Preek voor de 28e zondag 2022

Preek voor de 28ste zondag door het jaar       2022                                        Cenakelkerk

Of we toch weer mondkapjes moeten gaan gebruiken en of andere maatregelen tegen corona weer ingevoerd moeten worden. Dat waren vragen tijdens een discussieprogramma op de radio. Die vragen werden gesteld tegen de achtergrond van de oplopende cijfers van meldingen van corona. Toen ik deze week mijn herhaal-prik haalde, waren mondkapjes ook verplicht en in Venetië, merkte ik, kwam je de boten van het openbaar vervoer niet op zonder mondkapje. Mondkapjes, een van de maatregelen die we kennen uit de afgelopen jaren toen wereldwijd maatregelen genomen moesten worden tegen de coronapandemie, en dat was dan een van de mindere maatregelen als ik dat zo kan zeggen; de lockdown, niet reizen, de avondklok gingen verder. In de periode tussen de lockdowns toen de musea even open waren, heb ik in het Valkhof-museum de tentoonstelling over de pest gezien en zag toen beelden uit het verleden, de ravage die de pest aanrichtte en ook de maatregelen daartegen en de langzame ontdekking waar die pest nu vandaan kwam. Bij de foto’s die ik zag uit het latere Indonesië moest ik denken aan Peerke Donders en pater Damiaan die in de 19de eeuw op verschillende plaatsen gewerkt hebben voor en met melaatsen die in kolonies geïsoleerd waren. Isolatie, afstand; maatregelen van alle tijden tegen besmettelijke ziekten.

Ook in het evangelie van vandaag komt dat voor; de melaatsen blijven op grote afstand staan. Maar in het evangelie van vandaag is meer aan de hand. Vandaag gaat het niet alleen maar om mensen die buitengesloten zijn, zelfs niet alleen maar om die buitengesloten mensen weer binnen te halen. Want dat is waar het meestal in de genezingsverhalen over gaat; om het genezen van mensen die door hun ziekte buitengesloten zijn en die door hun genezing weer deel kunnen uitmaken van het gewone leven.

In de meeste genezingsverhalen in de evangeliën gaat het bovendien om één man of één vrouw die genezen wordt, gaat het bijvoorbeeld om die vrouw die aan bloedvloeiing leed, heel haar vermogen aan artsen had uitgegeven en ten einde raad dan maar Jezus’ kleed aan raakt, of om de blinde man die langs de weg naar Jericho zit, veel gedoe hoort en dan hoort dat Jezus voorbijkomt en die dan, hoewel iedereen zegt dat hij zijn mond moet houden, begint te roepen en de aandacht van Jezus krijgt. Of om een lamme die door zijn vrienden door het dak naar beneden wordt gelaten tot hij voor Jezus’ voeten ligt.

Maar in dit verhaal gaat het om een groepje, om precies te zijn: om tien. Toevallig dat getal? Tien is het getal dat nodig is voor eredienst in de synagoge, tien is het getal dat dus staat voor de vertegenwoordigers van het hele volk in gebed. Gaat het daarom? Misschien. Maar belangrijker dan dat getal tien is dat in die groep een verdeling plaats vindt: negen en een.

Wat voor verdeling is dat? Is dat een verdeling in ongeloof – geloof? Nee, want alle tien beginnen met geloof, vragen Jezus om ontferming, komen tot hem voor zorg en aandacht, vragen hem om genezing, komen tot hem omdat ze van hem iets verwachten, komen omdat ze al geloven, al in hem geloven. De wonderen die Jezus verricht zijn nooit bedoeld om mensen tot geloof te brengen, ze kunnen alleen maar gebeuren omdat mensen al geloven. Omdat mensen in Nazareth, in zijn eigen stad, niet geloofden, niet geloofden dat hij de zoon van God was en met God van doen had, want hij was toch van die familie die ze kenden, kon hij daar geen wonderen doen (vgl. Mt 13,58; Mc 6,5-6).

Is dan een verdeling negen – een een verdeling tussen: beginnend geloof en volgroeid geloof? Ik denk van wel. Ik zal proberen uit te leggen waarom ik denk dat het gaat om twee manieren van geloven en waarom, zo bezien, dat verhaal ook voor ons van belang kan zijn.

De kern van het verhaal van vandaag zit voor mij in die vraag van Jezus: ‘Waar zijn de negen anderen, is niemand teruggekeerd om God eer te brengen dan alleen deze vreemdeling?’ Een vraag waar veel inzit. Om die volle inhoud goed te begrijpen moeten we even terug naar wat Jezus eerder tot die groep zegt: ‘ga jullie laten zien aan de priesters’. Dat was gewoon, dat was de wet, dat waren de voorschriften: als de priesters hadden geconstateerd dat een melaatse niet meer melaats was, mocht hij of zij terugkomen in de maatschappij. Een kwestie van controle, van een noodzakelijke en terechte controle. Die tien doen dat, ze houden zich keurig aan de voorschriften, en ze doen precies dat wat Jezus hun zegt. Maar dat kan toch niet verkeerd zijn? Je aan de voorschriften houden, zeker niet wanneer Jezus zelf het hun opdraagt? Is het dan niet onredelijk wat Jezus dan aan het eind vraagt, als die ene is teruggekomen? Waar zijn die negen anderen?  Ja, dat is onredelijk.

Maar soms gaat het in ons leven om iets anders dan redelijkheid, of om meer dan redelijkheid of misschien beter geformuleerd, om een andere redelijkheid, een redelijkheid die de redelijkheid van regels en wetten overstijgt. De ene die terugkeert is een Samaritaan. Toevallig? Of klinkt hierin ook die bekende parabel van de barmhartige Samaritaan uit dit evangelie mee. Voor mij wel. Die parabel gaat over de mens die iets doet wat verder gaat dan de redelijkheid, die iets doet omdat hij door medelijden is bewogen, om iets dat zijn hart raakt; de ellende van die mens die in elkaar geslagen langs de weg ligt. De priester en de leviet die dat slachtoffer voorbij lopen doen dat misschien omdat ze zich aan de regels houden; ze moeten rein zijn om de dienst in de tempel te kunnen vervullen, en omgaan met iemand die in elkaar geslagen is en bebloed is, maakt hen onrein en dus ongeschikt voor hun functie in de tempel. Redelijk. Maar die Samaritaan laat zijn medelijden spreken, gaat een stap verder dan de regels en wordt barmhartig,. Dat is een ander soort redelijkheid.

Als ik hierover nadenk helpt mij wat de Franse geleerde Pascal heeft gezegd in een van zijn Pensées: het hart heeft zijn redenen die het verstand, het hoofd niet kent. (Le coeur a ses raisons que la raison ne connaît point). Heel herkenbaar. Zijn onze levenskeuzes, onze keuze om met die of die door het leven te gaan, of om voor een religieus leven te kiezen, om voor dat werk daar te kiezen en niet voor dat, om carriere te maken of juist niet, om ons in te zetten voor vrijwilligerswerk en mantelzorg: zijn dat altijd de keuzes van het verstand of zijn daar niet meestal redenen van het hart voor verantwoordelijk?

Zoiets is ook aan de hand met die Samaritaan vandaag. Als hij merkt dat hij genezen is, blijft hij niet in het patroon van regels en voorschriften; hij prijst God en dan niet zomaar, maar met luide stem bedankt hij Jezus, en dan niet als een kwestie van beleefdheid, maar hij knielt voor hem neer. Hier spreekt zijn hart, hier spreken de redenen van zijn hart. Hij is geraakt in zijn hart en daarom zijn de redenen van het hoofd, de voorschriften en regels niet meer het belangrijkste.

Als je het verhaal zo leest gaat het dus over twee manieren van geloven, twee manieren van redelijkheid: de redelijkheid van het verstand, van de regels, van de wetten, en de redelijkheid van het hart. Waarom komt er maar een terug, terwijl die andere negen toch hetzelfde ervaren? Om ons leerlingen duidelijk te maken dat geloven niet alleen een kwestie van regels en voorschriften is, dat geloof niet automatisch een volgroeid geloof is?

Meer nieuws

Kom ook Kindje Zoeken bij de Cenakelkerk op zondag 18 december

Zondagmiddag 18 december is er voor kinderen van 4 tot […]

Overweging 2e zondag Advent 2022, door Pastoor Jacques Grubben

Jaarlijks mag ik na Kerstmis verstillen in een retraite. Van […]

Lezingenreeks winterwerk

Op dinsdag 17 januari organiseert de Commissie Winterwerk een lezingavond […]

Vieringen in december in de Cenakelkerk

Zaterdag 3 december 17.00 uur 2e Advent – Eucharistieviering Zondag […]

Preek voor de eerste zondag van de advent 2022 Cenakelkerk

Preek voor de eerste zondag van de advent 2022                  […]