Preek voor de 30ste zondag 24 oktober 2022 Cenakelkerk

Preek voor de 30ste zondag door het jaar 2022                                        Herwi Rikhof

Sir. 35,12-14,16-18 / Lc. 18,9-14

 

Inleiding
De vorige week hebben we een verhaaltje van Jezus gehoord over bidden, over blijven bidden, een verhaaltje waarin de tegenstelling tussen man vrouw, machtige rechter – alleenstaande weduwe een grote rol speelde. Vandaag horen we weer een verhaaltje van Jezus dat ook over bidden gaat, maar nu over de inhoud van het bidden, en ook nu gebruikt Jezus een tegenstelling om duidelijk te maken wat hij bedoelt. Dit keer gaat het over de tegenstelling tussen een farizeeër en een tollenaar. En zoals in het verhaaltje van de vorige week zet Jezus de tegenstellingen dik aan. Waarom doet hij dat deze keer?

 

Preek
‘Framen’ is een van die woorden die ik de laatste tijd vaak tegenkom. Het is een relatief nieuw woord dat te maken heeft met een heel oude en herkenbare activiteit: dat je namelijk altijd iemand of iets ziet op een bepaalde manier, in een bepaald kader, in een ‘frame’. Wanneer ik in een museum met westerse kunst rondloop, herken ik allerlei verhalen en situaties, kan ik ze vaak ook wel plaatsen qua tijd en land, maar als ik in een museum met oosterse kunst rondloop vind ik dingen wel mooi, maar kan ik ze niet plaatsen. Ik weet daar te weinig van. Als ik sommige politici hoor praten, moet ik vanwege mijn kennis van de geschiedenis aan allerlei parallellen denken, die iemand anders misschien niet opvallen. Wanneer we op woensdag in een groep hier Paulus lezen, is het duidelijk dat iedereen andere zaken opvallen of niet begrijpen.

Maar framen geeft aan dit herkenbare proces wel een bepaalde klank en een bepaalde interpretatie: het gaat niet om een min of meer passieve activiteit van een kijker of hoorder of lezer, maar om een techniek om te overtuigen, om een tactiek om te overtuigen van de andere kant, van de kant van de spreker, schrijver, de schilder, of  filmer van reclamespotje waardoor die kijker, hoorder, lezer vaak onbewust en meestal negatief beïnvloed wordt. Soms is een enkel woord, een enkel beeld al voldoende om allerlei negatieve associaties op te roepen., denk maar aan de zwarte Piet discussies. Die term framen mag dan wel pas in de laatste jaren opgekomen zijn, die praktijk is veel ouder. In deze context hoort ook de discussie over wat wel en niet gezegd kan worden, welke woorden niet meer correct zijn.

In de Dikke van Dale staat bij farizeeër de volgende definitie: “iem. die zich schuldig maakt aan zelfverheffing op zedelijk gebied” en daarbij wordt verwezen naar passage uit het evangelie die ik net heb voorgelezen. Die definitie is een vorm van framen en mag dan wel gebaseerd zijn op de tekst die we net gehoord hebben, maar klopt niet echt en is ook niet eerlijk ten opzichte van de farizeeërs. En als we in dat frame blijven zitten missen we de pointe van dat verhaaltje.

Farizeeërs zijn in de tijd van Jezus mensen die tot een bepaalde religieuze politieke stroming behoren, mensen die – zo zou je nu kunnen zeggen – hun geloof willen verbinden aan een politieke stellingname, die vinden dat wat ze geloven ook door moet werken in hun gedrag, in hun omgang met anderen, in hoe ze hun salaris besteden, hoe ze stemmen, hoe ze zich in het verkeer gedragen, omgaan met het milieu, omgaan met hun tijd. Farizeeërs zijn gelovigen die hun geloof serieus nemen, die series nemen wat in de 10 geboden staat en de rest van de wet van Mozes en die die voorschriften niet minimalistisch interpreteren, maar ruim, mensen – zo zou je nu kunnen zeggen – , die allerlei regels niet zien als lastig, als zaken waar je je wel aan moet houden om niet met de politie in aanraking te komen, maar die de regels en wetten van onze samenleving, van onze kerk als een hulp als een steun, als goede richtlijnen zien om te leven, om goed te leven.

De farizeeër die we vandaag ontmoeten is zo iemand, sterker nog hij houdt zich niet alleen aan de regels van de wet hij gaat nog verder: hij vast twee maal per week, en dat was helemaal niet voorgeschreven. Hij doet dat, omdat hij zich verantwoordelijk voelt voor het hele volk en zo voor anderen schuld op zich neemt. En hij geeft 10% van zijn inkomen, veel meer dan voorgeschreven is: hij betaalt dus extra belasting en wel vrijwillig. Eigenlijk een ideale gelovige, eigenlijk iemand zoals wij zouden moeten zijn.

Maar aan het eind van het verhaal dat Jezus vertelt komt hij er toch niet goed af. Waarom komt die farizeeër er toch zo slecht af, terwijl hij eigenlijk zoveel goed doet? Dat is de vraag die bij mij opkomt.

Waarom komt die farizeeër, die ideale gelovige er zo slecht af? Omdat, denk ik, Jezus de mensen van zijn tijd en ook ons op gevaren wil wijzen, op een gevaar dat elke gelovige bedreigt: op het gevaar van de vergelijking. Die tollenaar houdt het bij zichzelf; wijst niet naar mensen die het nog bonter gemaakt hebben als een soort excuus, maar zegt alleen: wees mij genadig. Die farizeeër gaat vergelijken en maakt daardoor een grote menselijke fout; je kunt niet oordelen over anderen als je niet weet waarom mensen zoiets doen.

Waarom komt die farizeeër, die ideale gelovige er zo slecht af? Omdat, denk ik, Jezus de mensen van zijn tijd en ook ons op gevaren wil wijzen, op een gevaar dat elke gelovige bedreigt: op het gevaar van de prestatie. Die farizeeër vertaalt zijn geloof, zijn goede werk in termen van prestatie en maakt God zo tot iemand die hem wel moet belonen en maakt daardoor een grote godsdienstige fout. Alsof hij dat allemaal zelf heeft gedaan, zonder de hulp van God, zonder de hulp van Gods Geest.

Waarom komt die farizeeër, die ideale gelovige er zo slecht af? Omdat, denk ik, Jezus de mensen van zijn tijd en ook ons op gevaren wil wijzen, op een gevaar die elke gelovige bedreigt, op misschien wel het grootste gevaar van het geloof: het gevaar van voor zichzelf beginnen in de zaken van God. Want die farizeeër is zo bezig, zo vervult van zichzelf dat hij God niet dankt voor de grote werken die God heeft gedaan, maar voor de grote werken die hij, de farizeeër heeft gedaan. Die farizeeër praat wel tot God, maar niet met God. Die tollenaar praat wel met God: de tollenaar bidt echt.

Bidden is niet altijd makkelijk en gaat zeker niet vanzelf er zitten zelfs gevaarlijke kanten aan, maar misschien kunnen we ze ook als uitdagingen zien.

Meer nieuws

Kom ook Kindje Zoeken bij de Cenakelkerk op zondag 18 december

Zondagmiddag 18 december is er voor kinderen van 4 tot […]

Overweging 2e zondag Advent 2022, door Pastoor Jacques Grubben

Jaarlijks mag ik na Kerstmis verstillen in een retraite. Van […]

Lezingenreeks winterwerk

Op dinsdag 17 januari organiseert de Commissie Winterwerk een lezingavond […]

Vieringen in december in de Cenakelkerk

Zaterdag 3 december 17.00 uur 2e Advent – Eucharistieviering Zondag […]

Preek voor de eerste zondag van de advent 2022 Cenakelkerk

Preek voor de eerste zondag van de advent 2022                  […]