Preek 29 Mei 2022

Preek voor de zevende zondag na Pasen 2022                                            Cenakel

 

Inleiding

 

Meestal vieren we op Tweede Kerstdag het feest van de eerste martelaar, Stefanus. Een enkele keer moet zijn feest wijken voor het feest van de heilige familie, zoals afgelopen kerstmis, maar meestal dus Stefanus. En dan lezen we twee fragmenten: één over het begin van zijn optreden in de vroege kerken en één over zijn dood. Dat tweede fragment horen we ook vandaag. We horen het vandaag opnieuw vanwege een zinnetje: ‘ik zie de hemel open en de Mensenzoon staande aan Gods rechterhand’, een zinnetje dat aansluit bij het feest dat we afgelopen donderdag gevierd hebben: Jezus die ten hemel wordt opgenomen. In het begin van Handeling wordt die hemelvaart door Lucas verwoord met : “Hij werd ten aanschouwen van hen omhooggeheven en een wolk onttrok Hem aan hun ogen.” Een wolk, in de Schrift de manier van spreken over God, over Gods ongrijpbare aanwezigheid. In het visioen gaat Lucas om zo te zeggen een stap verder: de Menzenzoon aan Gods rechterhand, aan Gods goede kant. Een verwijzing naar een psalm die later ook wordt uitgelegd als een psalm over Christus: “de Heer zegt tot mijn Heer : zit aan mijn rechterhand” (ps 110,1) ‘Zit aan de rechterhand van God’: een tekst die ook in onze geloofsbelijdenis voorkomt. Heeft Stefanus ons op deze zondag tussen Hemelvaart en Pinksteren nog iets anders te vertellen?

 

Preek

 

Er is geen sprake van een sollicitatieprocedure, wanneer door de groei van het aantal leerlingen er klachten komen over achterstelling van een groep, – teken van zoiets als etnisch profileren en wat aan het toeslagen schandaal ten gronde ligt misschien toch al ouder is dan we denken, want het gaat om een groep die een andere taal spreekt. Door die klachten wordt duidelijk, dat er mensen nodig zijn voor zorgtaken, m.n. maaltijden, binnen de jonge gemeenschap. Geen sprake van een sollicitatieprocedure, wel van een keuze met duidelijke criteria. Hoewel duidelijk? Het moeten mannen zijn, die wijs zijn en die goed bekend staan. Dat is toch duidelijk. Ja dat eerste criterium; mannen, is duidelijk, maar nu niet meer zo vanzelfsprekend als het toen was. Deze week is aan bisschop de Korte in het kader van het synodaal proces het rapport overhandigd van het Netwerk Katholieke Vrouwen waarin gepleit wordt voor een grotere zichtbaarheid van vrouwen en hun talenten in onze kerk. In het verslag dat wij naar het bisdom gestuurd hebben, werd ook zoiets gezegd. Nu maar hopen dat het ook gehoord wordt. Maar ‘wijs’ en ‘goede naam’ lijken criteria waar we nu geen problemen mee hebben voor mensen die een functie gaan vervullen in onze gemeenschappen. Integendeel: integriteitsonderzoeken horen erbij. Maar dat andere criterium dat genoemd wordt is, ‘vervuld zijn van de Geest’, is onduidelijker, problematischer en wel om verschillende redenen

 

Natuurlijk, op een bepaald niveau is het een duidelijk en ook onproblematisch criterium. Als iemand niet enthousiast is voor haar of zijn taak, met tegenzin werkt, de mantelzorg of ander vrijwilligerswerk alleen maar als een lastige en zware verplichting ziet, dan is dat niet goed. Je moet je werk, wat dat ook is, met plezier en enthousiasme doen, kunnen doen, ook al weten we dat het niet altijd rozengeur en maneschijn is of zal zijn. En wanneer dat niet het geval is, wanneer dat plezier en enthousiasme ontbreekt, is dat meer dan jammer.

 

“Vervuld zijn van de Geest” is een problematisch criterium, omdat het om meer dan enthousiasme gaat. In het verhaal van Pinksteren, dat ook door Lucas aan het begin van de Handelingen van de Apostelen wordt verteld –  het verhaal met de storm en de vurige tongen, het verhaal over de bange apostelen die naar buiten komen en vreemde talen spreken  – dat verhaal eindigt meer dan dubbelzinnig: sommigen zijn verbaasd dat ze de apostelen in hun eigen taal horen spreken over de grote daden van God, anderen vragen zich af wat dat wel niet te betekenen heeft en weer anderen weten wat er aan de hand is: zij zijn gewoon dronken.

 

Dat meerduidige slot van het Pinksterverhaal is belangrijk. Het maakt het Pinksterfeest tot een echte historische gebeurtenis, iets dat net als al die andere gebeurtenissen die in onze geschiedenis plaatsvinden en die ook voor meerdere uitleggen vatbaar zijn. Neem nu dat doodschieten van negentien kinderen en twee docenten door een jongen van net achttien in Texas. Voor de een een reden om tegen het gemak waarmee mensen in de VS wapens kunnen bezitten te pleiten, voor een ander om te pleiten voor juist meer wapens, voor gewapende wachtten en onderwijzers in alle scholen. Voor de een ligt het kwaad bij het bezit van wapens, bij de ander ligt het kwaad overal behalve bij het wapenbezit.

 

Maar dat meerduidige slot van het Pinksterverhaal maakt het ook nodig om onderscheid te maken. We worden gedwongen keuzes te maken: wat vinden wij van zaken in de kerk? Gaat het bijvoorbeeld bij dat synodale proces om het werk van de Heilige Geest of is dat het werk van een onheilige Geest, van de duivel. Er zijn mensen in onze kerk die dat laatste vinden en deze paus ook een dwaallicht vinden. Ik ben het met hen fundamenteel oneens, maar ik moet dat wel kunnen beargumenteren, ik moet die keuze dat te zien als echt werk van de Heilige Geest wel kunnen toelichten en begronden. Ik moet me dan bezig gaan houden met wat wel genoemd wordt: de onderscheiding der geesten. En dat is nooit een gemakkelijk proces.

 

Zonder nu maar ook de pretentie te hebben dat proces in al zijn finesses en fases weer te geven, wil ik aan de hand van Stefanus een paar elementen noemen die voor ons, voor ieder van ons, van belang zouden kunnen zijn als we voor de opdracht staan dat onderscheid te maken in ons leven, in onze gemeenschap. Een paar elementen die laten zien wat ‘vervuld van de Geest’ betekent of kan betekenen.

 

De term valt niet, maar Stefanus wordt later ‘diaken’ genoemd, een term verwijst naar dienst en dienstbaarheid. Wanneer later in Handelingen Paulus in de gemeenten mensen aanstelt als leiders, dan worden daar heel bewust termen gebruikt die ook in de samenleving gebruikt worden voor leidinggevenden en dan ook termen die met dienstbaarheid te maken hebben: diaken, tafeldienaar is daar een van. Op het Tweede Vaticaans Concilie is teruggegrepen op dat taalgebruik in de vroege kerk en is daarmee heel duidelijk gemaakt dat elk ambt in de geloofsgemeenschap een dienst is. Het lijkt me dat op welk niveau binnen onze geloofsgemeenschap dan ook, dat van belang is. Én, dat wij ook als geloofsgemeenschap dienstbaar moeten zijn. Zoals een franse bischop dat jaren geleden als eens heeft geformuleerd: als de kerk niet dient, dient zij nergens voor. Zijn we dienend bezig binnen onze gemeenschap, als gemeenschap ?

 

Stefanus is hier in de kerk prominent afgebeeld en wel als getuige en als martelaar. Op de achtergrond zien we wat we net gehoord hebben in de eerste lezing, dat Stefanus dood gestenigd wordt. Een getuige die met zijn bloed, met zijn leven getuigt. Op de voorgrond zien we Stefanus op een andere manier getuigen: met woorden. Stefanus doet dat voor het Sanhedrin, het hoogste vergadering van de Joodse religieuze leiders. Maar hij getuigt al eerder, wanneer hij met allerlei mensen discussieert over zijn geloof. Stefanus wordt wel niet gekozen om te discussiëren, om te spreken over wat hem motiveert en toch doet hij dat. Stefanus als getuige, als bloedgetuige.

 

Gelukkig zitten we in een situatie waarin wij niet ons leven hoeven te riskeren voor onze overtuigingen, anders dan die beelden uit China van de Oeigoeren laten zien. Maar we zitten wel in een situatie waarin we niet zo gemakkelijke en vanzelfsprekend over ons geloof spreken. Misschien wel in reactie op een irritante, drammerige, opdringende manier waarop over het geloof werd gepraat, hebben we ons een zekere terughoudendheid opleggen als het over ons geloof gaat. En dat is jammer en ook niet nodig.

 

We hebben in de vormselvoorbereiding de laatste jaren ingevoerd dat de jongeren een gesprek moeten voeren met iemand uit hun omgeving over haar of zijn geloof. Dat levert voor beide partijen heel verrassende resultaten op alleen al door het feit dat er open en belangstellend over geloof gesproken wordt en ook doorgevraagd wordt naar wat het geloof voor die ander betekent. Hoe kunnen wij nu weten of zaken waar we mee bezig zijn, werk van de Heilige Geest is of juist niet? Door in alle openheid en kwetsbaarheid te praten over wat ons beweegt, over wat ons geloof voor ons geloof betekent, inclusief alle vragen en twijfels die we hebben en door geduldig en attent naar elkaar te luisteren en door zorgvuldig elkaar te bevragen. Dat kunnen we leren van Stefanus.

Meer nieuws

Overweging 14 augustus, 20e zondag 2022 C door pastoor Jacques Grubben

Overweging 20e zondag 2022 C Bij het woordje vuur denk […]

Koren gezocht

Het Maldens Gemengd Koor is opgehouden te bestaan. Dat is […]

Vierdaagse mis 2022

De Vierdaagse mis van 17 juli jl in een fotoreportage. […]

Preek voor de achttiende zondag door het jaar 2022 Cenakelkerk  

Preek voor de achttiende zondag door het jaar 2022             […]

Op vakantie in de Cenakelkerk

Ontdek deze zomer de verhalen van de Cenakelkerk tijdens twee […]