Preek voor de 2de zondag door het jaar 2024 Cenakelkerk

Herwi Rikhof

 

1 Sam. 3,3b-10.19 / Joh. 1,35-42

Inleiding
Dit jaar lezen we uit het evangelie van Marcus. Maar de eerste gewone zondag na de kersttijd lezen we altijd uit Johannes, uit zijn verslag van het begin van het optreden van Jezus. En zoals altijd doet Johannes dat net anders dan de ander evangelisten. Vandaag horen we een roepingsverhaal, het verhaal van de roeping van de eerste leerlingen. Dat wordt nog versterkt doordat als eerst lezing dat ontroerende verhaal over de roeping van de kleine Samuel gekozen is.

Preek
De eerste poging leverde niets op. Ik tikte ‘famous last words’ in op Google, ‘beroemde laatste woorden’ en kreeg twee romans met die titel. Wel interessant, maar niet wat ik zocht en ik dacht even dat ze niet bestonden: bloemlezingen van beroemde laatste woorden. Maar toen ik op de website van mijn boekhandel ‘famous last words’ intikte, kreeg ik niet een maar zelfs een paar bloemlezingen. Maar weer het bewijs dat je ook met Google moet oppassen. Toen ik op de website van de boekhandel ‘famous first words’ intikte, beroemde eerste woorden, kreeg ik geen resultaat, maar bij ‘eerste woorden’ kreeg ik wel een paar kinderboeken. Ik begrijp dat wel: eerste woorden zijn woordjes die kinderen zeggen, mamma of pappa of zo. Of eerste woorden zijn de woorden die kinderen leren. Daar kun je geen bloemlezing van maken, maar van die laatste woorden wel, zeker als het om beroemde of bekenden mensen gaat.

Het aparte van de evangelielezing van vandaag is dat we twee keer eerste woorden horen, de eerste woorden van Jezus in het evangelie van Johannes, en de eerste woorden van zijn eerste leerlingen. En in beide gevallen zijn het geen kinderlijke, of kinderachtige woorden. Integendeel. En geven ze te denken.

In het evangelie van Johannes horen we niet, zoals bij Mattheus dat Jezus zegt dat hij gedoopt wil worden ook – ook belangrijke eerste woorden – , horen we niet zoals bij Marcus  het begin van Jezus’ verkondiging van de nabijheid  van het rijk van God – ook belangrijke eerste woorden – horen we niet zoals in Lucas de woorden van een puber die aan zijn ouders vraagt waar ze zich mee bemoeien, herkenbare woorden. In Johannes horen we Jezus een vraag stellen en wel aan twee leerlingen van Johannes de Doper die nieuwsgierig geworden zijn door wat Johannes over Jezus zegt en hem achterna zijn gaan lopen: wat willen jullie?

Hoe hoor je die vraag? Met deze week het nieuws over hoeveel mensen gestalkt worden en dat de politie daar niet zoveel aan doet of kan doen in het achterhoofd, zou je misschien kunnen denken dat Jezus dat wat geïrriteerd vraagt: Wat willen jullie? Die leerlingen zijn per slot van rekening nieuwsgierig geworden door die toch wel vreemde opmerking van Johannes: ‘zie het Lam Gods’. Dat klinkt ons misschien niet zo vreemd in de oren: dat is per slot iets wat ik ook altijd zeg voor de communie als ik brood en beker toon. Maar dat is ook wel vreemd. Ik laat de hostie en de kelk zien en ik praat over een dier, net zo vreemd als Johannes die een man ziet en hem dan een dier noemt. Toen een van de huidige Israëlische ministers de Palestijnen beesten noemde was dat geen compliment.

Nu is het niet vreemd mensen met dieren te vergelijken of omgekeerd. In de lijst met beste boeken van het afgelopen jaar kwam ik een paar keer een boek over de vos Reynaarde tegen en Animalfarm is ook nog steeds een veel gelezen boek met die beroemde zin dat alle dieren gelijk zijn, maar sommigen meer gelijk dan anderen. Maar het maakt wel wat uit met wel dier je iemand vergelijkt: met een wolf, zoals de filosoof Thomas Hobbes dat doet en in een lange traditie staat, of met een leeuw, met een slang of met een adelaar. Of met een lam.

‘Lam van God’, dat is niet de eerste keer dat Johannes dat zegt. Ook de vorige dag wanneer hij Jezus ziet zegt Johannes dat en voegt er dan aan toe, ‘dat weg neemt de zonden der wereld.’ Johannes is een Jood die de Schrift kent en ook het gedicht van Jesaja over de dienstknecht van de Heer die als een lam naar de slachtbank wordt geleid (Jes 53,7). Ook zijn leerlingen weten als gelovige Joden van het paaslam. Het zijn die associaties, denk ik, die de leerlingen nieuwsgierig maken, omdat het niet vanzelfsprekend is dat een mens zich naar de slachtbank laat leiden, zich opoffert.

Wat willen jullie? Dat kan ook klinken als een gewone vraag, een vraag die je gesteld kan worden in een winkel: wat wilt u, wat zoekt u? Maar in het evangelie van Johannes klinkt iets nooit alleen maar gewoon. Hier klinkt een veel diepere vraag door: waar verlangen jullie naar? Aan het begin van het nieuwe jaar zijn er heel wat interviews en gesprekken geweest waarin dit door klinkt in alle gradaties van hoop tot wanhoop, van bange verwachtingen nu in zoveel landen verkiezingen gehouden worden en de oorlogen maar doorgaan. Wat voor regering krijgen we? De verwachtingen zijn niet echt hooggespannen.

Als je die vraag zo verstaat, worden die eerste woorden van Jezus nog bijzonderder. Dat Jezus dus als eerste wat hij zegt aan twee vreemden die heel open en heel belangrijke vraag stelt: wat verlangen jullie? En ik denk dat ik de evangelist Johannes goed interpreteer als ik die vraag als een vraag zie voor allen die Jezus willen volgen. Wat willen wij? Waar verlangen wij naar? Wat hopen we te vinden als gelovigen.

Het antwoord van de leerlingen is al even gelaagd. Strikt genomen geen antwoord op de vraag van Jezus: wat willen jullie. Geen antwoord maar een tegenvraag: waar woont u? Hoe hoor je die vraag?

Je kunt die vraag weer gewoon verstaan, zoals je iemand naar haar email-adres vraagt of naar zijn mobiele nummer. Een vraag om basisinformatie. Maar we weten dat dat soort gewone gegevens door allerlei digitale ontwikkelingen niet meer ‘gewoon’ zijn, maar voor allerlei vormen van reclame en beïnvloeding gebruikt en misbruikt worden. Zoiets is ook met de vraag van de leerlingen aan de hand. Ze vragen niet alleen waar Jezus fysiek woont maar ook geestelijk woont, waar hij thuis is, bij hij thuis is, ze vragen naar zijn geborgenheid en veiligheid.

En Jezus verstaat die gelaagdheid van de vraag, verstaat die vraag als een vraag om meer dan wat basisinformatie. Als het enkel zou gaan om een adres of postcode, past het antwoord van Jezus niet echt: want hij nodigt hen uit om te komen kijken. Als het enkel om een mailadres of postcode of mobiele nummer zou gaan, dan is een kaartje of een notitie voldoende. Nee, hij nodigt hen uit om te komen kijken, om mee te gaan. Het antwoord op die diepe vraag naar waar iemand thuis is, waar iemands zekerheid en geborgenheid is, vraagt om een meegaan, vraagt erom met iemand mee gaan. Precies omdat het om die diepe vraag gaat naar waar Jezus thuis is, geeft Johannes ook geen beschrijving van waar Jezus fysiek woont, alleen maar dat die leerlingen die dag bij hem blijven. Blijkbaar hebben ze iets gevonden dat hen laat blijven.

Op dit punt kan de eerste lezing ons verder helpen. We hebben gehoord hoe de kleine Samuel geroepen wordt en het niet door heeft. De oude Eli eerst ook niet, maar tenslotte wel. Geroepen worden kan in een flits gebeuren, zoals bij Paulus voor Damascus, maar het kan ook een proces, zijn dat enige tijd duurt en waarvoor je ook nog anderen nodig hebt die jou verhelderen wat jouw roeping is.

 

Meer nieuws

Catechese aanbod in de vastenperiode

Deze vastenperiode wil ik graag een aanbod doen om samen […]

Preek voor de eerste zondag van de vasten  2024  Cenakelkerk

Herwi Rikhof Gen. 9,8-15 Mc. 1,12-15 Zal vanmiddag een bezoeker […]

Preek voor Aswoensdag 2024 Cenakelkerk

Herwi Rikhof  Joël 2,12-18 Mt. 6,1-6.16-18 Her eerste wat vanmorgen […]

Preek voor de Opdracht van de Heer- Maria Lichtmis 3/4 februari 2024  

Herwi Rikhof   Inleiding De kersttijd is liturgisch afgesloten met […]

Preek voor de vierde zondag door het jaar 27/28 jan. 2024 Cenakelkerk

Foto Arjan Bronkhorst Herwi Rikhof   Deut. 18,15-20 / Mc. […]