweren dat het synodale proces zeker niets met de H. Geest te maken heeft. Dat vind ik een voorbeeld van de Geest blussen, een manier van denken en optreden waar Paulus tegen waarschuwt, terwijl ik vind dat mee doen aan dat wereldwijde proces, ertoe kan leiden dat ook wij die pretentieuze zin kunnen onderschrijven: de H. Geest en wij…

De afbeelding waar ik op doel is, zoals ik al zei, de laatste van de reeks hier in de kerk die begint met Pinksteren (rechts vooraan) en eindigt met de vergadering van de leerlingen in Jerusalem (links vooraan). De vergadering wordt gehouden vanwege een groot probleem en dat is iets dat later in de geschiedenis van de kerk telkens gebeurt wanneer een groot probleem zich voordoet: dan wordt een concilie of synode gehouden. Het eerste grote probleem waar de jonge kerk zich mee geconfronteerd ziet: moeten de heidenen die christen willen worden eerst jood worden en eerste allerlei verplichtingen op zich nemen of niet. De schildering van die vergadering is het einde van de reeks, maar in zekere zin ook het begin. Helemaal links ziet u namelijk twee leerlingen als het ware de schildering uitlopen, Barnabas en Paulus, met een brief waarin die zin staat die Piet Gerrits daarboven geschilderd heeft. Het is den H. Geest en ons gebleken, Die brief en die twee leerlingen die als het ware de schildering uitlopen zijn begin van de kerk als een wereldwijd beweging en ook het begin van het soort processen waartoe de paus de kerk heeft opgeroepen. Want wat wij nu doen, lijkt op wat zijn toen deden.

Die brief die Barnabas en Paulus meedragen, is het resultaat van een opmerkelijk overleg. En die pretentieuze zin kan alleen maar begrepen worden als we goed kijken naar dat overleg. Het eerste opmerkelijke is dat er een overleg plaats vindt en wel een overleg van gelijken. Het gaat niet om een raad of commissie die bijeenkomt om een koning of keizer, of een president of een minister een advies te geven dat deze wel of niet kan overnemen. Het gaat hier om een gezamenlijk overleg dat beslissend is en tot een beslissing leidt. Gezien de tijd waarin die bijeenkomst in Jerusalem gehouden wordt, is dat niet voor de hand liggend. In het Romeinse Rijk is dan de keizer de enig die uiteindelijk de beslissingen neemt, of zijn lokale vertegenwoordigers, zoals Pontius Pilatus of Herodotus.

Maar dat gezamenlijk beslissende overleg is niet het enige opmerkelijke. Als je dat verhaal aandachtig leest, merk je op dat geluisterd wordt. Dat is ook iets dat in die synode in Rome centraal stond: naar elkaar luisteren, niet met elkaar discussiëren, en zeker niet elkaar de maat namen en op fouten, tegenstrijdigheden betrappen. De paus heeft zijn openingsspeech van de synode dan ook duidelijk gesteld dat zo’n synode – en dat geldt ook voor de bijeenkomsten wereldwijd in parochies en bisdommen in dit synodale proces – geen parlement is waar partijen hun eigen belangen verdedigen. Dus luisteren naar wat de ander zegt en dan niet meteen die mening in een hokje plaatsen en wegzetten, maar op je in laten werken. Luisteren als een soms moeilijke oefening om de ander te willen begrijpen, de ander proberen te begrijpen.

En wat dan ook opvalt, is dat degene die iets zeggen, Petrus, Barnabas en Paulus, Jacobus, allen spreken vanuit een eigen perspectief dat ook met de eigen ervaring samenhangt. Petrus vertelt wat hij eerder ervaren heeft toen hij in gesprek met een romeinse legerleider ontdekte dat mensen wel onderscheid maken maar God niet. Bij God is geen aanzien van persoon. Barnabas en Paulus vertellen wat zij op hun reizen ervaren hebben: het verlangen van mensen om te geloven in een goede blijde boodschap, in God die voor alle mensen heil wil. En Jacobus die in herinnering roept dat hij en de anderen ook in een traditie staan waar belangrijke waarden en normen zijn verwoord en geleefd. Petrus vertolkt een principieel inzicht, Barnabas en Paulus vertellen over nieuwe ontwikkeling en Jacobus noemt de traditie. Precies die drie dimensies, als ik dat zo mag noemen, precies dat samenspel tussen principe, nieuwe ervaringen en de traditie maken het mogelijk dat ze aan het eind de pretentieuze zin kunnen schrijven: de H. Geest en wij.

Ik kan dat misschien het beste laten zien, door te verwijzen naar wat er gebeurt als een van die dimensies de andere twee wegdrukt, of als een dimensie geen rol speelt. Als het in een kerkgemeenschap alleen om een al dan niet mooi principe gaat, zweeft die gemeenschap in abstractie en blijft het bij mooie woorden. Als het in een kerkgemeenschap alleen maar om de laatste ervaringen gaat, holt die gemeenschap van hype naar hype en hebben de grootste schreeuwers of influencers het voor het zeggen. Als het in een kerkgemeenschap alleen maar gaat om kost wat het kost aan het verleden vast te houden, wordt geloof een dood gewicht, misschien wel mooi in een glazen kastje, maar dat wel ophoudt een levend geloof te zijn. Precies het samenspel tussen principes, heden en verleden maakt van een geloofsgemeenschap een gemeenschap waarin de Geest werkzaam is, waarin toekomst mogelijk is.

Maar dan zijn we er nog niet. Ook in alle drie dimensies moeten we telkens blijven onderscheiden en moeten we blijven nadenken en blijven luisteren. Hoe moet je bijvoorbeeld wat ook wel genoemd wordt de tekenen van de tijd te verstaan? Zijn alle bewegingen en trends de zich nu aandienen belangrijk en goed? In het slotdocument wordt gewezen op de sociale media, ongetwijfeld een verschijnsel dat bij onze samenleving nu hoort, maar betekent dat dat we er niet meer kritisch naar moeten kijken? Welke onderdelen van onze rijke en lange traditie zijn relevant? Is alles even relevant? Zijn er ook zaken die verkeerd zijn? Kunnen we ook leren van fouten? En wat betekent dat principe dat Petrus noemt? Voor hem gaat het over Joden en heidenen, gaat dat ook voor alle rassen en standen, voor mannen en vrouwen? Zijn er ook vormen van tolerantie die eigenlijk onverschilligheid inhouden?

Het Rorate eindigt met ‘troost u, troost u mijn volk’. We kunnen dat doen wanneer we de Trooster bij uitstek, de Heilige Geest, de werkzaamheid van de Heilige Geest toelaten en niet uitblussen. Dat betekent niet dat dan alles makkelijk wordt. Integendeel, die balans zoeken tussen principe en heden en verleden is een lastige zaak, echt luisteren naar de anderen een vaak moeizaam proces. Het gaat om een uitdaging en die uitdaging kan ons blij maken. Ik word er in elk geval wel vrolijk van.

Meer nieuws

Catechese aanbod in de vastenperiode

Deze vastenperiode wil ik graag een aanbod doen om samen […]

Preek voor de eerste zondag van de vasten  2024  Cenakelkerk

Herwi Rikhof Gen. 9,8-15 Mc. 1,12-15 Zal vanmiddag een bezoeker […]

Preek voor Aswoensdag 2024 Cenakelkerk

Herwi Rikhof  Joël 2,12-18 Mt. 6,1-6.16-18 Her eerste wat vanmorgen […]

Preek voor de Opdracht van de Heer- Maria Lichtmis 3/4 februari 2024  

Herwi Rikhof   Inleiding De kersttijd is liturgisch afgesloten met […]

Preek voor de vierde zondag door het jaar 27/28 jan. 2024 Cenakelkerk

Foto Arjan Bronkhorst Herwi Rikhof   Deut. 18,15-20 / Mc. […]